11-01-18

lily en lowie...

 

 

Op een zonnige maar frisse maartse ochtend, enkele jaren geleden, 
zag ik haar voor het eerst in mijn tuin. Ze zat onuitgenodigd op
het bankje, dat al zo lang als ik me kan herinneren tegen de muur
van de tuinschuur staat, van de vroege zonnestralen te genieten.
Ze zat daar maar te zitten.
Ze zag er goed uit, goed doorvoed dus zat ze niet meteen op een
maaltijd te wachten, dacht ik.
Maar ze was schuw, hoeveel ik ook lokte en vleide, ik kon haar niet
aaien, ze liet zich niet strelen maar ze bleef terugkomen, elke dag,
ze kwam en ze ging als ze daar zin in had, onhoorbaar als een schaduw.
Ik kon haar Schaduw noemen, of Shadow of Sombra maar ik noemde
haar gewoon ‘Zwartje’ want ze was daadwerkelijk egaal zwart van
snit en kleur met grote smaragdgroene ogen die me vragend aankeken.

Na enkele dagen kocht ik een zak kattenbrokken en presenteerde haar
een kleine maaltijd die ze tot het laatste brokje verorberde.
Vanaf die dag gaf ik haar elke dag te eten en ze werd toeschietelijker
en vriendschappelijker.
Ondertussen informeerde ik bij de gepensioneerde boer die hier recht
tegenover woont of hij misschien de eigenaar was van de zwarte poes.
Hij wist het niet zeker maar hij dacht van wel en hij dacht van niet,
op de boerderij kwamen er namelijk elk jaar enkele katten bij en
sommige verdwenen na een tijd zochten ze nieuwe horizonten op,
hij hield het gewoon niet meer bij hoeveel katten er bij de boerderij
hoorden.
Maar misschien hoorde  ze toch niet bij zijn eigen
kattenkroost want hij gaf de zijnen allemaal goed te eten dus
moesten ze niet op een ander gaan want ze hadden niets tekort
bij hem, vond hij.

De zwarte kat, Zwartje dus, bleef héél die zomer in mijn tuin wonen.
Toen het winter werd en kouder liet ik haar binnen in mijn huis.
Ze aanvaardde mijn gastvrijheid alsof ze er recht op had, alsof het de
gewoonste zaak van de wereld was, zocht en vond algauw een veilig
en warm plekje achter mijn boekenmand.
Ze bleef.

Héél die lange, eindeloze winter met zijn donkere, korte, koude dagen
bleef ze binnenshuis, we wenden snel aan elkaar, op haar eigenzinnige
manier maakte ze deel uit van mijn bestaan, ik zal het niet ontkennen
maar ik genoot van haar gezelschap, soms was ze lief en speels en
af en toe mocht ik haar eens aaien maar ze wilde bijna nooit bij mij
op schoot, zo nu en dan ging ze geduldig aan de buitendeur zitten,
dan wilde ze naar buiten voor een plas of een wandeling of weet ik veel
wat ze buiten wilde doen. Na een kwartier of een halfuurtje had ze
genoeg van de buitenlucht, dan sprong ze op de vensterbank en keek
ongegeneerd naar binnen net zolang tot ik de deur weer voor haar
openmaakte.
Als ik ziek was kwam ze vanzelf bij me zitten alsof ze wist dat haar
aanwezigheid voor mij therapeutisch, kalmerend en troostend werkte,
ik streelde dan haar zachte, zwarte vacht, luisterde naar haar
dankbaar gespin en voelde me inderdaad beter omdat ik even van
haar aandacht mocht genieten tijdens een moeilijk moment.

Toen de lente, na een lange, natte en te koude winter, inzette,
werd mijn Zwartje elke dag een beetje dikker en ronder, ze was zwanger
dat was duidelijk. Ik heb nooit kunnen achterhalen wie de aanstaande
vader was. Ten langen leste was ze zo dik dat ik er meelijden mee had,
traag en moeizaam waggelde ze door mijn tuin, eten deed ze nog
nauwelijks en op een dag bleef ze weg, twee volle dagen zag ik haar
niet, de derde dag was ze er terug, met een slappe buik en honger voor
twee of drie. Hoeveel kinderen ze had, wist ik niet en waar die
kinderen verbleven, wist ik ook niet.
Ze kwam af en toe heel snel eten en verdween weer even snel,
ik vermoedde, ongetwijfeld terecht, dat ze haar jongen ging voedden
die ze waarschijnlijk ergens in een van de schuren van de boerderij
had verstopt.
Ze kwam meerdere keren per dag eten en drinken,
keek me daarbij vragend aan, maar ik begreep haar smeekbede niet
en verdween telkens zo snel ze kon.
Zo gingen er enkele dagen voorbij…

Op een dag, het was een van die zeldzame uitzinnige warme dagen,
had ik haar vanaf de vroege ochtend nog niet gezien, zelfs in de late
namiddag toen het etenstijd was, zag ik haar niet, ik riep haar want
ik wilde dat ze, nu ze moederde, goed doorvoed was, maar hoe ik ook
lokte en lijmde, paaide en vleide, ze reageerde niet,
ik zag noch hoorde haar.
Ik bleef tot laat in de tuin en bladerde lusteloos in mijn boek in de
amper koeler wordende avondlucht toen ik opeens een zwak,
klagelijk gepiep hoorde.
Ik spitste mijn oren, ja, daar hoorde ik het weer,
het geluid kwam van onder de klimrozelaar, ik zakte door mijn
knieën en tuurde nieuwsgierig onder de laaghangende takken en
deed een ontdekking die ik nauwelijks kon geloven.
Dicht opeen lagen enkele verweesde katten kinderen hulpbehoevend
te miauwen.
Héél even keek ik sprakeloos naar dat gekrioel, hoeveel waren er, één,
twee, ik telde er moeiteloos drie, stond even later recht met een soort
dadendrang die belachelijk leek en haalde uit het tuinhuis een
kartonnen doos en vond enkele zachte doeken en rende ermee naar
buiten, bukte mij naar de kleintjes toe en keek recht in de angstige,
groene ogen van mijn ‘Zwartje’.
Ik nam haar als een kind in mijn armen en zette haar dan voorzichtig
in de met afgedankte keukenhanddoeken beklede kartonnen doos
samen met haar drie kinderen.

Mijn kleinkinderen kwamen op kraamvisite en lagen urenlang vol
bewondering op hun knieën bij de doos de kleine pluizige katjes te
vertroetelen. Mijn kleindochter was onmiddellijk verliefd op het
gestreepte poesje, de liefde van mijn kleinzoon ging uit naar een van
de twee stoere zwarte katertjes.
Toen de kleintjes een achttal weken oud waren verhuisden twee poesjes
zonder morren naar de stad waar mijn kleinkinderen wonen,
ze kregen er een nieuwe thuis, een naam en nieuwe liefdevolle,
zorgzame baasjes.

Toen de verhuis rond was en de rust teruggekeerd, bleef er één zwart
katertje hier bij mij wonen, bij mij en zijn eigen moeder.
De naam ‘Zwartje’ leek me, omdat ik nu twee zwarte poezen had,
om een of andere reden niet langer gepast en
ik gaf hen een nieuwe naam,
zo werden Lily en Lowie mijn huisgenoten…


11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.