29-11-17

Hoe leef je verder als je geliefde uit het leven stapt?

©Arno Bosma

Ditty Eimers' man pleegde zelfmoord

Twee jaar geleden pleegde de man van Ditty Eimers zelfmoord. In haar buurtje in Utrecht bleek hij lang niet de enige. Er werd alleen niet over gepraat. Eimers ging op onderzoek uit.

Ditty Eimers 

'Hoe moet ik dit doen?' 'Hoe kan ik dit aan onze kinderen vertellen?' Die vragen razen door mijn hoofd, in de taxi op weg van Egmond aan Zee naar Utrecht. Het is zondagavond 1 maart 2015, een uur nadat ik een verpletterend telefoontje kreeg. Mijn man Bouke is dood gevonden in ons volkstuinhuisje. Hij heeft zich de avond ervoor van het leven beroofd.

Stel dat ik mijn weekendje had afgezegd, had hij het dan niet gedaan?

Toen ik Bouke zaterdagochtend om tien uur gedag kuste, omdat ik een weekend wegging met mijn zussen, lag hij rustig te slapen. Dacht ik. De avond ervoor waren we samen uit eten geweest. Hij was euforisch, zo opgelucht dat de eerste bijeenkomst van zijn nieuwe training, waar hij maanden aan had gewerkt en steeds meer tegenop zag, succesvol was verlopen. Dacht ik. Met smaak verorberde hij de lamskoteletjes bij Sjors, de Griek waar we altijd naartoe gingen om iets te vieren. Zijn bulderende lach deed alle restaurantbezoekers opkijken. Sommigen geërgerd, anderen vermaakt. Als vanouds. Of had hij toen al besloten dat hij de dag erna een eind aan zijn leven zou maken?

In zijn werkkamer vind ik aantekeningen die hij zaterdagmiddag nog heeft gemaakt, voor de filminleiding die hij 's avonds zou houden in de bioscoop van het Louis Hartlooper Complex, waar hij als filmgek vrijwilliger was.

Eenzaam

Ditty Eimers ©Mieke Schlaman

Om één uur 's nachts komt een politierechercheur me ophalen voor de identificatie. Hij vertelt over het bonnetje dat ze in Boukes portemonnee hebben gevonden. Dat hij zaterdagochtend vlak voor elven zijn inkopen heeft gedaan. Zijn mededeling komt hard aan. Was Bouke al wakker toen ik vertrok? Hij moet direct na mijn vertrek zijn opgestaan en op de fiets zijn gesprongen. Hoe kan het dat ik niets heb aangevoeld? En waarom is hij toch weer naar huis gegaan? Stel dat ik mijn weekendje had afgezegd, had hij het dan niet gedaan?

In het mortuarium van het ziekenhuis slaat de verpleegkundige zorgvuldig het witte laken terug. Ja, dat is mijn Bouke. De man met wie ik 33 jaar lief en leed heb gedeeld en twee prachtige kinderen heb gekregen. Zijn gezicht oogt gepijnigd. Zijn rossige, volle bos haar is nog hetzelfde. Hoe eenzaam moet hij zijn geweest? 

In een straal van een kilometer rond mijn huis kan ik nu wel twintig mensen noemen die zelfmoord ook van nabij hebben meegemaakt

'Godverdomme, lieve papa.' De eerste woorden van de toespraak van onze dochter (21), op de herdenkingsbijeenkomst. Onze zoon (17) speelt Blowing in the Wind op de piano. Zijn eerste openbare optreden, wat zou Bouke trots zijn geweest. Er zijn meer dan vijfhonderd mensen, verdrietig, verbijsterd. Hoe kan dit? Die energieke coach en trainer, die enthousiaste buurtgenoot, die van alles organiseerde in de wijk en iedereen inspireerde met zijn gekke ideeën? Twee weken eerder had hij nog een plein in Den Bosch opgezweept, als bekkenist van carnavalsband De Dwarsdweilers. Waarom pleegt een man van 53, met twee kinderen, een vrouw, familie en vrienden die van hem hielden, zelfmoord?

De maanden erna gaan als een film voorbij. Bij de broodhoek in de supermarkt zie ik vier bekenden het gangpad met wasmiddelen inschieten. Mensen met wie ik anders een praatje maakte of die gewoon hoi zeiden, draaien verschrikt hun hoofd om als ik langsfiets.

Epidemie

Er zijn ook buurtbewoners die naar me toekomen. 'Mijn lievelingsneefje heeft er drie jaar geleden een eind aan gemaakt', vertelt de eigenaar van de tapijtzaak aan de overkant. Ook de jeugdvriendin van mijn buurvrouw heeft zelfmoord gepleegd, hoor ik na Boukes dood. En de aanstaande schoonzoon van de kettingrokende leraar, een straat verderop. De buurvrouw van Roeland, met wie Bouke in de Herenleesclub zat. De opa van een klasgenoot van mijn zoon. De zwager van de bakker.

Is zelfmoord een epidemie? Ik besluit op onderzoek uit te gaan in mijn eigen buurt. Na een maand rondvragen, blijkt dat zelfmoord dichterbij is dan ik me ooit had gerealiseerd. In een straal van een kilometer rond mijn huis kan ik nu wel twintig mensen noemen die het ook van nabij hebben meegemaakt. Vreemd is dat niet, als je bedenkt dat iedere dag gemiddeld vijf mensen een eind aan hun leven maken. In 2007 waren het er 1.353, in 2016 al 1.894. Grof geschat betekent dit dat er elke dag minstens zo'n vijftig tot honderd mensen bij komen die een dierbare aan zelfmoord verliezen: vaders, moeders, partners, zonen en dochters, broers en zussen, vrienden, collega's.

Taboe

Oud-burgemeester Mathilde van den Brink woont in een ruim appartement met uitzicht op ons buurtpark. Haar zoon Eric was 25 toen hij een eind aan zijn leven maakte. Het is 22 jaar geleden, maar nog steeds vraagt ze zich soms af wat ze niet heeft gezien, wat ze fout heeft gedaan. 'Het lijkt alsof het erger wordt nu ik ouder word.' Na de dood van haar man, die op zijn 37ste een hartstilstand kreeg, tolde ze ook om haar as. Ze heeft aanvaard dat hij dood is. Bij haar zoon is het anders. 'Dat blijft een wond die niet heelt.'

Met haar dochter Anne viert ze elk jaar de geboortedag van Eric. Ook op zijn sterfdag komen ze bij elkaar. 'Daar maakt ze haar drukke agenda voor vrij, daar ben ik heel blij mee.' Niet dat ze het veel over de dood van Eric hebben. 'We hebben alle twee een ander soort verdriet, denk ik.' Mathilde heeft een hechte vriendenkring, maar er zijn weinig mensen met wie ze erover kan praten. Ze noemt het 'een cadeau' dat ik langskom om naar haar verhaal te luisteren. 'Het doet me zo goed om het er weer eens over te kunnen hebben.'

Waarom is zelfmoord nog steeds zo'n taboe? vraag ik me af als ik naar huis fiets. Op televisie, in films en op internet is het onderwerp suïcide niet te vermijden. Ik ben na de dood van Bouke al drie keer per ongeluk in een film beland waarin zelfmoord een thema is. In de feelgoodcomedy Een man die Ove heet kijk ik naar een man die steeds weer zijn hoofd in een strop steekt, totdat zijn opgewekte buren hem storen. De Netflix-serie 13 Reasons Why, die in detail toont hoe de hoofdpersoon zelfmoord pleegt, is een hit.

In dit artikel had ik ook willen schrijven hoe mijn man een eind aan zijn leven had gemaakt. Om te laten zien dat achter termen als 'uit het leven gestapt' of 'zelf­ge­ko­zen einde' vaak een grimmige dood schuilgaat

Een gesprek voeren over de zelfdoding van je eigen man is lastiger. Net als Mathilde heb ik na Boukes dood besloten dat ik er geen geheim van wilde maken. 'Heb je het al verwerkt, heb je je leven weer op de rit?' Die vraag wordt me steeds vaker gesteld.

'Wat knap dat je doorgaat, dat je zo sterk bent.' Fijn, ik ben niet zielig. Maar het voelt soms zo eenzaam dat mensen me uit de weg gaan. Dat de stoel naast me, bij een freelancersborrel of op een verjaardagspartij, leeg blijft. Niet dat ik het er altijd over wil hebben. Het is geen onverschilligheid, maar onhandigheid, denk ik. Van beide kanten. 'Mensen denken dat ze oud zeer openrijten als ze erover beginnen', zei Mathilde. Als je er zelf iets over zegt, voelt het alsof je de sfeer verpest. Er zijn weinig mensen die kunnen verdragen dat je je soms wanhopig voelt, boos bent of niet weet waar je het zoeken moet. Dat zelfmoord iets is waar je misschien nooit echt overheen komt. Iets dat misschien niet te verwerken ís.

Het debat over het recht op een zelfgekozen dood na een voltooid leven maakt het nog verwarrender. 'Ik gun je man zijn keuze om uit het leven te stappen', schrijft een trainer met wie Bouke vaak samenwerkte. Goed bedoeld, maar ik ben dagen van slag.

Preventie

In de media ligt de nadruk de laatste jaren sterk op preventie. Zelfmoord is vaak te voorkomen, is de boodschap van zelfmoordpreventieplatform 113. Boegbeeld Jan Mokkenstorm, een welbespraakte psychiater, duikt in elk krantenartikel, in elke televisie-uitzending over zelfdoding, op als deskundige. Het is zijn missie is om het aantal zelfmoorden terug te brengen tot nul. 'Dat kán', zegt hij. 'Veel mensen die zelfmoordgedachten hebben, zijn tot het laatste moment ambivalent. En er zijn bewezen behandelmethodes die de suïcidecijfers omlaag kunnen brengen. De omgeving kan de beslissende duw geven.' De goede kant op. Of de verkeerde.

Gedachten aan zelfmoord bespreekbaar maken is een van de dingen die kunnen helpen, zegt Mokkenstorm. 'Stel de vraag van je leven' is de slagzin van de voorlichtingscampagne van 113. Die campagne richt zich niet alleen op hulpverleners, maar op iedereen die iemand kent die niet lekker in zijn vel zit. 'Denk je weleens aan zelfmoord?' zouden we moeten vragen. Door die vraag te stellen als je vermoedt dat een vriend, collega of familielid vastloopt in sombere gedachten 'kun je het verschil maken', luidt de campagnetekst. 'Doe het voordat het te laat is. Je kunt er misschien een leven mee redden.'

Op een voorlichtingsbijeenkomst die ik bijwoon over zelfdoding, voor journalisten en communicatiedeskundigen, gaat Mokkenstorms verhaal erin als koek. Niemand stelt kritische vragen. 'Jullie, spelers in de media, kunnen meer levens redden dan dokters', stelt hij. 'Bijvoorbeeld door in de media geen details meer te tonen over de manier waarop mensen zelfmoord plegen.'

Kopieergedrag

Mokkenstorm is niet de enige die dat zegt. Gedetailleerd berichten over zelfmoord kan kopieergedrag in de hand werken, wijst wetenschappelijk onderzoek uit. Zeker als het gepaard gaat met citaten uit afscheidsbrieven of dagboeken. Te veel aandacht voor het persoonlijke drama kan ertoe leiden dat anderen met suïcidale gedachten zich met zelfmoordenaars identificeren en hun besluit romantiseren.

Het valt me op dat je zelden meer details leest over zelfmoord. In dit artikel had ik ook willen schrijven hoe mijn man een eind aan zijn leven had gemaakt. Om te laten zien dat achter termen als 'uit het leven gestapt' of 'zelfgekozen einde' vaak een grimmige dood schuilgaat. 'De richtlijnen van de Volkskrant staan niet toe dat je dit expliciet benoemt', schrijft de chef van dit katern. Natuurlijk. Het laatste dat ik zou willen is dat mijn verhaal anderen op een idee brengt. Maar de meeste mensen die zelfmoord plegen, slikken geen pillen of rustgevende papjes. Verschillende buurtbewoners die ik sprak, moesten afscheid nemen van een kist die niet meer open mocht. Of van een hand. Die gruwelijke realiteit, waartoe achterblijvers zich moeten verhouden, lijkt uit beeld verdwenen.

Schuldgevoel

Volgens Mokkenstorm en andere preventiedeskundigen moeten de media ook afrekenen met de misvatting dat mensen die het van plan zijn het uiteindelijk toch wel doen. Die laatste gedachte getuigt van misplaatst, troostvol pessimisme, vertelde hij al toen ik hem een paar jaar geleden interviewde. 'Nabestaanden klampen zich daaraan vast. Voor hen is het vaak te moeilijk om onder ogen te zien dat het ook heel anders had kunnen lopen.' Toen vond ik zijn verhaal baanbrekend. Nu het me zelf is overkomen, twijfel ik.

Ik vraag Mokkenstorm of hij zich realiseert wat zijn boodschap met achterblijvers doet. Versterkt die niet onbedoeld het schuldgevoel? 'Ik begrijp dat het nabestaanden pijn doet', antwoordt hij. 'Maar wij richten ons op de preventie van zelfmoord. Niet op de verwerking.'

Mokkenstorms hoopvolle boodschap klinkt steeds duidelijker door in de media. Ik scrol door recente krantenberichten en tv-programma's. 'Drie recepten om zelfmoord te bestrijden' (de Volkskrant). 'Het voorkomen van zelfmoord hoeft niet complex te zijn. Al is er maar één persoon die erover wil praten' (Trouw). 'Iets meer zorgen voor elkaar kan al preventief werken' (Volkskrant Magazine). 'Vraag er gewoon naar. Je kan in één dagdeel leren om het onderwerp bespreekbaar te maken en daarmee zelfmoorden voorkomen' (EenVandaag). 'Een klein beetje hulp kan het verschil maken tussen leven en dood' (NOS Journaal).

De werkelijkheid is gecompliceerder, maak ik op uit de verhalen van nabestaanden uit mijn buurt. Tien jaar lang heeft buurtbewoonster Jytte Jensen alles gedaan wat ze kon om het leven van haar dochter Rosanne prettiger te maken. Rosanne (25) maakte anderhalf jaar geleden een eind aan haar leven. Op haar 15de deed ze haar eerste zelfmoordpoging, drie jaar later kreeg ze de diagnose schizofrenie.

Jytte zegde haar baan op om er zoveel mogelijk voor Rosanne te zijn. Om met haar te wandelen, haar naar de trein te brengen als ze het station niet in durfde, haar moed in te praten, samen te sporten. Rosanne was een doorzetter, zegt Jytte. Ze haalde haar vwo-diploma, ondanks de destructieve stemmen in haar hoofd. Ze hield belangstelling voor vrienden en familie, pakte elke keer nieuwe dingen op. Steeds werd ze ingehaald door haar ziekte. Jytte: 'Rosanne wilde niet dood. Haar lijden was te groot.'

Rosanne heeft haar verteld dat ze ermee bezig was. Ook dat ze wilde dat het dit keer echt zou lukken. Jytte: 'Wat konden we doen, behalve blijven zoeken naar sprankjes hoop? En zorgen dat ze haar medicijnen innam, dat ze in de gaten werd gehouden, door ons en door de hulpverleners om haar heen?'

Machteloos

Had ik beter moeten opletten, had ik het misschien toch wél kunnen zien?

Jyttes machteloosheid raakt me het meest. Weten dat je kind het van plan is en uiteindelijk niets kunnen uitrichten, hoe je ook je best doet.

Fielja Dümmer heeft de zelfmoord van haar man evenmin kunnen voorkomen. Ze woont in een rommelig huis aan de singel. Haar man Hans was de vader van een van de beste schoolvriendinnen van onze dochter. Ik was verbijsterd toen ik hoorde dat hij er een eind aan had gemaakt. Hans, die humoristische, actieve vader met zijn modieuze puntschoenen!

Dat Hans, gewaardeerd toxicoloog bij het RIVM, worstelde met het leven, wist Fielja al zolang ze hem kende. Hij had regelmatig depressieve periodes. Vaak begon het met griepachtige verschijnselen: hoofdpijn, lusteloosheid. 'Ik trek het niet meer', zei hij dan na een tijdje. Dan ging hij naar de psychiater om zijn medicatie bij te laten stellen, ging hij halve dagen werken en trok hij zich vaker terug op zijn kamer, zijn lievelingsmuziek op de koptelefoon.

'Ik wil niet verder leven', zei hij toen ze op een mooie voorjaarsavond samen in de tuin zaten. Fielja werd kwaad: 'Dat kan je niet maken.' Ze nam het 'absoluut serieus', zegt ze, maar dacht ook: dit gaat over.

'Had ik maar doorgevraagd', denkt ze soms. 'Wat is er gebeurd dat je echt niet meer wilt leven? Hoe kan ik je helpen?' Soms denkt ze dat ze misschien niet heeft willen zien hoe Hans eraan toe was. Of liever, niet heeft kúnnen zien. 'Ik denk dat het te dichtbij kwam. Pas achteraf heb ik in zijn dagboeken gelezen hoe hij leed.'

Ze wordt boos als ik over de campagne van 113 begin. 'Dat is zo'n ontkenning van de strijd die Hans al die jaren heeft geleverd. Hij had een ernstige ziekte. Ik denk dat hij op was, moe van het vechten.'

Gevoel van mislukking

Anders dan Hans had mijn man geen psychiatrische aandoening. Maar ook hij had een andere kant, die hij voor de buitenwereld verborgen hield. Zijn faalangst die regelmatig de kop opstak. Toen de crisis toesloeg en het met zijn bedrijf minder ging, kreeg hij paniekaanvallen. In diezelfde periode werd suikerziekte geconstateerd. Soms was hij dagenlang futloos en in zichzelf gekeerd. Vaak viel hij al om half tien in slaap. Maar hij kwam elke ochtend zijn bed uit om aan de slag te gaan. En hij kon razend enthousiast worden van elke opsteker, elk succesje, hoe klein ook.

Wat als ik die 'vraag van het leven' had gesteld? Verdomme. Het voelt alsof ik de schuld krijg van iets waarvan ik bij god niet wist dat het speelde. Maar het raakt ook een gevoelige snaar. Had ik beter moeten opletten, had ik het misschien toch wél kunnen zien? Duizend keer heb ik de film van de maanden voor zijn dood afgespeeld. In het dagboek dat hij de laatste drie weken op zijn laptop bijhield, lees ik dat hij zich een mislukkeling voelde. Hoe lang speelde dat al? Wat zegt het over onze relatie dat hij me niet in vertrouwen durfde te nemen? Heb ik dat gevoel van mislukking versterkt, door mijn gezeur dat hij een vaste baan moest zoeken?

Veel suïcides gebeuren in een impuls, als mensen zich in de val voelen zitten. Op dat moment is er sprake van een vernauwd bewustzijn, een tunnelvisie

Psychiater Jim van Os, hoogleraar psychiatrische epidemiologie bij het UMC Utrecht Hersencentrum, herkent het gemaal na zelfmoord in je directe omgeving. Dat je jezelf voor het hoofd slaat: wat heb ik laten liggen? Een paar jaar geleden heeft hij een goede vriend aan zelfmoord verloren. Van Os: 'En dan toetert daar zo'n zelfmoordpreventiecampagne overheen, die zegt: 'Maar jij was daar dus wél bij.' Het individuele verwerkingsproces wordt daar niet beter van.'

Hij vindt het een goede zaak dat in de media meer aandacht is voor het voorkómen van zelfmoord. Dat zelfmoord niet meer wordt gezien als iets onvermijdelijks. 'Ook de boodschap dat we niet moeten aarzelen om over zelfmoordgedachten te praten, is nuttig.' Zelfs hulpverleners denken nog vaak dat ze slapende honden wakker maken als ze erover beginnen. Dat is aantoonbaar onjuist. Van Os: 'Maar in één adem zeggen dat je als individu zelfmoord zou kunnen voorkomen, gaat te ver.'

Diverse onderzoeken, in binnen- en buitenland, laten zien, dat er met de wijsheid van achteraf vaak momenten aan te wijzen zijn dat iemand aan de praat had kunnen komen over zijn suïcidale gedachten: met hulpverleners, vrienden of familie. En dat dat vaak niet is gebeurd. Van Os: 'We weten bijvoorbeeld dat veel mensen die zelfmoord pleegden in de laatste vier weken nog bij de huisarts zijn geweest. Het is goed als huisartsen zich daarvan bewust zijn: dat ze bij mensen die psychisch kwakkelen eerder vragen: denk je weleens aan zelfmoord?'

Als mensen hun suïcidale gedachten durven uit te spreken, kunnen ze tijdig worden doorverwezen naar hulpverleners. Misschien kunnen we daarmee, op macroniveau, het aantal suïcides verminderen, denkt Van Os, al is er geen zekerheid. 'Van roken en longkanker is het oorzakelijke verband duidelijk aangetoond. Bij zelfmoord ligt het veel ingewikkelder. Er zijn nog steeds vermijdbare suïcides. En we kennen een aantal risicofactoren, zoals depressie, eenzaamheid en lichamelijke aandoeningen. Maar er zijn veel meer dingen die we níét weten: wat is bijvoorbeeld het verband met de economische crisis? En waarom pleegt de één zelfmoord en de ander, in vergelijkbare omstandigheden, niet?'

We kunnen suïcide niet reduceren tot bekende risicofactoren, zegt hij. 'We moeten meer oog hebben voor de complexiteit van leven en dood. Zelfmoord is niet altijd verklaarbaar.'

Ik denk aan het laatste weekend voor Boukes dood. 's Zaterdags leek hij plotseling in een spiraal van paniek en negatieve gedachten beland. 's Zondags, toen ik in onze volkstuin aan het werk was, flitste ineens de mogelijkheid van zelfmoord door mijn hoofd. Toen ik thuiskwam, stond hij te koken. 'Proef eens hoe lekker deze saus is', zei hij opgetogen. Zet dat idiote idee uit je hoofd, zei ik tegen mezelf.

'Er zijn verschillende wegen die tot suïcide leiden', zegt senioronderzoeker Marieke de Groot van de Vrije Universiteit in Amsterdam. 'De ene weg kunnen we beter volgen dan de andere.' Ze doet al jaren onderzoek naar zelfmoord. 'De huidige zelfmoordpreventie richt zich vooral op mensen die depressief zijn en al langer worstelen met suïcidale gedachten. Dat is een pad dat we vrij goed kunnen volgen en waar goede, effectieve behandelingen voor zijn. Daarom is het zo belangrijk dat we deze mensen aan de praat krijgen over hun doodswens.' Naar schatting behoort zo'n 30 procent van de mensen die zelfmoord plegen tot die groep.

Er zijn ook paden naar zelfmoord die we veel minder goed begrijpen, zegt De Groot. Voor haar promotieonderzoek reconstrueerde ze samen met nabestaanden, artsen en andere betrokkenen 98 zelfmoorden. Op basis daarvan en na aanvullend onderzoek, vermoedt ze dat er nog drie andere typen suïcidanten zijn. Zo is er een groep mensen die vaak problemen had met instanties, op hun werk en met familie. 'Daardoor hebben ze allerlei verlieservaringen opgelopen. Vaak zijn dat mensen die ook veel drinken, drugs gebruiken en ander risicovol gedrag vertonen.'

Maar er is ook een aanzienlijke groep zelfmoordenaars bij wie niemand in de omgeving enig idee had dat er iets zorgwekkends aan de hand was. De Groot: 'Dat zijn mensen die geen sombere indruk maakten en met wie ogenschijnlijk niets aan de hand was. Zelfs na heel goed zoeken achteraf, was er geen aanwijzing vooraf.' Ongeveer een op de vijf mensen die zelfmoord plegen, valt in die categorie. De Groot: 'We gaan ervan uit dat er altijd een heldere aanleiding is. Maar een groot deel van de suïcides komt volstrekt uit het niets.'

Over de restgroep, zo'n 20 procent, is niet veel meer te zeggen dan 'we weten het gewoon niet'. De Groot: 'Dan heb je het bijvoorbeeld over mensen die vlak voor hun daad voor een examen zijn gezakt. Of van wie de brommer is gestolen.' Kan zo'n triviale gebeurtenis de aanleiding voor zelfmoord zijn? Dat is toch niet voor te stellen?

De Groot: 'Dat komt vaker voor dan veel mensen denken.' Het complicerende is dat nabestaanden achteraf aan allerlei kleine voorvallen waarde toekennen. 'Daardoor krijgen ze een andere betekenis, die ze niet hadden gehad als hun kind of partner nog zou leven.'

Impuls

Het doet me denken aan de stompzinnige ruzie over de vieze keuken die ik twee dagen voor zijn dood met Bouke had. Heeft dat hem misschien het laatste zetje gegeven, heb ik me afgevraagd. Of was het toch die training die misschien nog als een molensteen om zijn nek hing?

Het zou kunnen dat een stressvolle gebeurtenis bij sommige mensen iets in gang zet waardoor ze de controle verliezen, legt De Groot uit. Ze hoort het ook vaak terug van mensen die een zelfmoordpoging hebben overleefd. 'Sommigen kunnen het zich niet eens meer herinneren. Of ze begrijpen achteraf niet meer hoe ze op dat punt gekomen zijn.'

Veel suïcides gebeuren in een impuls, als mensen zich in de val voelen zitten. Op dat moment is er sprake van een vernauwd bewustzijn, een tunnelvisie. De Groot: 'Dat is heel lastig te snappen voor nabestaanden. Zij zoeken allerlei verklaringen vanuit hun eigen, gezonde brein.'

Ze pleit voor meer onderzoek naar de relatief onbekende paden die naar suïcide leiden. 'Dan kunnen we veel gerichter kijken wat kan helpen om suïcides te voorkomen. En nabestaanden hoeven niet meer eindeloos te piekeren over wat ze niet hebben gezien en gedaan.'

Dat onderzoek kost veel geld en tijd. De uitkomsten zijn onzeker.

Ondertussen moeten we misschien onder ogen zien dat zelfmoord een gegeven is waar niet alleen tientallen nabestaanden in mijn buurt, maar tienduizenden in heel Nederland mee worstelen. En dat het minstens zo complex is als het leven zelf.

Mij geeft het een soort van rust dat ik waarschijnlijk nooit zal weten waarom mijn man tot zijn daad is gekomen. Het gemis is niet minder, maar ik hoef mezelf niet langer te kwellen met al die vragen, die niet te beantwoorden zijn.

18:19 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Mijn dochter en haar zuster...

^1E15A3DD024892C98D8CB2CB0906F835CBB69E71A511ADCBDF^pimgpsh_fullsize_distr.jpg

 

 

 

^B27FAED5E42BE189107901FBF878909CC73FB0A71AC8DCCD62^pimgpsh_fullsize_distr.jpg

01:35 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

28-11-17

Van virtuele seks tot 3D-printtechnieken: dit zijn de innovaties in de seksindustrie

©Jean-Yves Lemoigne

Slimme seksspeeltjes

Zelflerende vibrators, aanrakingen die via internet elders op de wereld worden gevoeld, virtuele seks met 'echte' porno-acteurs. Wordt kunstmatige intelligentie ieders minnaar?
 
Bard van de Weijer 

Hij gaat het toch niet echt doen? Hij doet het wel. Nee toch? Toch...?

Hij doet het wel.

De Pearl 2 (boven) is een zogenoemde g-spotstimulator met touchbediening. Het apparaat reageert onder meer op de mate van penetratie: hoe dieper, hoe intenser de stimulatie. ©Studio V

Maurice Op de Beek draait het scherm van zijn Samsung S8 Plus naar me toe. Ik zie hoe een blonde vrouw een man oraal bevredigt in een Jan des Bouvrieachtige villa waar her en der andere naakte dames en heren rondlopen. Een pornofilm! Maar we zitten in een kantoortuin! Achter me zitten minstens vijftien man te werken, Die Allemaal Kunnen Meekijken. Niemand op de 30ste verdieping van de Amsterdamse kantoortoren kijkt op of om. Trouwens ook niet van de verzameling dildo's, vibrators en masturbators die al een tijdje voor me op tafel staat. Als je de hele dag omgeven bent door seksspeeltjes, zoals de 23 medewerkers van FeelRobotics en Kiiroo, dan werk je gewoon door als een bezoeker een filmpje ziet.

Kiiroo is een jong bedrijf dat sekstoys ontwikkelt. Daar zijn er meer van. Maar Kiiroo maakt gebruik van technologie van FeelRobotics, dat is gespecialiseerd in het teleporteren van aanrakingen via internet, ook wel het haptische internet genoemd. Een streling hier in Amsterdam wordt met de technologie van het bedrijf omgezet in enen en nullen, waarna ze worden verstuurd om zomaar duizenden kilometers verderop te worden gedecodeerd en omgezet in bewegingen, die een verre geliefde als een teken van genegenheid kan voelen.

Synchroon

Dit is de keurige variant. Deze vorm van haptische feedback kan dus ook dienen om volwassen solovermaak te ondersteunen. Het idee achter de technologie is eenvoudig: zodra de actrice (in het genre is nu nog meestal sprake van een dame) haar mond naar beneden beweegt, wordt gelijktijdig een tamelijk fors apparaat op de schoot van de toeschouwer geïnstrueerd de daarin bevestigde FleshLight - een populaire kunstvagina in een houder die opmerkelijke gelijkenis heeft met een zaklantaarn - naar beneden te bewegen, over de penis van de toeschouwer. Beweegt ze haar hoofd omhoog, dan beweegt het apparaat omhoog. Precies even ver, in exact hetzelfde ritme als de acteur.

Een precieze overdracht van beweging is belangrijk, zegt Op de Beek. Video en gevoel moeten synchroon lopen. Korte rukjes moeten voelen als korte rukjes. Lange halen als lange halen. Diepe bewegingen - enfin, u begrijpt het. Lopen beide niet exact gelijk, dan wordt de ervaring alsof het 'echt' is verpest, net zoals geschüttelt, nicht gerührt nu eenmaal een beetje gek klinkt uit de mond van James Bond. 

Geestdodend

De FleshLight Launch is een interactieve masturbator die bewegingen van acteurs 'naspeelt'. ©Studio V

Om de bewegingen van de acteurs te laten gelijklopen met die van de FleshLight, worden haptische pornofilms 'ondertiteld', zoals de makers het wat eufemistisch noemen. Dit ondertitelen gebeurt in een kantoortje in Vietnam, waar vijf medewerkers van het bedrijf dagelijks pornofilms kijken en met de hand de bewegingen van de acteurs naspelen. De data die dit ondertitelen oplevert, worden opgeslagen en toegevoegd aan het beeldsignaal en door de Launch, zoals het apparaat heet, omgezet in beweging. Cirkel rond.

Handwerk als dit is - hoe vreemd het misschien klinkt - tamelijk geestdodend. En het aanbod van porno is zo groot, dat een zaal vol medewerkers niet genoeg is om de aanwas bij te benen. Daarom kijkt over hun schouders een camera mee die verbonden is met een computer waarop kunstmatig intelligente (AI) software staat geïnstalleerd. Inderdaad hetzelfde type software dat wordt gebruikt om auto's zelfrijdend te maken en waarmee de wereldkampioen van het bordspel Go werd verslagen.


 

Ultieme minnaar

Korte rukjes moeten voelen als korte rukjes. Lange halen als lange halen. Diepe bewegingen - enfin, u begrijpt het

Het idee erachter is om met machine learning scènes in de video's te herkennen en automatisch te vertalen naar de juiste bewegingen van de apparaten bij de kijkers thuis. Terwijl de computer meekijkt met de ondertitelaars, zal deze na honderden en honderden video's en duizenden scènes langzaam leren wat de bedoeling is. Nu lukt het al 80 procent van de bewegingen in beeld correct te vertalen. 'De laatste 20 procent is het lastigst', zegt Op de Beek. Net als bij de zelfsturende auto, waar juist het laatste stukje automatisering - zelfstandig door een stadscentrum rijden - het moeilijkst bereikbaar is.

Kunstmatige intelligentie beperkt zich niet tot krachtige pc's van grote pornoproducenten, ze duikt ook op in gewone seksspeeltjes, zoals een vibrator die Hum heet. Dit apparaat leert, belooft de fabrikant, van zijn gebruiker en weet steeds beter wat die prettig vindt. De droom is een vibrator zonder knopjes die precies weet wanneer hij de intensiteit moet opvoeren om een orgasme te bewerkstelligen - of juist uit te stellen. AI als ultieme minnaar.

Patent

De OhMiBod Esca is als vibrator onderdeel van het Internet of Things. Hij kan worden verbonden met een app waarmee iemand anders hem kan bedienen. Het uiteinde bevat een ledje dat oplicht zodra extra stimulatie wordt toegediend. Webcamacteurs kunnen het ledje gebruiken als 'bewijs van aflevering'. De betalende klant ziet dan via de webcam dat zijn stimulatie-op-afstand is aangekomen. ©Studio V

Kunstmatige intelligentie, machine learning, haptische seksspeeltjes; de porno-industrie is lange tijd gezien als voortrekker van technologie. Maar de afgelopen jaren is juist sprake geweest van stilstand. Het verzenden van haptische data via internet kon technisch allang, er was zelfs al een apparaat dat hiervoor werd gebruikt: de RealTouch, die tien jaar geleden op de markt kwam. Maar ontwikkelaar Adult Entertainment Broadcast Network (AEBN) raakte verzeild in een patentzaak en zag zich gedwongen het apparaat van de markt te halen.

De vete had betrekking op een patent dat in 1998 werd aangevraagd en waarin wordt gesteld dat elke vorm van aanrakingen die via een netwerk wordt verstuurd onder het patent valt. Het bedrijf dat het patent later opkocht, spande vervolgens zes rechtszaken aan, onder meer tegen AEBN, waarin het fikse bedragen eiste wegens schendingen. Ook het jonge Nederlandse bedrijf Holland Haptics, dat werkte aan de Frebble, een apparaat waarmee ouders en kinderen elkaar op afstand een onschuldig kneepje in de hand kunnen geven, werd aangeklaagd. Frebble, dat een succesvolle campagne voerde op crowdfundsite Kickstarter, is nooit in massaproductie gekomen. Hoewel de zaak alweer een paar jaar geleden speelde, is het lastig oud-medewerkers te spreken te krijgen. Ze geven aan liever niet te praten of reageren niet op verzoeken daartoe. Ook de Amerikaanse patenteigenaar laat verzoeken om commentaar onbeantwoord.

Interactie, on­der­dom­pe­ling, recht­streeks contact met 'echte' acteurs; het is een wens die velen doet watertanden

'Dit patent heeft de ontwikkeling afgeremd', zegt Op de Beek van Kiiroo. Dat het de Amsterdamse ondernemer is gelukt een gunstige licentieovereenkomst af te sluiten met de patenthouder, komt volgens hem onder meer doordat het patent volgend jaar afloopt en doordat hij samenwerkt met FleshLight, een grote naam in deze wereld. De overeenkomst betekent dat Kiiroo een van de weinige bedrijven is die seksuele stimuli via internet kan versturen, waardoor het bedrijf een voorsprong heeft.

Het versturen van aanrakingen is interessant, maar slechts een voorbode van wat al lange tijd wordt beschouwd als de nieuwe heilige graal voor de seksindustrie: virtual reality. Porno in een levensechte omgeving, met acteurs overal waar je kijkt en die reageren op jouw wensen: interactie, onderdompeling, rechtstreeks contact met 'echte' acteurs; het is een wens die velen doet watertanden.

Aan de andere kant: jezelf uitdossen als een cyborg, met een forse bril, een koptelefoon, diverse draden tussen jezelf en de computer, plus dan nog een apparaat op je schoot - het zal voor veel mensen de-erotiserend werken.

Rubberhandillusie

Een van de op­mer­ke­lij­ke gevolgen van de technologie zal zijn dat mensen aan­trek­ke­lijk worden voor de ander, on­af­han­ke­lijk van hun geslacht

Misschien wel, erkent Op de Beek. 'Maar er gebeurt iets geks als je zo'n bril op zet', zegt hij. 'Vergelijkbaar met wat de rubberhandillusie wordt genoemd.' Dit effect treedt op wanneer je een rubberhand op tafel legt met daartussen een muurtje en je je eigen hand ernaast legt. Als iemand vervolgens de rubberhand en de eigen hand kietelt met een veertje, 'voelt' de eigenaar van de echte hand het kietelen ook in de rubberhand. Zet een vr-bril op en je raakt zo ondergedompeld in de scène dat iets vergelijkbaars gebeurt, zegt Op de Beek. 'Als je naar beneden kijkt, ga je de piemel die je in beeld ziet associëren met die van jou.'

Ik kijk mijn tafelgenoot aan. Ja hoor, ik zit hier met een loei van een apparaat op schoot, met daarin een zaklamp met een plastic vagina, terwijl ik een vr-bril draag en het hele kantoor naar me zit te kijken. Moet ik hiermee de illusie krijgen dat ik het stralend middelpunt ben van een lustfeestje? Probeer het, zegt Op de Beek, terwijl hij de vr-bril overhandigt, ik de FleshLight Launch op mijn schoot zet en de film wordt gestart.

Dan gebeurt iets wat ik eventjes weiger te geloven: ik zit niet langer in een kantoor hoog boven de stad, maar in een zonnige kamer. Met - slik - tussen mijn benen een hoogblonde jonge vrouw. Ik kijk achter me en zie een andere dame naakt rondlopen. Ik kijk naar beneden terwijl - nou ja.

Mindfuck

De opkomst van het internet heeft een tweedeling veroorzaakt in de porno-industrie, zegt Maurice Op de Beek van het Amsterdamse bedrijf Kiiroo. Vroeger lagen boekjes en films gebroederlijk in de winkel naast de speeltjes, maar door internet is alle 'content' online gegaan en zijn in erotische winkels vooral speeltjes voor vrouwen te vinden. Die maken 80 procent van de markt uit. Content is nu voornamelijk gericht op mannen. Het concept van aanraking via internet, gekoppeld aan videofilms, waar onder meer Kiiroo aan sleutelt, moet beide industrieën weer nader tot elkaar brengen, hoopt Op de Beek.

Hoewel ik mijn kleren aan heb - participerende journalistiek kent haar grenzen - en de ervaring slechts visueel is, is het effect krachtig. Ik wéét dat het nep is, maar het voelt realistisch, zelfs nu The FleshLight Launch op mijn schoot niet eens 'echt' zijn werk doet. Als ik de bril af zet, kijkt Op de Beek me grijnzend aan. 'Nou?' Ik erken enigszins besmuikt dat het een bijzondere, ehm, mindfuck, is.

Daarover gesproken: er zijn al porno-acteurs, zoals Romi Rain, die hun buitenkant laten inscannen, waardoor iemand anders, met witte bolletjes op het lijf geplaatst voor een green screen, ineens het uiterlijk krijgt van de beroemde pornoacteur en live kan reageren op verzoeken van klanten aan het andere uiteinde van het internet. De clientèle krijgt als vanzelf de illusie dat ze het doet met de beroemdheid, terwijl die misschien wel gewoon thuis op de bank naar oude afleveringen van Friends zit te kijken. Het betekent ook dat één acteur in theorie in duizenden virtuele body doubles kan verschijnen, om evenzovele (of een veelvoud aan) klanten een opwindende ervaring te bezorgen.

Dit soort ontwikkelingen in de cyberporno en dildonetics (een term die overigens al in de jaren zeventig is gemunt) gaan de manier veranderen waarop we seksualiteit beleven, zegt technologiefilosoof Nicolai Liberati aan de Unversiteit Twente. Liberati publiceerde afgelopen voorjaar over dit onderwerp een onderzoek in Science and Engineering Ethics; vermoedelijk een van de weinige wetenschappelijke publicaties waarin wordt gewaarschuwd voor scabreus taalgebruik.

Een seksuele formule

Een bespreking van de FleshLight Launch vind je hier.

Een van de opmerkelijke gevolgen van de technologie zal zijn dat mensen aantrekkelijk worden voor de ander, onafhankelijk van hun geslacht. 'Zelfs objecten zullen worden beschouwd als seksuele partners', zegt hij. Door de virtuele ervaring kan elk object, of mensen van om het even welk geslacht, worden geprojecteerd als de ideale partner. Waardoor het dus mogelijk wordt om in de praktijk een 'levensechte' seksuele ervaring te hebben met iemand van een geslacht waartoe de kijker zich doorgaans niet aangetrokken voelt. Of met een object - een robot - die zich virtueel heeft uitgedost als een aantrekkelijke partner. Of zoals Liberati het zegt: 'Alles en iedereen kan seksueel relevant worden.'

Teledildonics kunnen ook dienen om seksualiteit te kopiëren. Zo kan een acteur met behulp van een haptisch apparaat in theorie meerdere toeschouwers op meerdere locaties in meerdere tijdzones tegelijkertijd bedienen, terwijl de toeschouwer de ervaring krijgt dat het een een-op-een is. Liberati heeft hiervoor een formule ontwikkeld:

Uitleg: S1 is de uitvoerende actor, die dankzij moderne technologie een uiterlijk (en geslacht) kiest in de vorm van S2, waarbij Acc gebruikers zijn ( 'vrienden') die kunnen meebeleven wat er gebeurt.

Wat de gevolgen zijn van de mogelijkheden die teledildonics bieden voor de manier waarop we seksualiteit ervaren, is lastig te voorspellen, zegt Liberati. 'Wat ik weet is dat de komst van nieuwe technologieën altijd de manier waarop we over seks denken heeft veranderd', zegt hij. De komst van de pil heeft een scheiding veroorzaakt tussen seks voor het plezier en seks voor voortplanting, stelt de onderzoeker. Condooms geven partners bescherming tegen seksueel overdraagbare ziekten. 'Als je besluit ze wel of niet te gebruiken, wordt seks dus ook een uiting van vertrouwen tussen twee mensen.'

Teledildonics zullen daarom de manier waarop we over seks denken zeker veranderen, zegt Liberati. 'Al weet ik niet precies hoe.' 


Cockrings uit de 3D-printer

©Studio V

Velv'Or heeft handgemaakte van tienduizenden euro's, en 3D-geprinte vanaf 50 euro.

Bij innovaties in de seksindustrie gaat het niet alleen om zaken als virtual reality en kunstmatige intelligentie. Ook 3D-printtechnieken komen van pas, weet Jelle Plantenga van Velv'Or. Zijn bedrijf ontwerpt en maakt cockrings, een sieraad voor de mannelijke geslachtsdelen. Dankzij een uitstulping die op het perineum drukt (het gedeelte tussen scrotum en anus, waar volgens de oosterse leer van de verbindingspunten het eerste chakra zit), ontstaat een prettige stimulatie. Wie een cockring draagt - ook 'gewoon' overdag - krijgt hierdoor vanzelf meer zelfvertrouwen, zegt Plantenga. 'Je voelt je meer man.' Tijdens de seks helpt een cockring bij het bereiken van een heviger orgasme.

Plantenga levert onder meer handgemaakte cockrings die worden vervaardigd door een edelsmid. Prijzen van deze sieraden kunnen zomaar oplopen tot tienduizenden euro's, afhankelijk van de materiaalkeuze. Denk aan de platina King JCobra - met slangenkop inderdaad - vanaf 160 duizend euro. 'Zuiver platina en volledig handgemaakt.'

Voor de kleinere beurs heeft Plantenga een lijn cockrings die uit een professionele 3D-printer komen. Daardoor kan hij meerdere maten leveren van een model. Omdat de oplage relatief gering is, loont het niet een mal te laten maken, zegt hij. 'Die kosten tienduizenden euro's per stuk, als je dan meerdere varianten wilt hebben wordt het onbetaalbaar.' De 3D-geprinte JNada-cockring zonder uitstulping is er vanaf 50 euro. Nadat ze uit het apparaat zijn gekomen, zijn ze nog een beetje ribbelig. Daarom worden ze getrommeld en gekleurd, eventueel fluorescerend. Ander voordeel: kunststof cockrings zijn lichtgewicht.

Het grootste deel van de klandizie komt niet uit de gayscene, maar is hetero 'en meestal een stukje boven de veertig'. Op de site van Velv'Or kies je je maat, kleur en vorm en enkele weken later bezorgt de pakketdienst je ring.

18:17 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

27-11-17

Altijd heb ik van je gedroomd, schreef ze

Het gebeurt wel vaker, een leerling die in het geheim verliefd is op een leraar. Uitzonderlijker is het als zij jaren later contact zoekt. Het overkwam Egbert Jan Riethof.

©Studio Vonq
 

Op 31 maart 2013, een zondag, viel er sneeuw. Vriendelijke vlokken die zeiden: laat ons. Eén dagje nog. Ik lag naast haar, schouder aan schouder, in een dampend buitenbad waarvandaan we dwars door een vitrage van vlokken uitkeken over een meer. Vaag zagen we de rand van een bos, een Veluws bos. De warme dampen en de koele vlokken gaven het idee van geborgenheid. Dit hier - dit was alles wat er was. Ze fluisterde iets in m'n oor. Onverstaanbaar, maar dat maakte niet uit.

Na die dag hebben we elkaar niet meer gezien.

Scharrel

Vier jaar en zeven maanden geleden is dat. Ik zie haar nog zwaaien, Eva, toen we na het saunabezoek afscheid namen bij het station van Amersfoort. Het verdriet is er niet meer elke dag of elke week, maar als het zich voordoet ben ik net zo broos als de sneeuw die zich ophoopte aan de rand van dat dampende buitenbad. 

Vrienden luisterden als ik er iets over zei. Knikten. Zal best. ,,Hoe is het met je scharrel?'' vroeg iemand die ik over de afloop had verteld maar die dat alweer vergeten was. Niet over praten, werd het devies, en zo verplaatsten de beelden zich naar een afgesloten plek van het bewustzijn, zo'n nis waar het kwetsbaarste ligt opgeslagen.

Ik begreep de vrienden wel. Eva, een oninteressant intermezzo. Waar maakte zo'n man van 59 zich druk om? En ja, waar wás ik eigenlijk mee bezig? Er viel wel wat anders te doen dan zemelen over liefdes-verdriet. Niet lang daarvoor was ik gescheiden en dan heet het: je bent 'nog niet toe' aan een nieuwe liefde.

Voor de hand

Mijn vrienden geloofden niet erg in de diepgang van de gevoelens. Zij wisten dan ook niet dat de verhouding een geschiedenis had. De oorsprong lag niet in juni 2012, toen de relatie begon, maar veel verder weg, ergens in het schooljaar 1984-85. Ik was leraar en Eva, 16 jaar, zat in 4-atheneum, een hartverwarmend gezellige, roerige klas. Zij was daarin erg aanwezig, zonder veel te zeggen; goedlachs, ironisch, vol aandacht en oprecht geïnteresseerd in literatuur en taal, mijn vak.

Met deze klas gingen de mentor en ik in mei een weekend kamperen aan de rand van een duingebied. Op zaterdag maakten we een fietstocht. En toen kwam Eva nonchalant naast me fietsen. Ze vertelde over een clubje waar ze bij had gezeten. We zwegen ook even, al fietsend. Ik weet nog dat dat een gewaarwording gaf van... vrede. Alles was goed. Een paar onnozele minuten die me 27 jaar zijn bijgebleven. Ik weet ook nog dat ik vrij snel naast een ander ben gaan fietsen.

Die nacht was het dropping. In groepjes werden de leerlingen ergens in de duinen afgezet en dan moesten ze de weg terug vinden. Geen werkweek of klassenuitje zonder dropping in die dagen. Riskant - maar zo ging het. Ik was ongerust toen de groepen wegbleven, maar mentor Jaap zat er allerminst mee. ,,Dan gaan ze toch lekker in de struiken slapen?'' En hij ging spoorslags naar huis, want hij moest nog naar een feest van z'n voetbalclub. Waarna ik maar op m'n slaapzak ging liggen. Rond 1 uur verscheen het hoofd van Eva in de tentopening: de eerste groep was terug.

Haar gezicht zweefde boven het mijne, een intiem moment. De andere groepen waren de verkeerde kant op gelopen, zei ze. De woordkeuze van de 16-jarige was fijnzinnig, want ze liet zonder de anderen af te vallen raden dat ze dat expres hadden gedaan.

Andere dingen

Het kwam allemaal goed, en ik dacht in de jaren erna nauwelijks meer aan Eva, want ik had andere dingen aan m'n hoofd.

Nauwelijks - maar niet helemáál niet. In 5-atheneum had ze een andere leraar Nederlands. In januari verhuisde ze met haar ouders naar een ander deel van het land. Ik kreeg nog een paar keer een brief, waarop ik niet heb geantwoord.

Zomer 1987 stond ze voor mijn deur in Amsterdam-Zuid - om haar atheneumdiploma te laten zien, zei ze met een zweem van zelfspot. We wandelden door het Vondelpark, maar ik was er met m'n gedachten niet bij. Wel viel me op dat ze stampend liep, vrij onelegant, maar ze zag er blij en gelukkig uit. In 1990 kreeg ik een envelop met vier erotische gedichten, zonder enig begeleidend commentaar.

In 1991 vertelde iemand dat ze in Rome woonde met een knappe Italiaan. Zo, het klopt allemaal weer, dacht ik bij mezelf. Hollandse schone plus Zuid-Europeaanse charmeur. Jaren later hoorde ik dat ze in Nederland samenwoonde met een andere man, een stuk ouder. En ze had een kind.

In januari 2012 kwam op mijn Twitter-account een boodschap binnen: 'Hoe gaat het?' Even moest ik nadenken, Eva? Oh, Eva. Pas eind april stuurde ik terug: 'Goed, en met jou?'

Zo begon het.

De vijfde mail

Er volgde een uitwisseling van elk vier brave e-mails. Ergens op de sociale media had ze uitgevonden dat ik 'uit elkaar' was. Wat vervelend voor me. Intussen was het voor mij of ik weer naast haar fietste in de duinen, zoals in 1985. Wonderlijk heldere beelden. Was er iets bijzonders tussen ons dat de jaren overspande, of legde ik dat er zelf in?

Of ik al aan een nieuwe vriendin dacht. Nee, antwoordde ik in de vijfde mail. Toen kwam het, opeens: 'Ik wil jou. Altijd heb ik van je gedroomd. Over je gefantaseerd. Ik was zo verliefd', schreef ze.

Echt verrast was ik niet, want soms weet je dingen zonder dat je ze wilt weten. Wel was de heftigheid overrompelend. Na een paar dagen wennen, begon ik aan Eva te denken als rijpere vrouw - ze was 43 - en als liefdespartner, dus aan haar zoals ik haar niet eerder had gezien. Dat beviel goed.

Na nog een maand ontmoetten we elkaar in Utrecht. Ze was uiterlijk weinig veranderd, maar haar woordkeuze was een stuk minder fijnzinnig. Ze verklaarde zich bereid onmiddellijk een 'liefst deprimerende hotelkamer' in te rennen om 'keihard... (etc.)'. Daar stond ik paf van en het gebeurde dan ook niet, die dag niet, noch de eerste maanden erna. Een bevriende collega: ,,Op onze leeftijd? Dat wordt lastig.''

De driestheid ging er weldra af en er begon een zachtzinnige toenadering. Alles was nieuw en spannend - maar voelde tegelijk vertrouwd doordat er een verleden was, 27 jaren die diepte gaven aan de liefde die zich ontwikkelde. We ontmoetten elkaar een of twee keer per week, meestal voor een wandeling. Alles wat geliefden doen, deden we. Altijd blij elkaar te zien. In een stationshal naar elkaar toe rennen. Hand in hand lopen. En nog zo wat van die afgezaagde dingen.

Mijn kinderen kregen er lucht van toen ik iets te vaak op lollige toon zei dat ik naar de Intratuin ging. Had pap een vriendin? Dochter (19) vond het 'wel wat snel'. Zoon (17) ontmoette Eva bij toeval langs een voetbalveld en sprak: ,,Ik zou haar wel doen'' - als compliment op te vatten. Beiden woonden bij mij, en het leek beter me daar niet met Eva te vertonen. Maar bij haar thuis komen was al helemaal uitgesloten.

Zij woonde namelijk nog met de oudere man en een zoon die nu in de puberleeftijd was. In de onderneming van deze man deed Eva met bezieling en toewijding haar dagelijks werk. Ze zei van alles over hem: dat de liefde over was, er 'eigenlijk nooit echt' was geweest; hij was manipulatief, een bullebak soms, aan de andere kant vaak ook goed voor haar, de vader van haar kind, haar zakenpartner. Ze wilde bij hem weg, zei ze, maar dat moest 'op een goede manier' gebeuren. Kon dat eigenlijk wel? En dan, ze wilde haar kind geen pijn doen. En haar werk niet kwijt. Ze voelde zich schuldig: immers, ze bedroog hen.

Hoe moest dit verder? Intussen voelden we ons gelukkig telkens als we elkaar zagen, altijd maar een paar uur, afgepaste hoeveelheden tijd en ruimte, eilanden waar het overige niet bestond. Ik keek naar haar en hield van haar stampende loopje en dat ze dingen in mijn oor fluisterde, meestal onverstaanbaar. Het was mooi, het was goed en het was fout.

Totaal

Die middag van 31 maart 2013 stond Eva onder grote druk, al had ze die zorgen buiten de dampen en de sneeuwvlokken weten te plaatsen. De partner was erachter gekomen en dreigde haar alles af te nemen: kind, huis en werk, kortom haar leven. ,,Hij heeft de macht, hij kan het doen'', zei Eva.

In een mail kondigde ze een paar dagen later aan dat ze alle contact met mij ging verbreken. Totaal. Het kon niet anders dan totaal. Ze koos voor het bestaande. Deed niets anders dan huilen, zei ze.

,,Zo gaat het toch meestal, ontrouwe mensen kiezen toch voor hun partner'', zei een vriend. ,,Er zijn dingen die jij niet weet. Ze had meer met die man dan ze toegaf. Zet het uit je hoofd.''

Zet het uit je hoofd. Dat is dus in nagenoeg vijf jaar niet gelukt.

* Eva heet in het echt anders.

10:01 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

26-11-17

Wat doet de overvloed aan porno met ons?

Wat voor invloed heeft porno op relaties en seks? Filmmaker Vincent Boy Kars (27) ging op zoek. In zijn documentairereeks 'Vieze film', vanaf morgen op tv, volgt hij drie debuterende pornoregisseurs.

Isabel Baneke
Beeld van de opnames van 'Vieze film'. ©vpro

Er klinkt gekreun. De kermende klanken zijn moeilijk te rijmen met het idyllische beeld dat de kijker tegemoet komt. Te zien is een veld vol groene maisplanten, zachtjes meedeinend met het flauwe zuchtje wind. Een boerderij, een elektriciteitsmast, traag voorbij trekkende schapenwolken in een verder blauwe lucht.

Tussen de planten bewegen twee naakte lichamen. Op een kleedje ligt een jonge vrouw op haar rug. Haar handen liggen gevouwen op haar buik, haar gebogen benen zijn gespreid. Speels veegt ze donkere lokken uit het gezicht van de jongeman tussen haar dijen.

'Corn', de eerste pornofilm van regisseur Angelo Raaijmakers (24), start met liefdevolle seks. Twee paar reebruine ogen vinden elkaar steeds opnieuw, teder verkennen de mannelijke lippen en handen de zachte contouren van de vrouw. Maar naarmate de minuten verstrijken, verruwt het spel der paring, liefde transformeert in rauwe lust. Ruw worden de borsten tegen de grond geduwd, een hand trekt aan een bruine bos haren, de blik van de man verhardt. 

Het gebrek aan intimiteit laat me na het kijken van porno achter met een gevoel van eenzaamheid

Regisseur Angelo Raaijmakers

Eigenlijk illustreert de sekspartij de tegenstrijdige gevoelens die in Raaijmakers opborrelen wanneer hij denkt aan het kijken van porno en zijn eigen seksualiteit. Duizenden erotische filmpjes zijn door zijn blikveld geschoven, sinds hij op zijn elfde voor het eerst per abuis naar een pornofilm op tv zapte.

"Enerzijds windt de aanblik van hersenloos neuken mij op", legt hij uit. "Anderzijds laat het gebrek aan intimiteit me na het kijken van porno achter met een sentiment van eenzaamheid, een gevoel van leegte."

Raaijmakers was en is bang dat porno hem heeft afgestompt, dat het de mate waarin hij opgewonden raakt van de meisjes in zijn bed vermindert. "En ook mijn verwachtingen over wat seks was en zou moeten zijn, strookten zeker de eerste jaren waarin ik seksueel actief was niet met de werkelijkheid."

Iedereen kijkt naar porno, maar niemand praat erover. Wat doet die overvloed met ons?

Documentairemaker Vincent Boy Kars

Innerlijk conflict

Dat innerlijke conflict fascineerde ook regisseur Vincent Boy Kars (27), een voormalig studiegenoot van Raaijmakers aan de Bredase kunstacademie St. Joost. Om de invloed van porno op relaties, seksualiteit en het leven te onderzoeken, volgde Kars drie collega's van zijn leeftijd die op zijn verzoek voor het eerst een seksfilm draaien.

De totstandkoming van 'Corn' vormt de eerste aflevering van zijn driedelige documentaireserie 'Vieze film', die de VPRO vanaf morgenavond uitzendt op NPO2. "In de reeks neem ik mijn eigen generatie onder de loep, de eerste lichting pubers die opgroeide met het internet. Met een druk op de knop zijn daarop de meest extreme filmpjes gratis te bekijken. Iedereen kijkt naar porno, maar niemand praat erover. Wat doet die overvloed met ons?"

Kars zelf zag zijn eerste blootfilm toen hij elf jaar oud was. "Nu kijk ik zo'n drie keer per week porno, maar in mijn puberteit kroop ik bijna elke dag achter mijn computer om naar seks te kijken. Ik werd pas op mijn achttiende ontmaagd: moet je nagaan hoeveel porno ik op dat moment al achter de kiezen had." Onlangs heeft de documentairemaker uitgerekend hoe veel pornografische filmpjes hij inmiddels op de teller heeft staan: ruim twintigduizend. "Bizar eigenlijk toch? En daar ben ik zeker niet uniek in."

Daar heeft Kars gelijk in. Uit recent Vlaams onderzoek blijkt dat porno een prominente plaats in de dagbesteding heeft: gemiddeld surft men drie keer per week naar erotische filmpjes, circa 25 minuten. Mannen kijken vaker dan vrouwen: een op de vijf geeft aan dagelijks online seks te bekijken. Onder vrouwen doet 1,2 procent dat in die frequentie.

"Porno is verslavend", legt Kars uit. "En dat hoeft helemaal niet erg te zijn. Het is lekker om even met verstand op nul naar seksende mensen te kijken. Het kan een uitlaatklep zijn. Met porno raak ik stress kwijt. Bovendien heb ik er als jochie mijn seksualiteit mee ontdekt, porno was mijn seksuele voorlichting. En nog steeds leer ik soms via online filmpjes over verschillende standjes en dynamieken: van hard tot liefdevol en alles daartussenin."

Tegenvaller

Pas later begreep ik dat het niet zo moest als in main­stream-por­no – eerst pijpen en dan neuken – en werd seks intiem.

Documentairemaker Vincent Boy Kars

Toch zitten er volgens de documentairemaker ook negatieve kanten aan zijn kennismaking met erotische beelden op internet. "De eerste keer viel enorm tegen. Ik gedroeg me alsof ik in een pornofilm speelde, had geen idee wat ik aan het doen was. Pas later begreep ik dat het niet zo moest als in mainstream-porno – eerst pijpen en dan neuken – en werd seks intiem."

Bovendien maakten al die blote acteurs die op zijn netvlies gebrand stonden hem onzeker. "De eerste jaren was ik me tijdens de seks heel erg bewust van mezelf. In vogelvlucht zag ik ons daar liggen op dat bed. Door al die pornobeelden in mijn hoofd legde ik de lat voor mezelf onrealistisch hoog: in de films presteren de mannen optimaal, hebben ze afgetrainde lichamen en zeer indrukwekkend gereedschap."

Van zijn bedpartners verwachtte Kars eenzelfde imposante fysiek. Porno maakte zijn fantasie kapot, zegt hij, en doet dat nog steeds, al kan hij het nu beter in perspectief plaatsen. Waar hij op zijn twaalfde al opgewonden raakte van een paar borsten, heeft hij steeds explicietere en heftigere beelden nodig om hetzelfde gevoel op te wekken. Van gangbangs bijvoorbeeld, of filmpjes waarin een vrouw ruig wordt behandeld. Om die verruwing tegen te gaan, dwingt hij zichzelf tegenwoordig soms enkel zijn eigen fantasie te gebruiken wanneer hij zich aftrekt.

©vpro

Ook Raaijmakers twijfelt of de positieve kanten van het kijken van porno opwegen tegen de negatieve kanten. "In mijn puberjaren keek ik anders naar vrouwen dan ik nu doe. Ik had het idee dat ik me moest richten op lekkere wijven met een goeie kont en dikke tieten. Ik dacht in bed bijna in pornoshots. Dat voelde rot. De meisjes met wie ik seks had, droegen soms ook bij aan die oppervlakkigheid. Sommigen gedroegen zich porno-achtig, kreunden overdreven hard en fluisterden zinnen uit dat soort films in mijn oor."

Het verstrijken van de jaren heeft de mannen doen inzien dat huis-tuin-en-keukenseks met een doorsnee meisje er heel anders uitziet dan de beelden op het internet. "Het is goed gekomen: ervaring heeft mijn beleving van seks doen bijtrekken. Nu begrijp ik dat porno nep is, fictie", zegt Raaijmakers.

De invloed van porno op het gedrag van mensen wordt nogal overdreven.

Seksuoloog Ril van Lunsen

En toch, toch kijkt hij nog altijd met gemengde gevoelens naar porno: enerzijds vindt hij het geil en opwindend, anderzijds voelt hij zich goor en maakt het hem onzeker. "Af en toe lijkt het alsof er iets mis is met mij. Welk aandeel heeft porno daarin? Dat vraag ik me nog steeds af. Zelfs het maken van 'Vieze film' heeft me niet alle antwoorden die ik zocht doen vinden."

Overschat

Die zorgen zijn onterecht, stelt Rik van Lunsen, voormalig hoofd van de afdeling seksuologie in het Amsterdamse AMC en schrijver van onder meer het boek 'Seks! Een leven lang leren'. "De invloed van porno op het gedrag van mensen wordt nogal overdreven. Dat het onterecht de schuld krijgt van allerhande problemen, komt door het morele oordeel over de inhoud van porno. Men denkt dat de vaak grove inhoud, de objectivering van naakte lijven en het vrouwonvriendelijke karakter van porno bepalend is voor het gedrag van jongeren. Dat blijkt voor de overgrote meerderheid niet zo te zijn."

Porno is taboe, terwijl Nederlandse onderzoeken keer op keer uitwijzen dat het online kijken naar vrijende mensen nauwelijks effect op het eigen seksleven heeft. Sommige wetenschappers toonden zelfs aan dat volwassenen die porno kijken positiever oordelen over hun eigen seksuele relatie dan mensen die porno mijden. "Al is de richting van dat verband niet duidelijk. Het zou ook goed kunnen dat personen die blij zijn met hun seksleven simpelweg vaker porno kijken. Het is een kip-of-ei-verhaal."

©vpro

Wel heeft porno invloed op het zelfbeeld van jongeren, erkent Van Lunsen. Pubers zijn sowieso al onzeker over hun eigen lijf en beelden van afgetrainde spierbundels en neptieten kunnen dat gevoel versterken. Maar is dat nieuw? De pubers die vijftig jaar geleden in verkleurde Playboys op dat soort beelden masturbeerden, begonnen ook onzeker aan hun seksuele carrière.

"Natuurlijk, met de komst van het internet is het aanbod van pornografische beelden toegenomen", stelt hij. "Maar dat is juist positief: hoe meer informatie over seks, hoe beter. Porno is een prima middel om de fantasie tijdens soloseks op gang te brengen – zo lang het niet de enige vorm van seksuele voorlichting is en jongeren geleerd wordt dat het nep is. En dat gaat met initiatieven als 'Dokter Corrie' steeds beter."

Spelenderwijs

En die torenhoge verwachtingen dan, die de filmmakers hun eerste keer negatief deden ervaren? "Seks is een weg vol kuilen en hoogtepunten, daar leer je van. Wiens ontmaagding was niet klungelig? Door spelenderwijs te experimenteren met leeftijdsgenoten en door goede voorlichting, ontdekken de meeste jongeren vroeg of laat vanzelf wat goede seks is, en dat het niet draait om het levendig ondergaan van krachttoeren."

Ik hoop dat jongeren eerder dan ikzelf ontdekken dat porno fictie is, een fantasie gespeeld door acteurs

Vincent Boy Kars

Dat laatste – jongens moeten presteren, meisjes krijgen onvoldoende mogelijkheden om te ontdekken wat zij fijn vinden – is overigens van alle tijden, benadrukt Van Lunsen, en geen gevolg van porno. "Vijftig jaar geleden vond negentig procent van de vrouwen geen bal aan seks, hun plezier deed er niet toe. De beschuldigende vinger moet dus niet wijzen in de richting van porno, maar naar voorlichting. We moeten meisjes niet alleen leren 'nee' te zeggen, maar meer nadruk leggen op wat ze nodig hebben om 'ja' te zeggen. Wat zijn de voorwaarden voor seksueel plezier?"

Raaijmakers en Kars hopen dat Van Lunsen gelijk heeft, maar zijn nog niet voor de volle honderd procent overtuigd van de onschuld van porno. "Ik hoop dat de tongen van jongeren loskomen door het zien van 'Vieze film'", zegt Kars. "En zo eerder dan ikzelf ontdekken dat porno fictie is, een fantasie gespeeld door professionele acteurs. Porno kan een positieve invloed op je leven hebben, zo lang je dat maar inziet. Ja, dat is de conclusie. Denk ik."

Seksweken op NPO3

De documentaireserie 'Vieze film' van de VPRO is vanaf 2 november drie donderdagen om 22.00 uur te zien op NPO 3. De gemaakte pornofilms komen alleen op internet, waar ze 's avonds na tien uur bekeken kunnen worden.

Van 2 tot en met 24 november staat NPO3 in het teken van seks. Met documentaires, films, series en discussieprogramma's wil de publieke omroep kijkers aansporen over seks te praten, alsook na te denken over zijn grenzen. Zo spreken BNNVARA-presentatoren Geraldine Kemper en Tim Hofman in de driedelige serie 'Verkracht of niet?' over seksueel grensoverschrijdend gedrag en laat Tatum Dagelet, moeder van een tienerdochter, zien wat er kan gebeuren als een pikante selfie publiek bezit wordt in 'Mag ik je tieten zien'. Ook 'Vieze film' van de VPRO is onderdeel van de seksweken.

10:50 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

 
Aangepast zoeken