06-02-18

Ultra Barbaarse Gemeenschappen piepen, in de 21'ste EEUW, nog altijd het hoogst

I.

Al 51 klagers hebben het Grondwettelijk Hof in vijf verschillende verzoekschriften gevraagd om het verbod op onverdoofd slachten ongedaan te maken. Vlaams minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) wil niet wijken en hoopt het verbod volgend jaar ook voor kalveren en runderen te kunnen invoeren. 

In juni vorig jaar vond Weyts politieke consensus voor een verbod op onverdoofd slachten van schapen vanaf 2019. Bemiddelaar Piet Vanthemsche slaagde er echter niet in de vertegenwoordigers van de joodse en de moslimgemeenschap mee in het bad te trekken.

Bijgevolg lopen er nu al vijf klachten voor het Grondwettelijk Hof, onder meer van het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties van België en de Moslimexecutieve. Daarnaast buigt ook het Europees Hof van Justitie zich over het verbod op onverdoofd slachten op tijdelijke slachtvloeren, na een prejudiciële vraag van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg.

"Een deel van de islamitische en joodse gemeenschap mist een geweldige kans om mee de schouders te zetten onder de brede tendens die streeft naar minder dierenleed", vindt Ben Weyts. "In plaats van een juridische kruistocht zou iedereen mee moeten strijden voor meer dierenwelzijn."

Inhoudelijke gesprekken met de religieuze vertegenwoordigers lopen er intussen niet meer, er is enkel nog overleg over praktische zaken. "De Moslimexecutieve heeft zich vorig jaar ook onbevoegd verklaard om hier uitspraak over te doen, omdat het om een theologische kwestie zou gaan", zegt Weyts. "Het is dan ook een beetje contradictorisch dat ze nu klagende partij zijn bij het Grondwettelijk Hof."

Voor grotere dieren zoals kalveren en runderen werd een uitzondering in de wetgeving opgenomen. Voor die dieren staat de verdovingstechniek nog niet volledig op punt. "Met kalveren zijn intussen proeven gedaan en dat loopt goed", zegt Weyts. "Ik hoop het verbod daarom volgend jaar ook voor kalveren en eventueel voor runderen te kunnen invoeren."

II.

Vier vrouwen gaan terug naar de plek des onheils waar ze als jong meisje werden besneden, in dorpen dertig kilometer ten zuiden van de Malinese hoofdstad Bamako. Morgen is het Zero Tolerance Day, een jaarlijkse dag tegen vrouwelijke genitale verminking. 'Dit wil ik mijn dochter nooit aandoen.'
 
Lonneke van Genugten 
 
Bij het openbare toilet, daar is Pene (18) besneden. "Ik was vijf jaar oud. Ik weet nog goed dat een oudere vrouw mij kwam halen en mij vertelde dat ik snoep zou krijgen als ik met haar mee zou lopen. Dus ik liep met haar mee, maar eenmaal aangekomen bij de wc, zag ik allemaal andere meisjes. Het was een hels kabaal, er werd veel gehuild. Ik werd zo bang. De volwassen vrouwen die er waren, zeiden niets. Ik wilde wegrennen, maar ze hielden mij stevig vast. Er waren verschillende oude vrouwen, de ene hield mijn armen vast, de andere mijn benen en er was er nog eentje, die sneed in mij. Ik ben nu jaren verder, maar krijg nog steeds regelmatig infecties. 

Vlak na de besnijdenis kreeg ik traditionele medicijnen tegen infecties, maar het heeft niet geholpen. Ik heb een zoontje van 8 maanden, Abdulai. Het was heel erg pijnlijk om te bevallen en ook om seks te hebben. Als ik een dochter had gekregen, zou ik haar dit nooit aandoen. Het is onmenselijk dit meisjes aan te doen."

Kadia (14) bij het toilet waarop ze, zes jaar oud, werd besneden: "Ik praat er wel eens met mijn vriendinnen over. Onze oma's beweren dat we geen echte vrouw zijn als we niet besneden zijn. Dat is niet waar. Ik wil zelf beslissen over wat er met mijn lichaam gebeurt, niemand heeft het recht om dat voor mij te doen. 

Heel vroeg in de morgen nam mijn oma me mee naar een ander huis. Er waren meer meisjes in dat huis. Een voor een moesten we het toilet in. Er lag een oude zak op de grond. Eén vrouw pakte mijn handen vast, een andere mijn benen. Daarna verrichtte de besnijdster de operatie. Tot op dat moment wist ik niet wat er zou gaan gebeuren. Ik zag wel dat de andere meisjes huilden als ze uit het toilet kwamen. Ik kan niet beschrijven wat voor pijn ik voelde. Die voel ik nog steeds als ik eraan terugdenk.

Ik heb een week gebloed. Soms stopte het, maar dan begon het daarna opnieuw. Ik heb veel gehuild. Mijn oma deed elke dag zwart poeder op de wond. Dat zou het bloeden moeten stoppen en de pijn verminderen, maar daar merkte ik niks van. Mijn moeder heb ik die hele week niet gezien.Na vijftien dagen kwamen we met alle meisjes weer bij elkaar om ons te wassen met de traditionele spons, een bosje strotakjes). Dat deed pijn.

Met mijn oma heb ik het er nooit meer over. We kunnen verder goed met elkaar opschieten. Mijn dochter zal niet besneden worden. Daarvoor herinner ik me te goed de pijn."

Salimatou (15) bij het toilet waar ze op haar vijfde werd besneden. "Ik was met een groep van ongeveer twintig meisjes. Er waren ook vriendinnetjes van me bij. We droegen allemaal een pagne, een traditioneel Afrikaanse doek met gekleurde print. Mijn moeder heb ik die dag niet gezien. Mijn vader ook niet. Mijn oma was erbij, net als de grootmoeders van de andere meisjes. De grootmoeders zongen en dansten traditionele dansen. Daarna ging elk meisje met haar oma mee naar huis.

Ik bleef ook bij mijn oma totdat de wond genezen was. Tijdens die week at ik rijst met vis of vlees. Ik kreeg beter te eten dan ik normaal krijg. Maar verder is het nog steeds een slechte herinnering. Als ik aan mijn besnijdenis denk, dan denk ik aan die vreselijke pijn. Het gebeurde met een scheermesje.

Ik praat er nooit over met mijn moeder. Soms wel met mijn oma. Ze maakt grapjes dat ik te hard schreeuwde toen ze me meenam naar de besnijdster. Ze zegt dan dat ik een verwend meisje ben.

Al mijn vriendinnen zeggen dat ze later hun dochter niet gaan besnijden. We hebben op school voorlichting gehad. Eerst wist ik niet precies wat er beneden allemaal zit en wat er precies gebeurt tijdens een besnijdenis. Nu ik dat weet, weet ik zeker dat ik het nooit wil voor mijn dochter. Ik wil later dokter worden zodat ik mensen kan helpen die pijn hebben."

Djeneba (62) werd rond haar achtste besneden onder deze boom. In haar hand draagt ze het bosje stro waarmee meisjes na de ingreep worden 'gewassen'. "Alle meisjes in het dorp werden bijeen geroepen op een dwingende toon. We waren allemaal van ongeveer dezelfde leeftijd. De dag waarop we bijeen waren geroepen was door de chief van ons dorp bepaald. De oudere vrouwen in het dorp werden aangewezen om ons te begeleiden in de weken na de besnijdenis. In die tijd leerden we ook hoe we ons als meisje moesten gedragen, hoe je een echte 'lady' moest zijn voor je toekomstige man.

Mijn ouders waren voorafgaand aan de besnijdenis nog naar een 'ziener' geweest, iemand die in de toekomst kan kijken. Ze hebben deze persoon een offer gebracht, om zo ook te wensen dat ik weer snel zou genezen. Toen ik op de dag van de besnijdenis meisjes in het dorp hoorde gillen, ben ik weggerend. Maar ver ben ik nooit gekomen, iedereen hield je in de gaten. Er was zelfs een liedje over meisjes die wegrenden: 'Ren niet weg, want dat is slecht', zo ging dat liedje.

Ik heb de rest van mijn leven last gehad van mijn besnijdenis. Ontstekingen, bloedingen, het is heel pijnlijk. Er was geen kliniek in het dorp, dus we kregen alleen traditionele medicijnen. Mijn drie dochters heb ik niet laten besnijden, ik vind het onmenselijk. Mijn oudste kleinkinderen zijn wel besneden, wij wilden dat niet, maar de chief van het dorp wel, en hij heeft het voor het zeggen."

16:39 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.