31-01-18

En nu maar hopen dat de klootzak voor eeuwig brandt in de malse hel...

Jager Harry Selby: verhuisd naar de eeuwige jachtvelden

Jean-Paul Mulders

Harry Selby verdiende de kost met het schieten op prachtige dieren. Hij organiseerde safari’s voor the rich and famous – tot Magere Hein hem zelf op de korrel nam op zijn 92ste.

Van prins Bernhard van Nederland tot de maharadja van Jaipur: Selby nam ze mee op de jacht, naast talloos veel ander rijk volk dat zich een beetje verveelde. De safari’s die hij in Afrika organiseerde, waren jaren vooraf volgeboekt. 

Hoewel het vaak niet veel scheelde, werd er nooit een klant ­ernstig verwond tijdens een van die expedities. Je zou het de man met zijn verlegen glimlach niet nageven, maar Selby was van alle markten thuis als het aankwam op overleven. Hij sprak drie Swahili-dialecten, stookte mest van wilde dieren op bij gebrek aan brandhout, verzorgde wonden en legde desnoods een geïmproviseerd vliegveld aan. Hoewel linkshandig van geboorte, was zijn favoriete geweer een rechtshandige .416 Rigby – het soort wapen dat een aanstormende olifant met één schot kan stoppen.

“Een lid van de Kikuyu (een volk uit Kenia, red.) leerde mij jagen”, zei hij niet zonder trots. “Mijn eerste antiloop schoot ik toen ik 8 jaar was, mijn eerste olifant op mijn 14de.”

In de verschroeiende hitte leerde hij zelfs op rotsachtige grond sporen te volgen en op zijn hoede te zijn voor de neushoorn die sluimert in de schaduw van een acacia. Hij was een beschermeling van de beroemde jager Philip Percival, die nog op safari was geweest met Ernest Hemingway en Theodore Roosevelt.

De rest is de moeite niet waard...

09:11 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.