08-04-18

Het Land van Trump: Onnozeler kan niet - 3

“Heb je je benen dichtgedaan?”: rechter onder vuur na brute ondervraging van slachtoffer verkrachting

 ThinkStock
Er is een onderzoek gestart naar een Amerikaanse rechter die het slachtoffer van een verkrachting op een brute manier ondervroeg in de rechtszaal. John Russo uit New Jersey moet zich verantwoorden voor het schenden van de gedragsregels omdat hij de vrouw onder meer de vraag stelde of ze haar benen had proberen dicht te doen om de aanranding te voorkomen.

Het incident gebeurde in 2016, tijdens een hoorzitting over een omgangsverbod dat de vrouw had aangevraagd tegen een man die ze beschuldigde van verkrachting. De kerel zou haar ook verbaal en fysiek mishandeld hebben, haar wagen onklaar hebben gemaakt, gedreigd hebben dat hij haar huis zou platbranden, van haar gestolen hebben en gedreigd hebben dat hij haar dochter zou afnemen. 

Seks

Volgens het verslag van de zitting stelde de rechter enkele erg brute vragen toen de vrouw de aanranding beschreef. “Weet je hoe je iemand ervan kan weerhouden om seks met je te hebben”, vroeg de rechter. Toen de vrouw antwoordde dat ze dat wist en dat één manier weglopen was, klonk het: “Je benen dichtdoen? De politie bellen? Heb je een van die dingen gedaan?”

???

19:08 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

06-04-18

in de ban van "de groote oorlog"

 

 

Tijdens de voorbije paasdagen logeerde mijn kleinzoon bij mij, 
mijn oudste kleinzoon, de kleinzoon die, omdat hij zo nieuwsgierig is
naar het verleden reeds een enorme en uitgebreide kennis bezit over
"de Groote oorlog", elke keer hij hier bij mij verblijft gaan onze
gesprekken hoofdzakelijk over de oorlog waarvan het einde,
zoals hij weet, binnenkort 100 jaar geleden zal zijn.
Hij weet ook dat zijn over-overgrootvader, mijn pépé dus, tijdens de
oorlog als jonge soldaat gevochten heeft, dapper natuurlijk
en zijn broer heeft verloren tijdens de strijd.
Wie mijn kleinzoon bezig hoort zou er kunnen van uit gaan dat
mijn pépé en zijn broer, omdat ik nu eenmaal in de frontstreek woon,
100 jaar geleden in mijn achtertuin het land hebben verdedigd
tegen de vijand.
Mijn kleinzoon praat soms over mijn grootvader en zijn broer alsof
hij ze hoogstpersoonlijk kent, alsof hij verwacht dat ze hier elk
moment in hun uniform voor de deur zullen marcheren.

Eén attractie die nooit mag ontbreken op het programma tijdens
zijn verblijf bij mij is een bezoek aan het Tyne Cot.
Urenlang kan hij ronddwalen op die begraafplaats en ook de
tentoongestelde wapens in het museum, de vele zakboekjes,
naamplaatjes, uniformen, oude foto’s, kaarten, granaten en kogels,
erekruisen en andere tekens wil hij elke keer opnieuw gaan bekijken.

Op paasmaandag wandelen we ernaartoe, het is een behoorlijke lange
wandeling, het is een koude voorjaarsdag, het regent en de wind rukt
met geweld aan de capuchon van onze regenjas maar dat schrikt hem
niet af, mij ook niet.
Mijn kleinzoon is een blond, knap, mager soort kind dat elke dag van
’s morgens vroeg in de hoogste versnelling leeft.
Héél de weg naar de begraafplaats vraagt hij mij voor de zoveelste keer
het hemd van het lijf over wat en hoe de gevechten geweest zijn.
Hij vraagt maar en hij vraagt maar door alsof er niets is dat ik niet
weet.
Soms vraagt en vertelt hij in de tegenwoordige tijd alsof het hier
en nu oorlog is en we elk moment een zieltogende gewonde in de
greppel zullen vinden, hij zou niet eens verbaasd zijn moesten we
een stelletje soldaten die zich achter de bosjes voor de vijand hebben
verschanst, in het vizier krijgen.
Als ik geen antwoorden meer weet op zijn vele vragen vertel ik hem
een oorlogsverhaal waar hij gretig naar luistert alsof hij het nog
nooit eerder hoorde, nochtans, ik vertel hem elke keer hij hier verblijft,
met hier en daar een kleine wijziging of toevoeging, altijd hetzelfde
verhaal.
Hij vindt het niet erg dat mijn verhaal geschiedkundig niet
zuiver is en dat de werkelijkheid zeker en vast nog veel erger en
straffer was dan we kunnen dromen, we weten allebei dat
ons voorstellingsvermogen ontoereikend is om die gruwel te
kunnen begrijpen.
 

Op de kapotgeschoten weg naar Ieper, zo begin ik mijn vertelling,
enkele kilometers ervan verwijderd, klauterden een groepje jonge
onervaren soldaten uit de vrachtwagens. Ze nemen afscheid van de
chauffeur, ze zwaaien nog eens want de laatste kilometers naar
het front moeten ze te voet afleggen.
Toen ze door de meest bekende stad van het westelijk front liepen,
zagen ze dat die ooit zo rijke en welvarende stad herschapen was in
één grote ruïne, overal lagen hopen stenen en puin, weinig muren
stonden nog recht.
Ze lieten de verwoeste stad achter zich en sloegen de weg in naar
Passendale.
Toen ze enkele uren geleden uit de vrachtwagens waren gestapt
hadden ze nog nooit eerder een slagveld gezien, ze droomden van
uitzonderlijke moed en heldendaden. Ze zouden het land verdedigen
en veroveren en de vijand zware onherstelbare verliezen toebrengen.

Aan het front was het één doffe ellende, het regende nu al dagen.
Het regende, het regende onafgebroken, zover ze konden zien en
eigenlijk was er niets te zien, zagen ze modder en modder, ze konden
niet marcheren, ze moesten bijna zwemmend de frontlinie bereiken
en proberen om te ontsnappen aan de vijandelijke kogels.
De modder was het ergste, de modder was chronisch, sommige soldaten
vroegen zich af hoe de mensen hier leefden. De chaos op het strijdveld
werd met de dag erger hoewel ze met onverminderde kracht en moed
de tegenstrijdige bevelen opvolgden want al dagen geleden waren
alle telefoonlijnen vernield en zaten ze afgesneden van de bewoonde
wereld. De strijd ging gewoon verder, de ene dag wonnen ze een
stukje terrein, de andere dag verloren ze hetzelfde stukje..
De gezichten van de soldaten waren vies en vuil en vertrokken in
grimmige woede, in hun koude vuisten klemden ze hun geweer.
Héél vaak waren de wapens verstopt door de modder en onbruikbaar
en daarom probeerde iedereen met een soort koortsachtige haast
om zijn wapen te herstellen zodat het straks bruikbaar zou zijn tijdens
de nieuwe aanval. Iedereen staarde door de mist en lag ingespannen
te luisteren want plots kon de vijand verschijnen.
De gewonde soldaten hadden ze een beetje aan de kant gelegd of
in een bomkrater gerold. Het leven vloeide langzaam weg uit de
gewonden, elk voelde zijn eigen pijn, er was niemand die kon helpen.
De brancardiers werkten nochtans hardnekkig aan hun bijna
hopeloze opdracht om te zorgen voor de talloze gewonden die hadden
gevochten in de voorste linie en de dood in de ogen hadden gekeken.
De tol aan doden was groot, het aantal gewonden konden ze niet
langer overzien.
Op het slachtveld bevonden zich de levenden, hun lippen waren korstig
en droog, hun holle ogen brandden van de rook die onophoudelijk
over het veld walmde, ze hadden al dagen geen warm eten meer
gekregen, de modder bemoeilijkte de bevoorrading, ze hadden niets
anders te doen dan te wachten op de volgende strijd.
De vijandelijke beschietingen hielden dag en nacht aan, iedereen
was nat, moe, hongerig en uitgeput, de bommenwerpers gooiden hun
bommen weg en weer, alle mannen vochten verbeten om een stapje
vooruit te komen, sommige mannen verloren elke zin in richting
en verdwaalden.

Op 10 november kregen ze te horen dat de strijd over was,
de soldaten hadden het té koud, waren té hongerig, té nat en té moe
om blij te zijn.
Even later viel de eerste sneeuw over het slagveld en in de met water
gevulde kraters, eerst vermengde de sneeuw zich met de modder en
vormde het geheel een vieze, papperige brij maar na een tijd bleef
ze liggen en bedekte de plaats van verschrikking met een smetteloos
wit deken…

Van zodra we terug thuis zijn, legt mijn kleinzoon zijn kleurstiften
gereed om een tekening te maken terwijl ik voor het avondeten zorg.
Even later staat er een  getrouwe voorstelling van een slagveld
"in het heetst van de strijd" op zijn A5 tekenblad, geen enkel detail
is hem ontgaan. Ik prijs en bewonder zijn werk en
kondig aan dat we kunnen eten.
Gaan we morgen eens naar Ieper, vraagt hij.
Morgen of overmorgen, beloof ik, hij ruimt zijn tekengerief op,
dekt de tafel en even later kunnen we eten.
Hij beweert dat hij reuze honger heeft en eet met smaak...





 

11:05 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

04-04-18

De enigmatische glimlach van de Chinese President: Xi Jinping

Net zoals Mona Lisa lijkt het erop dat achter zijn immer aanwezige glimlach, er zich een geheimpje verschuilt.

Om super eerlijk te zijn, ik houd van zijn glimlach. Het doet hem met kop en schouders boven Trump uitsteken. Trumpje verdwijnt in het NIETS naast Xi. Als hij denkt dat hij iets weet, dan is Xi daar al heen en terug van geweest.

Mensen die ALTIJD glimlachen zijn belangrijk. Zelfs wanneer het persoonlijk noodlot hen achtervolgt, dan nog zijn ze ongenaakbaar en ontwapenend. Ik weet dat het zich, af en toe, betreft om een ongewilde uitdruk en te zien heeft met een vertrokken aangezicht, maar dan nog maken ze indruk. Men voelt zich op hetzelfde ogenblik aangetrokken en ook heimelijk ongerust. Vertrouwd en geprikkeld nieuwsgierig.

Wat heeft deze man te verbergen? Waarom zoveel zelfvertrouwen? Ongenaakbaarheid? Waarom gaan eendere mannen zover in het leven? Zijn ze dan werkelijk nooit eens triestig? Teneer geslagen? Waarom trekken ze mij aan? Zou ik mijn geld wel aan hen toevertrouwen?

Natuurlijk, zeker en vast. Hij heeft er geen enkel belang in te verdwijnen met niets. En met veel, nog minder. Hij heeft er wel belang in dat je je rustig voelt. Opgewekt en rustig positief.

Je krijgt geen vat op iemand die voortdurend glimlacht. Ik zeg wel glimlacht en niet LACHT. Want teveel lachen leidt naar onnozelheid. Diene Kim van Noord Korea mag wel snugger zijn, maar zijn lach verstoort. Net alsof hij niet meer beschikt over al zijn vijf vijzen. Maar Trump overtreffen in LOMPHEID doet hij niet. Ten hoogste evenaart hij.

Er bestaat geen de minste twijfel over dat China, op den duur, de grootste wereldmacht zal worden. Met de glimlach van Xi erbij, als gratis toemaatje. Lachend van de Amerikaanse boel zoals geen andere, waarbij zelfs Poetin, Trump in zijn handen houdt. Het gaat zonder spreken dat dat gedoe met het Gouden Stortbad van Trump, gefilmd is geweest en dat Poetin dat op het juiste ogenblik aan de mensheid openbaar zal maken.

Wie nog leeft, zal het zien.

Een opgedraaide worst zoals Trump zal er letterlijk bij verzwolgen worden.

Iedere keer ik diene "big mouth" zie herinner ik mij Harry Andree, een Duitser die kort na de oorlog gevangen genomen is geweest en gediend als persoonlijke lijfwacht voor Generaal Eisenhouwer. Een enorme bruut met varkensoogjes die net als Trump denkt en handelt. Hij heeft mij eens meegenomen naar dat enorm natuurpark in Florida, waar er krokodillen en andere reptielen bij de duizenden leven. Toen ik even omkeek naar een zwart opdienstertje, terwijl we een pintje aan het drinken waren, verwittigde hij me, me niet te vermengen met zwarten. Een duidelijke racist en fascist, opgeklommen tot Directeur International Sales van de multinationale firma Rockwell International. voor wie we, in Brazilië, offset drukmachines verkochten.

Hij is eens vlakaf ontmaskerd geweest gedurende een rondetafel vergadering in Rio door Adolpho Bloch, uitgever en eigenaar van diverse tijdschriften, die hem, eigenaardig genoeg, bijna onmiddellijk heeft aangesproken in het Duits en binnen luttele minuten de tafel heeft verlaten om nooit nemeer terug te keren.

Ik vermoed dat ze van elkaar hebben ontdekt dat ze in tegenstrijdige kampen stonden en de koper, de verkoper naar de hel heeft verwenst.

Harry Andree, één van de vele Trump's van de VSA.

Dat Lucifer hem intussen onder zijn hoede heeft genomen!

Zoals ze het zeggen in Brazilië: "um tremendo Filho Da Puta".

Com todo o respeito.

07:00 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print