14-12-17

de eerste zin...de laatste...en alles ertussenin...

 

 

Het moeilijkste aan het schrijven van elk nieuw verhaal, vind ik, 
is het opschrijven van die eerste zin, de openingszin zeg maar.
Ik zal niet beweren dat een verhaal staat of valt met de eerste zin,
dat nu ook niet, de eerste zin moet de lezer vooral aanzetten tot het
lezen van het hele verhaal, daartoe dienen zulke zinnen.
De laatste zin schrijven, vind ik ook niet eenvoudig en ook niet prettig,
omdat ik nog nooit goed was in afscheid nemen van iets of iemand
kan ik ook niet goed afscheid nemen van een zelfgeschreven verhaal.

In het verleden ben ik al vaak een verhaaltje begonnen met:
‘Er was eens…’ gewoon omdat ik dat zelf zo’n uitnodigend begin vind,
'er was eens….'daar kan ik alle kanten mee uit en het past uitstekend
als start voor elk verhaal maar ik kan niet eeuwig en altijd op
hetzelfde beginzinnetje teren, ook al heeft het al vaak zijn nut bewezen
moet ik af en toe eens iets anders verzinnen.

Ik schrijf graag, erg graag, niets ter wereld kan me van het schrijven
afhouden, ik houd ook van schrijfgerei, potloden, pennen en papier,
ik bezit tegenwoordig verschillende pennen en heb een heel
assortiment schriften.

Op vierjarige leeftijd kon ik mijn naam al schrijven, in koeien van
letters weliswaar, mijn moeder had mij dat tussen haar drukke
bezigheden in geleerd maar toen ik dat fier als een pauw
demonstreerde aan de zuster en de andere kinderen in het
kleuterschooltje waar ik naartoe ging, werd dat niet gewaardeerd,
het maakte niet eens indruk.
Wie schiep er hemel en aarde, vroeg de zuster, en ze ging over tot
de orde van elke dag, stond vooraan in de klas in haar grijs habijt
en schotelde ons moeilijke vragen uit de catechismus voor.
Ik begreep er maar weinig van en kon bijgevolg vaak niet antwoorden,
neen, ik was geen uitverkoren kindje van de goede god, zei de non…
tja, toen al niet...

Ik hou van verhalen die andere mensen mij vertellen, hetzij schriftelijk
maar nog het liefst rechtstreeks uit de mond, luchtige verhaaltjes en
zwaarwichtige vertellingen, liefdesgeschiedenissen en levensverhalen,
ik hoor en lees ze allemaal even graag.

Mijn schrijver was hier gisteren nog op bezoek, hij had bloemen mee,
ik zette ze in mijn mooiste kristallen vaas. Hij zou willen dat ik een
boek schrijf, dat heb ik al eerder verteld, en dat ik mijn woorden niet
verspil aan die kleine kronieken, hij gaf me in het verleden al veel tips
en adviezen om beter te schrijven waar ik nog elke dag dankbaar
gebruik van maak voor mijn eigen verhaaltjes maar een boek zit er
niet in niettegenstaande zijn enthousiasme en aanmoedigingen.
Ik heb geen zittend gat en om een boek te schrijven moet je héél
gedisciplineerd elke dag van de week schrijven, urenlang, anders
krijg je nooit een boek gevuld. Laat me maar opstelletjes schrijven,
kort of lang is van ondergeschikt belang.

Vandaag staan de bloemen nog even stralend op mijn keukentafel
als gisteren. Ik was zoals altijd blij om hem te zien, hij is weinig
veranderd, zelfs nu hij tegen de zeventig loopt is er in zijn manier
van doen nog niets van ouderdom te zien. Hij is lang en slank,
goed geschoren en met zorg gekleed, hij zit mooi rechtop, en niet
zoals zovelen van zijn leeftijd, onderuitgezakt als een pudding,
in mijn armstoel. Hij praat gemakkelijk over koetjes en kalfjes maar
belangrijke en dringende zaken gaat hij niet uit de weg.
Er is iets in zijn houding waarmee hij me duidelijk maakt dat hij tijd
voor me heeft, alle tijd en dat is zo vleiend voor mij dat het in mij het
beste naar boven brengt en ik voel me bij hem nooit oud.
Gisteren beloofde hij dat hij me zou meenemen op reis, neen, niet naar
een ver, vreemd land aan de andere kant van de wereld, hij weet dat
ik niet graag reis, hij zou een land kiezen binnen Europa waar we
zouden logeren in een vijfsterrenhotel, hij zou een kamer voor ons
reserveren, een luxe kamer met uitzicht op de zee, ’s morgens zouden
we de mist zien optrekken en verder zou de dag stralend en helder zijn
en zou er tussen ons geen onvertogen woord vallen.
Natuurlijk heb ik geen moment geloofd dat hij mij echt zou meenemen
op reis.
Het zijn maar lichtvoetige, speelse woorden waar hij vaak
gebruik van maakt.
Ten slotte stond hij recht, keek me doordringend aan alsof hij op een
antwoord van mij wachtte maar ik knikte enkel, boog me naar hem
toe en legde heel kort mijn hand op zijn arm.
Daarna ging hij naar buiten, de koude avondlucht in.

Toen hij vertrokken was, pakte ik het boek dat hij mij had gegeven,
je kunt het lezen of je kunt het niet lezen had hij gezegd,
het maakt niets uit en ik begon te lezen. Ik las en ik las en vergat
de tijd en alles en iedereen, toen het te donker werd om te lezen
stak ik het licht op, ik vergat te eten, mijn poezen herinnerden mij aan
mijn plichten, ik liet hen buiten voor een plas en een tijd later weer
binnen, vulde hun etensbakje en zorgde dat ze te drinken hadden en
ik las verder. Het was een wonderlijk verhaal, soms wreed en
bloeddorstig en soms luchthartig en grappig, ik zat te lachen in mijn
keuken maar niemand anders dan de poezen hoorden mijn gelach.

Voor vandaag zet ik er een punt achter.
Achter het lezen en ook achter het schrijven.
Ik eet nog een kom yoghurt met wat fruit, drink een glas water en
ruim de keukentafel af, zet de stoelen aan de kant en ga naar bed
in het besef dat dit voor vandaag mijn laatste zin is…



11:05 Gepost door RD | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.