23-12-17

Simon Schama loodst de lezer in het hart en de ziel van de Joden

Britse historicus Simon Schama schrijft imposant tweede deel van zijn 'De geschiedenis van de Joden'

Joseph Pearce

De Britse historicus Simon Schama voegt met ‘Erbij horen, 1492-1900’ een indrukwekkend tweede deel toe aan zijn Geschiedenis van de Joden. Of hoe een volk er maar niet in slaagt aansluiting te krijgen bij de rest van de wereld. En dan moet de 20ste eeuw nog beginnen.

Zelfs de Franse filosoof en vrijdenker Voltaire schreef: 'Joden zijn de grootste schurken die de aarde ooit hebben bezoedeld' 

Wanneer zal het ophouden?

Zijn Joden ook mensen? Beslist niet, meende de Duitse oriëntalist Johann Eisenmenger (1654-1704) in zijn verhandeling Entdecktes Judentum (Het jodendom ontmaskerd). Wat Joden dan volgens hem wél waren? Wandelende infecties, besmettingshaarden, ondieren op twee benen.

De Franse filosoof en vrijdenker Voltaire (1694-1778) was het er roerend mee eens. Joden zijn ‘de grootste schurken die de aarde ooit hebben bezoedeld’, schreef de prominente pionier van de verlichting.

Richard Wagner (1813-1883) deed er in het in 1850 verschenen schimpschrift Das Judenthum in der Musik nog een schepje bovenop....

... 

Lees verder in De Morgen

16:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

21-12-17

wandelen door slapeloze uren...

 

 

Elke keer ik niet kan slapen tijdens één van die vele, eindeloos lange 
nachten, sta ik op, ga de achterdeur uit en sta buiten in mijn tuin
onder een paarse nachtelijke hemel bezaaid met sterren.
De bedwarmte kleeft nog op mijn huid maar niet voor lang,
de nachtwind heeft veel belangstelling voor me en laat me even later
rillen in mijn dunne nachtgoed, de haartjes op mijn armen gaan
overeind staan en ik huiver.
De nachtelijke, landelijke stilte is vol kleine geluiden die ik niet
onmiddellijk en allemaal herken al spits ik mijn oren.
Het is al lang na middernacht, tenminste, hier in dit deel van de
wereld elders is het vroeger of net later al naar gelang waar iemand
leeft en woont.
Ik sta te kijken naar de sterren, de oudste sterren zijn
zo’n dertien miljard jaar oud bedenk ik en ik kan me daar niets
bij voorstellen, de nacht is wolkeloos helder.

Lowie, de kater, een van mijn twee poezen, komt ook naar buiten,
hij is erg nieuwsgierig naar al mijn doen en laten en blijft tijdens
mijn nachtelijk gedwaal heel de tijd bij me. Lily heeft geen zin in
nachtelijk vertier, blijft liever binnen en slaapt onverstoord verder.

Hoe zou het met Anna  zijn, denk ik en kijk in de richting waar zij
woont.
Ik kan haar huis natuurlijk onmogelijk zien, het is,
behalve het sterrenlicht, aardedonker in mijn dorp.
Elke avond wordt lang voor middernacht de straatverlichting gedoofd
en blijft het donker tot ‘s morgensvroeg dan gaat de straatverlichting
weer aan. Enkel tijdens de wintermaanden natuurlijk,
s’ zomers valt de duisternis pas laat over het dorp en is het klaar dag
nog voor de eerste haan kraait, dan is er geen straatverlichting nodig.
De straatverlichting gaat uit om besparingen te doen en het is gunstig
voor het milieu, zegt het gemeentebestuur die de maatregel
genomen heeft.

Hoe zou het met Anna zijn vraag ik me af en besef dat het weeral veel
te lang geleden is dat ik haar heb bezocht omdat ik al weken niet meer
dagelijks voorbij haar huis kom en dat spijt me want Anna is een erg
aardige vrouw.
Ik ga natuurlijk nog elke dag wandelen maar omdat
het nu al weken en weken regent en alle boeren uit de omtrek nog elke
dag volop bezig zijn met het oogsten van voornamelijk kolen en prei
en zij met hun zware tractoren voortdurend af en aan rijden zijn
de veldwegen veranderd in gigantische modderpoelen dus maak ik
mijn wandeltoer langs de andere kant van het dorp, langs propere
wegen, zo blijven mijn schoenen netjes en verzuip ik niet in de plassen
maar kom ik niet meer voorbij het huis van Anna.
Het is natuurlijk een zwak excuus, ik kan Anna te allen tijde bereiken
via de reguliere wegen, er is niemand die me opdraagt dat ik haar
alleen maar mag opzoeken wanneer ik het modderig jaagpad gebruik.

Mijn gedachten gaan ook uit naar Felix en ik vraag me af hoe het met
hem zou zijn, Felix woont nog een heel eind verder dan Anna,
nog over het bos, ver van alles en iedereen.
Hij woont al zijn hele leven op de familieboerderij, van generatie op
generatie wordt de boerderij bewoond en beheerd door de oudste zoon
en dat al zeven generaties lang en nu is Felix de laatste van zijn
generatie, hij heeft of had drie oudere zusters die alle drie een roeping
hadden en hun leven in het klooster sleten en vol overgave aan de heer
hebben gewijd.
Felix is nooit getrouwd, heeft in het verleden ook nooit
kennis gehad aan een meisje of vrouw en is bijgevolg kinderloos en
de allerlaatste op de familieboerderij.
Nooit gekust, nooit gestreeld, nooit in verlegenheid gebracht door
de verleidingen van een jong meisje, denk ik en ik vind het een
verschrikkelijke akelige gedachte.

Ik heb ineens zin om een eindje te lopen, ik ga naar binnen, doe
een jas en sjaal en behoorlijke schoenen aan en wandel even later
tot aan de paardenweide.
Lowie, niet eens verbaasd om het
onverwachte uitstapje, loopt met me mee.
Het is maar een korte
wandeling en ik ben blij als even later de twee paarden tot aan
de poort komen. Ze kennen me goed. Ik streel hun hoofd en ze snuffelen
even aan mijn jas, hun geur is warm en zo vertrouwd,
het zijn zulke fijnzinnige beesten...
daar zouden de mensen nog veel aan kunnen leren.
Nadat ik daar een tijd heb gestaan met mijn nutteloze gedachten
slenter ik naar mijn huis terug, ik eet nog een appel en kruip even
later doodmoe weer in bed.

Het blijft een onrustige nacht. Ik val telkens in een halfslaap vol
verwarde dromen. Plots schrik ik wakker en weet niet meer of ik
jong of oud ben.
Jong, denk ik eerst en die gedachte vind ik wel plezierig.
Ik zie mijn moeder terug en vertel haar wat ik al lang geleden had
moeten vertellen.
Ik zie nog andere mensen terug, mensen die al lang
dood zijn of verdwenen kan ik weer groeten. Ik kan hen verhalen
vertellen die ik eens gelezen heb of gehoord en die ik al lang geleden
vergeten ben.
Oud, denk ik een tijd later.
Ja, waarschijnlijk ben ik sommige dingen vergeten maar sommige
zaken heb ik misschien niet eens geweten dus kan ik ze niet vergeten.
Toen ik jong was, herinner ik me nu ik oud ben, schreef ik brieven, 
ik vond het heerlijk om de namen op de enveloppe te schrijven,
postzegels plakken, één iemand die me geregeld schreef, verbleef vaak
in het buitenland en soms stonden er wel 6 verschillende postzegels op
de enveloppe van zijn brief, poststempels, bestemmingen, ik vond dat
alles buitengewoon aantrekkelijk,
aan het eind van elke brief zette
ik x’jes en soms streepte ik die kruisjes weer door,
kinderlijk, grappig en tegelijk belachelijk denk ik nu…

Vanmorgen werd ik zó moe, nog helemaal niet uitgerust, wakker,
stond op en ging naar beneden, gaf de poezen hun ochtendbrokjes en
begon zonder eetlust aan mijn eigen ontbijt, bladerde wat in een
tijdschrift, las zonder veel aandacht enkele artikelen die ik eergisteren
nog had aangekruist omdat ik dacht dat ze het lezen waard waren
en dan neem ik een besluit….
sta resoluut recht, ga gezwind naar de badkamer, maak me met zorg
klaar en vertrek met de wagen naar Anna in de hoop dat ze blij zal
zijn om me te zien...



11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

20-12-17

Muskusgeur (of stank?)

Mijn dochter heeft me eens verteld dat ik de geur van "muskus" heb. Ik begreep toen nog niet hoe die geur eruitzag, terwijl ik altijd al gedacht had dat ik de geur van bleekwater verspreidde.

En nu lees ik dit:

Vrouw die parkinson kan ruiken, helpt wetenschap stap vooruit

 1De ziekte van Parkinson doet in sommige hersendelen neuronen afsterven. De ziekte wordt nu vaak pas laat vastgesteld. © REUTERS

De wetenschap staat een stap dichter bij de allereerste test om de ziekte van Parkinson op te sporen. Met dank aan de vrouw die de ziekte kan ruiken.

'Een dikke, houtachtige muskusgeur'

JOY MILNE OMSCHRIJFT HOE DE ZIEKTE VAN PARKINSON RUIKT

Joy Milne, een gepensioneerde verpleegster uit Schotland, heeft een bijzonder talent. Ze kan de ziekte van Parkinson herkennen, enkel en alleen op basis van iemands lijfgeur. Ze ontdekte dat talent ruim 20 jaar geleden. Ze merkte toen op dat de lijfgeur van haar echtgenoot Les, intussen overleden, veranderde naar wat ze nu als "een dikke, houtachtige muskusgeur" omschrijft.

Eerst stelde ze zich vragen bij Les' persoonlijke hygiëne. Dat veranderde toen ze een lezing over de ziekte van Parkinson bijwoonde. Tot haar verbazing stelde ze vast dat iedereen in die zaal dezelfde geur had als haar man. Nog eens tien jaar later werd haar vermoeden bevestigd: bij Les werd de ziekte van Parkinson vastgesteld.  

Toen het verhaal naar buiten kwam, nodigden de universiteiten van Edinburgh en Manchester haar uit voor een onderzoek. De vrouw moest er een verschillende T-shirts ruiken. Sommige behoorden tot mensen die aan de ziekte lijden, andere waren van 'gezonde' mensen. Ze kon alle T-shirts in de juiste categorie plaatsen. Straffer nog: één van de testpersonen identificeerde ze als patiënt. De man zelf had toen nog geen diagnose gekregen, achteraf bleek dat de vrouw het aan het juiste eind had. 

Doorbraak

Die doorbraak leidde op zijn beurt weer tot extra onderzoek. De universiteit van Manchester heeft nu tien moleculen geïdentificeerd. Die kwamen allemaal in hoge dosissen voor bij wie de ziekte heeft. Dat brengt de wetenschap een grote stap dichter bij de allereerste diagnostische test voor parkinson. Als blijkt dat de tien moleculen effectief wijzen op de ziekte, kunnen bijvoorbeeld honden worden getraind om die op te sporen. 

Die diagnostische test zou ervoor kunnen zorgen dat de ziekte veel sneller wordt opgespoord. Dat blijkt nu nog erg moeilijk. Zo weten we al dat de ziekte zich manifesteert in sommige hersengebieden. Daar beginnen de neuronen in sneltempo af te takelen. De eerste symptomen worden vaak pas merkbaar als de helft van die neuronen al zijn verloren. Een diagnostische test zou dus voor een veel vroegere opsporing en dus ook betere behandeling kunnen zorgen. 

16:18 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

19-12-17

'Ik vond spermavlekken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren'

Pas na twee huwelijken leerde Tim (53) ware passie kennen. Tenminste, zo leek het.

Corine Koole 
©Thinkstock

Ik leerde haar kennen tijdens een danscursus waar zij de lerares was. Het was een energieke, beetje eigenaardige vorm van dans die ze onderrichtte: nogal vrij, niet alleen bewegen op muziek, maar ook elkaar aanraken of naast elkaar op de grond liggen. In het begin moest ik eraan wennen, maar het was een betere manier om nieuwe vrienden te maken dan in het café of via Tinder. Ik vond het ontspannend om zo met leeftijdgenoten door een zaal te zwieren. Tijdens een van de door haar georganiseerde avonden gingen wij samen op de grond liggen en sloeg ze een been over dat van mij. Ik vond haar toen al een tijdje leuk, maar toen ik dat been voelde, was ik verkocht. Wat was deze vrouw vrij en wat bewoog ze zich makkelijk, hoe fijn was haar aanraking.

Reïncarnatie

Toen ze me afremde in mijn om­hel­zin­gen, verbond ik daar geen conclusies aan

Tot dan toe was ik niet erg gelukkig geweest in de liefde. Ik ben twee keer getrouwd geweest. De eerste keer met een vrouw van wie ik in het begin niet eens doorhad dat ze me leuk vond; met haar kreeg ik mijn oudste zoon. Daarna trouwde ik met een vrouw die op mijn moeder leek, ze hadden allebei hetzelfde kastanjebruin geverfde haar. Met haar kreeg ik een zoon en een dochter. In allebei mijn huwelijken had ik nooit zoiets leren kennen als de bijna lyrische belofte die uitging van deze lijfelijke vrouw. Ik probeerde een afspraakje met haar te maken, maar aanvankelijk hield ze me af. Ze vond het niet professioneel om te daten met een cursist en zei ook raadselachtige dingen als: er is zoveel wat je niet van mij weet, waarop ik, verliefde dwaas, zei: 'Ik vind niets gek.'

Op een avond was het dan toch zover. We gingen uit. We spraken af op een boot in Nijmegen, waar een soortgelijke dansavond werd georganiseerd als de hare. Ik zorgde dat ik er om half zeven was, die dansavonden zijn vroeg afgelopen en alcohol wordt er niet geschonken. Ik wachtte en wachtte, maar ze kwam niet. Het werd acht uur, negen uur, om elf uur zou de tent sluiten en ik begon zenuwachtig te worden toen ze ineens om tien uur voor mijn neus stond. Ze zei dat ze nog werk had moeten afmaken, dat ze daarom zo laat was. En natuurlijk antwoordde ik iets als: maar je wist toch dat we hadden afgesproken, maar mijn woorden overtuigden niet eens mezelf. Ik wilde haar zo graag. Alles wat me erop had kunnen wijzen dat ze niet zo into mij was als ik in haar, zag of hoorde ik niet. Wat ik hoorde waren toespelingen op een diepere betekenis van onze liefde. Ze kwam oorspronkelijk uit Antwerpen en ik ben al jaren dol op die stad. Dus toen ze zei: geloof je in reïncarnatie, het is alsof ik je ken uit een vorig leven, kon ik alleen maar 'ja, ja, dat moet het zijn', zeggen. Ook toen we na afloop naar haar huis gingen en ze me afremde in mijn omhelzingen, verbond ik daar geen conclusies aan. Ik kuste haar mond, en dat benoemde ze. Ik raakte haar aan en dat benoemde ze vervolgens ook. Daarmee schiep ze afstand.

Tijdens voetbaltraining

Ik vond sper­ma­vlek­ken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren

In korte tijd ontwikkelde zich toch een soort verhouding. Iedere maandag als haar dochter voetbaltraining had, reed ik naar haar toe. Zodra ik binnenkwam, kleedden we ons uit. We hadden zelfs seks in de gang. Een keer hingen we de was op in ons blootje, zo gewoon voelde het. Ik heb in haar nooit een surrogaatmoeder gezien van mijn kinderen, maar ik begon me wel al voor te stellen hoe het zou zijn om langdurig met haar samen te zijn. Ook al had ze gezegd dat ze ook met andere mannen 'liefdevolle verbindingen' wilde aangaan. Een keer tijdens het dansen, vlijde ze zich zo intiem tegen een andere man aan, dat had weinig meer met dansen van doen. Ik kon het niet aanzien en ben de zaal uitgegaan. Toen ik er later over begon, zei ze: dat met die andere mannen stelt niet veel voor, mijn hart ligt bij jou. O, dacht ik toen, wat ben ik toch een bekrompen zak. En dus stond ik in het vervolg op die dansavonden braaf te wachten tot ze klaar was met die andere knakkers en wij samen naar huis konden. Maar in plaats van verlicht te raken, werd ik steeds jaloerser. Ik begon haar agenda te checken. Ik begon haar lakens te inspecteren en vond spermavlekken waarvan zij beweerde dat het de mijne waren, maar ik wist wel beter.

Na een maand of vier werd het steeds moeizamer tussen ons. Om de verhouding te redden, schreef ik ons in voor een kampeerweekend waar mannen en vrouwen gescheiden worden en pas de laatste nacht herenigd. Het idee is dat beide seksen op die manier in hun 'eigen energie' komen. Om alles te kunnen organiseren, rende ik de benen uit mijn lijf. Zij had geen tentje, ik leende er een voor haar van mijn ex. Zij kon geen tent opzetten, ik hielp haar. Zij was aan het einde van het weekend niet op tijd klaar met opruimen, ik deed het voor haar. Zij begon te schreeuwen en te huilen, ik noemde haar slet. Kort na dat weekend kwam ze mijn sleutel terugbrengen. Het was niet gelukt tussen ons. Ze kon best van me houden, zei ze, maar ze had toch gezegd dat ze geen relatie wilde. Dat was zo, maar ik wilde zo graag.'

11:27 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print