08-06-17

"Onze eerlijkheid heeft ons gered".... Geloof je dat werkelijk?

Corine Koole

"Volslagen achterlijk natuurlijk om verliefd te worden op de echtgenoot van je vriendin. Maar niemand had er last van", vertelt Ellen (51). Kortom, de twee geliefden konden alles stilhouden, tot Ellens man plots vroeg wat er aan de hand was.

"We waren met zijn allen op de ijspiste in ons dorp. Het ging er vrolijk aan toe en niemand die merkte dat de man van mijn vriendin net iets te dicht tegen me aanstond. Mijn man zou vermoedelijk ook niks hebben gemerkt, als hij zich niet pas later bij ons had gevoegd en volkomen nuchter, met een blik van een buitenstaander, naar ons had kunnen kijken. Ik zat een beetje overmoedig op een tafel bij zo’n houten kerststal, mijn benen uit elkaar en daartussen hing die man." 

"Eenentwintig jaar getrouwd was ik, onze drie kinderen waren bijna volwassen. Volslagen achterlijk natuurlijk om dan verliefd te worden op de echtgenoot van je vriendin, maar niemand had er last van en we waren bedreven in het geheimhouden, ook al werden we steeds een beetje onvoorzichtiger. We zagen elkaar op feestjes waar we ons dan even terugtrokken en stuurden elkaar vrijpostige berichten."

“Die avond op de ijspiste zei mijn man niks. De volgende ochtend stond hij vroeg op om te gaan sporten en later trof ik hem aan, starend in de tuin, met een kop thee in zijn hand. De zon scheen, het was de winter van 2015 en opmerkelijk zacht. ‘Ik wil even alleen zijn’, zei hij toen ik naast hem kwam staan. ‘Het doet me zo’n pijn, jij en Mark, wat is er toch tussen jullie?’ Zijn woorden klonken somber maar de blik waarmee hij naar me keek, was hoopvol. Zeg me dat ik het verkeerd heb gezien, smeekten zijn ogen en ik had maar hoeven te ontkennen en we konden weer verder met onze parallelle levens. Het betekent natuurlijk niks, ging hij verder. Toen onderbrak ik hem. ‘Het betekent wel iets, wat je gezien hebt, klopt. Hij en ik hebben al vijf jaar een affaire.’"

“Met een klap gooide hij zijn theekop tegen de muur. Toen herpakte hij zich en liet me weten dat hij blij was dat ik het hem had verteld. Maar dat was natuurlijk vernis. Want eigenlijk kwamen de twijfel, de wroeging en de wanhoop toen pas echt naar boven. Met een pijnlijke nauwkeurigheid wilde hij alles weten. Wat ik dan precies zo leuk vond aan deze man, wat we deden, of we ook zoenden, of we met elkaar naar bed gingen, hoe we elkaar aanraakten en waar. En ik gaf overal antwoord op, en liet hem op zijn verzoek zelfs mijn dagboeken lezen."

“We begonnen dagelijks na het eten lange wandelingen te maken, langs de weilanden buiten het dorp. Op een of andere manier begrepen we allebei dat alleen concentratie kon helpen. Soms ging het beter maar dan ineens stond hij tijdens zo’n wandeling weer hard te schreeuwen en leek hij in duizend splinters uit elkaar te vallen."

“Na twee maanden dacht ik, misschien moeten we toch uit elkaar, we gaan dit niet redden. Met zijn honger naar details probeerde hij oorzaken te vinden die buiten mijn wil lagen. Zodat hij kon begrijpen waardoor het zo ver was kunnen komen. Hij dichtte mij ineens een buitengewone behoefte aan aandacht toe die nog uit mijn jeugd moest stammen. Als hij nu maar doorgrond had wat mij scheelde, dan had hij de angel te pakken en konden we verder. Dat je ook zomaar verliefd kunt worden op een ander, en daarvoor niet per se een slecht huwelijk nodig hebt of een jeugdtrauma, kon er bij hem niet in. Dan zou het immers ieder moment weer opnieuw kunnen gebeuren. ‘Maar dat kan ook,’ zei ik, ‘ik acht die kans nihil, want ik ga je niet opnieuw zo verdrietig maken, maar zekerheden heb je nooit. Ook al beloof je elkaar van alles, ook al ben je 40 jaar getrouwd.’"

“Mijn man had moeite dat te accepteren. Hij wilde juist alle onzekerheid indammen. Als we vreeën, zei hij, ben je wel bij me, of denk je aan hem. Het was of wat stuk was alleen te helen viel als we alles om ons heen vergaten en ons alleen richtten op elkaar. Nu kwam het erop aan, niet later, nu. En hup, daar gingen we weer wandelen. Onze kinderen raakten er na een tijdje al helemaal aan gewend. Ha, daar gaan ze weer. Steeds dezelfde route, eerst de weilanden, dan de sloot, dan de uiterwaarden. En maar praten, praten, praten. Herhalingen, bezweringen, allemaal pogingen de duivel te temmen." 

"Dan zei mijn man bijvoorbeeld: ‘Die keer in de vakantie, toen we romantisch met een wijntje aan de beek zaten, dacht jij natuurlijk alleen maar aan hem.’ En ik kon niet ontkennen dat, hoe gezellig ik het ook met mijn man had gevonden, ik inderdaad ook aan die ander had gedacht. ‘We gaan nooit meer je verjaardag vieren’, zei mijn man gekwetst toen hij hoorde dat ik zelfs op dat mooie feest van mijn vijftigste verjaardag, waarvoor hij de schuur tot feestzaal had omgetoverd, kans had gezien in het donker te zoenen met die man."

“Maar naarmate we doorzetten en het jaar vorderde, drong één ding tot me door: de basis van ons huwelijk was dik in orde, we hadden die alleen nogal verwaarloosd. Beetje bij beetje, maand na maand, ontdekten we ­tijdens die wandelingen opnieuw wat we leuk vonden aan elkaar. Mijn man veranderde, hij werd aandachtiger, en dat zit hem in kleine dingen. Hij stuurde bijvoorbeeld uitgebreidere berichten waar hij het vroeger hield bij ‘ok’. En hij is vaker thuis. Vroeger was hij chagrijnig als iets hem dwarszat, en als ik somber was, trok ik me terug. Nu slaan we een arm om elkaar heen, die haalt de pijn niet weg, maar verzacht wel."

“Afgelopen kerstvakantie was ik er weer toen de ijspiste werd opgebouwd. 2016 was een jaar waarin ik veel risico’s heb genomen. Met die andere man en meer nog met mijn openhartigheid. Maar onze gezamenlijke eerlijkheid heeft ons gered. Ik ben zielsblij met mijn eigen man. En die verliefdheid was een wolk: in een oogwenk verdreven.”

Geloof je dat werkelijk?

09:21 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

06-06-17

ik wil je niet kwijt...

 

Misschien ben je het een beetje vergeten maar ik ben een prachtige, 
onafhankelijke, moderne vrouw.
Ik ben natuurlijk niet het traditionele 'trouwtype' en toch wil ik niets
liever dan een plaatsje in je hart en je hoofd veroveren.
Ik wil dat je toont dat ik een belangrijk deel van je leven ben en dat 
ik je gelukkig maak.
Ik wil samen met jou kunnen lachen zonder daarvoor een woord te
moeten zeggen. Ik wil dat je met één blik weet wat er in mij omgaat
en dat je op een feestje of in vreemd gezelschap al van ver kan zien
of ik mij al dan niet aan het amuseren ben.
Met andere woorden:
ik verlang een zielsverwant die mij vanbinnen en vanbuiten kent.

Ik weet het, jij weet het, ik ben sterk, onafhankelijk en weet hoe ik
respect moet afdwingen. Ook heb ik niemand nodig die voor mij de
deur opendoet of mijn stoel naar achter schuift.
Maar hoe kan ik, als vrouw, nu een man weerstaan die mij als een 
prinses behandelt en voor mij wil zorgen?
Precies!

Voor mij begint alles, ook het voorspel, al bij je blik,
de blik van mijn geliefde.
Kijk mij verlangend aan, wrijf tijdens het eten met je voet langs mijn
been en profiteer van elke gelegenheid om mij sensueel aan te raken.
Wedden dat ik helemaal wild word?
Door de schuld van de natuur voel ik me af en toe een beetje ziek en
zielig. Dat is het moment waarop je voor mij een bad laat vollopen,
mijn lievelingsgerecht klaarmaakt dat ik onmogelijk kan opeten of
mij een deugddoende rug massage geeft.
Dat doe ik immers toch ook voor jou als je ziek bent, of niet soms?
Natuurlijk houd ik van jou zoals je bent en zal ik je niet proberen
te veranderen. Maar ik wil wel dat je je eigen lichaam respecteert en
je verzorgt. Ik ben hiervoor zelfs bereid mijn eigen
schoonheidsproducten met jou te delen! 

Vergeet het niet, vergeet het nooit, wij zijn geliefden, 
geen kamergenoten die samenwonen om de kosten te delen.
Neem minstens één keer per dag de tijd om mij echt aan te kijken.
Luister naar mij. Zet je telefoon en computer af en biedt me je
onverdeelde aandacht. Verwelkom mij als ik terugkom van om het
even waar en laat me nooit vertrekken zonder een hartelijke en
welgemeende zoen.
Cliché of geen cliché: het is een feit dat er van vrouwen nog steeds
verwacht wordt dat ze het huishouden doen.
Wees jij nu eens lief en een moderne man en verdeel de taken evenredig
onder ons beiden. Heb jij minder tijd om te helpen en moet ik
noodgedwongen de meeste taken op mij nemen? Geen probleem maar
toon me dan dat mijn harde werk ten zeerste geapprecieerd wordt!
Als je mij verrast met een surprise weekendje naar Italië of iets dichter
bij huis, een bos van mijn favoriete bloemen of een diner in een
romantisch restaurant, wil dat zeggen dat je aan me denkt.
Zo weet ik dat je een inspanning wilt doen om mij gelukkig te maken.
En je weet:.. het geheim van een gelukkig leven is een gelukkige vrouw!
Ik verlang van een man als jij dat je je toekomst in eigen handen
neemt en dat je niet bang bent om te doen wat je wilt doen.
Ook vind ik het niet erg als je je gedacht zegt en moeilijke discussies
aangaat. En dat is precies wat ik ook wil, mijn gedacht zeggen en
moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaan.
Of heb je liever de ‘silent treatment’?

Een relatie vergt teamwork liefje waarbij het essentieel is dat we allebei
één lijn trekken. Als je vrienden of je familie het je lastig maken, 
laat ik je altijd weten dat ik aan jouw kant sta en ik verdedig je
waar en wanneer nodig en ik verwacht van jou hetzelfde  
anders bestaat de kans dat we ons erg eenzaam zullen voelen binnen
onze relatie.

Knabbelen aan mijn oren, of onzin fluisteren kan erg spannend zijn...
of ronduit ongepast. Alles hangt af van het juiste moment en van wat
er daarna volgt. Wees niet bang om initiatief te nemen op alle gebied,
ook op seksueel vlak, maar hou altijd rekening met het plezier van mij!
Naarmate onze relatie vordert, maken de vlinders plaats voor echte
liefde en trouw gezelschap.
En dat wil absoluut niet zeggen dat ik je minder graag zie! 
Hoewel de emoties en passie stilaan een beetje verminderen,
wil ik je niet kwijt...

 

 

12:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

05-06-17

Delação premiada existe desde a Idade Média e foi usada na Inconfidência Mineira

Um dos principais mecanismos utilizados pela Operação Lava Jato, a delação premiada tem origens nos tempos da Idade Média. Os registros vêm desde a época da Inquisição, quando a Igreja Católica perseguiu praticantes de outras religiões, que eram considerados hereges.

Além das denúncias, que podiam ter como base rumores ou acusações públicas, o sistema inquisitório dava extrema importância para a confissão do acusado, que podia ser alcançada por meio de uma promessa de recompensa ou até mesmo pelo uso da tortura. Quem delatava sob tortura, inclusive, era bem visto pela sociedade.

"Na Inquisição, a ideia era de que o autor do crime era inimigo do inquisidor, portanto ele podia usar todos os poderes para obter uma confissão, inclusive utilizando tortura", explica Gustavo Badaró, professor de Processo Penal da Faculdade de Direito da USP (Universidade de São Paulo). Para Badaró, o conceito moderno da delação premiada --que é o utilizado na Lava Jato-- tem "uma clara inspiração inquisitória ao utilizar o autor do crime para provar a ocorrência do delito cometido por ele e seus comparsas". "Na verdade, a delação da Lava Jato é algo vintage", brinca Badaró.

"Havia [na Inquisição] uma pressão psicológica. A pessoa sabia que, se não contasse algo que interessasse ao inquisidor, ela corria riscos –como queimar na fogueira, inclusive", destaca o professor.

E hoje, a delação é feita nesse mesmo contexto? Para Badaró, existe uma "tortura moderna, uma tortura psicológica" por trás da relação existente entre prisões cautelares e a confissão por meio da delação.

"Esse é um problema sério –caso de pessoas que estavam presas, fizeram inúmeros pedidos de liberdade provisória e assim que acenam a possibilidade de firmar um acordo de delação premiada são postas em liberdade", defende o professor. É esse o caso, por exemplo, do ex-diretor da Petrobras Nestor Cerveró, que deixou a cadeia em 2016.

As delações na História

No Brasil, segundo Badaró, o primeiro registro oficial do conceito que conhecemos hoje como delação premiada é de 1603, nas Ordenações Filipinas, conjunto de leis espanholas que vigorou em terras brasileiras durante o período da União Ibérica.

Estava previsto nessas leis o crime de lesa-majestade, descrito como "traição cometida contra a pessoa do Rei, ou seu Real Estado". Existia também o perdão ao delator, como descreve o texto: "por isso [delação] lhe deve ser feita mercê [favor, benefício], segundo o caso merecer, se ele não foi o principal tratador desse conselho e confederação" –ou seja, caso o delator não fosse o líder do movimento conspiratório.

Badaró explica que foi dessa lei que se valeu o coronel Joaquim Silvério dos Reis, que estava endividado com a Coroa e decidiu delatar os inconfidentes mineiros para ter sua dívida perdoada.

"Além de não ser punido com a pena de morte, dois anos depois foi a Lisboa e recebeu o foro de fidalgo da Casa Real, além de uma pensão anual de quatrocentos mil réis", conta o professor.

Outros registros importantes aparecem já nos anos 90, com as leis dos Crimes Hediondos, dos Crimes Contra Ordens Tributárias e a Lei de Lavagem de Dinheiro.

Delação premiada existe desde a Idade Média e foi usada na Inconfidência Mineira "[Essas leis] que tratavam da delação premiada se limitavam ao benefício, à redução da pena, que ao final do processo o juiz podia aplicar a quem delatou", ressalta Badaró, destacando que não havia um consenso sobre qual procedimento deveria ser seguido pelas duas partes –o delator e o Ministério Público.

Isso mudou apenas em 2013, com a Lei 12.850, que definiu as organizações criminosas e mudou a regulamentação dos acordos de delação.

"Houve maior amplitude desse procedimento e maior liberdade de negociação. Se antes só se falava em redução de pena, agora se fala da possibilidade de aplicação de regimes diversos. Além disso, agora existe o pré-acordo e a necessidade da homologação", afirma Alamiro Velludo, professor de Direito Penal da Faculdade de Direito da USP.

Essas mudanças, segundo ambos os professores, dão mais segurança para que tanto o delator quanto o Ministério Público possam fazer uso da delação premiada.

07:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

04-06-17

Gilmar Mendes é contraexemplo da discrição esperada do Judiciário

IVAR HARTMANN 

RESUMO Autor sustenta que a superexposição de magistrados põe em risco a imparcialidade da Justiça como um todo. A impressão de que sentenças são pautadas por viés partidário e de que membros de cortes superiores se imiscuem na política fragiliza o Judiciário como fiel da balança em crises que envolvem Executivo e Legislativo.

  Everton Ballardin/Divulgação  
"Caverna e Dragão", de Rodrigo Andrade
"Caverna e Dragão", de Rodrigo Andrade

Quando questionado sobre o processo que pode cassar a chapa Dilma-Temer no Tribunal Superior Eleitoral (TSE), seu relator, ministro Herman Benjamin, nada diz. Afirma estar em "silêncio beneditino".

Há cerca de um ano, Rosa Weber, do Supremo Tribunal Federal (STF), foi criticada em conversa grampeada de investigados da Lava Jato porque "não deu o negócio do Lula [PT]". Apesar de suposta intervenção de Dilma Rousseff (PT), a ministra negou pedido para afastar do juiz federal Sergio Moro a investigação sobre o ex-presidente.

Ambos os magistrados adotam comportamento essencial em tempos de normalidade e decisivo durante período de crise política aguda. Sabem que a legitimidade do Judiciário depende não apenas da qualidade e da celeridade de suas sentenças mas também daquilo que se dá fora dos autos.

Infelizmente, a parcialidade de magistrados em todo o país tem sido cada vez mais questionada, pois certos juízes não cumprem duas regras básicas. Primeiro, não se pode antecipar a posição pessoal sobre o mérito de questões que acabam judicializadas. Segundo, deve-se permanecer como observador rigorosamente passivo de negociações no Executivo e no Legislativo.

A primeira regra parece mais simples. Antigamente, bastava ao juiz não conceder entrevista sobre questões que poderiam acabar na sua vara ou em seu tribunal. Essa proibição está na lei que fixa o código de conduta dos magistrados.

Um exemplo recente ilustra bem o problema. Há cerca de dez dias, esta Folha informou que o STF, contrariando seu entendimento, poderia deixar Lula solto mesmo após condenação em segunda instância. O ministro Celso de Mello logo emitiu nota informando como se posicionaria no caso. Ao adiantar seu entendimento, prejudicou sua própria imparcialidade –farão diferença os argumentos que defesa e acusação venham a trazer?

Outros exemplos tendem a ser mais complexos. A atual demanda por exposição e transparência do Judiciário não tem precedentes. Falar à imprensa passou a ser apenas uma de muitas maneiras de interagir com a opinião pública.

Nos anos 1990, ainda que um ministro do STF decidisse dar uma declaração polêmica, o fato dificilmente ganharia a capa dos jornais de grande circulação.

Hoje, os brasileiros conhecem o poder decisivo de uma liminar que bloqueia o WhatsApp ou de uma decisão que afasta o presidente da Câmara dos Deputados. Acompanham esperançosos os processos criminais de figurões da política. Comparam seus rendimentos com os contracheques dos juízes e avaliam se isso deveria ser pauta de protesto nas ruas ou no Facebook.

Essa busca de mais informação sobre a Justiça é satisfeita e estimulada por notícias que chegam segundo a segundo, seja por veículos tradicionais, seja por novas agências, seja por redes sociais.

PARA A PLATEIA

No caso das redes sociais, em particular, a via é de mão dupla. Transmitem o que se escreveu ou se disse sobre os juízes, mas são também ferramenta que magistrados usam para escrever e falar diretamente com o público. É saudável que os cidadãos estejam mais interessados no que faz o Judiciário. Mais cobertura da mídia traz mais transparência –mas também mais oportunidades para excessos.

Moro aprendeu com a operação italiana Mãos Limpas a importância do apoio popular para combater a corrupção sistêmica. Quando sente necessidade, usa a internet para falar diretamente com os brasileiros, estimulando o clamor que acaba legitimando a Lava Jato.

Mas nem sempre há cálculo estratégico. O juiz de Brasília que suspendeu a nomeação de Lula como ministro no ano passado publicou em seu perfil foto com adesivo de Aécio Neves (PSDB-MG), conclamou os amigos a "ajudar a derrubar a Dilma" e fez manifestações em uma rede social relacionadas ao caso no qual mais tarde deu a liminar.

Assim também a juíza que proibiu o acampamento de defensores do ex-presidente durante seu interrogatório em Curitiba. Em seu perfil, ela compartilhava postagens do Movimento Brasil Livre e aplaudiu a condução coercitiva daquele que os afetados por sua decisão queriam prestigiar. Ambos restringiram o acesso ao seu perfil no Facebook quando viraram notícia, mas as manifestações ainda assim foram amplamente disseminadas.

Esses e outros casos ajudam a alimentar a crença de que o PT é perseguido pela Justiça. Isso põe em questão as decisões não só desses dois magistrados mas também as de seus colegas. A impressão de que juízes decidem com um viés partidário está entre os maiores problemas da primeira instância.

Nos tribunais superiores, existe outro. Há um tipo específico de uso da imprensa que permite a ministros quebrar a segunda regra básica: não virar ator político.

Durante o mensalão, os jornais repercutiam as falas dos magistrados nos autos. Os julgadores eram observados, descritos, criticados e até santificados por suas decisões. Os ministros, porém, nem sempre se contentam em ser objeto passivo de observação. Alguns buscam os jornalistas e ativamente dialogam com os observadores. A imprensa repercute mais suas entrevistas que suas sentenças.

O projeto Supremo em Números utilizou a base de dados Media Cloud da Escola de Matemática Aplicada da FGV. Ela cataloga diariamente, entre outras publicações, todas as notícias online dos grandes veículos de imprensa do país. Identificamos todas as menções a ministros do STF nos últimos seis meses.

Os dias de maior repercussão foram causados pela chocante morte de Teori Zavascki e pela divulgação da chamada "lista do Fachin", com nomes de investigados a partir da delação da Odebrecht.

Esses eventos excepcionais fazem com que os dois ministros sejam mais citados do que qualquer outro no período. Entre os demais, não está em primeiro lugar a atual presidente, ministra Cármen Lúcia. É Gilmar Mendes quem mais aparece –e isso ainda não diz tudo.

GILMAR MENDES

Para quase todos os ministros, o dia com o maior número de citações na mídia foi resultado de uma decisão judicial –ou de um trágico acidente. É o caso da liminar de Luiz Fux suspendendo o trâmite das dez medidas contra a corrupção no Congresso ou do pedido de vista de Dias Toffoli em julgamento sobre a linha sucessória da Presidência.

Mendes é diferente. Seu dia mais midiático ocorreu quando criticou projeto de lei que mudaria as regras sobre prestação de contas de partidos. Caso a proposta avançasse, provavelmente seria questionada no STF, onde Mendes deveria atuar como julgador imparcial.

No segundo dia de maior visibilidade, o ministro se reuniu com Michel Temer (PMDB) e os presidentes da Câmara e do Senado para discutir reforma política. Isso apesar de ser Cármen Lúcia a atual autoridade máxima e representante do Judiciário nacional.

No terceiro, as notícias são de um evento acadêmico que Mendes organiza com o ex-presidente Fernando Henrique Cardoso (PSDB) e com João Doria (PSDB), prefeito de São Paulo, bem como sua afirmação de que a Justiça do Trabalho é um "laboratório do PT".

No quarto dia de maior número de citações, Mendes acusa a Procuradoria-Geral da República de crime por ter supostamente vazado nomes de políticos alvo de pedido de investigação no Supremo. A lista segue.

No caso de ministros de tribunais superiores, declarações excessivas à imprensa, na hipótese mais branda, são ilegais por anteciparem seu julgamento; na mais grave, provocam o descrédito da instituição e dos colegas. Além disso, podem servir para dar poder excessivo a um ministro que já conta com fortes prerrogativas de função, facultando a essa pessoa atuar de forma privilegiada no campo da negociação política.

Há ainda os exemplos mais óbvios dessa atuação política. Há poucos dias, revelou-se o conteúdo de telefonema no qual Aécio Neves discutia com Gilmar Mendes estratégia para o sucesso da tramitação do projeto de lei de abuso de autoridade.

O contraste é claro entre Rosa Weber, criticada em um grampo por não jogar o jogo, e Mendes, interlocutor de conversa em que demonstra buscar o protagonismo nesse jogo. Como é possível esperar imparcialidade de Mendes se a nova lei de abuso de autoridade for questionada no STF?

Os novos tempos da relação entre a opinião pública e o Judiciário trazem novas formas e oportunidades para que magistrados tomem a iniciativa de se comunicar com a população. Mas nem todos esses novos meios devem necessariamente ser aproveitados.

Não sabemos se os exemplos dos juízes de Brasília e Curitiba são apenas casos isolados ou se representam tendência nacional. Certo é que, em tempos de mais transparência e novos meios de comunicação, condutas republicanas como as de Herman Benjamin e Weber são ainda mais importantes.

É preciso poder acreditar que o Judiciário será o fiel da balança na iminência de uma segunda troca de presidente da República em 12 meses. É preciso poder acreditar que os tribunais serão imparciais ao enfrentar a constante judicialização da política e os inúmeros processos criminais de autoridades. O sistema não funciona se os juízes tiverem partido. Infelizmente, a proatividade mal direcionada de alguns tem jogado uma sombra sobre todos.

06:29 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

03-06-17

Eleições DIRETAS no Brasil

19:43 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

 
Aangepast zoeken