26-08-17

gelukzaligheid...

 

 

Weet je nog... 
het was op een koude novembernacht,
de eerste vorst zat in de lucht, dat was die keer dat we elkaar
stonden te zoenen in de koude buitenlucht?
Jij bent het misschien vergeten maar ik herinner het mij nog alsof
het pas gisteren gebeurd is, dat moment was voor mij het begin,
het echte begin, het ogenblik dat jij voor mij veranderde van vreemde
in vertrouwde, het was voor mij zo'n aangrijpende ervaring,
op slag kwam ik uit mijn eenzaamheid,
geen totale eenzaamheid maar een eenzaamheid die ik zelf verkoos
en dat maakte me niet populair,
ik was bereid om beetje bij beetje uit mijn schuilplaats te komen,
ook het genot dat ik voelde, hoe kortstondig dat ook was,
bevrijdde me uit mijn isolement, uit de ingewikkelde wereld waarin
ik mijn draai niet vond.

Ga mee naar buiten zei je terwijl de fuif en het feestgewoel in volle
gang was had je zin om naar buiten te gaan.
Ik ging met je mee en rook de peilloze nacht,
de milde stilte na het uitzinnige lawaai,
mijn eigen gonzende bloed was het enige wat ik hoorde.
Jij en ik waren het middelpunt van het machtige grote geheel.
Tijdens je eerste voorzichtige aanraking sloegen warme golven
door mijn hele lijf. Mijn hart ging als een razende tekeer als je lippen
naderden. Mijn mond was geopend, mijn tong aarzelde,
wist niet goed wat te doen. Ik hield even op, keek je aan,
je glimlachte dus sloot ik mijn ogen weer en opnieuw ontmoetten
onze lippen elkaar. We voerden een gesprek zonder woorden,
een lang gesprek, een eindeloos gesprek.
We bleven elkaar lang zoenen en genoten van die onbeschrijfelijke,
gelukzalige roes.
Je zoenen waren opwindend en tegelijk verwarrend, ze wekten
mijn seksuele begeerte op waarvan ik het bestaan nog niet eens kende.

Weet je dat nog...?

 

 

18:15 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

25-08-17

'Moet ik de wc-bril omlaag doen, of mijn vrouw de bril omhoog?'

Beatrijs Ritsema

©Maartje Geels

Beste Beatrijs,

Regelmatig loopt de spanning bij mij thuis hoog op door de kwestie wc-bril. Inzet is of de bril na toiletgebruik altijd weer omlaag gedaan moet worden of niet. Voor mij is het terug te brengen tot een kans: is er een plassende man vóór je geweest, dan staat de bril omhoog, was het een vrouw, dan staat-ie omlaag. Dat heren af en toe het toilet zittend gebruiken betekent dat vrouwen statistisch gezien minder vaak de bril hoeven neer te laten dan dat mannen hem moeten oplichten. Mijn vrouw ziet dit anders en is onwrikbaar. Ze vindt het onhygiënisch, onhoffelijk en bot om de bril open te laten staan. Inmiddels verharden de standpunten zich en wij komen hier niet meer uit zonder een professioneel oordeel. Wat vindt u ervan?

Omlaag of omhoog?

Beste Omlaag of omhoog,

Persoonlijk sta ik aan de rekkelijke kant in de eeuwigdurende strijd tussen degenen die vinden dat de wc-bril neergehaald dient te worden en degenen die daarvoor geen noodzaak zien. Belangrijk is dat iedereen de wc na gebruik smetteloos achterlaat voor de volgende bezoeker. Wanneer gebruikers zich hier consciëntieus aan houden, degradeert de stand van de bril tot detail, omdat iedereen (m/v) iets onbezoedelds op of neer kan halen, zoals het toevallig uitkomt. Maar ik vrees dat dit standpunt uw vrouw niet zal overtuigen. Sommige vrouwen maken hier een halszaak van en willen het per se op hun manier geregeld zien. Omdat het ook weer niet zo vreselijk belangrijk is en om van het gezeur af te zijn, raad ik u aan om uw vrouw haar zin te geven en het gedrag ‘bril omlaag klappen’ te automatiseren. Reken intussen tot uw zegeningen dat uw vrouw tenminste niet zo ver gaat dat zij de mannen in haar omgeving dwingt om zittend te plassen. Dat gebeurt ook steeds vaker.

01:44 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

24-08-17

Piemelgêne

 Henk Van Straten

©Matthias Philips

Ik geef toe: tijdens het bekijken van al die penissen in het boek 'Manhood: The Bare Reality' tekende een lichte grimas aldoor mijn gelaat. Blijkbaar voel ik weerstand, of zelfs afkeer, jegens de medepenis. Dat is iets om over na te denken. Een van de geïnterviewde (anonieme) mannen in het boek: "In het herentoilet gelden ongeschreven regels: je kiest het urinoir dat het verste bij een andere man vandaan is en gaat alleen vlak naast een andere man staan als er verder echt geen urinoir meer vrij is. Je kijkt strak naar voren." En voor de kleedkamer in de sportclub geldt hetzelfde: "Omkleden doe je zo snel als je kunt. Je kijkt naar je kluisje. Je blijft niet staan dralen." Naar andermans penis kijk je niet.

Is het zo simpel? Zie ik simpelweg te weinig penissen? Dat als ik er ineens een stel bij elkaar zie, en ze ook nog eens afwijken van de mijne, ik daarvoor terugdeins?

(Maar wacht even. Hoe zit dat dan met de penissen in porno? Bij elkaar opgeteld bepaald geen klein aantal. Misschien zie ik daar een generiek soort penis; penissen die door een keuring zijn gekomen. In het boek van Dodsworth staat een allegaartje, een bonte verzameling. Kleine, grote, dunne, kromme, lichte, donkere, stompe, spitse, lange, dikke, rimpelige en bij-elkaar-geopereerde. Ze komen allemaal voorbij. Onverbloemd en recht van voren.) 

Nee, er moet meer aan de hand zijn. Ik vind de penissen een beetje vies en lelijk. Maar waarom? Zou ik, als mijn eigen penis erbij zou staan, ook daar licht van gruwen?

En stel dat dat zo is, dan vind ik dus zelfs mijn eigen penis een beetje vies. En daarmee de penis. Misschien heeft het te maken met wat er úit de penis komt. Urine, om te beginnen. Urine wil je niet op je hebben. En dan zaad. Dat kleverige goedje.

Vind ik zaad vies? Ik kom daar niet helemaal uit. Ja en nee. Het hoort erbij. Het heeft - letterlijk - het zaadje voor nieuw leven in zich, wat het toch tot een soort wondermiddel maakt. Een zaadlozing kan geil zijn, zelfs het visuele aspect ervan. Maar evengoed is het een beetje ranzig. Een soort wit snot. Nog wezenlijker is dat ejaculatie iets onbeholpens heeft. Als je het orgasme eenmaal toelaat kun je de lozing onmogelijk tegenhouden. Dat druist in tegen onze behoefte aan controle. Je hebt je laten gaan, je hebt iets laten ontsnappen. Die gedachte leidt al snel tot de volgende: het had niet mogen gebeuren. Gêne is daarop een logische reactie, net als op een scheet.

Waar het jezelf betreft is daar nog wel mee om te gaan, maar als je naar tientallen ándere penissen kijkt ontstaat er wellicht een cumulatie van plaatsvervangende schaamte. En ja, dan ga je grimassen.

Is dat het? Gruw ik (een beetje) van andermans penis omdat ik (een beetje) van mijn eigen penis gruw? Wat tragisch en zonde zou dat zijn. Er is niets zo jammer en onnodig als gêne voor wie of wat je bent. Niets zo verdrietig als de drang jezelf op te delen in wenselijk en onwenselijk. Niemand zou dat moeten hoeven doen, ook de man niet die vertelt: "Mijn hele leven ben ik me bewust geweest van mijn kleine penis. Zo lang als ik me kan herinneren schaam ik me er al voor. Ik weet zeker dat de relatie tot mijn penis mijn leven heeft gevormd." Kortom, zijn kleine penis maakte hem een kleinere man. "Als ik een grotere penis had gehad zou ik me met meer zelfvertrouwen onder andere mannen hebben begeven."

De penis is onlosmakelijk verbonden met het gevoel van mannelijkheid. Dat niemand precies weet wat mannelijkheid is, hoe het eruitziet, of eruit zou móéten zien, is daarbij irrelevant. Je voelt wat je voelt. Als je je schaamt dan schaam je je, en jezelf daaroverheen zetten is makkelijker gezegd dan gedaan. Ook ik zou me minder man voelen met een kleine penis. Stom, onnodig en misschien zelfs masochistisch, maar niettemin een feit.

Kortom: vrede sluiten met je penis is vrede sluiten met jezelf. Misschien dat sommige mannen hun penis daarom een naam geven. "Ik zeg niet graag penis en ook niet graag pik", zegt een andere man. "Mijn penis, Rufus, is een soort barometer die aangeeft hoe het is gesteld met mijn gezondheid, gemoed en fitheid." Deze man beschouwt zijn Rufus als een maatje. Rufus laat hem weten - door bijvoorbeeld tijdens de seks niet omhoog te komen - dat hij niet in goede gezondheid verkeert. Maar daarmee heeft hij tóch onderscheid gemaakt tussen zichzelf en zijn geslachtsorgaan. And never the twain shall meet.

Het blijft ingewikkeld. Wil je echt van jezelf kunnen houden, dan zul je ook van je penis moeten houden. En wellicht zelfs van de penis van de ander.

22:01 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print