19-03-18

lofzang op mijn vader...

 

 

Mijn vader herinner ik mij vooral tijdens de winter.

Op een kerstavond, erg, zeer erg lang geleden waren hij en mijn mama 
uitgenodigd voor het kerstdiner bij mijn grootouders,
de ouders van papa, natuurlijk ging ik met hen mee, mij alleen
achterlaten was geen optie, maar niet om te eten of te feesten,
daarvoor was ik nog veel te klein, gewoon om er te slapen in de zetel
beneden, zo nam ik ook een beetje deel aan het feest.
Ik viel telkens in slaap, kon mijn ogen niet open houden, hoorde af
en toe gepraat en gelach van de grote mensen want de twee zussen
van papa zaten ook aan de kersttafel. Na het feest, waarschijnlijk na
middernacht gingen mijn ouders naar huis, ze waren in die dagen
nog autoloos dus gingen ze te voet door de stille straten, door de
donkere, koude nacht. Voorzichtig alsof ik breek- en kostbaar was,
droeg papa mij in een deken gewikkeld in zijn armen, af en toe
ontwaakte ik, hoorde de sneeuw onder zijn winterschoenen  knerpen
en telkens voelde ik me warm en veilig gewiegd in de sterke armen
van mijn vader.

Op winteravonden speelde mijn vader na het eten graag schaak,
dat deed hij soms met mijn moeder die tot haar en zijn grote verbazing
meestal won.
Toen ik een jaar of zeven was leerde hij mij het schaakspel,
het is geen spel voor dromers zei hij, je moet er al je aandacht bij
houden.
Hij hield niet van dromers en toch hield hij van mij,
zijn dromerige dochter maar ik verloor keer op keer want ik hield er
mijn aandacht niet bij.

Tijdens de zomer die volgde op de winter dat hij me leerde schaken
nam hij me mee naar het openbare zwembad, hij vond het hoog tijd
dat ik leerde zwemmen, ik moest me alleen omkleden in een
omkleedhokje van de vrouwenafdeling deed ik het spiksplinternieuwe
citroengele badpak aan dat mijn moeder enkele dagen geleden in de
stad had gekocht, het paste als gegoten maar stond me voor geen
meter.
Eerst moest ik me goed natmaken, zei papa, mijn borst en mijn
rug en hij duwde me zonder pardon onder de koude waterstralen
van de buitendouche. Toen we beiden kletsnat waren en rilden
van de kou sprong hij in het water en trok me mee in het diepe,
in mijn herinneringen zwom ik meteen met lange, trage slagen
naar de overkant.

Tijdens de winter die volgde op de zomer dat ik kon zwemmen,
leerde hij me schaatsen, we gingen te voet naar de toegevroren
vaart, daar bond hij eerst mijn schaatsen aan en dan de zijne en
trok me mee naar het midden van de vaart, houd je handen op je rug,
zei hij, en glij met lange halen, laat de schaatsen het werk doen.
Het vroor hard, er hing de hele dag een nevel rond de winterzon,
onze adem maakte ijle wolkjes, ik keek naar de andere schaatsers op
het ijs en de gebogen rug van mijn vader, zijn handen lagen op zijn
rug, we schaatsten achter elkaar in hetzelfde ritme, ik deed mijn best
om hem bij te houden, dat was niet gemakkelijk, we bleven uren op
het ijs en schaatsten zonder te rusten kilometers ver.
Doodmoe en tevreden gingen we in de late namiddag naar huis,
het was al over vier, in het schemerlicht viel er verse sneeuw.

Tijdens diezelfde winter kocht mijn vader een platendraaier,
het was geen draagbare platendraaier maar een meubelstuk.
Hij koos en kocht er meteen 3 langspeelplaten bij die hij elke
zondagnamiddag beluisterde, natuurlijk luisterde ik samen met hem
en toch alleen naar de kleine nachtmuziek van Mozart,
de notenkrakerssuite van Tsjaijkovski en naar de walsen van Strauss,
telkens opnieuw naar dezelfde muziek, want meer en andere lp’s kocht
hij pas de daarop volgende winter, ik weet niet meer dewelke.
Ik hield erg van die zondagen.

Mijn vader nam me tijdens de wintermaanden op zondagmorgens
ná de misviering mee naar tentoonstellingen in de bovenzaal van het
stadhuis, de muren gingen vol met schilderijen van plaatselijke
gerenommeerde kunstenaars, sommigen werden later beroemd,
van anderen weet ik de naam niet meer, ze leven niet meer en zijn
al lang vergeten.
Traag liepen we langs de werken. Soms bleef papa
minuten lang stilstaan dan stond ik ook stil.
Kijk, zei hij, kijk…. en ik keek.
Hij heeft me geleerd om naar schilderijen te kijken.

Maar soms maakte ik ruzie met mijn vader, ik weet nog waarom…
omdat hij mij met zachte dwang maar zonder tegenspraak naar de
jeugdbeweging stuurde, mij liet logeren bij mijn nichten, mij inschreef
voor een buitenlands kamp, een onmogelijke studierichting voor
me uitstippelde… allemaal dingen die ik niet wilde.
Dan mokte ik, dat mocht, ik mocht één vol uur mokken soms twee en
dan moest het over zijn ...en ik ging naar de jeugdbeweging,
ik logeerde bij mijn nichten, ik ging mee op dat buitenlands kamp,
het was allemaal voor mijn eigen bestwil, zei papa, ik zou er hem
later dankbaar voor zijn.
Maar die studierichting heb ik nooit gevolgd en daar ben ik tot de dag
van vandaag nog altijd blij en dankbaar om en mijn vader ook.

Mijn vader is een vriendelijke, aimabele man, dat mag ik wel  zeggen,
echt zo’n man die iedereen onmiddellijk aardig vindt en vertrouwt…





11:20 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.