27-03-18

hier en nu...

 

 

Eindelijk zou het nu gaan gebeuren.
De vlucht duurde eindeloos lang.
Ik, die mijn hele leven nog nooit had gevlogen had er nu bijna een
vlucht van vierentwintig uren opzitten.

Het is héél erg lang geleden dat ik hem voor het laatst zag, ik heb hem
zo vaak gemist en vroeg me af of dat altijd zo zou blijven, als ik de rest
van mijn leven zou moeten leren leven met dat knagend gemis.
Maar nu…

Van zodra ik door de aankomsthal liep, zag ik hem, herkende hem
meteen, mijn boomlange, graatmagere zoon met de indringende
blik van zijn lichtblauwe ogen, zijn bleke haar dat altijd al dezelfde
kleur had als het mijne.
We omhelsden elkaar onwennig en toch onstuimig.
Ik hield hem lang in mijn armen met tranen in mijn ogen,
toen ik hem eindelijk losliet hield ik zijn hand vast en stond hij me toe
om hem lang en aandachtig aan te kijken waarbij ik elk detail van
zijn gezicht in me kon opnemen.

Het was vijftien jaar geleden dat ik hem nog zag, lang heb ik gedacht,
tegen beter weten in gehoopt dat hij zou terugkeren uit dat verre,
vreemde land dat niemand kent.

Arm in arm liepen we naar een hotel waar hij een kamer had
gereserveerd, één kamer met twee bedden, dat vond ik toch goed?
Ik vond het prima.
De eerste morgen lag ik al vroeg klaarwakker in het vreemde bed te
kijken hoe het daglicht door een kier in de gebloemde gordijnen naar
binnenviel en zich een weg baande tot tegen de muur tegenover het bed.
Dat ik hier nu een kamer deelde met mijn zoon was toch waanzinnig,
bedacht ik en ik draaide me naar de kant waar hij sliep maar mijn
zoon zat reeds rechtop in zijn bed naar mij te kijken, zijn haar in de
war en met een gelukzalige glimlach op zijn lippen

Hij zou de volgende dagen met mij door de stad lopen, beloofde hij,
mij alle bezienswaardigheden laten zien, we zouden samen lekker
eten, hij kende enkele restaurantjes waar we zeker naartoe moesten.
We zouden in het park gaan wandelen waar nu van de meeste bomen
de bloesems bloeiden en bedwelmend geurden. We zouden…en hij
somde nog een hele boel andere activiteiten op waar we naartoe
zouden gaan.
Het kon me allemaal niet veel schelen wat we zouden gaan doen,
zolang ik maar in zijn nabijheid kon zijn was alles goed voor mij. 

Op straat was het erg druk en toch vreemd stil en een hele tijd later
pas viel het me op dat er hier helemaal geen verkeer is.
Geen auto’s noch taxi’s, bussen noch trams, iedereen liep er te voet
en zonder haast of doel. De straten en pleinen waren vol mensen,
een rustige stroom zonder einde of begin.
Het was al bijna nacht en nog altijd liepen we arm in arm,
de volle maan scheen zo fel dat het wel dag leek. In de straten bleef
het erg druk, waar gingen al die mensen naartoe, naar een of ander
groot optreden of een festival?
Een doel is hier niet nodig zei mijn zoon, zij die hier zijn, moeten
nooit ergens naar toe en hebben alle tijd van de wereld.
Ik keek en keek in het rond want ik wilde alles goed in me opnemen
zodat ik niets zou vergeten.
Heel even voelde het voor mij niet goed om hier te zijn, alsof het
verboden was, ik hoorde hier trouwens niet thuis maar terwijl ik hier
toch was, zou ik mijn moeder willen terugzien en mijn broer
en mijn vriend…kon dat, vroeg ik.
Ja, misschien zou dat tijdens een van de volgende dagen kunnen
gebeuren, beloofde mijn zoon.
Maar je zal je er niets meer van herinneren als je terug bent,
beweerde hij, het zal allemaal uit je geheugen gewist worden alsof
het nooit gebeurd is.

Vandaag ben ik terug.
Hoe ik terug gekomen ben in het hier en nu weet ik niet.
Heb ik behalve mijn zoon mijn geliefden teruggezien,
ook dat weet ik niet meer.
Heb ik alles gedroomd?
Gefantaseerd?
Gedagdroomd?
Neen!
Gehallucineerd?
Dat denk ik ook niet.
Of misschien toch
…?
Ik zal het nooit weten.
Maar ik weet wel dat er veel is tussen hemel en aarde,
veel meer dan het hier en nu...




 

11:05 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.