21-03-18

Dr. Octavio

Ik was al enkele maanden aan de slag bij Cia. T. Janér Com. e Ind. in Sao Paulo, in 1973, toen ik voor het eerst voorgesteld werd, gedurende een Internationale tentoonstelling van offset drukmachines in het Anhembi paviljoen, aan de Executieve Directeur van de firma, Octávio G. De Faria, die in het hoofdkwartier in Rio verbleef, maar op geregeld bezoek kwam in São Paulo, waar onze installaties nog indrukwekkender waren.

We hadden toen nog rond de 2000 werknemers over alle Staten van Brazilië verspreidt en in meer dan tien afdelingen verdeeld, voor de verkoop, gaande van gewone "huishoudelijke watte" tot en met straalvliegtuigen, bommen en "missels", van Zweedse afkomst. Andere afdelingen waren papier van alle soorten en voor alle doelen, grafische machines (waaronder mijn offset rotary drukpersen van het merk Rockwell/GOSS), waterputten, Zweeds staal, medische instrumenten, en nog 't een en 't ander.. 

Dr. Octávio was er vooral prat op dat zijn familieboom terug ging tot in de zestiende eeuw en van Portugese oorsprong was. Hij had twee ingenieur's diploma's op zak, waaronder een burgerlijk en elektrisch. Hij behoorde tot en was één van de eerste leden van de twee exclusieve Country en Bridge Club's van Rio De Janeiro, waarin hij meermalen tot Braziliaans kampioen werd gekroond. Nieuwe leden worden er alleen maar aanvaard wanneer DRIE peters hun verdediging effectief op hun schouders nemen. Zo wordt het meer en meer een familiezaak, zoals bij de maffia. 

Hij bekeek me van TOP tot TEEN, gedurende deze gelegenheid, heette me van harte welkom in de firma en wenste me veel succes.

Toen we al dicht bij elkaar aan het groeien waren, vooral nadat ik voor veel winst begon te zorgen met de kleinst mogelijke investering en risico, in Rio al, verborg hij niet onder stoelen of banken dat ik zijn lieveling's bediende was. Of zoals mijn jaloerse collega's het noemden, de pupil van zijn ogen.

Nochtans is het niet gemakkelijk geweest zijn vertrouwen te winnen, maar eenmaal zover kon hij het niet nalaten mij 's avonds laat steeds opnieuw naar zijn kantoor te roepen om daar nog uren lang bezig te zijn met vooral ZIJN werk, wanneer hij brieven dicteerde aan zijn secretaresse die ook de ereconsul van Ierland was in Rio De Janeiro en dus perfect Engels sprak, wat hem te pas kwam in zijn internationale correspondentie. Het werd altijd maar duidelijker dat hij echt meer van mijn gewone aanwezigheid genoot dan dat hij mij eigenlijk echt nodig had. Dan beleefde ik vergaderingen mee die niets met mij te maken hadden, maar mij wel leerden dat hij (rood en opgewonden) de les wist te spellen aan de verantwoordelijke managers van alle afdelingen van de firma, waaronder de juridische, commerciële en boekhouding's specialisten en hij me alsmaar dichter bij hem, ook fysisch, aantrok, samen ACHTER zijn bureau, zodanig zelfs dat ik begon te vrezen dat hij misschien van plan was naar mijn kruis te grijpen en homofiele ideeën over mij koesterde, wat ik zelf eigenlijk niet mogelijk achtte, getrouwd zoals hij was, met drie natuurlijke kinderen en één geadopteerde dochter.

De uren verstreken dan langzaam, maar er was geen reden goed genoeg om er vandoor te kunnen muizen. Wanneer zijn oplopende discussies tot het einde kwamen keerde hij zich dan gezwind naar zijn aanpalend toilet waar ik, door de openstaande deur, zijn pis langdurig en luidruchtig hoorde pletsen in het water van de WC-pot en hij er gebruik van maakte om me verder te blijven ondervragen, zodanig dat ik mij eigenlijk niet helemaal op mijn gemak voelde, somtijds al een gat in de avond, terwijl zijn vrouw om het half uur belde om hem eraan te herinneren dat het eten al lang gereed op de tafel stond.

Het was op zo'n avonden dat hij niet aarzelde mij persoonlijk getinte vragen te stellen over mijn persoonlijk leven en ook, zelf, over zijn moeilijke verstandhouding sprak met zijn Zweedse collega's in de "Board of Directers" die alles, ik zeg ALLES, aan hem overlieten voor de nodige oplossingen, terwijl elk, aan hun eigen kloten schartend en hem daardoor werkelijk "over"-belastten. Hij was toen al ver weg in de zestig en werd door iedereen, klanten en leveranciers, voortdurend opgehemeld. Een uitzonderlijk intelligente mens. En ook een uitzonderlijk hart.

Somtijds sprak hij over zijn broers, sommige ervan al dood en een andere, oudere, terminaal ziek en dat hij, van alle mogelijke  sterfoorzaken, hij het meest de verstikdood vreesde, zoals wanneer een tumor in de keel woekert. Hij sprak ook over zijn enige zoon, die hij lief had, maar niet erg waardeerde, wat ik later beter heb verstaan, naïef zoals hij altijd al geweest was en nog steeds is, alhoewel ook ingenieur gevormd.

Hij verklaarde mij eens, achter zijn bureau, naast hem gezeten en na een luide scheet te hebben laten ontsnappen, waarvoor hij zijn linkerbil ophief, zonder zich daarover te schamen en te generen, zijn hand weeral op mijn dij leggend, ongelooflijk eerlijk, dat ik een persoon was die op het eerste gezicht geen goede indruk nalaat, maar dat die indruk, in compensatie, naargelang de tijd vordert, dan overslaat naar een alsmaar groter wordende sympathie en admiratie. En ik wist en ik weet nog altijd, na meer dan veertig jaar, dat hij de waarheid sprak. Te eerlijk zelfs om goed te zijn. Wat deze boodschap bevestigt.

Op een avond nodigde hij me uit om te gaan avondmalen bij hem thuis, samen met mijn vrouw, toen nog, Hilma. Ik weet niet of dat een goed idee is geweest want zij (Hilma) wilde voortdurend het woord voeren en dat bleek de vrouw van Dr. Octavio, Dna. Magali, niet echt te bevallen. Zijn gedacht om mij vervolgens te "up-graden" naar algemene manager heeft Hilma dus waarschijnlijk verprutst, wat ik niet erg vond, want ik was liever een goede en winstmakende werkkracht, dan een verwaande en opgezette uil die er gewend aan wordt naar beneden te stampen en naar omhoog te lekken.

Eens vroeg hij mij rechtuit hoe wij Belgen zich op politiek gebied gedragen. En dan sprak ik over onze Vlaamse onvergaanbare maar ook lelijke, eik-achtige, mannen, die in het algemeen niet meer Godsdienstig zijn en het koningshuis ook niet meer respecteren, maar die zich wel, elk in hun eigen woning, koning voelen en daar nooit lastig gevallen willen worden, tenzij door de klokken van Rome en Sinterklaas met zwarte Piet, ene keer per jaar. Ik zelf ben nooit zo geweest, maar mijn eerlijk antwoord bleek hem gerust te stellen dat ik, in de grond, gene "SOS" was.

Toen was ik er al volledig van bewust dat de firma, praktisch de helft van de winsten deed overschrijven rechtstreeks naar hun (geheime) rekeningen in Zwitserland waar ze verdeeld werden tussen de aandeelhouders en waar ik, wilde ik of wilde ik niet, bij betrokken werd. Toen legde hij weeral eens zijn hand op mijn knie en beweerde hij dat ik hem gemakkelijk in het "gevang" zou kunnen helpen belanden, wenste ik dat te doen (ik overwoog toen al dat zelfs de grootste dieven - wat hij niet was - toch nog altijd een eerlijke mens als partner nodig hebben).

Ik heb onmiddellijk mijn hoofd negatief geschud en gezegd dat ik dat niet van plan was te doen. En dat heb ik ook nooit gedaan.

Tot mijn spijt vandaag, heb ik over de loop van verscheidene jaren aan zijn bekoring om meer te verdienen, gewoonweg weerstaan. Dan kwam hij binnen in mijn kantoor en vroeg hij, langs zijn neus weg om, of ik wel tevreden was met mijn wedde. En ik, ook langs mijn neus weg, antwoordde dan ontroerd: "jawel Dr. Octávio". Ene keer heeft hij me dan, een beetje nijdig, gerepliceerd dat ik teveel keren een "SIM SENHOR" man was, in mijn leven. En dat is WAAR geweest, echt waar. GIJNE STOMME RUDO!! 

Tegenwoordig moet hij al ver over de negentig zijn, als hij nog leeft tenminste, maar wat ik aan hem heb beloofd, heb ik nooit aan zijn zoon beloofd.

Daarmee voel ik mij nu bijna verlost van deze belofte en denkt er geen haar op mijn hoofd aan om te trachten te beletten dat zijn zoon (eveneens Octávio) ooit wel achter de tralies terecht komt. Hij is zeker en vast, met zijn kinderachtige manier van doen, verantwoordelijk geweest voor een groot deel van de totale ondergang van de firma.

CTJ is nu wel kapot, maar het vergaarde geld in Zwitserland zal nog wel tientallen jaren verder blijven meegaan.

Besluit: mijn eigen vader heeft mij nooit leren lezen en schrijven.

Dr. Octávio wel.

Zowel in het Portugees, als in het Engels. En bijgevolg ook, in het Nederlands.

Ik heb het nog nooit eerder geschreven, maar ik beken: ik houd van hem.

De vader, bedoel ik.

De zoon en de heilige geest kunnen mij geen bom schelen en mogen gerust naar de hel gaan.

Ik heb gezegd.

10:15 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.