30-09-17

Vijf sekswerkers vertellen over hun drijfveren en valkuilen

'Er wordt veel van je verwacht in de seksindustrie, daar moet je wel tegen kunnen'

Ze zijn de schaamte voorbij: vijf sekswerkers vertellen waarom ze doen wat ze doen.
 
Margot C. Pol 
Links: Sophie. Rechts: Mandy en Bas. ©Ralf Mitsch

Sophie (26) prostituee & pornoactrice

'Al voor ik zelf seks had, zag ik op televisie iets over prostitutiewerk en wist ik dat ik het kon. Wat ik wel gek vond, was dat mensen er zo negatief over praatten, terwijl seks in mijn ogen iets heel leuks moest zijn: iedereen werd er vrolijk van, maar als je er je geld mee verdiende, dan vonden ze dat raar.

Ik heb veel baantjes geprobeerd, van tandartsassistent tot banketbakker, maar ik verveel me snel. Jaar na jaar hetzelfde doen, dat is niks voor mij. Nu geniet ik het meest van de spanning, dat je nooit precies weet wie er binnen zal komen. Om te voorkomen dat het routine wordt, spreek ik niet iedere dag af, en als ik het doe, met hooguit drie mannen. Ik heb nooit moeite met seks, kan altijd wel de knop omzetten. En op andere momenten neem ik gewoon de telefoon niet op. 

Ik woon samen, jawel. En ik werk vanuit huis. Eerst was ik bang dat dingen door elkaar zouden gaan lopen, maar ik slaap niet in hetzelfde bed als waarin ik mijn werk doe; als de deur achter me dichtgaat, is het klaar. Mijn vriend heeft er geen moeite mee. Hij kent me, hij weet wanneer mijn gekreun echt is en wanneer ik Sophie opzet.

Ik heb zo'n deurbelletje, als ik daar op druk, weet hij dat het mis is en komt-ie samen met de honden naar binnen gestormd. Maar ik heb nog nooit iets vervelends meegemaakt. Ik schat mezelf als redelijk intelligent in; situaties als verliefde klanten probeer ik voor te blijven. En op mijn hakken ben ik bijna twee meter, dat intimideert toch.

In het begin heb ik een tijdje in een bordeel gewerkt, maar het voelde droevig. Niet dat die meisjes gedwongen werden, maar ze zaten er een beetje in vast, leken wel geboren voor het ongeluk. Ik hoorde er een verhaal van een meisje wier vriend in de gevangenis zat omdat-ie haar moeder had vermoord. In mijn wereld is dat niet normaal.

Niet iedereen in de prostitutie heeft zo'n rugzak vol problemen en door open te zijn, probeer ik het negatieve beeld een beetje te veranderen. Daarom heb ik een interview op televisie gegeven waarin ik vertelde dat ik dit vrijwillig doe. Ik weet zeker dat mijn ouders het gezien hebben, maar we hebben er nooit over gesproken. 'Zorg wel dat je alleen maar dingen doet waar je zelf achter staat', heeft mijn vader een keer tegen me gezegd. Als er ooit een probleem zou zijn, moest ik hem bellen, zei hij nog, dan zou hij meteen komen - en daarmee was het gesprek klaar.'

Brenda (51) Seksverzorgende

'Laatst werd ik geboekt door een man van bijna 100 - help! Hij wilde seks en het liefst standje 69. Best kans dat het niet zou lukken, bedacht ik nog, maar toen ik aankwam bij zijn penthouse in een chic bejaardencomplex begroette hij me naakt, leidde me kort rond en nam me daarna mee naar de slaapkamer. Ongelofelijk, wát een energie. Toen hij na anderhalf uur was uitgeraasd, wilde hij met me uit eten, maar hij wist natuurlijk niet dat ik daarna nog een afspraak had met een zwaar spastische man van 55 - ik was blij dat mijn man me die avond reed.

Hiervoor was ik taxichauffeur bij een vipmaatschappij op Schiphol. Ik reed zakenmensen rond, Desmond Tutu, de burgemeester van Rotterdam; maar toen ik drie jaar geleden reuma kreeg, zat ik van de ene op de andere dag thuis. Ik miste de sociale contacten. Toen ik langzaam weer kon beginnen, heb ik gewebcamd via een advertentie in een tijdschrift, maar na een tijdje ging het me tegenstaan: zo'n webcam blijft toch afstandelijk. Zo ben ik gaan googlen en kwam ik Flekszorg tegen. Het leek me meteen leuk: ouderen en gehandicapten hebben ook behoeften, en ik wist dat ik het kon.

Het gebeurt weleens dat de receptionist bij een instelling of een verzorgingshuis me nogal koeltjes aankijkt, alsof ik een hoertje zou zijn. Dat is een misverstand, cliënten willen ook een knuffel of een massage. Mensen in een verzorgingshuis liggen soms urenlang alleen, zonder een aardig woord, zonder een aanraking. Soms heb ik alles geprobeerd maar lukt er niets, dan zeg ik: ik kom even bij je liggen, dan gaan we lekker kletsen.

Mijn tweede klant was een man die geen familie meer had: één keer per week ging hij naar de kerk, dat was zijn enige uitje. De dag erna zat ik thuis aan de keukentafel en moest ik erom huilen. Nu ligt hij weer helemaal alleen, dacht ik. Inmiddels kan ik het beter plaatsen. Ik kom binnen, ze lachen naar me en na afloop zie ik die twinkeling, dan weet ik dat ze het fijn hebben gehad. Dit werk moet je vanuit je hart doen, want als het op de automatische piloot gaat, kunnen ze beter naar de Wallen bellen.

De randvoorwaarden moeten wel in orde zijn. Mensen moeten fris gedoucht zijn, het bed schoon. Ik heb wel eens meegemaakt dat een meneer naar de wc moest, maar niet zo snel kon opstaan, dus ja, toen was het hele bed nat en de afspraak moest nog beginnen. Zo'n man leeft er twee weken naartoe, hij betaalt veel geld; dan moet alles wel in orde zijn. Als ik er nu kom, vraag ik op de kamer: staat het urinaal klaar?' 

Shai Shahar (62) voormalig gigolo

'Waar ik het meest van genoot, was de blik in hun ogen. Het was mooi om vrouwen gelukkig te maken. Toch duurde het ruim 35 jaar voor ik zelf zonder schuldgevoel seks had. Ik ben streng Joods-Amerikaans opgevoed: de eerste kus, de eerste keer seks - al die belangrijke momenten gebeurden in het geheim, met schuldgevoelens en eenzaamheid als resultaat. 'Je zou je moeten schamen voor je verlangens', bleef dat stemmetje in mijn hoofd maar fluisteren, 'jij perverseling'. Ondertussen werd ik ouder, ik trouwde, kreeg een kind en ging bij het leger, tot ik op een dag besefte dat mijn leven niets meer was dan een antwoord op de verwachtingen van mijn ouders. Ik kon er niet meer tegen. Ik voelde me als een bom die op het punt stond te ontploffen. Ik moest verdwijnen voor er iemand gewond zou raken.

Ik kwam terecht in de diplomatieke wereld van Den Haag, waar ik als escort de echtgenotes van hooggeplaatsten begeleidde: winkelen bij de Bijenkorf of naar het theater. Klikte het, dan was de onuitgesproken afspraak dat ik langer kon blijven. Als een carrière heb ik het nooit gezien, het was een baan. Eentje die makkelijker werd als ik mezelf voorhield dat ik een vrouw die ik zelf misschien niet had uitgekozen, geen genot of orgasmes hoefde te garanderen, ik bood alleen de tijd waarin dat zou kúnnen gebeuren. Al snel had ik een boekje vol adressen. Nee, niet iedereen vond het leuk toen mijn boek Bedgeheimen van een gigolo uitkwam.

Toen ik backstage stond te wachten bij de show van Catherine Keyl ontmoette ik Cora Emens. Inmiddels zijn we twintig jaar samen. Cora is sekscoach, ze begreep mijn werk, maar na al die tijd had ik soms het gevoel dat ik bij klanten geestelijk maar half aanwezig was in bed. De krant lezen was nog opwindender. Ik ben gigolo geworden om mijn eigen seksualiteit te ontwikkelen, bedacht ik, maar als ik zo zou doorgaan, hield ik geen seksualiteit meer over. Bovendien gunde ik onze kinderen een normaal gezinsleven, maar dat is niet makkelijk als je vader een hoer is. Voor mijn carrière is het ook niet geweldig geweest, ik heb een hoop vooroordelen moeten overwinnen. Tegenwoordig werk ik als stemacteur en zanger, maar als mijn gezicht te bekend wordt, word ik dan nog geboekt? Toch heb ik de anonimiteit nooit overwogen. Mijn openheid heeft het makkelijker gemaakt voor anderen om hun eigen seksualiteit te erkennen.

Sekssabbaticals, dát zou ik een goed idee vinden. Een tussenjaar waarin jongeren op een veilige plek onder mentale begeleiding helemaal losgaan met seks, orgies en experimenten. Ongelukkige huwelijken, seriële monogamie die gedoemd is te mislukken - wie al z'n seksuele shit heeft doorgewerkt, zal het niet meer overkomen. Dat zou pas goed zijn voor de maatschappij.'

Mandy (39) & Bas (38) geven live seksshows 

Mandy: 'Ik werd altijd al graag bekeken, alleen mijn ex niet. Dus toen ik Bas vier jaar geleden leerde kennen, zei ik: zullen we het gewoon een keer proberen? Na een hamburgertje bij de Febo hebben we de stoute schoenen aangetrokken. We mochten meekijken bij een liveseksshow in de Moulin Rouge op de Wallen. 'Kunnen jullie dit?', vroeg de eigenaresse na afloop, en wij zeiden: 'Natuurlijk, dat doen we wel even.' Nou, het ging voor geen meter, die eerste avond. De standjes waren niet goed, het liep niet mooi vloeiend in elkaar over... Wat wil je, je staat ineens op een podium met het publiek op een halve meter afstand. Toch vond ik het meteen hartstikke leuk.

Het is een taboe, absoluut. Mensen die komen kijken, willen het zien omdat ze het spannend vinden, maar tegelijkertijd schamen ze zich. Maar waarom? Je ziet het toch ook op televisie? Seks heb je alleen met je partner, hoor je ook nog steeds. Ook daar ben ik het niet mee eens; liefde heb je met je partner, seks kun je ook hebben met een ander. Maar als je een live- seksshow neerzet, moet je echt aanvoelen wat je partner wil. Je moet je kunnen overgeven, genieten - eigenlijk moet je het zelfs geblinddoekt kunnen, en dat kan alleen met je eigen partner. Ik heb me nooit geschaamd, dat vind ik ook zo mooi aan porno: het straalt kracht uit.

We hebben de shows altijd naast ons gewone werk gedaan: siliconenkitten. Dan zaten we overdag op de knieën met de kitspuit, keken we elkaar aan en zeiden we: vanavond mogen we wéér met de spuit aan de gang! Om kwart voor 5 ging de wekker en vaak lagen we pas om 3 uur 's nachts weer op bed, soms sliepen we helemaal niet. Lange dagen, maar ik zou er een moord voor doen om het weer terug te krijgen. Op dit moment gaat het wat minder in de bouw, Bas zit tijdelijk in de zonnepanelen en ik doe administratief werk thuis, maar gewoon 24 uur per dag doen we waar we goed in zijn: vloeren kitten en seksshows geven, ja, dat mis ik enorm.'

Bas: 'Al toen ik jong was zat ik naar pornofilms en seksboekjes te kijken. Vriendjes hadden dat helemaal niet. Ligt het aan mij, dacht ik, ben ik oversekst? Maar dat was het niet, ik was écht geïnteresseerd. Later kreeg ik een relatie met een meisje dat er anders in stond, en toen dat na zestien jaar uitging, was ik iemand geworden die nooit echt sprak. Ik was mezelf niet meer, tot ik Mandy leerde kennen. 'Er mankeert niks aan jou', zei ze, 'wees gewoon wie je bent.'

Mijn ex noemt me exhibitionistisch, ze wil onze kinderen van 5 en 9 daar niet aan blootstellen. Zij vindt: seks moet je binnenshuis houden met de ramen en gordijnen dicht en de lichten uit. Ik heb mijn kinderen daardoor al heel lang niet gezien. Terwijl ik het zelf alleen maar mooi zou vinden als mijn kinderen later, als ze groot zijn, zichzelf kunnen uiten. Het maakt niet uit op wat voor manier, ik zal altijd achter hun keuze staan. Maar mijn ex heeft ook foto's en films opgestuurd naar mijn ouders. Weet je wel waar je mee bezig bent, vroeg mijn moeder. Ze is blij voor me dat ik mezelf kan zijn, maar ze is ook bang dat anderen niks meer met me te maken willen hebben - nou, dan is dat maar zo. Ik ben veel mensen kwijtgeraakt, maar ik heb ook nieuwe vrienden gekregen, een groep mensen die zich nergens voor schamen. Dat vinden Mandy en ik heel belangrijk.

Er wordt veel van je verwacht in de seksindustrie, daar moet je wel tegen kunnen. Andere koppels overkomt het soms, maar wij zijn nog nooit van het podium afgelopen. Elke show een stijve lul - soms bellen de hostesses die toeristen meenemen vanuit Australië voor de zekerheid van tevoren op: werkt dat ene stel nog? We bouwen onze shows langzaam op; in het begin vond ik het vervelend als het publiek begon te roepen als het niet snel genoeg ging. Soms draaide ik me om en riep: kom het zelf maar even voordoen! Dan waren ze gelijk stil. Maar als ik nu op dat ronde matras lig en ik hoor ze juichen of ik loop door het publiek naar de kleedkamer en ze geven ons schouderklopjes, dan geeft dat een enorme kick.

Mandy en ik hebben samen ook een pornofilm gemaakt. Werden we door een grote opdrachtgever ineens niet meer geboekt omdat het bedrijf niet met seks geassocieerd wilde worden, terwijl we op de werkvloer gewoon aan het kitten waren. Heel jammer, wij duwen niemand die film in z'n mik, je vindt het pas als je ernaar op zoek bent. Maar of het nou op het gewone werk is of op het erotische werk, als ik bij Mandy ben, geniet ik duizend procent. Ik heb lang niet geweten wat liefde was, maar nu ik het heb, ben ik er zó blij mee.'

Veronique (32) Bdsm-meesteres

'In het begin vond ik het best moeilijk, dat je iemand in z'n ballen moet schoppen en dat-ie daarna loopt te huilen - van blijdschap. Dat klopt niet helemaal, dacht ik, maar nu voel ik me vereerd: dat ik het mag doen én dat diegene er gelukkig van wordt. Ik speel met iemands lichaam en geest. Apart, maar wel heel bevredigend.

Bdsm (de afkorting staat voor bondage, dominantie, sadisme en masochisme, red.) is geen kroketje dat je bij de Febo uit de muur trekt, je bouwt een vertrouwensband op. Ik weet bij mijn slaven hoe ver ik kan gaan; soms zit ik heel dicht op de grens en soms ga ik er net overheen. Met eentje heb ik zo'n goede band opgebouwd dat we na afloop uit eten gaan; niet meer als meesteres en slaaf, maar gewoon als vrienden.
Normaal gesproken doe ik dat niet. Ik heb wel bdsm-dinnerdates, maar dan bepaal ik wat de slaaf mag eten¿en of hij überhaupt wat te drinken krijgt, en ik verneder 'm bij de ober. Ik praat alleen in de gebiedende wijs en dan het liefst zo dat het hele restaurant kan meegenieten. Dat is wat ze willen op zo'n moment: publieke vernedering.

Toen het bedrijf waar ik werkte in 2011 failliet ging, heb ik in een jaar tijd 364 sollicitatiebrieven geschreven. Maar er was altijd wat: ik was te oud, te jong, had geen ervaring. Toen de WW ophield, moesten de rekeningen toch betaald. Een bekende vertelde over erotische massages met een 'happy handshake' op het eind. Na een gesprek in een massagesalon ben ik begonnen. Erotische massages waren toch niet echt mijn ding, maar toen ik op de zolder van die salon bdsm-spullen vond, was mijn interesse gewekt. Ik heb zelf veel op internet onderzocht. Meekijken met andere meesteressen is handig en leerzaam, maar je moet uiteindelijk jezelf erin kunnen leggen.

Sommige slaven willen alleen onlinecontact, die durven niet in mijn studio te komen. Het is natuurlijk ook goedkoper. Dan maken ze geld over op mijn bankrekening en pas als het erop staat, wordt er geskypet op de afgesproken datum. Afgelopen week had ik nog onlinecontact met iemand die kickt op laarzen; dan doe ik niks anders dan voor de laptop heen en weer lopen en opdracht geven hoe hij zich moet aftrekken.

Ik heb geen seks met mijn slaven, dat doet een meesteres namelijk niet. Maar waar ik woon, zijn de mensen zo bekrompen dat ze denken dat ik een dame van plezier ben. Want ja, bdsm valt tenslotte onder seks, zeggen ze dan. Niet dat ik een bordje bij de deur heb hangen, maar ik woon op het platteland en de verhalen gaan snel. In de stad zou dat misschien minder zijn, maar ja: het is hier wél heerlijk rustig. Bekenden zijn weleens voor me gewaarschuwd: weet je wel wat zij doet? Maar ik ben nog steeds dezelfde persoon als hiervoor, als ik op bezoek ga, loop ik echt niet met de zweep te zwaaien. Vroeger ging ik er nog op in: ik trek mijn kleren niet eens uit en ik verdien meer dan een dame van plezier. Maar nu denk ik: laat maar lullen, het zegt meer over jezelf dan over mij.'

Ralf Mitsch interviewde en fotografeerde deze en veel andere sekswerkers ook voor zijn nieuw fotoboek Why I love sex. Het is  vanaf 15 september te koop, onder andere op whyilovesex.com. De teksten zijn door Margot C. Pol geschreven.

19:40 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

27-09-17

Marc Benninga: 'Alles gaat mis door dat stomme poepen'

Zo fanatiek als hij was als hockeyprof, zo gedreven is hij nu als 'poepdokter'. Hoogleraar Marc Benninga (56) richtte 25 jaar geleden de poeppoli op in het Emma Kinderziekenhuis en spreekt veertig patiëntjes per dag. 'Ik word leip als ik een financiering niet rondkrijg.'

Els Quaegebeur 
Benninga: 'Het ontbreekt bij veel artsen aan tijd en goede communicatieve vaardigheden met patiënten' ©Renate Beense

Toen Marc Benninga, arts en hoogleraar maag, darm en leverziekten bij kinderen in het AMC en voormalig Nederlands elftalhockeyer, in Amsterdam aankwam om geneeskunde te studeren, besloot hij lid te worden van het studentencorps. Dat was zijn grootvader, medeoprichter van Het Parool Hans Warendorf, ook geweest. ­

Benninga hield weliswaar niet van drinken - bier vond (en vindt) hij vies en vanaf zijn vroege jeugd was hij op hoog niveau bezig met sport - maar het leek hem toch leuk. 

Ontgroening

Een ouderejaars vroeg tijdens een ontgroening hoeveel hij zoop, vertelt Benninga in zijn tuin aan het Olympiaplein, waar hij woont met zijn vrouw Ingrid Wolff - eveneens een voormalig Nederlands hockeyspeler - en twee van hun drie kinderen. 

"Ik antwoordde: ik zuip helemaal niks. Die jongen zei: dan vind ik jou een lul. Ik vroeg: maakt het jou iets uit of iemand iets wits of geels in zijn glas heeft? Dat maakte hem wat uit, ja. Nou, zei ik: dan is er hier maar één lul en dat ben jij."

Benninga windt niet graag ergens doekjes om. Dat viel een week eerder al op in zijn spreekkamer op de 25 jaar geleden door hem opgerichte 'poeppoli' in het Emma Kinderziekenhuis in het AMC. Wat uit zijn mond komt, lijkt te corresponderen met wat hij denkt. 

Poeppoli

Alleen valt het woord lul niet op de poeppoli. Wel heel vaak drol, keutel, klont en natuurlijk poep, altijd uitgesproken met warmte en respect voor de kinderen die bij hem langskomen omdat ze lijden aan ernstige obstipatie of chronische buikpijn. Op een gemiddelde polidag spreekt Benninga veertig patiëntjes. Dat is heel veel, maar niet gek als je bedenkt dat in Nederland ten minste 150.000 kinderen inboeten aan kwaliteit van leven door deze aandoeningen. 

Tussen de consulten door geeft hij in sneltreinvaart uitleg over zijn vak, onderwijl non-stop typend. De passagetijd bij een gezond mens is tussen de 24 en 60 uur. Dat wil niet zeggen dat de hele gehaktbal dan naar beneden is gerold. Alles tussen drie keer per week en drie keer per dag poepen is normaal, zolang je geen buikpijn hebt. 

Het enige wat de dikke darm doet, is van de acht liter water die een mens per dag produceert twee ons maken. Alle belangrijke functies zitten in de dunne darm. Zonder dikke darm kun je leven, zonder dunne darm niet. Zelfs bij kinderen die maar één keer per maand normaal poepen, zien we zelden een fysiologische afwijking. 

Ophouden

Tien tot twintig procent komt niet meer van de obstipatie af. De meest voorkomende oorzaak van obstipatie bij kinderen onder de tien is ophouden. Waarom ze dat doen, is veelzijdig. Geen zin, bang, pijn, van alles. Ongeveer veertig procent heeft in het eerste levensjaar al problemen. Het brein kan de darmen totaal lamleggen. Hoe dat precies gaat, weet niemand. 

Benninga noemt zijn afdeling het afvoerputje van Nederland. De meeste van zijn patiënten hebben al veel loketten gezien als ze uiteindelijk bij hem komen, met hoop op een oplossing. Voor een eerste afspraak trekt hij veertig minuten uit, maar ook dan zit hij niet met een stopwatch klaar. Is langer nodig, dan duurt het langer. Praten is heel belangrijk bij poep- en buikpijnproblemen. Als hij iemand aan het lachen krijgt, is dat ook meegenomen. Meestal lukt dat. 

Ik ben een halve psycholoog, zegt ­Benninga. Hij gelooft in de kracht van empathie. "Het ontbreekt bij veel artsen aan tijd en goede communicatieve vaardigheden met patiënten. Als ik soms hoor of zie hoe het eraan toegaat, schaam ik me dood. 

Aardige dokters

Luisteren, uitleg geven: het is vaak zo onder de maat. Terwijl het de helft van de behandeling kan zijn. Niet voor niets is aangetoond dat het placebo-effect bij ­aardige dokters veel hoger is dan bij botte figuren. Toch denk ik dat ik nóg meer met het kind en het gezin zou moeten praten. Sinds kort is standaard een kinderpsycholoog of psychiater betrokken bij een second opinion, om nog meer te weten te komen over de achterkant van een ­probleem." 

Een meisje van veertien met een mooie bos krullen, gekleed in een glimmende legging en een T-shirt dat haar middel laat zien, komt binnen met haar vader. Ze komt al op de poeppoli sinds ze een klein meisje is. De obstipatie schommelt erg bij haar. Het is lang goed gegaan, maar laatst tijdens de ramadan had ze een terugval. 

"Ja, ik kan moeilijk zeggen dat jullie dat niet meer mogen doen," zegt Benninga met een knipoog. "Als je ziek bent, hoef je niet te vasten," zegt het meisje nauwelijks hoorbaar van verlegenheid. 

Eigenwijs

"Ja," beaamt haar vader glimlachend, "alleen is zij eigenwijs, ze doet het toch." "Hoe poep je dan nu?" wil Benninga weten. "Drollen? Dun?" Het wisselt, zegt ze. "Ach joh, dat heb ik ook. En hoe vaak?" "Soms een week niet, dan weer om de paar dagen. Zonder buikpijn." 

Benninga is tevreden. "We hebben ooit gesproken over chirurgie, weet je nog, waar je toen zo verdrietig van werd? Gelukkig hebben we dat niet gedaan, want het gaat nu zo veel beter. Hoe je poept zal altijd een beetje blijven veranderen: als je verliefd wordt, omdat je een andere hobby hebt, door een verhuizing. Je koppie en je darmen zijn zo verbonden, die houden elkaar de hele tijd in de gaten." 

"Volgens mij hoeven wij elkaar voorlopig niet meer te zien. En als je toch in paniek raakt, bel je gewoon, dan kletsen we weer verder." De vader wil toch een nieuwe afspraak maken, voor de zekerheid. Benninga zet hem zonder tegenspraak in de agenda. 

Nieuwe patiënt

Het elfjarige meisje dat volgt, is een nieuwe patiënt. Ze is dun en bleekjes, heeft nooit normaal gepoept, slikt al jaren laxeermiddelen en spoelt zichzelf elke dag om de ontlasting kwijt te raken. Al na een kwartier zegt de moeder dat het kind nooit eerder zo veel verteld heeft aan een dokter.

Daarna stuitert een bijdehand jongetje van negen de kamer in. In groep twee zat hij een keer een uur op de wc te wachten tot de juf kwam helpen met afvegen. Ze kwam niet. Sindsdien is het mis met ­poepen. 

"Je moet het echt niet meer ophouden, schurrekie," zegt Benninga. "Als jij vandaag tegen jezelf zegt dat je nooit meer een vieze broek wil, is het waarschijnlijk snel over." Hij knikt braaf en laat dan zijn boek zien met plaatjes van bekende hockeyers. De dokter staat erin. "Mag ik een handtekening?" vraagt hij stralend.
 
'Geneeskunde in combinatie met topsport: ik denk nog steeds dat het een fantastische combinatie is' ©Renate Beense

Benninga en zijn zus, olympisch hockeyster Carina, groeiden op in Voorburg. Op zijn tiende gingen hun ouders uit elkaar. Hun vader hertrouwde en kreeg nog twee kinderen. Van tevoren vond de toen twaalfjarige Marc dat helemaal niks. Maar na de geboorte van zijn eerste halfbroertje was hij verkocht. Over die tijd zegt hij: "Ik vond het fantastisch om voor dat mannetje te zorgen. Of het echt waar is, weet ik niet, maar ik heb in mijn hoofd zitten dat ik toen heb bedacht dat ik kinderarts wilde worden." 

Voor hij kon beginnen aan geneeskunde werd hij twee keer uitgeloot. Hij ging in dienst bij een Haagse kazerne naast het hockeyveld, zodat zijn sportleven er niet onder leed. 

"Mijn moeder wilde dat ik er iets nuttigs naast deed. Ze stuurde me naar Schoevers om blind te leren typen. Ik had daar geen zin in natuurlijk, maar uiteindelijk vond ik het nog grappig ook en wilde ik het per se goed kunnen. Dat komt nu enorm van pas. Met die elektronische patiëntendossiers en idiote hoeveelheid administratie van tegenwoordig kan ik mensen blijven aankijken en doorpraten terwijl ik typ. Er zijn niet veel artsen die me dat nadoen."  

Er zullen ook niet veel artsen zijn met een olympische medaille.

"Nee, al heb ik die wel opgehaald op krukken. Ik scheurde aan het begin van de Spelen in Seoel in 1988 mijn kruisbanden. Dat was jammer. Maar goed, over geneeskunde in combinatie met topsport: ik denk nog steeds dat het een fantastische combinatie is. Topsport gaat over discipline, doorzettingsvermogen, teamgeest, pieken en dalen. Ik gebruik het allemaal dagelijks bij het wetenschappelijk onderzoek en in de spreekkamer."

Bij de ouders is de teleurstelling bij een daling erg groot, vond ik. Veel huilende moeders vooral.

"Ouders willen vaak meer diagnostiek, ze verwachten dat ik die darmen induik met slangen, buizen en camera's. Ik zeg heel vaak tegen mensen: ik zit hier ook om te voorkomen dat uw kind onnodig onderzoek krijgt. Kijken in de darm heeft helemaal geen zin, dan zie ik een gezonde darm en poep." 

"Diagnostiek geeft in mijn vakgebied een schijnzekerheid. Als ik dat uitleg aan mijn patiënten, gaan ze soms teleurgesteld naar huis met het idee: nou, Benninga weet het ook niet. Zo is het niet. Benninga weet het wel, maar het heeft geen effect op de behandeling van hun kind omdat er zelden een organische oorzaak is voor het probleem. Ze moeten zich vasthouden aan het idee dat het bijna altijd overgaat, ook al duurt het jaren." 

Bij kinderarts Jan Taminiau deed u 25 jaar geleden uw eerste wetenschappelijk onderzoek met achtduizend gulden, die u zelf had opgehaald bij vrienden van uw ouders. Inmiddels bent u toch wel van alles te weten ­gekomen over poepproblemen?

"Natuurlijk weet ik heel veel meer. Alle facetten heb ik zelf onderzocht, dat is het gave aan werken in een academisch ziekenhuis. We hebben naar voeding - vezels, probiotica, lactose - gekeken; heeft weinig invloed. We hebben de verschillende laxeermiddelen onderzocht. Dat heeft echt enorm bijgedragen." 

"Over de uitrekking van het laatste stukje van de dikke darm hebben we een grote studie gedaan. Vroeger dachten we dat mensen met dat probleem nooit meer normaal naar de wc zouden kunnen. Dat blijkt gelukkig niet het geval te zijn. Het zijn voorbeelden van kleine stapjes die we hebben gezet. Maar er is niet één medicijn gekomen waarmee iedereen geneest. En dat gaat ook nooit komen." 

Omdat poepen gewoon te ingewikkeld is als het niet gaat?

"Ja, het heeft zo veel kanten. Het heeft te maken met gedrag, met hoe je je voelt, misschien toch met darmflora, geslacht lijkt een rol te spelen. Seksueel misbruik en andere traumatische ervaringen hebben grote invloed, maar het kan ook ogenschijnlijk zomaar ontstaan." 

"Er komt een meisje bij mij dat ooit door klasgenoten op een stil landweggetje is banggemaakt en op de grond gegooid. Ze heeft sindsdien ernstige obstipatie en dat kan ik volgen, maar ik zie ook meisjes van twaalf die altijd normaal naar de wc zijn gegaan en letterlijk van maandag op dinsdag niet meer aan het poepen te krijgen zijn. Niet te begrijpen." 

Daarna: "Binnenkort beginnen we aan een groot onderzoek bij vrouwen tussen de 16 en 21 met prikkelbaredarmsyndroom. Twintig tot dertig procent van de vrouwen wereldwijd heeft hier last van. We gaan een poeptransplantatie doen, de eerste ter wereld, om te kijken of het flora van gezonde vrouwen anders is dan dat van vrouwen met buikpijn." 

"Je spoelt de darmen en daarna krijgt de helft van de vrouwen hun eigen poep terug en de andere helft de gezonde poep van een donor. Heel spannende materie. Ik zoek er een gigantisch bedrag voor, praat me suf bij allerlei fondsen. Helemaal leip word ik ervan."

Is het moeilijk om donaties te krijgen voor poep?

"Hartstikke moeilijk. Daar ben ik erg gefrustreerd over. Ik kan niet begrijpen dat er honderd miljoen naar kanker gaat en dat de Maag Lever Darm Stichting slechts een miljoen te besteden heeft aan álle darmziektes. En dat het ook nooit verandert. Iedereen springt, danst, zwemt en rent maar voor zeldzame ziektes. Dan denk ik: kom op, denk ook eens aan al die honderdduizenden vrouwen en kinderen met dagelijks ernstige buikpijn, en kinderen met obstipatie."

Poep is niet sexy en je gaat er niet dood aan als het niet komt.

"Nee, als je niks aan leukemie doet ga je dood, kinderen met prikkelbaredarmsyndroom of ernstige obstipatie hebben gewoon een rotleven. Ze wonen langer thuis, maken moeilijk vrienden, krijgen later seksuele relaties, worden vaker depressief, doen langer over hun school. Alles gaat mis door dat stomme poepen. Maar als ik dat vertel tijdens een fondsenwerving zie ik ze toch denken: tja, is dat nou erg? Echt waar, zo gaat het." 

"Pijnstilling bij kinderen met buikpijn is bijvoorbeeld ook nog nooit onderzocht, dat moet dringend gebeuren. Dat krijg ik natuurlijk uiteindelijk voor elkaar. Ik ben net zo ambitieus in het publiceren van wetenschappelijke artikelen als vroeger in het geselecteerd worden voor interlands."

Is alles een wedstrijd voor u?

"Ja, ik kan niet ontkennen dat ik zo in elkaar zit. Ik ben niet de enige thuis, hoor. Als je bij ons aan tafel zit voor een spelletje zijn er vier mensen die pertinent niet willen verliezen. Alleen onze oudste kan het relativeren. Die begrijpt echt niet waar wij ons druk over maken. Heel leuk."

Toch komt u best ontspannen over.

"Ik?"

Ja. Niet opgefokt in elk geval.

"Nou, ik kan verschrikkelijk fel zijn. Verwend geklaag bijvoorbeeld, daar kan ik bijzonder slecht tegen. Als ik ­Wilders hoor mekkeren over hoe slecht onze gezondheidszorg is, kan ik hem wel op zijn bek slaan." 

"Ik was laatst in Sri Lanka. Daar liggen dertig zieke kinderen op tien vierkante meter, zonder airco, zonder goede infuuspalen, niets hebben ze. En mensen hier maar zeuren. Terwijl wij het rijkst zijn van iedereen. We hebben de mooiste medische apparatuur, alles kan hier, iedereen is verzekerd en nog is het niet genoeg. Dat vind ik ontzettend oneerlijk."

Hij trommelt op de tuintafel. "Zie je, ik ben helemaal niet ontspannen. Geneuzel over regels, daar kan ik ook slecht tegen. Met de formulieren van de ethische commissie voor die poeptransplantatie zijn we nu twee jaar bezig. En we kunnen nóg niet beginnen. Allemaal regels, regel, regels."

'Als je bij ons aan tafel zit voor een spelletje zijn er vier mensen die pertinent niet willen verliezen' ©-

Kunt u goed poepen als u boos bent?

"Ik kan altijd poepen. Overal. Soms sla ik in het weekend een keertje over, dat wel, maar in het AMC ga ik elke dag. Hoe gaat het bij jou?"

Prima, dank u. Maar eh, werkt u elke dag keihard?

"Ja, best wel, maar ik merk het niet. Om kwart over zeven ga ik naar het ziekenhuis en ongeveer twaalf uur later kom ik thuis. In de tussentijd heb ik dan niet één keer op mijn klok gekeken, laat staan op Buienradar of zoiets. De dag vliegt om. Mijn zwagers zijn glazenwassers. Dat vind ik pas hard werken, de hele dag in de weer met die onwaarschijnlijk zware ladders, ook als het keihard waait en regent. Dan ik, achter die stomme computer. Ik vind het een luxe baan." 

"Alleen de druk van patiënten is wel erg groot geworden door het internet. Ouders e-mailen constant. Doodzielige verhalen over zwaar verstopte kinderen die vergaan van de buikpijn voor wie ik zo graag iets wil doen. Vaak heb ik bij het zoveelste mailtje weinig te bieden, maar de zin 'Ze moet er maar mee leren leven' krijg ik gewoon mijn mond niet uit. Dus ja, er zitten veel uren in, maar ik hou het makkelijk vol."

Zit u ook weleens op de bank Netflix te kijken?

"Nee, dat doe ik nooit. Ik kijk wel graag sport."

U meent het.

"Ik heb een paar idolen. Mijn leven al ben ik Cruijfffan, vroeger was ik idolaat van Björn Borg en tegenwoordig van Roger Federer. Ik vind het zo fantastisch wat die jongen kan en doet. Maar ik hou ook erg van lezen, Britain's Got Talent kijken en stripboeken - ik heb er tweeduizend."

Uw moeder heeft met uw grootmoeder, tante en oom kamp Bergen-Belsen overleefd. Uw grootvader was Engelandvaarder. Uw vader zat een tijd ondergedoken. Hangt de familiegeschiedenis van ­overleven samen met de geestdrift en gedrevenheid waarmee u in het leven staat? 

"Mijn zus zegt vaak dat het oorlogsverleden van onze familieleden een drijfveer is voor haar prestatiedrang. Ik heb dat niet. Ik ben nog nooit naar een psychiater geweest om me eens goed na te laten kijken, maar ik ben er eigenlijk zeker van dat het bij mij niet zo is. Ik hou gewoon van sport en van mijn werk." 

"Als klein jongetje wilde ik al altijd winnen, en toen wist ik nog niets van de Tweede Wereldoorlog. Wanneer Nederlanders op toernooien moeten presteren, zit ik bloednerveus voor de tv, en als Ajax of Federer moeten spelen zit ik me helemaal op te vreten. Wat is dat voor iets idioots? Waarom kan ik het niet een keer laten gaan? Ik heb werkelijk geen idee. Het is een afwijking, denk ik."

U staat toch weleens stil bij het verleden van uw ouders?

"Jawel, tuurlijk. Een tijdje geleden was ik in Jeruzalem om een praatje te houden. Mijn tante woont daar. Met haar ging ik naar Yad Vashem, het monument ter ­herdenking van de Holocaust. Ze hebben er onder andere een kamer met boeken waarin per land staat wat er met onderduikers is gebeurd tijdens de Tweede Wereldoorlog." 

"Mijn tante en ik kwamen haar verhaal tegen, en dat van mijn vader, de zevenjarige Ben Benninga. Op zo'n moment realiseer ik me dat het toch wel een wonder is dat ik er ben. Mijn tante is later meegegaan naar dat praatje. Dat had ik na het bezoek aan Yad Vashem veranderd in een persoonlijk verhaal. Ik kreeg er een staande ovatie voor. Geen enkel poepverhaal heeft me dat ooit opgeleverd."

23:37 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

25-09-17

Rem van den Bosch portretteerde 'echte' vrouwen zonder kleren

Wars van alle 'perfecte' schaars geklede vrouwenlichamen die ons dagelijks worden opgedrongen, ging fotograaf Rem van den Bosch op zoek naar 'echte' vrouwen.
 
Henny de Lange
Een jaar lang portretteerde fotograaf Rem van den Bosch elke dag een naakte muze ©Rem van den Bosch

Al die perfecte lichamen van jonge vrouwen, meisjes vaak nog. En zelfs dan nog zwaar gefotoshopt om elk vlekje of pukkeltje weg te werken. 'Onwaarachtig' vindt fotograaf Rem van den Bosch (1974) het beeld van het vrouwelijk naakt dat ons elke dag in reclameboodschappen wordt 'opgedrongen'. Hij besloot op zoek te gaan naar 'echte' vrouwen. Gedurende een jaar portretteerde hij élke dag ergens in Nederland of België een naakte vrouw als moderne muze. Hij reed 47.000 kilometer in zijn 30 jaar oude Renault Espace; stond zestien keer met pech langs de weg; werd vier keer aangehouden door de politie; schoot 900 zwartwit-films vol; bracht 365 achtereenvolgende dagen uren door met onbekende vrouwen die voor hem uit de kleren gingen. En ergens in een bos ligt nog een lens. Het was een aanslag op zijn conditie en gezinsleven. "Ook op de verjaardag van mijn zoontje en sterfdag van mijn oma en met Kerst stapte ik in de auto." 

Het resultaat van zijn fotografische zoektocht is het boek 'A Muse a Day'. Zaterdag neemt oud-minister Hedy d'Ancona het eerste exemplaar in ontvangst op de fotomanifestatie Unseen in Amsterdam. In het boek staan alleen portretten. Geen namen, geen leeftijden, geen beroepen, geen verhalen. De foto's moeten voor zichzelf spreken. Wel heeft de fotograaf bij elk portret het nummer van de dag genoteerd, de locatie en het aantal gereden kilometers vanuit zijn woonplaats Ellewoutsdijk in Zeeland. Zo weten we dat hij op 1 januari 2015 294 km op en neer reed naar Eindhoven; en op 31 december van dat jaar zijn 365ste rit maakte naar Vlissingen (60 km).

De vrouwen - de jongste 21 (de minimumleeftijd die hij had gesteld), de oudste 80 - heeft hij op alle mogelijke locaties gefotografeerd en in de meest uiteenlopende poses. In bad, in een boom, op het strand, een vuilnisbelt, in het bos, de huiskamer, met de poes of hond op de arm, de haren wapperend in de wind, ineengedoken in een stoel, rollend door de modder. Met of zonder rimpels, dik, dun, zwart, wit, ziek, gezond, oud, jong: ze tonen hun lichaam zoals het echt is. 

©Rem van den Bosch

Selectie

Het begon allemaal met een oproep op Facebook, halverwege 2014, nadat hij het 'wilde' plan had gekregen om het jaar erop elke dag een naakte vrouw te portretteren. "Ik wilde dit project in één constante stroom doen, zonder een moment van reflectie of afleiding. Zodat ik er helemaal in ondergedompeld zou worden." Mensen verklaarden hem voor gek. En wie zou daaraan willen meedoen?

Er meldden zich tweeduizend vrouwen, die hij met hulp van zijn vriendin Ana allemaal via de e-mail benaderde. "We vroegen naar hun leven, waarom ze wilden meedoen, wat ze wilden uitstralen als muze en hoe ze daarmee andere mensen dachten te inspireren. We wilden geen exhibitionisten of vrouwen die dit project als een opstapje zagen om fotomodel te worden." Naast de geselecteerde kandidaten kwam er ook een reservelijst. Die kwam goed van pas, want deelneemsters haakten soms op het laatste moment af. Meestal omdat de partner het toch niet zag zitten of ze zelf koudwatervrees kregen.

Van den Bosch: "Elke morgen reed ik, nadat ik de kinderen naar school had gebracht, weg met alleen een adres bij me. Soms stond ik al bijna voor de deur als mijn vriendin belde dat de vrouw in kwestie had afgezegd. Dan regelde Ana dat ik meteen door kon rijden naar iemand van de reservelijst. Zonder Ana was het me nooit gelukt om de 365 dagen vol te maken."

©Rem van den Bosch

Tja, en dan sta je daar bij iemand in huis. "In het begin was er vaak wel wat stress, maar de onwennigheid was bijna altijd snel verdwenen. Soms zat ik wel uren te praten met iemand voordat de fotosessie begon. Hele trieste verhalen hoorde ik ook, over ziekte, misbruik en mishandeling. Maar het kwam ook voor dat iemand voor me had gekookt.

Op een gegeven moment begon dat therapeutische aspect zo zwaar te wegen dat het kunstzinnige aspect van mijn project dreigde onder te sneeuwen. Dan maakte ik duidelijk dat ik geen therapeut ben maar kunstenaar. Ik heb altijd ruimte gegeven voor de verhalen, maar het belangrijkste was dat ik een document wilde maken. Op een gegeven moment vroeg ik dan toch maar of ze zich alvast wilden uitkleden. Dan konden ook de afdrukken in de huid van bh-bandjes en broekjes wegtrekken. Ik kan die natuurlijk wegwerken, maar dat wilde ik niet. Ik wilde geen trucage achteraf, maar ook geen visagie of een studio met speciale belichting." 

Monsterklus

De vrouwen mochten zelf aangeven waar ze gefotografeerd wilden worden en in welke pose. "Maar ik wilde geen geijkte plaatjes. Ik had een keer iemand in het bos gefotografeerd, maar de mooiste foto maakte ik toen ze in het licht van de koplampen van mijn auto stond." Per vrouw maakte hij soms wel honderden foto's, in zwart wit en in kleur, digitaal en analoog. "Het liefst werk ik analoog, ik hou het meest van de rauwheid van de korrel van een zwart wit-film."

Het ontwikkelen en rubriceren was een monsterklus. De keuze werd eerst teruggebracht naar twintig beelden per dag, toen naar vijf, vervolgens naar drie. Bij de definitieve selectie werden die op A3 formaat uitgestald in een oude fabriek: 440 meter aan foto's. Deskundigen uit de kunstwereld, mannen en vrouwen, keken mee. "De mening van vrouwen vond ik belangrijk. Ik kom heel dicht op de huid, maar de foto's mochten niet ongepast zijn of een sfeer uitstralen van voyeurisme."

©Rem van den Bosch

Over de definitieve foto hadden de deelneemsters geen inspraak. Bladerend door het boek kun je je voorstellen dat sommigen misschien een ander beeld hadden verwacht of achteraf spijt hebben van hun deelname. Van den Bosch: "Van te voren is duidelijk afgesproken dat ze daar geen zeggenschap over hadden. Iedereen heeft toestemming moeten geven. Maar de portretten zijn gemaakt in een sfeer van onderling vertrouwen. Ik denk dat de vrouwen zich daardoor naakt en waarachtig durfden te tonen aan de wereld. Ik zie dit boek als een eerbetoon aan de schoonheid van het échte vrouwelijke naakt van deze tijd."

Heeft dit project zijn kijk op vrouwen veranderd? "Het heeft me vooral geleerd dat het schort aan verbinding in onze samenleving. Ik heb ontdekt dat je ook met onbekende mensen zulke goede gesprekken kunt voeren. Mensen zouden in de trein eens wat vaker hun telefoon moeten wegleggen en een gesprek aangaan, uiteraard alleen als de ander dat ook wil."

Van elke muze kan hij het levensverhaal vertellen, er zitten hele bijzondere bij. Hadden die toch niet een plek in het boek verdiend? "De uitgever heeft me dat ook gevraagd, maar dat was niet de opzet. Ik wilde een kunstboek maken waarin de foto's voor zich spreken. Maar misschien komt er ooit nog een vervolg, mét verhalen." Eerst gaat hij nu op een zoek naar een tentoonstellingsruimte. "Het lijkt me geweldig om alle beelden bij elkaar te laten zien."

©Rem van den Bosch

Zoektocht in fotografie

Fotograaf Rem van den Bosch (1974, Rotterdam) maakte eerder een fotografische zoektocht naar een Nieuw Zeeuws Meisje (2013). Voor zijn project Beroemd in Zeeland (2006) portretteerde hij meer dan 1500 mensen. Recente tentoonstellingen zijn I died today (over bijna dood-ervaringen) en Your poison nevers seems to bore me(nieuwe verbeeldingen van heiligen en goden). Van den Bosch werkte in Los Angeles, Aruba en Berlijn.

Vanaf vandaag staat Amsterdam weer in het teken van het jaarlijkse fotofestival Unseen. Op deze manifestatie, de zesde editie, draait het altijd om fotografie die nog niet eerder was te zien. Artistiek directeur Emilia van Lynden wilde dit keer vooral nieuw en (nog) onbekend talent laten zien. Daarom ligt het accent op fotografie die de afgelopen drie jaar is gemaakt. De activiteiten concentreren zich op het Westergasfabriekterrein, waar ruim vijftig galeries uit binnen- en buitenland het werk tonen van bijna 150 fotografen. Alle foto's zijn ook te koop.

A Muse a Day, uitg. Lecturis. (49 euro in de boekwinkel). Er is ook een duurdere versie (97 euro), te bestellen via info@amuseaday.com.

12:24 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print