24-03-18

Een paard trappelt de trap niet af. Een ezel, misschien wel?

"Cavalo não desce escada"

Dit is een bekend spreekwoord in het Portugees, voor het eerst gebruikt door een beruchte "cheira-bunda (gat-aflekker)" van de rijken en van de allemachtigen, in Brazilië. Hijzelf was van simpele afkomst maar hij had enkele woorden Frans (met schaamhaar op) opgeschept gedurende een kort verblijf in de wijk "Petit Paris", ergens in Marseille (of was het in Oostende?) na een schipbreuk van zijn roeiboot, met maar één spaan erin, die daar gestrand was na een botsing met de stoomboot Tiffany, op weg naar het belastingvrij Panama schiereiland. Deze oppervlakkige kennis was genoeg geweest, eens terug in Rio, om zich te kunnen mengen met het gemeen volk dat in het sjieke Copacabana Palace Hotel doelloos rond slentert, onbekwaam iets uit te vinden om zich bezig mee te houden. Zijn naam was Ibrahim Sued. Hij is intussen al dood, alhoewel hij verwacht had dat hij eeuwig zou blijven meegaan. Hijzelf was van Libanese oorsprong, maar hij verkoos het gezelschap van niet-Palestijnen.

Waar de uitdrukking echt vandaan komt weet niemand, maar er moet wel een grond van waarheid achter zitten, aangezien ik mij niet kan herinneren ooit een paard een trap te hebben zien afdalen. Laat staan, neerwaarts steigeren. Ook vanuit zijn woordenspeling bestaat er dat ander gezegde dat garandeert dat "terwijl de honden blaffen, de stoet voorbij passeert". Waarschijnlijk bedoelen de blauwaderigen daarmee dat de trap afdalen een kunst is, voorbehouden aan schepsels die daar van jongs-af-aan mee bezig zijn en dat ze niet bang zijn van blaffende honden onderweg.

Dat alles om duidelijk te maken dat ik altijd een voorzichtig mens ben geweest en dat ik nooit heb staan popelen om mijn vak-kunst, op dat gebied, te laten bewonderen. 

De "Moeder Overste" van ons kantoor in Rio, altijd in de weer om haar collega's meiskes te beschermen tegen de aanvallen van de lustige mannen, had mij speciaal in de gaten gekregen om haar zuster, die niet over al haar vijf vijzen beschikte en altijd regelrecht naar mijn "pakske" (bij manier van spreken) staarde, een beschermengel te geven. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij helemaal niet tot haar aangetrokken voelde, maar ze had ergens gelezen dat alle mannen die een naam hadden waarin een "Von" (of een "Van", dus) voorkomt, van adellijke afkomst zijn. Ik had dat nooit echt willen ontkennen, want een man die geen hond heeft, jaagt wel met zijn kat.

Omdat ik echter geregeld op droge grond graasde (iets waarmee ik heb leren leven) kon ik mezelf niet bedwingen om niet naar de peer-achtige en potsierlijke borsten van Moeder-Overste te gluren die, alhoewel nogal preuts voor de anderen, mij dat gretig grijnzend (en gratis) toestond. Zij zittend, maar gebukt over haar tafel en ik ook, rechtstaand en nog wat dieper gebukt, over de tafel heen, zodat ik zelfs haar navel (en bijna de clitoris) wist te onderscheiden. Daarmee wist ik van dat peer-achtig gedoe, alhoewel ik "rond" aantrekkelijker vind. Maar, in alle geval, een aangeboden ezel kijkt men niet schaamteloos in de boezem-mond...

En met dat ezel-gedrag in mijn geest heb ik mij dat gezegde herinnerd. Ik bedoel, dat over de trap en het paard.

Ze wilde zelf ook wel eens naar beneden hinken, op weg naar de WC, achter mij aan, maar ze verstruikelde zich dikwijls halverwege. Belachelijk, als je het mij nu vraagt, maar toen was een borst nog heilig terrein. In de plaats daarvan kreeg men meestal het (plat, in haar geval) achterwerk aangeboden, want over "de gruwelijke gleuf" was er nog altijd geen sprake toen, en de meiskes wisten al lang dat er geen onoverschrijdbaar velletje daar, te verliezen was. Over wat onschuldig gedraai en geduw, rechtstaand en aan elkaar geplakt, voor de lavabo, allebei in de spiegel kijkend, kraaide er geen kraai in België. Ik heb tevergeefs gewacht op haar seintje om haar te vergezellen naar een gesloten kotje waar ze mij les zou kunnen gegeven hebben in "appels en peren". Spijtig dat we de gehele tijd werden verstoord door andere pis-mannen en vrouwen en we hebben zodus nooit het puntje bij het paaltje kunnen voegen.

Haar naam was Maria Regina Machado. Ze leefde gescheiden van haar man, maar ze bleek helemaal niet koudbloedig te zijn en ze wist wel degelijk waar Abraham de mostaard vandaan had gehaald. Omdat ik, noch voor haar zuster (die daar zelfs niet werkte) noch voor haar, een uitzondering had willen maken, in overweging genomen hun bijna vergane borsten (een man laat zich wel eens meesleuren, na een pintje of tien - in het donker), concentreerde ik mij op de blonde en weelderige dochter van een andere collega, Elza, die mij uit had genodigd op een verjaardagsfeestje. Dat van haar minderjarige dochter, bedoel ik. Ik ben gegaan, maar zo rap als ik eraan gekomen ben, ben ik vertrokken. Ik was daar de enige man van de ploeg  en ze had er zich waarschijnlijk op voorbereid om onze verloving daar officieel aan te kondigen. Ik liep er bijna in, want haar tieten waren wonderbaar en oogverblindend, groot en hard. Spaar mij van dit tafereel, lieve Allah, heb ik dan hardop gepreveld. Borsten strelen achter de sofa en hun gewicht wegen in de palm van de handen is goed en wel, maar vervolgens verplicht trouwen was meteen een brug te ver. Ze heeft mij dat nooit vergeven.

De volgende morgen concentreerde ik mij dan maar op een groot mager meisje (op Olivia gelijkend, van Popeye) die echt zo hartelijk en meeslepend kon lachen, dat iedereen er méé, meedeed. Verschillend van de andere wijven die doorgaans overmeesterd zijn door de neiging om de gehele dag lang te kibbelen, te klagen en te sissen, toonde zij zichzelf altijd opgewekt en blij, terwijl ik wist dat ook zij haar portie problemen van Allah had mee gekregen, maar dat was het juist wat haar verschillend maakte. Haar naam echter, Sonja (alhoewel beter dan Filomeen) beviel me niet en ons geval is op een sisser uit gelopen.

En toen werd ik ineens verliefd op Eliane Schaefer, mijn eigen secretaresse.

Over wie ik hier al geschreven heb. Een schoon en goddelijk (Nijl)paard, om het zo maar eens uit te drukken. Groot en toch vrouwelijk. Blond, maar met geverfde strengels vanachteren. Gedurende één van de weinige keren dat we intiem zijn geweest heb ik niet kunnen nagaan hoe blond ze wel was, daar beneden. Een doodzonde.

Maar zij kon en mocht de trap wel perfect afdalen. En dat was niet de trap naar het wc-verdiep.

Een ras-paard van jewelste..

18:32 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.