02-09-17

Een juf van een concentratieschool: "Waar blijven de kindjes van de bakfietsouders?"

Els Cespedes geeft les op een concentratieschool, en doet dat graag

We zouden Els Cespedes (43) moeten interviewen in plaats van hem, zei MNM-presentator Tom De Cock onlangs in deze krant. Elke dag spoort de juf van zijn dochter van Limburg naar Antwerpen, om les te geven in de moeilijkste buurt van de stad. ‘Je moet de mensen tijd geven. En niet in paniek raken.’

"Ik ben een meisje uit een boerendorp. Opgegroeid in het Limburgse Meldert, tussen de koeien. Ik heb hier nooit iets naars meegemaakt en bang was ik niet, maar ik trok wel grote ogen toen ik hier twaalf jaar geleden aankwam. In de stad is de mentaliteit anders. Als ze hier het huisvuil komen ophalen, dan kun je niet op de stoep wandelen: alsof de mensen de vuilniszakken uit het raam hebben gegooid. Bij ons zijn er meer regels om je aan te houden. En al die vreemde culturen, die Turkse of Afghaanse winkels. Ik stapte hier een andere wereld binnen.”
In hartje Seefhoek, de meest verpauperde wijk van Antwerpen, zitten we met Els Cespedes op piepkleine kinderstoeltjes. MNM-presentator Tom De Cock had over haar verteld, de juf van het instapklasje van basisschool Sint-Aloysius. “Blij dat ik ben uitgenodigd, maar eigenlijk zouden jullie met juf Els moeten praten.”

Hij zei het zo, toen we hem deze zomer spraken voor de interviewreeks Het Huis van Hiele: “Elke dag neemt juf Els vanuit Tessenderlo de trein naar Antwerpen, loopt ze vervolgens naar haar werk – eerst door mijn buurt, waar je tien jaar geleden als vrouw niet door wilde wandelen, daarna over het De Coninckplein, waar vroeger alle drugsverslaafden zaten – om les te gaan geven in een concentratieschool, in een kleuterklas waar de helft van de kinderen nog niet eens droog is. En zij doet dat niet voor het loon dat wij krijgen.” 

Els Cespedes glimlacht lief. “Het is een beslissing die ik nog elke dag moet verantwoorden. Zelfs voor mijn man. Want wat heb ik hier verloren, tussen al die vremden? Ik wilde vroeger heel graag in het onderwijs werken, maar vaak had ik geen werk in september. Soms vond ik pas een plek in januari. Al dat wachten, ik was dat beu. ‘Ga eens in Antwerpen kijken’, zeiden ze. ‘Daar is zoveel werk.’”

Twaalf jaar later stelt ze vast: die andere wereld is oké. Dat wil ze hier vooral vertellen. “Ik werk hier heel graag. Ik sta bij de leeftijd die ik het liefste heb en dit is een fijne school met prima accommodatie. De diversiteit ervaar ik echt niet als een probleem. De kindjes zijn hier zo klein, volgens mij zien die niet eens wie welke huidskleur heeft. En we hebben een goede band met onze ouders. Voor hen is de leerkracht nog een belangrijke persoon, dat respect voel je.

“Natuurlijk zie ik dingen die jammer zijn. Verdoken armoede, kinderen die met hun kleine broertjes of zusjes alleen de tram naar school nemen, ouders die niet begrijpen dat de kleuterklas meer is dan louter opvang.

“En ook: de buurt is een tussenstop. Mensen spoelen hier aan en vinden later elders hun plek. Je kunt immers niet zeggen dat het hier ideaal is om te wonen, met al die kleine krotten. Bij ons in Tessenderlo is het beter: groener, properder, betere huizen. Dus als mensen verhuizen omdat ze werk vinden, dan snap ik dat. Maar dat komen en gaan, dat is jammer voor ons. Je bent met een kind aan de slag en dan is het plots weer weg.”

Taalachterstand 

De Seefhoek is veranderd de afgelopen twaalf jaar. De drugsverslaafden zijn van het De Coninckplein verjaagd, met Park Spoor Noord kreeg de buurt eindelijk een lap groene grond en de gentrificatie zorgt voor een nieuwe wind. “Maar wat ze beloofd hebben, is niet uitgekomen. De huizen zouden hier gekocht worden door de zogenaamde bakfietsmensen en alles zou goed komen, maar zo is het toch niet gelopen.

“Ons publiek is niet veranderd, zelfs niet toen de kleuterschool drie jaar geleden een gloednieuw gebouw kreeg. Elke ochtend zien we die bakfietsmensen met hun kinderen wegfietsen. Dan denk ik: die kunnen toch ook hier naar school? Vorig schooljaar had ik naast de dochter van Tom geen enkel Vlaams kindje in mijn klas. Dat zou nochtans goed zijn voor de school, want dat zijn ook de mensen die de oudervereniging recht houden.

“Ik weet niet waarom die bakfietsouders niet komen. Omdat ze denken dat de kinderen hier niet veel leren? Dat is een misverstand. Zeker als je weet welke kwaliteitsvolle leerkrachten hier werken. Daar heb ik het moeilijk mee: die gezinnen zijn zogezegd open van geest, maar ze proberen het niet eens. Of valt onze schoolpoort niet genoeg op? 

“Ja, taalachterstand is een probleem. Maar elk jaar wordt het beter. Het is ooit anders geweest, maar vorig jaar had ik het gevoel dat de meeste kinderen mij begrepen. En ze leren zo snel. Een normaal begaafd kind is na één schooljaar mee. Kleuters zitten op een heel taalgevoelige leeftijd, dus ze pikken veel op. Ze moeten wel.

“We hebben allemaal een groot hart voor onze kinderen en ouders, en tonen veel begrip en respect voor de verschillen. Op ons schoolfeest is het eten halal. Maar de ouders hebben natuurlijk ook wel gekozen voor een katholieke school, dus mijn kindjes leren wie Jezus is. En dat is geen probleem.

“Er zijn kinderen bij wie je een zekere invloed vaststelt. Jongens die geen hand willen geven aan meisjes. Daar zijn we dan, met veel respect, wel duidelijk in: je geeft een hand, anders vertrekt de rij niet. We praten daar ook met de ouders over, maar ik denk dat die dat wat weglachen.

“Maar een probleem is dat niet, het houdt onze werking niet tegen. We zijn als team sterk genoeg om te zeggen wat we van onze kinderen verwachten, en ouders weten dat ook. Niemand heeft hier trouwens al gevraagd wat die Jezus-pop hier ligt te doen. En als hier een kerststal staat, dan zie ik de mama’s ’s morgens met de poppetjes spelen. (lacht)

Analfabetisme

Wat De Cock vooral nog was opgevallen: “Juf Els kan maar de helft van de tijd met de kinderen bezig zijn, omdat de ouders de andere helft in beslag nemen. Onlangs hoorde ik haar tegen een Aziatische moeder zeggen: ‘Yes, in Belgium, when we meet each other, we give each other the right hand. Like this, let me show you.’ Ik vond dat een hallucinant tafereel. Hoe komt het dat die vrouw nooit geleerd heeft dat je hier een hand moet geven?”

Juf Els kan het zich niet herinneren, dat van die hand. “Maar het zou kunnen hoor. We zijn heel fel bezig met onze ouders. Ze staan hier vaak met brieven van de VDAB of ACV, en dan vertaal ik die: dit is voor de belastingen, of je moet naar die instantie bellen. Je wordt dat gewoon.

“Juf Annemie, onze zorgcoördinator, heeft onlangs een mama aan een sociaal appartement geholpen. Die vrouw werd echt uitgebuit. Ze had via via een slaapplek gevonden, maar moest heel veel werken om daar te mogen slapen, maar overdag moest ze wel haar boeltje pakken. Dan zwierf ze de hele dag op straat met twee kinderen, en ’s avonds mocht ze weer komen kijken of er slaapplaats was. Na een tijd had ik door dat ze haar baby hier in de toiletten waste. Ik zei: ‘Annemie, er klopt hier iets niet.’ Ik vond het wel tof, dat het gelukt was om dat appartement te regelen. Juf Annemie speelt heel kort op de bal, die doet dat perfect. Als kinderen niet naar school komen, dan neemt ze meteen de telefoon. En dat werkt.

©rv

“Misschien is dat inderdaad haar job niet, maar die mensen komen hier soms huilend aankloppen. Dan stuur je ze toch niet weg? En we proberen er zo ook voor te zorgen dat ouders hun kinderen naar school brengen. Dat ze vertrouwen hebben in ons. Ook dat is belangrijk.

“De meeste ouders zijn bang om binnen te komen. Ze geraken moeilijk voorbij de deur. Maar ik blijf dan opzettelijk aan deze kant van de klas staan, zodat ze wel binnen moeten komen. Dat is voor hen een hele stap: ze weten dat ik hen ga aanspreken en ze zijn bang dat ze me niet gaan verstaan. De meeste mama’s zijn ook heel verlegen, dat voel je. Maar als het lukt, dan zijn ze hier heel graag. Dat vind ik enorm plezant. 

“Veel mensen zijn ook analfabeet, al zeggen ze dat niet. ‘Heb je dat briefje niet gelezen?’ Dat is hier een heel gevaarlijke vraag. Dus tegenwoordig gebruiken we pictogrammen: een boterham en een drinkbus als we op uitstap gaan.

“Hier moeten de kinderen boterhammen meenemen voor tijdens de middagpauze, maar een Pakistaans gezin dat hier vandaag aankomt, die kennen dat niet. Dus geef hen op de eerste schooldag dan geen preek, maar geef ze de tijd om te bij te leren.

“Maar leerkrachten zijn niet altijd mee. Onlangs nog op bijscholing in Hasselt, daar durfde iemand zeggen: ‘Wij krijgen volgend jaar één vreemd kindje in onze school.’ En heel die school stond in rep en roer. (lacht luid) Echt waar, er zijn nog altijd scholen die geen idee hebben wat ze daarmee moeten doen. Ze worden daar in de lerarenopleiding ook niet op voorbereid. Mijn buurvrouw geeft les in een chique dorp. Plots opent daar een opvangcentrum voor vluchtelingen en staan al die kinderen daar. En de school zit met de handen in het haar.

“Wat ze moeten doen? Vooral niet in paniek raken. Geef die mensen de tijd. Ze moeten zich wel aanpassen, maar gun ze daar de ruimte voor. En zorg dat die mama’s en papa’s voelen dat ze welkom zijn op school, ook al is hun kindje anders. Hier organiseren we geen avondlijke oudercontacten, maar laten we de ouders meespelen in de klas. Laat ze ervaren wat de kleuterschool is. En dan merk je dat ze vaak wel geïnteresseerd zijn.”

Beetje aanpassen

“Ik kom uit een boerendorp waar veertig jaar geleden alleen maar Belgen woonden. Maar toevallig is mijn mama verliefd geworden op een Spanjaard, dus ik ben half Spaans. Op school was ik het enige vreemde kind, en ik heb me altijd anders gevoeld. 

“Nooit heb ik mijn achternaam willen zeggen en nooit heb ik Spaans willen spreken. Soms wilden kinderen me geen hand geven, en dan wist ik dat hun ouders iets over mij gezegd hadden. Dat hakt er wel in. Zelfs vandaag gebruik ik mijn meisjesnaam niet. Daarom versta ik dat, hoe moeilijk het is als je hier alleen deze klas binnen moet.

“Het grootste vooroordeel is dat die ouders niet mee zouden willen, dat ze zich niet willen integreren. Dan denk ik: verhuis jij morgen eens naar China en begin er maar aan. Misschien ben ik daar soms wat te emotioneel in, maar ik verdedig die mensen altijd. Je moet dat toch niet onderschatten: je wordt hier zomaar gedropt, en trek dan je plan maar. Die mensen komen ook niet zomaar, hè. Hoe is dat daar, in hun land van herkomst? Wij verhuizen ook niet voor het minste naar een ver land, toch? 

“Ik kijk daar heel anders naar dan mijn familie of vrienden. Mensen vragen zich af wat ik hier in godsnaam te zoeken heb, alsof wij hier verschrikkelijke taferelen meemaken. Al bij al is dit een heel gewone school, alleen passen we ons soms een beetje aan. Ik hoor ook vaak: ‘Die mensen zijn lui, ze doen niets.’ Tot je de ellende ziet, op het gezicht van die dakloze mama. Die was niet gelukkig en dan kun je precies ook niet vooruit. Dat zijn situaties waar mensen niet zomaar uit geraken.

“Maar mensen denken ook vaak dat ik het hier gemakkelijk heb. De kinderen verstaan mij toch niet en je kunt er niets mee aanvangen. Echt waar, ze denken dat de kinderen hier de hele dag spelen. Ik vind dat erg, want hier wordt heel hard gewerkt. Constant denken we na: hoe kunnen we conflicten en agressie op de speelplaats aanpakken? Hoe kunnen we de ouders nog meer betrekken? We doen niets anders dan nadenken.

“En in het zesde leerjaar kunnen de kinderen hier evenveel als elders. Dat antwoord ik altijd: wij krijgen ook inspectie. ‘Ja maar, het is toch van een ander niveau bij jullie’, zeggen mensen dan. En: ‘Jullie gaan toch veel spelen in het park.’ Dat klopt, omdat we weten dat de kinderen hier leven in kamers van drie meter op drie. Ga trouwens maar eens kijken in Lummen, daar spelen de kinderen ook.

“Soms zijn we met te veel dingen tegelijk bezig, dat is zo. Maar dan rem ik af: geen themaweek, geen spectaculaire activiteiten. Gewoon rust. Als een kindje weent, neem ik het op mijn schoot en maak ik tijd. Want we moeten aan zoveel denken dat we niet meer doen waarvoor we gekomen zijn: met de kinderen bezig zijn.”

11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

31-08-17

herinneringen aan herinneringen...

 

 

Ik had hem, dacht ik, met succes uit mijn hoofd gezet, 
uit mijn verleden weggejaagd, maar toen werd ik ziek,
verdronk in zeeën van tijd en begon terug te kijken hoe mijn leven
was gelopen, ik begon te graven en te spitten in mijn geheugen en
vond herinneringen waarvan de pijn reeds lang geleden versleten was.
Herinneringen van 30 jaar geleden werden met de dag levendiger.
Ik keerde terug in de tijd en toch vroeg ik me nooit af hoe het zou
zijn gegaan als...daar was ik véél te ziek voor dus bleef ik hangen
op de paden die ik nooit had betreden en zwierf er maandenlang rond.

Soms stelde ik me voor dat hij mij in het ziekenhuis kwam bezoeken
en dat idee leek me toen niet eens zo absurd.
Hoe zou hij zich gedragen aan mijn ziekbed,
zou hij niet goed weten wat zeggen, zou hij verbaasd zijn of
gechoqueerd door mijn, door ziekte en medicijnen, verwoeste uiterlijk,
mijn ingevallen wangen, mijn holle oogopslag?
Of zou hij teder zijn en pas aan mijn ziekbed beseffen hoe zeldzaam
en hoe kostbaar onze liefdesgeschiedenis ooit was?
Dagenlang bleef ik in die onrealistische dromen hangen.

Zie me hier liggen, dacht ik enkele dagen later,
vastgesnoerd aan draden en infusen, gevangene van mijn ziek,
zwak lichaam, bleek als een lijk maar nog levend,
doodziek maar nog niet verslagen.
Niet klagen, niet versagen, maar in stilte lijden, altijd voort...
Neen, medelijden wil ik niet opwekken, bespaar me je medelijden.
Ooit word ik beter, dat zal je wel zien.
Ooit zal ik weer genieten van de geur en de kleur van het leven,
daar ben ik zeker van en toch zeurt de twijfel bij elke pijnscheut
die door mijn lichaam scheurt.

Vijfentwintig
maanden, evenveel behandelingen,
enkele complicaties en een longontsteking later,
werd ik uit het ziekenhuis ontslagen en besefte dat ik verdorie meer
dan 2 jaar van mijn leven in een ziekenhuis had verspild en
ik besloot om geen aandacht meer te schenken aan mijn ziekte en
mij niet langer te verliezen in romantische dromen.
Was het niet wijzer om te proberen de verloren tijd in te halen?
We leven tenslotte maar één keer!
Ik kreeg een tweede kans en die zou ik naar hartenlust benutten.
Van die gedachte was ik helemaal doordrongen toen ik opgelucht
de deur van het ziekenhuis achter me dicht deed, de vrijheid tegemoet,
niet voor lang echter...
maar dat wist ik toen nog niet...



11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

30-08-17

Does size matter? 3 stellen over hun lengteverschil

Does size matter? Menige romance wordt in de kiem gesmoord omdat de man kleiner is dan de vrouw. Deze stellen trekken zich niets aan van hun lengteverschil.

Kees van Unen 
Jolanda van den Berg en Bo Tarenskeen ©Sanne Zurné

Hij heeft reebruine ogen om in te verdwalen, een topfunctie ergens hoog in een toren op de Zuidas, zijn pakken zitten strak, zijn grappen vallen goed. Innemend, charmant, knap; een droomvent. Maar één adder onder het gras: hij is 1,65 meter. Een opdondertje dus, vrouwen torenen bijna steevast boven hem uit. En dat blijkt een onwenselijke situatie in onze maatschappij.

Niet voor niks zetten langere vrouwen en kleinere mannen hun lengte in hun profiel op datingapps als Tinder. Ze besparen zich liever de vernedering van een ontmoeting waar het lengteverschil pas zichtbaar wordt. Zonde van de tijd en de moeite, wordt nooit wat namelijk. De man meet langer dan de vrouw in onze maatschappij, en als het anders is, is dat uitzonderlijk en een aanleiding tot medelijdend smoezelen achter de rug. 

Cijfers staven dat. Onderzoek van Gert Stulp (34) van de Rijksuniversiteit Groningen stelde vast dat statistisch gezien bij 1 op de 10 koppels de vrouw langer zou moeten zijn dan de man. De werkelijkheid was dat het er minder waren. Stulp: "Deze resultaten komen ietwat overeen met bevindingen uit de literatuur naar partnervoorkeuren. Uit studies blijkt dat vrouwen gemiddeld genomen de voorkeur hebben voor een man langer dan zijzelf - en andersom, dus mannen voor een kleinere vrouw. Blijkbaar spelen die voorkeuren echt een rol in de partnerkeuzes." 

Erfenis uit de oertijd

Vermoeden bevestigd, kortom. Maar waarom? "De hamvraag," zegt Stulp, "maar lastig te beantwoorden. Lichaamslengte hangt positief samen met gezondheid, opleiding en inkomen, dus het kan zijn dat een voorkeur voor lengte samenhangt met de voorkeur voor andere eigenschappen. Dat deze relatie bestaat tussen lichaamslengte en de ander genoemde eigenschappen, is vooral vanwege de ontwikkeling als kind: goede omstandigheden in de jeugd hebben bevorderende effecten op de groei en ontwikkeling, wat later een betere gezondheid en een langere gestalte als gevolg heeft. Maar deze verbanden zijn wel erg zwak."

Aangezien mannen gemiddeld langer zijn dan vrouwen, is het misschien ook te verwachten dat er part­ner­voor­keu­ren voor lengte zijn

En ook een rondgang langs andere onderzoeken geeft weinig bevredigende antwoorden. Wel wordt er veel vermoed. Terugkerende theorie: de vrouw zou zich fysiek beschermd willen weten - een erfenis uit de oertijd. En een beer van een vent maakt nu eenmaal meer kans in een één op één met een sabeltandtijger dan een miezerig mannetje. Maar de oertijd is eeuwen geleden en de sabeltand­tijger al even lang uitgegromd. 

Viva Forum

Toch leven we nog met de gedachte dat het zo moet zijn. Hoewel de stelletjes bij dit artikel er prima mee kunnen leven, bleek uit de lastige zoektocht naar de paren dat het taboe nog heerst. En een blik op het Viva Forum - thermometer van onze maatschappij - leert ons hetzelfde, in het topic 'Vrouw groter dan de man'.

Ene Yulia: 'Mijn relatie met mijn 'even grote' vriend is onlangs uit. Ik zal nu nooit meer een vriend willen die kleiner of even groot is. Het heeft me altijd beziggehouden. Als ik hakken droeg, kon ik niet echt fijn hand in hand lopen omdat zijn hand dan veel lager hing. Ik schaamde me eigenlijk ook altijd. Mensen in mijn omgeving hadden het altijd over 'die dwerg'. Daarbij was hij totaal uit verhouding, hij had korte benen t.o.v. de rest van zijn lichaam, plus hij had een wat groot hoofd. Tja, verder best een leuke knul met zijn 1.73 m maar toch, die verhouding, het klopte niet. Dus nu op zoek naar iemand die mij dus wel een 'trots' gevoel geeft.'

Of Vivalavida: 'Ik ben 15 cm langer dan mijn vriend. Haha, en we staan echt voor lul als ik hakken aan heb. En nee, het is niet leuk, maar ja, ik hou wel van 'm.'

Nog een theorie dan: heteroseksuele mensen vinden kenmerken van de andere sekse aantrekkelijk. Zoals veel mannen wild worden van borsten en billen, en vrouwen borsthaar en spieren sexy vinden. Stulp: "En aangezien mannen gemiddeld langer zijn dan vrouwen, is het misschien ook te verwachten dat er partnervoorkeuren voor lengte zijn; het wordt misschien geassocieerd met mannelijkheid."

Let wel, dat geldt voor de westerse cultuur. Daar zijn deze voorkeuren redelijk eenduidig, aldus Stulp, maar universeel is het niet. "In niet-westerse populaties variëren de resultaten sterk en lijkt lichaamslengte geen belangrijke partnereigenschap." En ook in de westerse culturen zijn weer uitzonderingen. Zie ze maar eens flaneren in Zuid-Italië, de kleine mannetjes naast je reinste amazones - zo trots als een pauw.

Actrice Jolanda van den Berg (35, 1,86 meter) en toneelschrijver en medeoprichter Theater Na de Dam Bo Tarenskeen (36, 1,79 meter).

Jolanda van den Berg: "Toen we elkaar voor het eerst tegenkwamen, had ik mijn hoogste hakken aan." 

Bo Tarenskeen: "En je had zo'n grote ballerinaknot in je haar. Dat maakte je nog hoger. Mijn ex was ­toevallig ook langer dan ik, maar ik val niet per se op langere vrouwen. Eerder op frêle brunettes." 

Van den Berg: "En ik heb ooit iemand afgewezen met als argument dat ik niet op mannen val die ­kleiner zijn."

Tarenskeen: "En nu zijn we al bijna vijf jaar samen."

Van den Berg: "In het begin van onze relatie trok ik expres hoge hakken aan."

Tarenskeen: "Om te kijken of ik het zou volhouden. Het was een soort uitdaging; laten zien dat ik haar aankan."

Van den Berg: "Toen het serieus werd heb ik wel gevraagd: hoe lang zijn we nu eigenlijk? Ik loog toen zelf 1,85 meter." 

Tarenskeen: "En ik loog 1,80 meter." 

Van den Berg: "We kwamen elkaar allebei een centimeter tegemoet. Maar vrouwen die bewust platte schoenen aantrekken omdat hun vriend kleiner is, daar kijk ik meteen doorheen. Jij bent gecapituleerd, denk ik dan."

Tarenskeen: "Mannen die het er moeilijk mee hebben, dat heeft te maken met angst voor de vrouw. Alsof langere vrouwen te veel vrouw voor ze zijn. Ik ben daar niet bang voor."

Van den Berg: "Ik vind het juist heel leuk als je mij 'kleintje' noemt." 

Diana Wittendorp en Kwang Yul Jang ©Sanne Zurné

Docent biologie Diana Wittendorp (40, 1,70 meter) en teamleider luchtvrachtbedrijf Kwang Yul Jang (46, 1,61 meter).

Diana Wittendorp : "We hebben elkaar ontmoet in een kibboets in Israël. Er was daar een groepje van vijf Koreanen en Kwang was de kleinste. Dat zag ik natuurlijk wel, maar ja: hij was wel de leukste."

Kwang Yul Jang: "In Korea vinden mannen het over het algemeen geen probleem dat de vrouw langer is, maar Koreaanse vrouwen willen alleen mannen die langer dan 1,80 meter zijn."

Wittendorp : "Wij kijken in onze relatie vooral naar gelijkwaardigheid. We verdienen evenveel, we hebben allebei gestudeerd - op dat soort dingen letten we, niet op die 9 centimeter verschil in lengte." 

Jang: "Bij onze bruiloft in Korea waren we wel heel bijzonder. Om die lengte een beetje, maar überhaupt is het een zeldzaamheid dat Koreanen met een ­westerse vrouw trouwen." 

Wittendorp: "Voor onze huwelijksfoto's had ik zo'n hoepeljurk aan. Van de fotograaf moest ik daaronder wijdbeens gaan staan zodat ik even lang leek als Kwang. Zo'n issue is het in onze eigen kringen gelukkig niet, daar letten mensen niet zo op uiterlijk."

Jang: "Ik denk trouwens dat het voor Diana geen probleem is dat ik klein ben omdat haar vader ook relatief klein is: 1,71 meter."

Wittendorp : "Zou kunnen. En Kwang zegt altijd: in bed maakt het niks uit want dan lig je toch."

Naomi ­Bryan en Ran van der Sluis ©Sanne Zurné

Student psychologie Naomi ­Bryan (22, 1,73 meter) en zzp'er in de evenementenbranche Ran van der Sluis (22, 1,69 meter).

Naomi Bryan: "Ben jij 1,69 meter? Echt? Ik dacht wel iets langer."

Ran van der Sluis: "Ja, ik ben mijn hele leven de ­kleinere geweest, dat accepteer je dan gewoon. Je moet wel. Ik maak er ook iets positiefs van. Ja, ik ben inderdaad die kleine motherfucker die naast haar loopt. Mooi toch?"

Bryan: "We zijn nu vijf jaar bij elkaar. In het begin moest iedereen het nog even zeggen. 'Hij is wel een stuk kleiner, hè? Weet je dat wel?' 'Ja, ik zie het,' zei ik dan. Als ik hakken aan heb, wordt het verschil wel heftig trouwens."

Van der Sluis: "Dan moet ik echt omhoog kijken om haar nog te zien. En zij naar beneden."

Bryan: "En als we lopen en je slaat je arm om me heen, dan kom je iets omhoog." 

Van der Sluis: "Mijn vrienden fokken me wel met mijn lengte, dat ben ik gewend." 

Bryan: "Ik noem hem soms dwerg, maar dat is meer liefkozend. Ik zet het niet in bij een ruzie ofzo."

Van der Sluis: "Het raakt me ook niet. Mijn lengte zit me niet dwars. Toch staan we nog weleens met onze ruggen tegen elkaar om te kijken of die groeispurt nog komt."

Bryan: "Ik reken er maar niet meer op."

02:01 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

28-08-17

"Mannen willen dat vrouwen orgasme krijgen, omdat ze zich dan meer man voelen"

Bron: Psypost, Vice Broadly

 1Ter illustratie ©thinkstock

Mannen zien het vrouwelijk orgasme minstens deels als "een prestatie van hun mannelijkheid", aldus een studie die gepubliceerd werd in het wetenschappelijk tijdschrift 'Journal of Sex Research'. Bij mannen die een sterk mannelijk rolpatroon opnemen is dat nog meer het geval dan bij andere mannen. 

Aan het onderzoek namen 810 meerderjarige mannen deel die zich seksueel aangetrokken voelen tot vrouwen. De onderzoekers van de University of Michigan lieten de deelnemers verschillende situaties lezen, waarna ze moesten aangeven hoe mannelijk ze zich voelden. In elke situatie moesten de mannen zich voorstellen dat ze voor de derde keer seks hadden met een knappe vrouw. Soms kreeg de fictieve vrouw een orgasme, in andere niet. Verder had ze in sommige situaties met vroegere bedpartners wel orgasmes ervaren, of was ze nog nooit met een vroegere partner klaargekomen.
        
Symbolische mannelijke prestaties

Mannen gaven aan dat ze zich mannelijker voelden wanneer ze de vrouw lieten klaarkomen. Bij mannen die zichzelf mannelijker voelden, was dat zelfs meer het geval. Door de verwachtingen in de maatschappij hebben mannen vaak het gevoel dat ze "zich moeten bewijzen door symbolische mannelijke prestaties", aldus de onderzoekers Sara Chadwick en Sari van Anders. 

De onderzoekers vonden het opmerkelijk dat wanneer de fictieve vrouw met vroegere partners nooit orgasmes had ervaren, dat weinig effect had op het gevoel van mannelijkheid van de deelnemers. "Dat komt overeen met het idee dat mannen verantwoordelijk zijn voor het orgasme van heteroseksuele vrouwen, ongeacht vroegere ervaringen van de vrouw."
 
"Voor sommige mannen gaat het vrouwelijk orgasme niet over het plezier van de vrouw", zeggen onderzoekers aan de wetenschappelijke nieuwssite Psypost. "Voor deze mannen gaat het vrouwelijk orgasme over de man die zich goed voelt in zijn mannelijkheid. Dat zou kunnen verklaren waarom sommige mannen druk voelen om een vrouw een orgasme te 'geven'. Het zou ook kunnen verklaren waarom sommige vrouwen doen alsof ze een orgasme hebben, om de gevoelens van de man te beschermen."

19:53 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print