21-12-17

wandelen door slapeloze uren...

 

 

Elke keer ik niet kan slapen tijdens één van die vele, eindeloos lange 
nachten, sta ik op, ga de achterdeur uit en sta buiten in mijn tuin
onder een paarse nachtelijke hemel bezaaid met sterren.
De bedwarmte kleeft nog op mijn huid maar niet voor lang,
de nachtwind heeft veel belangstelling voor me en laat me even later
rillen in mijn dunne nachtgoed, de haartjes op mijn armen gaan
overeind staan en ik huiver.
De nachtelijke, landelijke stilte is vol kleine geluiden die ik niet
onmiddellijk en allemaal herken al spits ik mijn oren.
Het is al lang na middernacht, tenminste, hier in dit deel van de
wereld elders is het vroeger of net later al naar gelang waar iemand
leeft en woont.
Ik sta te kijken naar de sterren, de oudste sterren zijn
zo’n dertien miljard jaar oud bedenk ik en ik kan me daar niets
bij voorstellen, de nacht is wolkeloos helder.

Lowie, de kater, een van mijn twee poezen, komt ook naar buiten,
hij is erg nieuwsgierig naar al mijn doen en laten en blijft tijdens
mijn nachtelijk gedwaal heel de tijd bij me. Lily heeft geen zin in
nachtelijk vertier, blijft liever binnen en slaapt onverstoord verder.

Hoe zou het met Anna  zijn, denk ik en kijk in de richting waar zij
woont.
Ik kan haar huis natuurlijk onmogelijk zien, het is,
behalve het sterrenlicht, aardedonker in mijn dorp.
Elke avond wordt lang voor middernacht de straatverlichting gedoofd
en blijft het donker tot ‘s morgensvroeg dan gaat de straatverlichting
weer aan. Enkel tijdens de wintermaanden natuurlijk,
s’ zomers valt de duisternis pas laat over het dorp en is het klaar dag
nog voor de eerste haan kraait, dan is er geen straatverlichting nodig.
De straatverlichting gaat uit om besparingen te doen en het is gunstig
voor het milieu, zegt het gemeentebestuur die de maatregel
genomen heeft.

Hoe zou het met Anna zijn vraag ik me af en besef dat het weeral veel
te lang geleden is dat ik haar heb bezocht omdat ik al weken niet meer
dagelijks voorbij haar huis kom en dat spijt me want Anna is een erg
aardige vrouw.
Ik ga natuurlijk nog elke dag wandelen maar omdat
het nu al weken en weken regent en alle boeren uit de omtrek nog elke
dag volop bezig zijn met het oogsten van voornamelijk kolen en prei
en zij met hun zware tractoren voortdurend af en aan rijden zijn
de veldwegen veranderd in gigantische modderpoelen dus maak ik
mijn wandeltoer langs de andere kant van het dorp, langs propere
wegen, zo blijven mijn schoenen netjes en verzuip ik niet in de plassen
maar kom ik niet meer voorbij het huis van Anna.
Het is natuurlijk een zwak excuus, ik kan Anna te allen tijde bereiken
via de reguliere wegen, er is niemand die me opdraagt dat ik haar
alleen maar mag opzoeken wanneer ik het modderig jaagpad gebruik.

Mijn gedachten gaan ook uit naar Felix en ik vraag me af hoe het met
hem zou zijn, Felix woont nog een heel eind verder dan Anna,
nog over het bos, ver van alles en iedereen.
Hij woont al zijn hele leven op de familieboerderij, van generatie op
generatie wordt de boerderij bewoond en beheerd door de oudste zoon
en dat al zeven generaties lang en nu is Felix de laatste van zijn
generatie, hij heeft of had drie oudere zusters die alle drie een roeping
hadden en hun leven in het klooster sleten en vol overgave aan de heer
hebben gewijd.
Felix is nooit getrouwd, heeft in het verleden ook nooit
kennis gehad aan een meisje of vrouw en is bijgevolg kinderloos en
de allerlaatste op de familieboerderij.
Nooit gekust, nooit gestreeld, nooit in verlegenheid gebracht door
de verleidingen van een jong meisje, denk ik en ik vind het een
verschrikkelijke akelige gedachte.

Ik heb ineens zin om een eindje te lopen, ik ga naar binnen, doe
een jas en sjaal en behoorlijke schoenen aan en wandel even later
tot aan de paardenweide.
Lowie, niet eens verbaasd om het
onverwachte uitstapje, loopt met me mee.
Het is maar een korte
wandeling en ik ben blij als even later de twee paarden tot aan
de poort komen. Ze kennen me goed. Ik streel hun hoofd en ze snuffelen
even aan mijn jas, hun geur is warm en zo vertrouwd,
het zijn zulke fijnzinnige beesten...
daar zouden de mensen nog veel aan kunnen leren.
Nadat ik daar een tijd heb gestaan met mijn nutteloze gedachten
slenter ik naar mijn huis terug, ik eet nog een appel en kruip even
later doodmoe weer in bed.

Het blijft een onrustige nacht. Ik val telkens in een halfslaap vol
verwarde dromen. Plots schrik ik wakker en weet niet meer of ik
jong of oud ben.
Jong, denk ik eerst en die gedachte vind ik wel plezierig.
Ik zie mijn moeder terug en vertel haar wat ik al lang geleden had
moeten vertellen.
Ik zie nog andere mensen terug, mensen die al lang
dood zijn of verdwenen kan ik weer groeten. Ik kan hen verhalen
vertellen die ik eens gelezen heb of gehoord en die ik al lang geleden
vergeten ben.
Oud, denk ik een tijd later.
Ja, waarschijnlijk ben ik sommige dingen vergeten maar sommige
zaken heb ik misschien niet eens geweten dus kan ik ze niet vergeten.
Toen ik jong was, herinner ik me nu ik oud ben, schreef ik brieven, 
ik vond het heerlijk om de namen op de enveloppe te schrijven,
postzegels plakken, één iemand die me geregeld schreef, verbleef vaak
in het buitenland en soms stonden er wel 6 verschillende postzegels op
de enveloppe van zijn brief, poststempels, bestemmingen, ik vond dat
alles buitengewoon aantrekkelijk,
aan het eind van elke brief zette
ik x’jes en soms streepte ik die kruisjes weer door,
kinderlijk, grappig en tegelijk belachelijk denk ik nu…

Vanmorgen werd ik zó moe, nog helemaal niet uitgerust, wakker,
stond op en ging naar beneden, gaf de poezen hun ochtendbrokjes en
begon zonder eetlust aan mijn eigen ontbijt, bladerde wat in een
tijdschrift, las zonder veel aandacht enkele artikelen die ik eergisteren
nog had aangekruist omdat ik dacht dat ze het lezen waard waren
en dan neem ik een besluit….
sta resoluut recht, ga gezwind naar de badkamer, maak me met zorg
klaar en vertrek met de wagen naar Anna in de hoop dat ze blij zal
zijn om me te zien...



11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.