19-12-17

'Ik vond spermavlekken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren'

Pas na twee huwelijken leerde Tim (53) ware passie kennen. Tenminste, zo leek het.

Corine Koole 
©Thinkstock

Ik leerde haar kennen tijdens een danscursus waar zij de lerares was. Het was een energieke, beetje eigenaardige vorm van dans die ze onderrichtte: nogal vrij, niet alleen bewegen op muziek, maar ook elkaar aanraken of naast elkaar op de grond liggen. In het begin moest ik eraan wennen, maar het was een betere manier om nieuwe vrienden te maken dan in het café of via Tinder. Ik vond het ontspannend om zo met leeftijdgenoten door een zaal te zwieren. Tijdens een van de door haar georganiseerde avonden gingen wij samen op de grond liggen en sloeg ze een been over dat van mij. Ik vond haar toen al een tijdje leuk, maar toen ik dat been voelde, was ik verkocht. Wat was deze vrouw vrij en wat bewoog ze zich makkelijk, hoe fijn was haar aanraking.

Reïncarnatie

Toen ze me afremde in mijn om­hel­zin­gen, verbond ik daar geen conclusies aan

Tot dan toe was ik niet erg gelukkig geweest in de liefde. Ik ben twee keer getrouwd geweest. De eerste keer met een vrouw van wie ik in het begin niet eens doorhad dat ze me leuk vond; met haar kreeg ik mijn oudste zoon. Daarna trouwde ik met een vrouw die op mijn moeder leek, ze hadden allebei hetzelfde kastanjebruin geverfde haar. Met haar kreeg ik een zoon en een dochter. In allebei mijn huwelijken had ik nooit zoiets leren kennen als de bijna lyrische belofte die uitging van deze lijfelijke vrouw. Ik probeerde een afspraakje met haar te maken, maar aanvankelijk hield ze me af. Ze vond het niet professioneel om te daten met een cursist en zei ook raadselachtige dingen als: er is zoveel wat je niet van mij weet, waarop ik, verliefde dwaas, zei: 'Ik vind niets gek.'

Op een avond was het dan toch zover. We gingen uit. We spraken af op een boot in Nijmegen, waar een soortgelijke dansavond werd georganiseerd als de hare. Ik zorgde dat ik er om half zeven was, die dansavonden zijn vroeg afgelopen en alcohol wordt er niet geschonken. Ik wachtte en wachtte, maar ze kwam niet. Het werd acht uur, negen uur, om elf uur zou de tent sluiten en ik begon zenuwachtig te worden toen ze ineens om tien uur voor mijn neus stond. Ze zei dat ze nog werk had moeten afmaken, dat ze daarom zo laat was. En natuurlijk antwoordde ik iets als: maar je wist toch dat we hadden afgesproken, maar mijn woorden overtuigden niet eens mezelf. Ik wilde haar zo graag. Alles wat me erop had kunnen wijzen dat ze niet zo into mij was als ik in haar, zag of hoorde ik niet. Wat ik hoorde waren toespelingen op een diepere betekenis van onze liefde. Ze kwam oorspronkelijk uit Antwerpen en ik ben al jaren dol op die stad. Dus toen ze zei: geloof je in reïncarnatie, het is alsof ik je ken uit een vorig leven, kon ik alleen maar 'ja, ja, dat moet het zijn', zeggen. Ook toen we na afloop naar haar huis gingen en ze me afremde in mijn omhelzingen, verbond ik daar geen conclusies aan. Ik kuste haar mond, en dat benoemde ze. Ik raakte haar aan en dat benoemde ze vervolgens ook. Daarmee schiep ze afstand.

Tijdens voetbaltraining

Ik vond sper­ma­vlek­ken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren

In korte tijd ontwikkelde zich toch een soort verhouding. Iedere maandag als haar dochter voetbaltraining had, reed ik naar haar toe. Zodra ik binnenkwam, kleedden we ons uit. We hadden zelfs seks in de gang. Een keer hingen we de was op in ons blootje, zo gewoon voelde het. Ik heb in haar nooit een surrogaatmoeder gezien van mijn kinderen, maar ik begon me wel al voor te stellen hoe het zou zijn om langdurig met haar samen te zijn. Ook al had ze gezegd dat ze ook met andere mannen 'liefdevolle verbindingen' wilde aangaan. Een keer tijdens het dansen, vlijde ze zich zo intiem tegen een andere man aan, dat had weinig meer met dansen van doen. Ik kon het niet aanzien en ben de zaal uitgegaan. Toen ik er later over begon, zei ze: dat met die andere mannen stelt niet veel voor, mijn hart ligt bij jou. O, dacht ik toen, wat ben ik toch een bekrompen zak. En dus stond ik in het vervolg op die dansavonden braaf te wachten tot ze klaar was met die andere knakkers en wij samen naar huis konden. Maar in plaats van verlicht te raken, werd ik steeds jaloerser. Ik begon haar agenda te checken. Ik begon haar lakens te inspecteren en vond spermavlekken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren, maar ik wist wel beter.

Na een maand of vier werd het steeds moeizamer tussen ons. Om de verhouding te redden, schreef ik ons in voor een kampeerweekend waar mannen en vrouwen gescheiden worden en pas de laatste nacht herenigd. Het idee is dat beide seksen op die manier in hun 'eigen energie' komen. Om alles te kunnen organiseren, rende ik de benen uit mijn lijf. Zij had geen tentje, ik leende er een voor haar van mijn ex. Zij kon geen tent opzetten, ik hielp haar. Zij was aan het einde van het weekend niet op tijd klaar met opruimen, ik deed het voor haar. Zij begon te schreeuwen en te huilen, ik noemde haar slet. Kort na dat weekend kwam ze mijn sleutel terugbrengen. Het was niet gelukt tussen ons. Ze kon best van me houden, zei ze, maar ze had toch gezegd dat ze geen relatie wilde. Dat was zo, maar ik wilde zo graag.'

11:27 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

17-12-17

"Mijn man zou me iets doen als hij wist dat ik hier was. Maar ik sta toch mooi op 600 euro winst"

Steenwegcasino's floreren, ondanks louche imago en internet-pletwals

De pletwals genaamd 'internet' heeft de lichten al voorgoed gedoofd in honderden videotheken, cd-winkels en reisbureaus. Maar de neonlampen aan de Vlaamse steenwegcasino's flikkeren nog steeds dag en nacht. En dat ondanks het taboe dat op speelhallen rust. Nee, het is er geen broeihaard van marginaliteit, benadrukken liefhebbers - maar dan wel anoniem. "Mijn man zou me iets doén, mocht hij weten dat ik hier ben. Maar ik sta toch maar mooi op 600 euro winst."
 
Slotmachines met fruit zijn verboden in de speelhallen. Dat zou te verslavend zijn, is de redenering. ©Joel Hoylaerts Fotografie

Ze zijn er in alle vormen en kleuren: van proper witgeverfde hoeves met megadobbelstenen boven op de rode dakpannen, over zwarte schoendozen met een breedlachende joker, tot statige herenhuizen waar de rode loper is uitgerold. Officieel heten ze speelautomatenhallen of arcades, maar in de volksmond krijgen ze doorgaans toch een upgrade tot casino. En ze zijn nog steeds met veel in ons land. Met 176 om precies te zijn.

Wie de discrete parking oprijdt en er binnenstapt, treft geen vergane glorie aan. Allesbehalve. Tientallen slotmachines glimmen alsof ze net uit de verpakking komen, op het vast tapijt ligt geen kruimeltje en op verlichting noch verwarming wordt bespaard. Het verschil met de negen échte Belgische casino's is voor een leek pas na een tijdje bevattelijk. Geen netjes uitgedoste croupiers met kaarten om te blackjacken. Geen rien ne va plus of faites vos jeux aan de roulettebak, maar een startknop waarmee de gokker het witte balletje in het spel kan mikken.

Geen kredietkaarten

In een arcade loopt doorgaans maar één personeelslid rond. Ook opvallend: géén citroenen of kersen op de slotmachines, louter dobbelstenen. Een beperking die in de kansspelwet geschreven staat, want waar fruit normaal een gezonde stempel krijgt, zou het volgens specialisten bij kansspelen verslaving uitlokken. Nog een verschil: in een speelhal blijft zelfs James Bond aan de toog verstoken van zijn Martini, shaken, not stirred. "Anders dan in een casino mogen speelhallen geen gerechten met bestek serveren en alleen non-alcoholische dranken schenken", zegt Thomas Van Cromphout van Napoleon Games, dat 22 speelzalen heeft. "Dat laatste vinden we trouwens prima. Alcohol kan mensen agressief of overmoedig maken en dat is niet de bedoeling." 

"In tegenstelling tot het casino is ons cliënteel wat jonger, doorgaans tussen de 21 - de minimumleeftijd - en 55 jaar. We kunnen hen indelen in vier categorieën. Veel bezoekers zijn fun players. Ze spelen met een lage inzet: 10 of 20 cent per keer. Als ze met een paar honderd euro winst naar huis gaan, vinden ze dat geweldig en komen ze de maand erop nog eens terug. Zijn ze hun geld kwijt? Dan vloeken ze eens en dan duurt het wat langer voor je hen terugziet. Beginnelingen riskeren meestal hooguit 20 tot 30 euro, maar daarvoor hebben ze wel een avond plezier. De high rollers zijn het tegenbeeld: zij spelen met 5 of 10 euro inzet - de limiet is 15 euro per spel - en kunnen fors winnen of verliezen. Daarnaast zijn er de beroepsspelers, die heel frequent komen en een vast bedrag in hun hoofd hebben of strikt een vooraf bepaalde tijd aan een toestel doorbrengen."

"We willen er niet flauw over doen: er zijn ook spelers met een bepaalde problematiek die hier komen. Maar verslaafden zijn toch een kleine fractie. Er zijn weinig sectoren die zo streng gereguleerd zijn als de onze. Er is een lijst met mensen die niet naar binnen mogen en daar staan intussen 328.000 namen op: iedereen die in schuldbemiddeling zit en sommige beroepen zoals politiemensen, rechters en deurwaarders... Wie geen geld heeft, zal zich hier trouwens vlug 'kapotspelen', want we aanvaarden alleen cash of Bancontact: geen gefoefel met kredietkaarten."

Zuchten aan roulette

Op een sombere donderdagochtend wagen in de automatenhal van Napoleon Games aan de rotonde van Berlare zo'n twintig gokkers hun kans. Aan de roulette staat één man te zuchten in een werkbroek met daarin enkele schroevendraaiers. Is het spel stuk? Nee, 't is iemand die van z'n werk komt of geacht wordt aan het werk te zijn. En nu - zo toont de display aan - voor ruim 7.000 euro op het spel heeft staan. Iets waar de man geen woord over kwijt wil en een klein uur later - wanneer het saldo naar 5.300 euro gezakt is - al zéker niet.

Abdeslam (63) wil wel spreken en op de foto. Zijn familie leest geen Vlaamse kranten en zal dus vandaag niet aan de weet komen dat hij donderdag om en bij de 300 euro verloor. "Ze weten wel dat ik af en toe eens ga gokken, maar niet dat ik daarvoor speciaal naar hier kom. Soms ben ik hier een keer of drie per week, soms kom ik een paar weken niet. Veel hangt af van de periode van de maand. Zoveel geld heb ik nu ook niet - ik ben maar gepensioneerd, hè (lacht). Geregeld win ik, maar vandaag is het écht een dikke nul." Met de vinger legt Abdeslam telkens een hele resem virtuele chips op het computerscherm voor hem. Hij houdt nauwlettend in het oog welke getallen al gevallen zijn - "zo probeer ik te voorspellen wat er nog zal komen" - maar naar het balletje zelf kijkt hij niet eens. Het is ofwel schade opmeten, ofwel een lichte grijns, eens het verdict valt.

Joeri (*) is in de ban van het spel 'Dragonrolls'. Door dobbelstenen in de juiste kolommen te mikken, probeert hij lucratieve patronen te bouwen. Lijkt ingewikkelder dan een Egyptische mummie, maar dat is het volgens Joeri al snel niet meer. Hij tikt op de machine met de regelmaat van een strakke housebeat. "Vorige week heb ik 150 euro ingezet en ben ik met 1.000 euro naar huis gegaan. Het had nog 200 euro meer kunnen zijn, maar ik ben nog te lang blijven doorgaan toen ik weer aan het verliezen was. Een bom geld voor een twintiger, natuurlijk. Ik ben lasser van beroep en door een verhuizing van het bedrijf moet ik deze week gaan stempelen. Wat moet een mens doen als het zo'n triestig weer is? Dan kom ik graag eens hier zitten. Mijn vriendin weet het en vindt het niet zo erg. Liever hier dan op café gaan drinken, zegt ze. Meer dan drie briefjes van 50 euro neem ik niet mee, dan kan ik niet zoveel opdoen. En die 1.000 euro van vorige week vond ze ook wel prettig."

De beste excuses

Wie geld wint in de speelhal, knipoogt eens triomfantelijk. Wie verliest, zalft zichzelf met argumenten dat andere zaken ook veel geld kosten. Van 'Wij gaan niet op reis, meneer, en iedereen doet met z'n geld wat hij wil, of niet?' en 'Iedere week chic gaan eten is eveneens duur en daar heb je 's anderendaags ook niks meer van' tot 'Op de beurzen kan het ook flink tegenslaan'.

Op momenten dat Rita (*) er in het recent volledig gerenoveerde Golden Palace-center van Mechelen geld aan inschiet, troost ze zich met de gedachte dat zij amper iets uitgeeft aan kleding en schoenen. En dat ze vroeger kraslotjes kocht met hopen en nooit eens 'fatsoenlijk' heeft gewonnen. Vandaag staat haar teller op 120 euro winst. Maar ze speelt voor 2,5 euro per spel. "Dus kan het vlug andersom zijn", lacht ze. "Voor mij is dat hier een amusement. Ik kom minstens een keer of twee per week en ik ken hier al wat mensen. We slaan een babbeltje en kunnen al eens lachen. Ik krijg dikwijls een gratis koffie van de uitbater. Op lange termijn zal ik er wel geld aan verspelen, maar dat is met elke hobby, hè. Ik probeer altijd zo snel mogelijk m'n inzet weer uit te cashen en dan speel ik verder met de winst. Als ik die kwijt ben, dan geef ik daar niet om."

Nog een halfjaar en dan is het gedaan met spelen voor Rita. "Mijn man weet hier niets van. Hij is radicaal tegen zulke dingen. Ooit ben ik meegevraagd door een vriendin en ik heb er thuis nooit van gepiept. Hij gaat nog werken en ik ben al met prepensioen. We staan samen op om 5 uur 's morgens. Wanneer hij vertrekt, doe ik het huis aan de kant en daarna kom ik naar hier." Rita tikt de hele tijd op de speelknop, maar laat de computer de reeks dobbelstenen - en haar winst of verlies - bepalen. Of dat ding niet zo geprogrammeerd is dat het haar geld afluist, daar heeft ze eigenlijk nog nooit écht bij stilgestaan. "Die indruk heb ik toch niet. Mocht dat zijn, dan zat hier op den duur geen kat meer, hè?"

Dame Fortuna

Zowel Napoleon Games als concurrent Golden Palace - samen met Circus de marktleiders wat betreft speelhallen in ons land - laat verstaan dat 98% van wat binnenkomt weer wordt uitbetaald aan de klant. Het zogenaamde 'Return to Player'-percentage is wettelijk bepaald op minstens 84%. "Bij veel producten van de loterij is dat maar 50 tot 60%", zegt Thomas Van Cromphout. "In Frankrijk is het ook veel minder en dat merken we in onze vestigingen vlak bij de grens. Alle machines zijn trouwens gecontroleerd en geijkt door de Kansspelcommissie, en begrensd op een gemiddeld uurverlies van 25 euro."

Belangrijk is wel dat woordje 'gemiddeld'. Wie niet kan zwemmen en door een rivier waadt die gemiddeld één meter diep is, kan gemakkelijk verdrinken. Het uurverlies van 25 euro voor speelzalen - in casino's is dat overigens 70 euro - is berekend op de wet van de grote getallen. Wie 200.000 keer speelt in een automatenhal zou niet meer dan 25 euro mogen verliezen. Wie echter 'maar' 100 spelletjes speelt, kan wél flink op de proef gesteld worden door Dame Fortuna. Het verschil tussen de ingezette en gewonnen bedragen bij de speelhallen bedraagt in ons land volgens de meest recente cijfers 157 miljoen euro. Dat bedrag loopt mondjesmaat terug, maar is wel nog steeds meer dan het dubbele dan de online gokspelletjes - wat toch aangeeft dat de business nog steeds goed boert, ook in digitale tijden.

ONDER EEN BRUG

"Een speelhal die een beetje draait, maakt toch al snel een omzet van zo'n 60.000 euro per maand", zegt Ignace Van Weyenbergh, regiomanager Vlaanderen bij Golden Palace. "Dat zijn mooie bedragen, maar wij dragen ook veel af aan de staat, hoor. Elk jaar moet er op elk toestel 3.570 euro belasting betaald worden, voor het jaar dat nog moet komen. Met zo'n veertig toestellen betekent dat ruim 140.000 euro per speelhal. En zo zijn er bijna 180, hè. Toch krijgen wij veel kritiek in de samenleving. In landen waar ze het gokken verbieden - zoals lange tijd in Frankrijk - doen ze het allemaal illegaal en betalen ze géén taks. Net zoals de insinuaties dat wij zwart geld witwassen. Leg me eens uit hoe dat kan? Wij betalen winsten cash uit en schrijven nooit een briefje: 'Persoon X heeft zoveel euro gewonnen.' Ik kan aan een biljet niet zien of het zwart geld is, maar dat kan de bakker ook niet, hè? Dat louche imago raken we om de één of andere reden niet kwijt. Het is de wet die ons oplegt dat je hier niet naar binnen kan kijken, en zo ontstaan er allerlei verhalen. Dat de mensen hier strontzat naar buiten strompelen, nadat ze eerst hun huis hebben verspeeld en daarna met hun allerlaatste centen drugs gaan kopen om onder een brug te gaan liggen. Klopt niets van."

"Marginaliteit vind je hier niet. Wie mij niet gelooft, is alle dagen welkom om te komen kijken. Maar dat taboe is er vooral in Vlaanderen. In Wallonië en in Nederland is gokken in een speelhal veel meer maatschappelijk aanvaard."

Net zoals in een goed café is een klok onbestaande in een speelhal. Bedoeling is om het tijdsbesef bij spelers niet te laten doordringen. Honger krijgt ook geen kans. Wanneer Jeroen Meus 's middags op het tv-scherm een ovenschotel klaarmaakt, komt de uitbater in Berlare rond met een schotel vers belegde broodjes on the house. In Mechelen staan de hele dag een ketel met warme soep, koffie en gebakjes voor een prikje. Een cola kost amper 50 cent. "Door dat soort gezelligheid komt het dat veel mensen liever hier spelen dan thuis alleen voor hun computerscherm. Hier hebben ze tenminste nog wat sociaal contact", zegt Van Weyenbergh.

Schuldgevoel

Katrien (38) en Katleen (36) (*) zijn twee vriendinnen en hebben er goed schik in. Ze staan 600 euro op winst. Ze zijn beginnen te spelen met 700 euro, nu staat er 1.300 euro op het toestel met de mysterieuze naam 'Book of Ra'. "'t Is maar tikken, hè, moeilijk is dat niet. Maar spannend wel", zegt Katleen, terwijl ze vooral nerveus wordt door de aanwezigheid van een fotograaf. Ook zij wil onder geen beding met haar echte naam in de krant, want haar man weet niet dat ze weer gokt. "Niet dat ik vroeger zoveel geld heb verbrast, maar ik zat soms hele dagen in de speelhal en daar kregen wij gigantische ambras om. Hij is me ooit eens van achter die kast komen halen en dat was een hele scène. Hij zou me iets doén, mocht hij weten dat ik hier zat. Dat schuldgevoel knaagt wel. Ik weet nu al dat ik straks één of ander verhaaltje moet verzinnen voor hem, terwijl ik dat eigenlijk liever niet wil."

Waarom dan toch al die hindernissen nemen voor een spel dat niet weinig mensen als afstompend zouden bestempelen? "Dat is de sensatie van iets te kunnen winnen. Ik had dat vroeger al bij een gewoon spelletje. Ik heb me zelfs eens uitgeschreven bij de Kansspelcommissie (zelf een toegangsverbod aangevraagd, red.) en toen kon ik hier een halfjaar niet binnen. Toch bleef het kriebelen en nu kom ik nog eens af en toe. Je hebt dat of je hebt dat niet. En ik heb dat."

(*): schuilnamen

***

KANSSPELCOMMISSIE

"Aantal speelzalen terugbrengen tot 150"

Met een hele reeks regels - zoals weinig reclame, geen inkijk, leeftijdsgrenzen en een gereglementeerd uurverlies - probeert de Kansspelcommissie de sector van de speelautomatenhallen in goede banen te leiden. De zalen verbieden is geen oplossing, klinkt het. "Mensen gecontroleerd laten gokken, met een zwarte lijst van personen die niet naar binnen kunnen, is veel beter dan het fenomeen bestrijden en er zo voor zorgen dat het illegaal gokken in achterafzaaltjes weer toeneemt. Want daar hebben we geen controle op en dat moeten we vermijden", zegt woordvoerster Marjolein De Paepe.

Momenteel is het aantal speelhallen begrensd tot 180. Dat aantal moet wel omlaag, vindt de commissie. "Niet omdat we een grote tegenstander zijn van de zalen, wel omdat we ervoor willen zorgen dat ze allemaal levensvatbaar blijven. We willen komen tot 150 hallen in België en zullen daarom geen vergunning meer geven aan zalen die willen verhuizen naar een andere gemeente. Zo komt er een geleidelijke afbouw." Dat het aantal speelautomatenhallen toeneemt, is een foute perceptie, zegt De Paepe nog. "In realiteit zijn het er mínder dan vroeger, maar ze vallen wel harder op in het straatbeeld. Veel hallen behoren toe aan grote groepen die ook online erg actief zijn. Ze proberen hun naambekendheid te vergroten door de buitenkant van de zalen attractiever te maken."

11:17 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

16-12-17

Gekruip en gekronkel en klaar is je compost

Op je balkon, in de tuin of in de meterkast: een wormenhotel past overal. Maar wat komt er precies kijken bij ­doe-het-zelfcompost?

Jorien van der Keijl 
©Ted Struwer

"De wormenhotels staan daar." Cristina Garcia Martin (43) wijst op haar balkon in De Baarsjes naar een paar op elkaar gestapelde plastic bakken. Als ze een deksel van een van de 'hotels' optilt, zijn de gasten te zien: honderden wormen krioelen tussen de etensresten. Ze maken van het gft-afval vruchtbare compost. Duurzaam, simpel en goedkoop - en je bent meteen je afval kwijt. 

Garcia Martin begon ermee toen ze verhuisde van een huis met tuin naar een appartement met balkon. "Eerst gooide ik mijn gft-afval gewoon in de tuin met een laagje aarde eroverheen, maar dat kan hier niet." Het recyclen kreeg ze van huis uit mee. "Mijn ouders gooiden nooit iets weg. Vooral vanwege armoede, maar ze leerden me zo ook om afval met andere ogen te bekijken." Op haar balkon verbouwt Garcia Martin ook groenten en fruit. "De restanten daarvan gaan straks weer op de composthoop. Het is een circulaire economie. Mijn terras is net een kringloop."

Emmers stapelen
De methode is simpel. Voor een paar tientjes kocht Garcia Martin vier grote emmers bij een tuincentrum. Ze prikte aan de onder- en zijkanten grote ­gaten, zodat de wormen van etage naar etage konden kruipen. De emmers stapelde ze op elkaar: onder in elke emmer plaatste ze twee bak­stenen, waarop de volgende kon rusten. Het gft-afval gooit ze altijd in de bovenste emmer. De wormen doen de rest. 

Hoe ontstaat die compost? "Door poep," zegt ecoloog Joost Duivenvoorden van de UvA. "Wormen, maar ook schimmels, bacteriën en insecten eten het organische materiaal. Vervolgens zorgt hun ontlasting ervoor dat die stof als kleinere deeltjes naar buiten komt, als compost." Die sijpelt door de gaten naar de benedenverdiepingen van het hotel. Op de begane grond ligt de meest vruchtbare compost. "Dat komt doordat deze compost uit alleen maar organisch materiaal bestaat. Het bevat veel macro­nutriënten als stikstof, fosfor en kalium. Dat is de voeding waar planten goed van groeien," legt Duivenvoorden uit. 

Toch verdwijnt potentieel vruchtbare compost samen met het gewone huisvuil zo de verbrandingsovens in, want de gemeente haalt geen gft-afval op. Het zou niet rendabel zijn om gft-afval te scheiden, omdat veel Amsterdammers geen ruimte hebben voor een gft-bak. Met de bouw van een nascheidingsinstallatie, die ­onder andere plastic, metaal en drankkartons uit het huisvuil haalt, wil de gemeente na de zomer alsnog gft gaan scheiden.

Wachtlijst voor wormenhotel
"Ik hoop dat de gemeente zo veel aan­vragen krijgt dat ze niet meer om het scheiden heen kan," zegt compost­expert  Peter Jan Brouwer (55), die ook initiatief­nemer van Stichting Buurtcompost is. Zijn compostavontuur begon met een hoop tuinafval bij zijn zomerhuisje in Egmond. "Uit luiheid liet ik die hoop eerst liggen. Toen ik me later in composteren begon te verdiepen, nam ik elk weekend een emmertje met groente- en fruitafval mee om erbij te gooien. Het werd een supergoede composthoop."

Maar de kinderen werden ouder en wilden niet meer mee naar het zomerhuisje, waardoor Brouwer vaker thuisbleef. "Ze gingen liever naar Disco Dolly. Zat ik daar in Egmond met dat emmertje." En dus begon hij een nieuwe composthoop met wormen, in een zelfgemaakte bak in de meterkast, op driehoog in De Pijp. In het geheim: "Ik wist niet ­zeker of mijn vrouw dat leuk zou vinden."

De wormenbak hield drie jaar stand. Brouwer was er zo ­enthousiast over dat hij in 2015 in Zuid een buurt­initiatief begon met gedeelde wormenkasten. Eerst voor een groepje van vijf buren; inmiddels doen twintig gezinnen mee en zijn er in de hele stad ­vijftien wormenhotels waar buren hun gft-afval ­verzamelen. De gemeente plaatst er dit jaar 25 bij. Dat is geen overbodige luxe, want Brouwer heeft nog tweehonderd Amsterdammers op de wachtlijst staan. 

In de meterkast, tuin of balkon: zelf compost maken kan overal. En op de composthoop kun je bijna alles kwijt, meent Brouwer: "Koffiedik, eierschalen, theezakjes, groente. Maar wel met mate. Dus niet een hele emmer ­sinaasappelschillen, maar gewoon twee. En zorg voor een beetje afwisseling." 

Gaat dat niet stinken? "Met de juiste verhoudingen ruik je de geur van bosgrond." Volgens Brouwer is je neus de graadmeter. "Als het gaat stinken, dan moet je meerkarton toevoegen. Eierdozen, bijvoorbeeld." Garcia Martin en Brouwer raden gekookt eten af. Vlees is al helemaal uit den boze. Garcia Martin: "Dan heb je kans op maden, die weer ratten kunnen aantrekken." 

Wormen heb je hoe dan ook nodig: zonder wormen geen compost. Garcia Martin begon met 'koud composteren', zonder deze kleine diertjes. Maar na vier weken leek er nog niet veel te zijn veranderd. Alleen de etensresten gingen erg stinken. "Om van de stank af te komen, moet je het afval blijven omscheppen en steeds weer nieuw materiaal toevoegen," zegt Garcia Martin. Toen ze eenmaal wormen aan de berg had toegevoegd, stonk het afval niet meer. Na zes weken had ze haar eerste compost. 

Heb je een wormenfobie, dan heeft een composthoop in de tuin de meeste kans van slagen. Maar over je angst heen zien te komen, is nog beter: ook Brouwer zegt dat wormen het proces drastisch versnellen. "Zelfs naar mijn in mijn composthoop in Egmond waren wormen gemigreerd, zonder mijn bemoeienis. Mensen moeten gewoon even over de ieuw-viesgedachte heen stappen."

Houd ze binnen
Wormen bestel je makkelijk online bij een kwekerij. Voor de composthoop van Garcia Martin waren twee bakjes ­genoeg: "Wormen planten zich voort naar de ruimte die ze hebben. Ze houden hun leefruimte in evenwicht." Om de gasten een optimaal verblijf in het ­hotel te ­geven, moet hun omgeving altijd vochtig blijven.  

Brouwer: "Wormen ademen door hun huid; als ze uitdrogen gaan ze dood. Door komkommer en sla toe te voegen, kun je dit voorkomen. Of voeg wat water toe." Ook Garcia Martin denkt aan haar wormen door niet te veel zure sinaasappelschillen tegelijk in het hotel te gooien. 

De wormen kunnen tegen temperatuur van 3 tot 25 graden en lossen temperatuurschommelingen zelf op. Het zijn heel slimme beestjes, zegt Brouwer. "Wordt het te koud, dan kruipen ze naar binnen, dus je composthoop moet wel groot genoeg zijn." De plastic bakken van Garcia Martin staan in de schaduw: "Als een composthoop in de brandende zon staat, is er een grote kans dat de wormen eruit kruipen. Dat wil je echt niet."

Voor wie geen buitenplaats heeft en compost maken in de meterkast niet ziet zitten, is er nog een derde methode: bokashi. Bij deze Japanse methode gebeurt het composteren binnenshuis in een speciale emmer. Met een zakje ­bokashi-startermix, bestaande uit micro-organismen met verzadigde tarwezemelen, zet je het afval om in een rijke bodemverbeteraar. 

Composteren is overigens niet alleen goed voor het ­milieu. Garcia Martin: "Het is zo ontspannen. Je kunt er heerlijk mee experimenteren." Brouwer ziet bij zijn buurtinitiatieven op zijn beurt dat compost maken een band schept: buurtbewoners praten hierdoor meer met elkaar. "Logisch, want van compost maken word je blij."

10:02 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

14-12-17

de eerste zin...de laatste...en alles ertussenin...

 

 

Het moeilijkste aan het schrijven van elk nieuw verhaal, vind ik, 
is het opschrijven van die eerste zin, de openingszin zeg maar.
Ik zal niet beweren dat een verhaal staat of valt met de eerste zin,
dat nu ook niet, de eerste zin moet de lezer vooral aanzetten tot het
lezen van het hele verhaal, daartoe dienen zulke zinnen.
De laatste zin schrijven, vind ik ook niet eenvoudig en ook niet prettig,
omdat ik nog nooit goed was in afscheid nemen van iets of iemand
kan ik ook niet goed afscheid nemen van een zelfgeschreven verhaal.

In het verleden ben ik al vaak een verhaaltje begonnen met:
‘Er was eens…’ gewoon omdat ik dat zelf zo’n uitnodigend begin vind,
'er was eens….'daar kan ik alle kanten mee uit en het past uitstekend
als start voor elk verhaal maar ik kan niet eeuwig en altijd op
hetzelfde beginzinnetje teren, ook al heeft het al vaak zijn nut bewezen
moet ik af en toe eens iets anders verzinnen.

Ik schrijf graag, erg graag, niets ter wereld kan me van het schrijven
afhouden, ik houd ook van schrijfgerei, potloden, pennen en papier,
ik bezit tegenwoordig verschillende pennen en heb een heel
assortiment schriften.

Op vierjarige leeftijd kon ik mijn naam al schrijven, in koeien van
letters weliswaar, mijn moeder had mij dat tussen haar drukke
bezigheden in geleerd maar toen ik dat fier als een pauw
demonstreerde aan de zuster en de andere kinderen in het
kleuterschooltje waar ik naartoe ging, werd dat niet gewaardeerd,
het maakte niet eens indruk.
Wie schiep er hemel en aarde, vroeg de zuster, en ze ging over tot
de orde van elke dag, stond vooraan in de klas in haar grijs habijt
en schotelde ons moeilijke vragen uit de catechismus voor.
Ik begreep er maar weinig van en kon bijgevolg vaak niet antwoorden,
neen, ik was geen uitverkoren kindje van de goede god, zei de non…
tja, toen al niet...

Ik hou van verhalen die andere mensen mij vertellen, hetzij schriftelijk
maar nog het liefst rechtstreeks uit de mond, luchtige verhaaltjes en
zwaarwichtige vertellingen, liefdesgeschiedenissen en levensverhalen,
ik hoor en lees ze allemaal even graag.

Mijn schrijver was hier gisteren nog op bezoek, hij had bloemen mee,
ik zette ze in mijn mooiste kristallen vaas. Hij zou willen dat ik een
boek schrijf, dat heb ik al eerder verteld, en dat ik mijn woorden niet
verspil aan die kleine kronieken, hij gaf me in het verleden al veel tips
en adviezen om beter te schrijven waar ik nog elke dag dankbaar
gebruik van maak voor mijn eigen verhaaltjes maar een boek zit er
niet in niettegenstaande zijn enthousiasme en aanmoedigingen.
Ik heb geen zittend gat en om een boek te schrijven moet je héél
gedisciplineerd elke dag van de week schrijven, urenlang, anders
krijg je nooit een boek gevuld. Laat me maar opstelletjes schrijven,
kort of lang is van ondergeschikt belang.

Vandaag staan de bloemen nog even stralend op mijn keukentafel
als gisteren. Ik was zoals altijd blij om hem te zien, hij is weinig
veranderd, zelfs nu hij tegen de zeventig loopt is er in zijn manier
van doen nog niets van ouderdom te zien. Hij is lang en slank,
goed geschoren en met zorg gekleed, hij zit mooi rechtop, en niet
zoals zovelen van zijn leeftijd, onderuitgezakt als een pudding,
in mijn armstoel. Hij praat gemakkelijk over koetjes en kalfjes maar
belangrijke en dringende zaken gaat hij niet uit de weg.
Er is iets in zijn houding waarmee hij me duidelijk maakt dat hij tijd
voor me heeft, alle tijd en dat is zo vleiend voor mij dat het in mij het
beste naar boven brengt en ik voel me bij hem nooit oud.
Gisteren beloofde hij dat hij me zou meenemen op reis, neen, niet naar
een ver, vreemd land aan de andere kant van de wereld, hij weet dat
ik niet graag reis, hij zou een land kiezen binnen Europa waar we
zouden logeren in een vijfsterrenhotel, hij zou een kamer voor ons
reserveren, een luxe kamer met uitzicht op de zee, ’s morgens zouden
we de mist zien optrekken en verder zou de dag stralend en helder zijn
en zou er tussen ons geen onvertogen woord vallen.
Natuurlijk heb ik geen moment geloofd dat hij mij echt zou meenemen
op reis.
Het zijn maar lichtvoetige, speelse woorden waar hij vaak
gebruik van maakt.
Ten slotte stond hij recht, keek me doordringend aan alsof hij op een
antwoord van mij wachtte maar ik knikte enkel, boog me naar hem
toe en legde heel kort mijn hand op zijn arm.
Daarna ging hij naar buiten, de koude avondlucht in.

Toen hij vertrokken was, pakte ik het boek dat hij mij had gegeven,
je kunt het lezen of je kunt het niet lezen had hij gezegd,
het maakt niets uit en ik begon te lezen. Ik las en ik las en vergat
de tijd en alles en iedereen, toen het te donker werd om te lezen
stak ik het licht op, ik vergat te eten, mijn poezen herinnerden mij aan
mijn plichten, ik liet hen buiten voor een plas en een tijd later weer
binnen, vulde hun etensbakje en zorgde dat ze te drinken hadden en
ik las verder. Het was een wonderlijk verhaal, soms wreed en
bloeddorstig en soms luchthartig en grappig, ik zat te lachen in mijn
keuken maar niemand anders dan de poezen hoorden mijn gelach.

Voor vandaag zet ik er een punt achter.
Achter het lezen en ook achter het schrijven.
Ik eet nog een kom yoghurt met wat fruit, drink een glas water en
ruim de keukentafel af, zet de stoelen aan de kant en ga naar bed
in het besef dat dit voor vandaag mijn laatste zin is…



11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

13-12-17

MINERAÇÃO DE BITCOIN JÁ CONSOME MAIS ENERGIA DO QUE 159 PAÍSES

Toda a mineração de bitcoin no mundo consome um total de 29 bilhões de kWh (Quilowatt-hora), ou 0,13% de todo o consumo global de eletricidade; este valor em porcentagem parece baixo, mas é superior ao gasto de 159 países, incluindo boa parte dos países da África e América Central, além de países na Ásia e Oriente Médio

Infomoney - Se no começo minerar bitcoin era algo que qualquer um podia fazer em casa, hoje, devido ao alto número de transações, fazer isso com um simples computador é praticamente impossível. E um dado recente levantado pelo Digiconomist mostra exatamente esta realidade do alto gasto de energia consumida pela mineração da moeda.

Para se ter uma ideia, todo a mineração de bitcoin no mundo consome um total de 29,05 de TWh (Terawatt-hora) de eletricidade anualmente – o que equivale a 29 bilhões de kWh (Quilowatt-hora). Minerar já gasta mais eletricidade que Irlanda, Croácia, Uruguai e Equador. Na África, apenas três países consomem mais: Egito, África do Sul e Argélia.

Segundo a Power Compare, a mineração de bitcoin já é responsável por 0,13% do consumo total global de eletricidade. Este valor em porcentagem parece baixo, mas é superior ao gasto de 159 países juntos, incluindo boa parte dos países da África e América Central, além de países na Ásia e Oriente Médio.

Se todas as máquinas ligadas a blockchain do bitcoin fossem uma nação, este país fictício ocuparia o 61º lugar em consumo de energia. No caso do Brasil, o país fica em oitavo no ranking dos que mais gastam eletricidade, sendo que a atividade de mineração de bitcoin consome o equivalente a 5,61% da demanda brasileira.

07:38 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

 
Aangepast zoeken