26-08-17

gelukzaligheid...

 

 

Weet je nog... 
het was op een koude novembernacht,
de eerste vorst zat in de lucht, dat was die keer dat we elkaar
stonden te zoenen in de koude buitenlucht?
Jij bent het misschien vergeten maar ik herinner het mij nog alsof
het pas gisteren gebeurd is, dat moment was voor mij het begin,
het echte begin, het ogenblik dat jij voor mij veranderde van vreemde
in vertrouwde, het was voor mij zo'n aangrijpende ervaring,
op slag kwam ik uit mijn eenzaamheid,
geen totale eenzaamheid maar een eenzaamheid die ik zelf verkoos
en dat maakte me niet populair,
ik was bereid om beetje bij beetje uit mijn schuilplaats te komen,
ook het genot dat ik voelde, hoe kortstondig dat ook was,
bevrijdde me uit mijn isolement, uit de ingewikkelde wereld waarin
ik mijn draai niet vond.

Ga mee naar buiten zei je terwijl de fuif en het feestgewoel in volle
gang was had je zin om naar buiten te gaan.
Ik ging met je mee en rook de peilloze nacht,
de milde stilte na het uitzinnige lawaai,
mijn eigen gonzende bloed was het enige wat ik hoorde.
Jij en ik waren het middelpunt van het machtige grote geheel.
Tijdens je eerste voorzichtige aanraking sloegen warme golven
door mijn hele lijf. Mijn hart ging als een razende tekeer als je lippen
naderden. Mijn mond was geopend, mijn tong aarzelde,
wist niet goed wat te doen. Ik hield even op, keek je aan,
je glimlachte dus sloot ik mijn ogen weer en opnieuw ontmoetten
onze lippen elkaar. We voerden een gesprek zonder woorden,
een lang gesprek, een eindeloos gesprek.
We bleven elkaar lang zoenen en genoten van die onbeschrijfelijke,
gelukzalige roes.
Je zoenen waren opwindend en tegelijk verwarrend, ze wekten
mijn seksuele begeerte op waarvan ik het bestaan nog niet eens kende.

Weet je dat nog...?

 

 

18:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

25-08-17

'Moet ik de wc-bril omlaag doen, of mijn vrouw de bril omhoog?'

Beatrijs Ritsema

©Maartje Geels

Beste Beatrijs,

Regelmatig loopt de spanning bij mij thuis hoog op door de kwestie wc-bril. Inzet is of de bril na toiletgebruik altijd weer omlaag gedaan moet worden of niet. Voor mij is het terug te brengen tot een kans: is er een plassende man vóór je geweest, dan staat de bril omhoog, was het een vrouw, dan staat-ie omlaag. Dat heren af en toe het toilet zittend gebruiken betekent dat vrouwen statistisch gezien minder vaak de bril hoeven neer te laten dan dat mannen hem moeten oplichten. Mijn vrouw ziet dit anders en is onwrikbaar. Ze vindt het onhygiënisch, onhoffelijk en bot om de bril open te laten staan. Inmiddels verharden de standpunten zich en wij komen hier niet meer uit zonder een professioneel oordeel. Wat vindt u ervan?

Omlaag of omhoog?

Beste Omlaag of omhoog,

Persoonlijk sta ik aan de rekkelijke kant in de eeuwigdurende strijd tussen degenen die vinden dat de wc-bril neergehaald dient te worden en degenen die daarvoor geen noodzaak zien. Belangrijk is dat iedereen de wc na gebruik smetteloos achterlaat voor de volgende bezoeker. Wanneer gebruikers zich hier consciëntieus aan houden, degradeert de stand van de bril tot detail, omdat iedereen (m/v) iets onbezoedelds op of neer kan halen, zoals het toevallig uitkomt. Maar ik vrees dat dit standpunt uw vrouw niet zal overtuigen. Sommige vrouwen maken hier een halszaak van en willen het per se op hun manier geregeld zien. Omdat het ook weer niet zo vreselijk belangrijk is en om van het gezeur af te zijn, raad ik u aan om uw vrouw haar zin te geven en het gedrag ‘bril omlaag klappen’ te automatiseren. Reken intussen tot uw zegeningen dat uw vrouw tenminste niet zo ver gaat dat zij de mannen in haar omgeving dwingt om zittend te plassen. Dat gebeurt ook steeds vaker.

01:44 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

24-08-17

Piemelgêne

 Henk Van Straten

©Matthias Philips

Ik geef toe: tijdens het bekijken van al die penissen in het boek 'Manhood: The Bare Reality' tekende een lichte grimas aldoor mijn gelaat. Blijkbaar voel ik weerstand, of zelfs afkeer, jegens de medepenis. Dat is iets om over na te denken. Een van de geïnterviewde (anonieme) mannen in het boek: "In het herentoilet gelden ongeschreven regels: je kiest het urinoir dat het verste bij een andere man vandaan is en gaat alleen vlak naast een andere man staan als er verder echt geen urinoir meer vrij is. Je kijkt strak naar voren." En voor de kleedkamer in de sportclub geldt hetzelfde: "Omkleden doe je zo snel als je kunt. Je kijkt naar je kluisje. Je blijft niet staan dralen." Naar andermans penis kijk je niet.

Is het zo simpel? Zie ik simpelweg te weinig penissen? Dat als ik er ineens een stel bij elkaar zie, en ze ook nog eens afwijken van de mijne, ik daarvoor terugdeins?

(Maar wacht even. Hoe zit dat dan met de penissen in porno? Bij elkaar opgeteld bepaald geen klein aantal. Misschien zie ik daar een generiek soort penis; penissen die door een keuring zijn gekomen. In het boek van Dodsworth staat een allegaartje, een bonte verzameling. Kleine, grote, dunne, kromme, lichte, donkere, stompe, spitse, lange, dikke, rimpelige en bij-elkaar-geopereerde. Ze komen allemaal voorbij. Onverbloemd en recht van voren.) 

Nee, er moet meer aan de hand zijn. Ik vind de penissen een beetje vies en lelijk. Maar waarom? Zou ik, als mijn eigen penis erbij zou staan, ook daar licht van gruwen?

En stel dat dat zo is, dan vind ik dus zelfs mijn eigen penis een beetje vies. En daarmee de penis. Misschien heeft het te maken met wat er úit de penis komt. Urine, om te beginnen. Urine wil je niet op je hebben. En dan zaad. Dat kleverige goedje.

Vind ik zaad vies? Ik kom daar niet helemaal uit. Ja en nee. Het hoort erbij. Het heeft - letterlijk - het zaadje voor nieuw leven in zich, wat het toch tot een soort wondermiddel maakt. Een zaadlozing kan geil zijn, zelfs het visuele aspect ervan. Maar evengoed is het een beetje ranzig. Een soort wit snot. Nog wezenlijker is dat ejaculatie iets onbeholpens heeft. Als je het orgasme eenmaal toelaat kun je de lozing onmogelijk tegenhouden. Dat druist in tegen onze behoefte aan controle. Je hebt je laten gaan, je hebt iets laten ontsnappen. Die gedachte leidt al snel tot de volgende: het had niet mogen gebeuren. Gêne is daarop een logische reactie, net als op een scheet.

Waar het jezelf betreft is daar nog wel mee om te gaan, maar als je naar tientallen ándere penissen kijkt ontstaat er wellicht een cumulatie van plaatsvervangende schaamte. En ja, dan ga je grimassen.

Is dat het? Gruw ik (een beetje) van andermans penis omdat ik (een beetje) van mijn eigen penis gruw? Wat tragisch en zonde zou dat zijn. Er is niets zo jammer en onnodig als gêne voor wie of wat je bent. Niets zo verdrietig als de drang jezelf op te delen in wenselijk en onwenselijk. Niemand zou dat moeten hoeven doen, ook de man niet die vertelt: "Mijn hele leven ben ik me bewust geweest van mijn kleine penis. Zo lang als ik me kan herinneren schaam ik me er al voor. Ik weet zeker dat de relatie tot mijn penis mijn leven heeft gevormd." Kortom, zijn kleine penis maakte hem een kleinere man. "Als ik een grotere penis had gehad zou ik me met meer zelfvertrouwen onder andere mannen hebben begeven."

De penis is onlosmakelijk verbonden met het gevoel van mannelijkheid. Dat niemand precies weet wat mannelijkheid is, hoe het eruitziet, of eruit zou móéten zien, is daarbij irrelevant. Je voelt wat je voelt. Als je je schaamt dan schaam je je, en jezelf daaroverheen zetten is makkelijker gezegd dan gedaan. Ook ik zou me minder man voelen met een kleine penis. Stom, onnodig en misschien zelfs masochistisch, maar niettemin een feit.

Kortom: vrede sluiten met je penis is vrede sluiten met jezelf. Misschien dat sommige mannen hun penis daarom een naam geven. "Ik zeg niet graag penis en ook niet graag pik", zegt een andere man. "Mijn penis, Rufus, is een soort barometer die aangeeft hoe het is gesteld met mijn gezondheid, gemoed en fitheid." Deze man beschouwt zijn Rufus als een maatje. Rufus laat hem weten - door bijvoorbeeld tijdens de seks niet omhoog te komen - dat hij niet in goede gezondheid verkeert. Maar daarmee heeft hij tóch onderscheid gemaakt tussen zichzelf en zijn geslachtsorgaan. And never the twain shall meet.

Het blijft ingewikkeld. Wil je echt van jezelf kunnen houden, dan zul je ook van je penis moeten houden. En wellicht zelfs van de penis van de ander.

22:01 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

23-08-17

Heren, luister goed naar uw geslachtsorgaan

Een penis is niet alleen nuttig voor de gebruikelijke activiteiten - hij waarschuwt ook als je ziek bent. 'De penis is de antenne van het hart.'

Malika Sevil 
©Hilde Atalanta

Uroloog en seksuoloog Cobi Reisman (53) kan vele clichés over het lid ontkrachten, maar dit beeld klopt: "Er is geen orgaan waar mannen een diepere relatie mee hebben dan met de penis." Hij zegt het na een drukke polidag in zijn spreekkamer van Ziekenhuis Amstelland in Amstelveen.

Reisman ziet ze al vijftien jaar elke dag: de man en zijn penis. Vandaag waren het er 34. Bij vier van hen deed hij een inwendig kijkonderzoek. Hij behandelde mannen met nierstenen, met plasproblemen, met prostaatkanker en met erectiestoornissen.

"Of met weinig zin!" zegt Reisman nogal nadrukkelijk. Om nu maar een stereotype onderuit te schoffelen: "De gedachte is dat mannen altijd zin hebben om te vrijen. Ready to shoot. Dat is niet zo. Hoezo mag de vrouw geen zin hebben en de man niet? Ik krijg hier steeds meer stellen waarvan de partner, man of vrouw, zegt: 'Hij heeft geen zin en dat stoort mij'."

Seks is onderhandelbaar, zegt hij: 'geven en nemen'. Steeds meer vrouwen die te weinig 'krijgen' nemen daar geen genoegen mee en sturen aan op een afspraak bij de uroloog of zoeken elders hulp.

Maar wat betekent die trend? Zijn de mannen tegenwoordig minder geil? Daalt het libido? Reisman kan het niet hard maken, maar het zou hem niet verbazen als een groeiend deel wordt lamgelegd door het tempo en de eisen van de hedendaagse maatschappij.

De gedachte is dat mannen altijd zin hebben om te vrijen. Ready to shoot. Dat is niet zo

Cobi Reisman

"We zijn de hele dag bezig met mail, whatsappberichten en noem maar op. We hebben stress op het werk, geen tijd en dat alles maakt dat mensen geen ruimte hebben om te ontspannen."

Dat combineert slecht met seks, zegt Reisman. "Voor goede intimiteit en seksualiteit moet je de tijd nemen. Het is niet allemaal the fast and the furious, al helemaal niet in langdurige relaties."

Kanarie in de kolenmijn

Maar ook als de penis echt weigert, is dat bijna altijd een symptoom van een onderliggend probleem, zegt Reisman. Mentale overbelasting. Psychologische klachten. Een hormonale ontregeling. Schade aan de zenuwen. Of bijwerkingen van medicijnen. Voor Reisman is het elke keer weer een puzzel: wat is er loos?

Boven aan het lijstje staat een in potentie dodelijke aandoening: hart- en vaatziekten. Bij een patiënt met een erectiestoornis en overgewicht is Reisman alert. Als de patiënt ook nog blijkt te roken, een hoge bloeddruk heeft en weinig beweegt, gaan alle seinen op rood.

Reisman legt het uit: De vaatjes die de penis van bloed voorzien zijn veel kleiner en smaller dan de vaten die het bloed naar het hart brengen. "Vaatproblemen zullen zich vanzelfsprekend eerst bij de kleine bloedvaten manifesteren. Bij de penis dus. Het is echt een waarschuwingssignaal."

Zo komt er dus geregeld een man bij de uroloog met een erectiestoornis die de spreekkamer verlaat met een verwijzing naar de cardioloog vanwege mogelijke hart- en vaatziekten. Het goede nieuws is dat met een gezondere leefstijl de erecties verbeteren - dat toont onderzoek aan.

Een erec­tie­stoor­nis kan wijzen op een tekort aan tes­tos­te­ron. De oorzaak is vaak duidelijk zichtbaar: te veel buikvet

Luister dus goed naar uw geslachtsorgaan, zegt Reisman. Het kan alarmeren. Het is, anders gezegd, een kanarie in de kolenmijn. Of zoals Reisman het verwoordt: "De penis is de antenne van het hart. Dat heeft een dubbele betekenis. Enerzijds kan het een symptoom van een hartkwaal zijn, anderzijds werkt de penis ook niet optimaal als het met het hart emotioneel gezien niet goed gaat."

Buikvet

Nóg een signaal. Een erectiestoornis kan ook wijzen op een tekort aan testosteron, in de volksmond een mannenovergang. Reisman ziet steeds meer mannen met een laag testosteron. Het uit zich in moeheid, weinig zin in vrijen, minder baardgroei, pijnlijke spieren bij pogingen tot trainen en dus erectieproblemen.

De oorzaak is vaak duidelijk zichtbaar: te veel buikvet. "Buikvet is niet alleen maar vet, het is ook een hormonaal actief orgaan. Heel simpel gezegd: testosteron wordt gemaakt uit cholesterol. Maar als er veel buikvet is, zet een enzym het cholesterol om in het vrouwelijke hormoon oestrogeen en niet in testosteron. Het onderdrukt ook de eigen testosteronproductie."

Deze mannen krijgen van Reisman doorgaans testosteronsupplementen en het advies te gaan sporten en af te vallen. Tijdens het afvallen worden de testosteronpillen afgebouwd. De bedoeling is dat door het gewichtsverlies het lichaam de productie van het mannenhormoon weer overneemt.

Slim orgaan

Reisman gaat er eens goed voor zitten. Hij leunt achterover en hij legt in zijn stem iets van bewondering. Weet de verslaggever eigenlijk wel dat de penis een heel slim orgaan is? Hij wacht een eventueel antwoord op de vraag niet af en gaat verder met de buitengewone kwaliteiten van het mannelijk geslachtsorgaan. En die van het vrouwelijke trouwens ook, want 'het mechanisme en de werking is hetzelfde'.

Het slimme zit hem in de bloedtoevoer. "Kijk, als je gaat lopen, gaat er meer bloed in de benen, maar er gaat evenveel uit - dat is de circulatie. Bij de penis en de clitoris in opgewonden toestand werkt dat anders. Er ontstaat zwelling door bloedtoevoer. Er gaat meer bloed in dan eruitgaat. Het zijn de enige twee organen in het menselijk ­lichaam die dat doen. Dat noem ik slimme organen."

Juist omdat alles zo precies staat afgesteld, werkt het vaak niet naar behoren

Maar juist omdat alles zo precies staat afgesteld, werkt het vaak niet naar behoren. Tussen 20 en 40 procent van de mannen heeft erectieproblemen, en ongeveer 10 tot 15 procent heeft geen zin in seks, al is dit laatste volgens Reisman minder goed onderzocht.

Dat fenomeen overstijgt de slaapkamer. Mannen schamen zich. Ze veranderen soms ook, zegt Reisman. Ze isoleren zich, ontwijken intimiteit. Hun partners worden er ook onzeker van. "Ze denken vaak: 'Hij vindt mij niet meer aantrekkelijk.' Of: 'Misschien heeft hij een ander'. Of: 'Ik ben niet leuk genoeg'. Het geeft veel spanning in een relatie."

Veel stellen vermijden daardoor niet alleen seks, maar ook intimiteit. "Hij denkt: 'Als ik ga knuffelen en zoenen, denkt mijn geliefde dat ik seks wil, maar ik kan het niet.'" De partner begint daarom ook maar niet met intimiteiten, want 'dan denkt hij dat ik seks wil en hij heeft een probleem'. Reisman: "Ze denken dus voor elkaar."

Injectie voor erectie

Het duurt gemiddeld een jaar voordat mannen met erectieproblemen naar een arts stappen. "Mannen praten niet zo makkelijk over iets dat niet goed gaat. Maar wachten met het zoeken naar oplossing geeft enorm veel spanning. Lukt-het-wel-lukt-het-niet is funest voor de erectie."

De uroloog/seksuoloog kan naar eigen zeggen uiteindelijk bijna alle mannen helpen aan een (betere) erectie. Meestal met pillen en een goede begeleiding bij het gebruik daarvan. Soms met injecties, een vacuümpomp of een operatie. Gecombineerd met een aangepaste leefstijl lossen deze remedies de meeste erectieproblemen op.

Een injectie in de penis voelt hetzelfde als in de buik - geen man gelooft het, maar het is echt waar

Overigens wordt het voorstel om injecties in de penis te zetten doorgaans niet met gejuich ontvangen. "Ik begin dan altijd over diabetespatiënten, die moeten ook insuline spuiten. Een injectie in de penis voelt hetzelfde als in de buik - geen man gelooft het, maar het is echt waar."

Een injectie werkt uitstekend volgens Reisman. Er zit een combinatie van middelen in die leiden tot een versterkte bloeddoorstroming naar de penis. Binnen tien minuten staat hij.

"Als iemand heel bang is voor de injectie, kan hij een vacuümpomp gebruiken. Dat werkt ook, maar het geeft een ander gevoel, want het zuigt het bloed naar de penis toe. De penis voelt dan raar aan, een beetje koud. Mannen moeten dat overigens niet met een stofzuiger uitproberen. Dergelijke curiositeiten gebeuren, ja."

Reisman is nog lang niet op de penis uitgekeken, alles behalve. "Ik behandel niet alleen de penis, ik behandel niet alleen de prostaat, ik behandel de persoon. Geloof mij, als je alleen de penis gaat behandelen, leidt dat gegarandeerd tot teleurstellingen."

11:53 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

22-08-17

PESTERS tot op het EINDE: Tachtigplussertje pesten in het verzorgingshuis

Dan ben je 80-plus, woon je in een verzorgingshuis, gevangen in een onwillig lijf of in een verwarde geest. Gepest door medebewoners, uitgelachen, buitengesloten. En je kunt niet weg. Dit is je laatste halte. Je kunt alleen maar lijdzaam de rit uitzitten.

Man, tachtigplus, schuifelt naar de balie van woonzorgcentrum De Ruwaard in Oss. Overduidelijk geagiteerd. Hij ergert zich kapot aan een andere meneer, een medebewoner in een rolstoel. ,,Kunnen jullie hem niet buiten neerzetten? Hij roept zo hard. Gék word ik ervan." Receptioniste en activiteitenbegeleidster Gonny Megens kijkt er niet van op. Maar ze wordt wél kwaad. ,,Natúúrlijk kunnen we dat niet!"

Incidentje? Nee, eerder een gebed zonder eind. Freek Coensen, teammanager zorg en welzijn: ,,Hier wonen ouderen die vastzitten in hun patronen, hun denkbeelden. Vaak gedwongen door de omstandigheden, in de steek gelaten door lichaam en/of geest. Ze hebben weinig meer te kiezen, zijn afhankelijk van anderen. Dat frustreert."

Die frustraties worden soms uitgekuurd op medebewoners. Vaak op mensen die door hun beperkingen niks terug kunnen doen, geen weerwoord hebben. ,,Ik wil het niet meer tolereren", zegt Gonny Megens. ,,Het is toch te zot! Grote mensen die steggelen als kleine kinderen, die anderen botweg uitlachen of buitensluiten. Die hatelijke opmerkingen maken of ongeduldig en korzelig doen tegen mensen die vastzitten in een onwillig lichaam of een verwarde geest." De pesters zijn, aldus Gonny, doorgaans mensen die zelf redelijk gezond zijn. ,,Dan komen ze in de gemeenschappelijke ruimte en gedragen zich of alles van hen is. Alles goed en wel, maar ze moeten wel van onze kwetsbare bewoners afblijven. Er zijn erbij die zich terugtrekken in hun kamer. Dat kán toch niet."

We gaan eens kijken in die gemeenschappelijke ruimte. Gasterij De Kolibrie stroomt deze zomerochtend vol ouderen. Leunend op een stok, voorzichtig schuifelend achter een rollator, of zittend in een rolstoel. We treffen Ans van Hees (81), Annie Kaelen (92) en Miep de Bont (87). Zoals altijd zijn ze gezellig bij elkaar aan hun vaste tafeltje gekropen. Net als mevrouw Van A., eveneens 80-plus. In haar rolstoel zit ze er voor spek en bonen bij. Ze heeft geheugenproblemen en afasie, waardoor ze woorden verhaspelt, kwijt is zelfs. Dat is verdraaid lastig praten. Toch wil mevrouw Van A. beslist aan deze tafel. Dat komt misschien omdat ze elke dag opnieuw vergeet dat ze wordt genegeerd, dat ze irritatie op schijnt te roepen of de neiging tot leedvermaak. Maar op het moment zelf, vóelt ze het wel. Dan wordt ze boos, balt ze haar vuist in de lucht of komen er kwaaie klanken.

Begrip

Of de drie andere dames last hebben van getreiter? Nee hoor! En ze pesten zelf ook niet? Natuurlijk niet! Annie Kaelen: ,,Sommigen willen per se aan een bepaalde tafel. Mij maakt het niks uit waar ik zit. En ja, ge kunt iedereen wel lopen afkraken, maar dat heeft geen zin. Ik vind ze hier allemaal even leuk." Leuk is één ding, begrip iets heel anders. Nadat mevrouw Van A. zich luidruchtig in het gesprek probeert te mengen, antwoordt Annie Kaelen geprikkeld: ,,Ik versta d'r geen bal van, van al wá gij zegt nie." Ans van Hees weet het gelukkig: mevrouw Van A. vraagt naar haar man, die haar altijd aan het einde van de ochtend op komt zoeken. ,,Nog even wachten", zegt ze vriendelijk. Mevrouw Van A. hoort ook wel eens andere dingen op deze éne, belangrijke vraag. Zal Gonny Megens later op de dag vertellen. ,,Er zijn er hier ook die dan roepen: 'Jouw man komt vandaag niet hoor, die zit bij een ander vrouwke'. Zó geméén..."

De drie vriendinnen zitten zelf ook met een vraag, want ja, wat bedoelen we met pesten? Nou, iemand buitensluiten bijvoorbeeld, zeggen dat er geen plaats is aan tafel, demonstratief je tas op een lege stoel zetten. Dat herkennen de dames. Miep de Bont, met een knikje in de richting van Ans van Hees: ,,Dat doen wij soms wel, hè." Maar dat komt zo: Miep d'r man woont hier op de afdeling voor mensen met dementie. ,,Elke dag geef ik hem om 5 uur zijn warm eten. Dat duurt tot kwart voor 6. Dan zijn ze hier beneden al aan het diner begonnen en houden ze een stoel voor me vrij." Snappen ze dat andere bewoners daar een nare bijsmaak van kunnen krijgen? ,,Zeker", zegt Miep de Bont. ,,Ik zou het heel erg vinden als ik niet mocht aanschuiven."

Ans van Hees lag er onlangs wakker van. Dat ze keihard tegen een vrouw had gezegd - een nieuwe bewoonster nota bene - dat ze er niet bij mocht komen zitten. ,,Ik zag de hele nacht voor me hoe ze in haar rolstoel aan een ander tafeltje werd gezet. Het kán ook niet dat je zoiets doet..." Dus bood ze de volgende dag maar gauw haar excuses aan.

Slaags

Het gepest onder ouderen is een ondergeschoven probleem, zegt activiteitenbegeleider Ferry van Melis. ,,Hoog tijd dat er aandacht voor komt. Want het wordt steeds erger." Het punt is, denkt Ferry, dat in dit soort huizen mensen komen met allerlei soorten handicaps; dementie, afasie, doofheid, lichamelijke achteruitgang. ,,We hebben een mevrouw die de hele dag huilt. Een ander blijft maar godverdomme roepen. Ik kan me voorstellen dat het vervelend is om aan te horen. Maar een beetje begrip zou helpen. Wat we echter zien, zijn mensen die elkaar emotioneel proberen te treffen, of die zelfs letterlijk slaags raken met elkaar. Dat soort reacties is overigens ook vaak ingegeven door onvermogen of beperkingen. Maar de vraag is: wat moeten wij in vredesnaam doen?"

Antoinet Smits is horeca-medewerkster. Ook zij maakt het dagelijks mee, de stoelendans, de nare opmerkingen. ,,Er zit hier een mevrouw die wekelijks een paar uurtjes naar haar man in hun oude woning mocht. Sinds kort kan ze dat niet meer. Zelf denkt ze dat ze nog altijd gaat. Anderen halen haar dan wreed uit die droom: 'Gij gaat echt nérgens meer heen' Wat héb je daar nou aan?".

Carlijn Stofmeel is 22, net klaar met een jaar stage in de Ruwaard. Zij zag oude mensen zich gedragen als kijvende kinderen. ,,Ik begeleidde een ochtend bloemschikken. Een bewoonster die haar handen niet goed meer kan gebruiken, zat er gezellig bij te kijken. Tot opeens iemand bits zegt: 'Dat kun jij niet meer hè, jij kunt niks met die slappe handjes van je.'" Schokkend voorval? ,,Nou, ik wist wel dat pesten voorkomt. Maar het is anders als je er met je neus bovenop staat. Heel naar eigenlijk."

Als het personeel er al door geraakt wordt, hoe zit dat dan met de zoon van een pestslachtoffer? Nou, die wordt gru-welijk boos! De 95-jarige moeder van Geert Snoeks raakte door een hersenbloeding rechts verlamd. Inmiddels lijdt ze ook aan dementie en is een gesprek met haar amper mogelijk. En die weerloze mama wordt nu uitgelachen als ze in verwarring om háár moeder roept. Moeder, móeder! Dan galmt het sarrend door de zaal: vader, váder! Ze wordt ook gemeden door andere ouderen. Geert Snoeks: ,,Ik kan veel hebben, maar toen mijn moeder voor de zoveelste keer aan een tafel werd geweigerd, stond ik te schreeuwen tegen een stel 80-plussers. 'Die stoelen zijn niet van jullie! ' Ja, kijk maar lelijk! Ons moeder zegt het niet, maar ik wel. Kleutergedrag is het, maar dan erger. Over een kind heb je als volwassene nog gezag, maar over mensen die 25, 30 jaar ouder zijn dan jij..."

Zijn moeder huilt veel. ,,Ze voelt dat ze er niet bij hoort. De gedachte dat ze ook gepest wordt als ik er niet bij ben, duw ik weg. Die verdraag ik gewoonweg niet."

Wie zou dat nou wél kunnen...

11:50 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print