22-11-17

Mijn Broer

'Een borreltje op zijn tijd is het beste antidepressivum'

Interview Midas Dekkers
Zijn vader werd gewelddadig als hij dronken was en zijn moeder strontvervelend. Toch ziet bioloog Midas Dekkers (71), zoon van kroegeigenaren, vooral de verrukkingen van drank.
 
Nathalie Huigsloot 

Voor hem graag een kopje koffie. Met een sterk drankje ernaast, zegt hij tegen zijn vriendin Ruth, met wie hij al veertig jaar een relatie heeft en samenwoont in een soort grachtenpand aan de Vecht in Weesp. Het ligt naast zijn stamkroeg De Natte Krant, die - hoe symbolisch - op de fles ging terwijl hij Volledige Vergunning schreef, 'een boekje over de cultuurgeschiedenis van het café en hoe jammer ik het vind dat die manier van leven teloorgaat'. 

'In de tijd dat ik eraan schreef, is de helft van de cafés waarvan ik hou verdwenen', zegt de bioloog, terwijl hij in zijn werkkamer, waarin hij het schreef op een oude typemachine, weemoedig een slokje jonge jenever neemt. 

Wat gaat er met het bruine café verloren? 
'Het is een plek waar je naartoe kunt als de wereld je te veel wordt. Het klassieke café is een heel leven. Je hebt het eerste leven op je werk, het tweede leven thuis met vrouw en kinderen en vroeger had je daartussen nog een derde leven in het café. Na je werk ging je daar eerst even afkoelen. En het is net als het beleg op een boterham: wat ertussenin zit, is vaak het lekkerst. Dus daarna kwam je vrolijk thuis. Nu staan ze liever in de file dan dat ze aan de bar een borreltje drinken. Maar ik wil deze aardbodem niet verlaten voordat ik de mensen erop gewezen heb dat ze, waar ze bijstaan nondeju, een van de aardigste cultuurgoederen naar de kloten laten gaan.'

 

Je bent zoals je zelf schrijft 'onder de bar geboren'. Jullie woonden boven het café van je ouders. Wat zijn je eerste herinneringen daaraan?

'Voor mij is het café de meest geborgen plek ter wereld. Dat is een ervaring die ik als 5-jarig kind al had, dus zelfs zonder drank vond ik het al een veilige omgeving. Het is een oord waar je de scherpe kantjes van het leven even vergeet. Als de wereld je te veel wordt, is er een hoekje in de schaduw van de maatschappij waar je je kunt terugtrekken met andere mensen die dat ook zo voelen. Maar tegenwoordig moet alles licht en transparant zijn van al die architecten, cultuurfilosofen en stadsinrichters. Elk huis dat gebouwd wordt, heeft nog méér glas, vanuit de overtuiging dat mensen gelukkig worden van licht en transparantie. Die mensen zijn duidelijk geen biologen, want die weten dat de mens eigenlijk een holbewoner is. Mij verbaast het daarom ook niks dat mensen zo ongelukkig zijn. Mensen voelen zich het lekkerst als ze met z'n allen in een gezellig hol zitten, met getemperd licht. We hadden de lamp nog niet uitgevonden of we vonden de schemerlamp uit. Als je wilt weten wat mensen gelukkig maakt, moet je kijken naar wat gelukkige mensen doen. En dan zul je verbazingwekkend vaak ontdekken dat mensen die het leven redelijk door weten te komen, niet alleen thuis een holletje hebben gebouwd, maar ook iets vaker dan gemiddeld in het bruine café zitten. Daar hebben ze een soort vrede met het leven ontdekt. Dat is de belangrijkste functie van het café: troost. Het café is een zalfje voor het aardse treurdal waarin wij verkeren.' 

Misschien heeft de teloorgang van het stamcafé ermee te maken dat alcohol een slechtere naam heeft gekregen. 
'Ja, voor gezondheid moet tegenwoordig alles wijken. De termen goed en kwaad zijn vervangen door gezond en ongezond. Terwijl 'een gezond mens' net zo'n onzinnig begrip is als 'een gezonde lantaarnpaal'. Iedereen smijt elkaar met onderzoeken om de oren, maar er is eigenlijk maar één goed onderzoek gedaan, de Harvard Study of Adult Development. Daarin kwamen ze tot de conclusie dat als je in je leven in totaal twee jaar sport en je begint daar lang voor je 40ste mee, je in totaal twee jaar langer leeft. Dus die twee jaar dat je ouder wordt, besteed je door je in belachelijke kleren in het zweet te werken. 

'Het rare van dat begrip gezondheid is dat het erg op godsdienst lijkt. Het doel dat je nastreeft, is net zoiets als vroeger het eeuwige leven nastreven. Hardlopers denken van de dood weg te kunnen rennen, maar het leven is niks anders dan 75 jaar lang tegenstribbelen en toch doodgaan. Eenvoudiger kan ik het niet samenvatten. En met een borreltje erbij gaat dat nu eenmaal een stuk makkelijker dan zonder. Als je marathonlopers vraagt waarom ze lopen, krijg je vaak het antwoord dat er endorfines in je hoofd ontstaan, een stofje waardoor je je prettig voelt. Dan zeg ik altijd: als je in plaats van 42 kilometer nou 4 meter de hoek om loopt, dan zit daar een bruin café waar je dat spulletje gewoon per glas kunt krijgen. 

1946 Geboren in Haarlem op 22 april als Wandert Dekkers. Op zijn 18de heeft hij zichzelf de naam Midas (naar Midas Wolf uit Donald Duck) aangemeten. 1964-1973 Studie biologie aan de Universiteit van Amsterdam 
1980-2007 Column bij VARA-radioprogramma Vroege Vogels. 
1982-heden Schrijft ruim vijftig boeken, waaronder kinderboeken zoals in 1985 het Kinderboekenweekgeschenk Houden beren echt van honing? 
1990-heden Diverse tv-series, waaronder Midas, Gefundenes Fressen, Eerste druk met Midas en Het ei van Midas. 
1992-heden Diverse boeken zoals Lief Dier (over bestialiteit in de Westerse samenleving), De Vergankelijkheid, De Larf, Lichamelijke Opvoeding, Piep; Een kleine biologie der letteren (Boekenweekessay), Rood, De kleine verlossing en De Thigmofiel waarvan binnenkort een heruitgave verschijnt. 

Volledige vergunning verschijnt 4 oktober bij uitgeverij Bas Lubberhuizen, € 19,99

'Een groot deel van of je wel of niet gezond bent, hangt gewoon af van of je ouders je toevallig de goede genen hebben meegegeven. Als je de verkeerde genen hebt, kun je op je kop gaan staan, maar het helpt geen sodemieter. Mijn ouders hadden niet zoveel tijd voor mij, dus bij ons was het: 'Mam, ik heb pijn in mijn buik.' 'O jongen, neem een borreltje.' 'Mam, ik ben bang voor het examen.' 'O jongen, neem een borreltje.' Ons universele geneesmiddel was een borreltje. Zo ben ik opgevoed. Mijn moeder had twee middelen: 's ochtends ging ze naar de kerk om een kaarsje op te steken en 's middags nam ze een glaasje sherry. Nou, dan kun je de meeste dingen in het leven wel aan.' 

Een huisarts zei me eens dat niet-drinken werkt als een antidepressivum. Ook psychologen zien alcohol eerder als iets dat een depressie of angsten aanwakkert dan dat het leven er lichter van wordt. 
'Nou, dan drinken ze niet genoeg. Waar halen ze die onzin vandaan? Een borreltje op zijn tijd is het beste antidepressivum dat er bestaat! Het kiempje van neerslachtigheid krijgt niet eens de tijd om te groeien, want dat wordt gelijk gesmoord. Ik ken alle slechte kanten van alcohol, ik ben mijn hele leven lang met alcoholisten omgegaan, het heeft enorm veel ellende in de levens van mensen aangericht. Maar ik ben ervan overtuigd dat alcohol in nog meer levens juist ontzettend veel troost heeft gebracht. Elk mens heeft een sombere kant, de melancholie. En met die kant van het menselijk karakter kun je bij de bakker en in de Efteling niet terecht. De enige plek die daarvoor geschikt is, is het bruine café. Als het bruine café morgen niet meer bestaat, kunnen psychiaters hun bezoekuren verdubbelen. En dan nog zal dat niet helpen.' 

In je boek schrijf je: 'Als zoontje van een kroegbaas ben je een onbestorven wees. Je hebt wel een vader en een moeder, maar die zijn er niet. Niet voor jou. De klanten gaan voor. En waren er geen klanten om te schenken dan schonken mijn ouders zichzelf wel.' Je ontkent in je boek meerdere keren dat dat zielig voor je was, toch bleef ik het wel zielig voor je vinden. 
'Zielig? Welnee. Het was juist heerlijk. Voor mij was het café geen oord van verderf, maar van geborgenheid. Al had ik een vader en een moeder minder, ik kreeg er tientallen ooms en tantes voor terug. Kinderen en katten van een kastelein zitten nooit om aandacht verlegen. Vaste klanten groeten je alsof je een van hen bent en zijn in je geïnteresseerd. Aaien over je bol kun je meer krijgen dan je lief is. Je voelt je echt in de gemeenschap opgenomen. En opgroeiend in het café leer je al gauw dat je allerlei soorten mensen hebt en ook nog eens dat die na twee borreltjes heel anders zijn dan na acht borreltjes. Als je geld voor je rapport wilde aftroggelen, moest je goed inschatten wat ze op hadden. Het doet mij denken aan een extended family. En dat is volgens mij, als bioloog, de oorspronkelijke situatie van mensen. Wij zijn apen en een aap leeft in een groep met andere apen. Weet je wat ik echt zielig vind? Zo'n modern doorzonkind dat opgroeit in Almere Buiten met een papa, een mama, een hond, een poes en 48 wandelende takken. Op school komt hij soortgelijke kindjes tegen, zijn ouders zijn bevriend met soortgelijke ouders, iedereen lijkt op elkaar, daar heb je helemaal geen flikker aan. In de 19de eeuw hebben we het gezin als hoeksteen van de samenleving uitgevonden, maar van alleen maar hoekstenen kun je geen muurtje metselen. Die extended family vind je nu alleen nog maar in het café. 

Ik heb volgens mij van al die mensen daar meer liefde gekregen dan menigeen van zijn ouders. Wat mensen niet begrijpen, is dat er een heleboel mensen zijn die zelf geen kinderen hebben, maar die wel graag aandacht geven aan kinderen. Nou voor een paar kwartjes waren wij wel bereid, als jonge prostituees, om die te ontvangen.' 

Maar dat is toch geen liefde?
©No Candy

'Dat weet je als kind toch niet? Ik ben godzijdank geen kinderpsycholoog, want ik geloof niet in die lui, maar je kunt meer liefde krijgen van een uitgebreide caféfamilie dan in een verstikkend flatje in Almere Buiten.' 

Je schrijft: 'Geen hond blijkt zich de volgende dag te herinneren wat je gezegd hebt; niemand heeft opgelet. Een café wordt bevolkt door zenders, niet door ontvangers.' 
Die kinderen op dat flatje in Almere hebben misschien wél ouders die naar ze luisteren, terwijl jij het met dronken lui moest doen die de volgende dag niet meer wisten wat je had gezegd. 
'Maar die mensen zijn niet altijd dronken, ze komen nuchter binnen. Ik was daar heel tevreden mee.'

Dekkers gaat de fles jenever halen. 

Heb je op geen enkele manier een effect bij jezelf gezien van de omstandigheden waarin je bent opgegroeid? 
'Alleen ten positieve. Als je geen ouders hebt die zeggen dat je naar bed moet, ga je na een tijdje wel uit jezelf op tijd naar bed. Ik meen te mogen zeggen dat ik een tamelijk zelfstandig wezen ben en ook weleens een gedachte heb die andere mensen niet zo gauw hebben. Ik ben een einzelgängertje. Maar ja, komt dat doordat ik zo ben opgevoed of heb ik deze opvoeding zo goed doorstaan doordat ik toevallig een beetje einzelgängerachtige genen heb? Dat weet je niet. Het belangrijkst lijkt me dat ik - en ik ben al behoorlijk oud - tevreden op het verloop van mijn leven terugkijk. Ik ben wel een chagrijn, maar dat is mijn natuur.' 

Heb je wel eens van vriendinnen gehoord dat je je niet kwetsbaar opstelt? 
'O ja, je niet kwetsbaar opstellen, dat vind ik zo'n leuke altijd. Maar dat zeggen ze niet alleen tegen mij. Alle vrouwen zeggen dat tegen alle mannen. Ik vind jezelf kwetsbaar opstellen het stomste wat je kunt doen. Waarom zou je je kwetsbaar opstellen? Dan word je gekwetst. Stel je voor dat je een ridder bent en denkt: nou, zo'n harnas, dat gooi ik weg, ik ga mij kwetsbaar opstellen het volgende riddertoernooi. Van zulke ridders wordt weinig meer vernomen. Dus dat moet je niet doen.' 

Je hoort weleens dat je je in de liefde beter niet al te geharnast kunt opstellen, omdat je dan dieper verbonden bent. 
'Ja, maar de meeste liefdes zijn eindig. En als je je kwetsbaar opstelt, dan ben je de twee jaar erna nog bezig om te herstellen van de klap.' 

Jij begint daar niet aan.

'Ik heb me één keer heel kwetsbaar opgesteld, toen wist ik nog niet dat die Freud een oplichter was. Nou, dat heb ik geweten.' 

Want wat gebeurde er? 
'Ze ging weg, met een ander natuurlijk. Ja, dat doen jullie! En gelijk heb je, hoor. Dat zal types als ik leren. Maar pfff, dat ging me niet in de koude kleren zitten. Gekwetst worden is heel akelig, hoor. Dus ik begin er niet meer aan, ik kijk wel link uit.' 

Zegt je vriendin er weleens wat over? Bijvoorbeeld: 'Je deelt weinig met me.'
'Wij hoeven niet alles uit te spreken. Dat is juist gevaarlijk. Door alle huwelijkstherapeuten wordt ons aangepraat dat je alles tot op de bodem moet uitzoeken. Maar dat moet je juist niet doen. Op de bodem zit droesem, die moet je vooral op de bodem laten zitten. Als je er maar mee kunt leven, daar gaat het om.' 

'Er werd gezopen bij het leven en geleefd tot ver na sluitingstijd. Dan zeulde mijn moeder mijn vader het trappetje op en kon het slaan beginnen. Ik moet als kind hebben gehoord hoe hij haar alle hoeken van de kamer liet zien', schrijf je. Ben je als beginnend drinker bang geweest dat je net als je vader gewelddadig zou worden? 
'Ik heb daar nooit de drank de schuld van gegeven, ik heb daar altijd mijn vader de schuld van gegeven. Juist als je weet dat je gewelddadig wordt van drank, moet je ervan afblijven. Dus hij was een lul. Ook zonder drank op was hij een lul.' 

Bleef jouw moeder ondanks de drank een stabiele factor? 
'O nee. Als mijn moeder de sherryfles te pakken had, werd ze strontvervelend. Dan werd ze echt een zeikwijf. Maar wij zagen dat al van honderd meter afstand aankomen, dus maakten wij de grootst mogelijke bogen om haar heen. De volgende ochtend was die slechte bui over en had ze bovendien zo'n pijn in haar hoofd dat je drie dagen lang geen last meer van haar had. Ze was ook vaak een aardige, aimabele vrouw, hoor. En het leuke van drank is dat je kunt uitrekenen hoe iemands stemming is. Dat hangt af van hoe laat het is. Dat is toch heerlijk? Je hebt steeds een andere vader of moeder en je kunt gewoon op de klok kijken om te weten welke nu in werking treedt.' 

Vond je het niet verschrikkelijk als je vader je moeder in elkaar sloeg? 
'Niet dat ik me kan herinneren. Waar ik me zorgen over maakte, was of mijn vader mij in elkaar zou timmeren. Kinderen zijn wat dat betreft verstandiger dan volwassenen, hoor. Prioriteit één is: word ik in elkaar geslagen, ja of nee?'

Maar het is toch heel naar om je moeder van de pijn te horen gillen?

©No Candy

'Er werd wel meer gegild in het café. Wisten wij veel. Het enige wat ik me in die zin kan herinneren, is dat mijn vader ooit een keer mijn broertje in elkaar sloeg. En dat was een taaie, die gaf geen krimp. Toen zei ik: 'Haha, papa kan niet slaan.' Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Hij kon goed meppen.' 

Het is wel opvallend dat het je allemaal zo weinig deed. Je zus omschrijft je als een gevoelig jongetje. Als je opa een torretje doodmaakte, was je helemaal over de rooie. 
'Kijk, dit is nou het grootste misverstand ter wereld. Dat je gevoelig moet zijn om het erg te vinden als iemand een torretje dooddrukt. Ik vind het verschrikkelijk als mensen zonder enige reden dieren doodmaken. En toen dat gebeurde, was ik helemaal geen gevoelig jongetje, toen was ik al een jaar of 30. Nee, mensen moeten niet zomaar torretjes doodtrappen, zijn ze nou belazerd!' 

Maar vaders mogen wel moeders slaan. 
'Natuurlijk niet, maar mijn moeder is geen torretje. Ze is 96 geworden. En ze is zelf drie keer met hem getrouwd. Ja, hee, hallo.' 

Het tweede kind dat je moeder met hem kreeg, was je zusje, dat zwaar lichamelijk en geestelijk gehandicapt was. Was zij dan ook ergens in huis boven het café? 
'Die lag op een zoldertje te stuiptrekken en te krampen, ja.' 

In haar eentje, terwijl jouw ouders beneden aan de tap stonden? 
'Ja. Uiteindelijk ging mijn moeder er met de beste klant vandoor om in Amsterdam een nieuw leven te beginnen, weer met een café, en was het bij haar tweede man hetzelfde liedje. Weer zo'n ongelukkig kindje. En weer vader en moeder werken en het kindje krampen.'

Daarvan ben jij dan getuige en ook dat beschadigt je niet?

'Dat waren in mijn leven de normale dingen, de gegevenheden. Ze doen altijd alsof kinderen van peperkoek zijn gemaakt, maar een kind heeft een enorm acceptatievermogen, zo is de wereld. Als een zielig kindje in de derde wereld niet te eten heeft, dan weet dat kindje niet beter dan dat er niet altijd eten is. En een blank jongetje in een cafeetje wiens moeder geslagen wordt, weet niet beter dan dat vaders moeders slaan in cafés. Ik was nog maar klein. Ik had de jaren des onderscheids nog lang niet bereikt. Dus ja, dat aanvaardde ik als een gegeven. Het is zoals het is. Kan ik je nog een borreltje inschenken?' 

Drink je elke dag? 
'Dat is wel zo, ja.' 

Hoeveel drink je dan ongeveer? 
'Op die vraag geef ik geen antwoord. Er zijn van die vragen, die worden tegen je gebruikt.' 

Denk je dat je het aan de alcohol te danken hebt dat je best wat pittige dingen hebt meegemaakt zonder dat je er last van hebt? 
'In mijn bewustzijn ervaar ik mijn jeugd niet als een last die ik meevoer. Het is alsof het niet is gebeurd.' 

Bij de AA hebben ze het over DENIAL: you Don't Even Notice You Are Lying. Zou dat bij je aan de hand kunnen zijn? 
'Nee. Echt eerlijk waar, ik draag uit mijn kindertijd geen last aan herinneringen mee. En dan kan ik wel net zo lang in psychotherapie gaan totdat ze me aanpraten dat ik het voel, maar daar heb ik helemaal geen zin in, want het bevalt me reuzegoed dat ik het niet voel.'

Zijn er ook Dekkers die wel in therapie zijn gegaan?

'Nee, wij zijn niet zo'n therapiegaanderig. Wij nemen een borrel, ha. Er is er wel eentje voor wie deze abnormale opvoeding meer na- dan voordelige gevolgen heeft gehad, maar dat was ook een ander type. Mensen begrijpen niet dat 99 procent van wat jij en ik doen, wordt bepaald door de genen. We geven dat ietsiepietsie nurture een belachelijk grote rol. Dat is de erfenis van ome Freud. Ik ben een fervent tegenstander van de Freudiaanse theorie waarin alles wat er in je jeugd gebeurt tot de laatste snik van je leven doorwerkt. 


'Deze Freud heeft nog nooit van zijn leven onderzoek gedaan naar kinderen, dat vond hij eng. Wat hij zegt is absoluut onjuist en ik kan dat eenvoudig aantonen met een experiment: een gezin met vijf kinderen. Al die vijf worden met evenveel liefde opgevoed, gaan naar dezelfde school, krijgen dezelfde mogelijkheden. Toch wordt een van die kinderen een ontzettende lieverd, de volgende een klootzak, eentje komt in de cel terecht en eentje wordt hoogleraar in de pedagogie als-ie niet oppast. Opvoeding is gewoon niet zo belangrijk als de meeste ouders denken. Ze denken dat het heel belangrijk is omdat zij daar zelf belangrijker van worden. De absolute waarde die menig ouder aan z'n optreden toekent, is van een verwerpelijke hoogmoed, dat is het aardigste wat ik erover zeggen kan.' 

Heeft het feit dat je geen kinderen hebt iets met je jeugd te maken, denk je? 
'Dat is psychologie van de koude grond. Natuurlijk, ik kom niet uit een gelukkig gezin in de klassieke zin van het woord, maar het is niet nodig uit een ongelukkig gezin te komen om zelf geen gezin te willen stichten. Die gedachte gaat ervan uit dat mensen bestemd zijn om gezinnen te stichten. Dat is zo'n verschrikkelijk misverstand. Dat ondanks het feit dat baren niet lekker is, toch zoveel vrouwen zich voortplanten, heeft te maken met de culturele achting voor het moederschap. Het is een sociale kwestie. Zo van: alle vrouwen om me heen hebben kinderen en ikke niet. Daar moet je de biologie niet de schuld van geven. Rammelende eierstokken bestaan niet. Ik ben gewoon niet zo hoogmoedig de verantwoordelijkheid voor een nieuw mensenleven op me te willen nemen. Ik moet er niet aan denken dat ik een kindje krijg dat toevallig wordt geboren met een onhandig stel genen. Voor hetzelfde geld mist het een armpje of beentje of heb je een nieuw Hitlertje op de wereld geschopt. De helft van de kinderen zijn nou eenmaal rotkinderen, daar kun je niks aan doen. Ja, kon mijn vrouw maar poesjes baren, dan zou ik wel willen.' 

Je moeder kreeg zes kinderen, van wie er twee gehandicapt waren. Toen die in een tehuis kwamen, bezocht ze hen niet, ze heeft zelfs hun begrafenissen overgeslagen. Ze leek iemand die pijn wilde mijden. Hield ze die strategie vol of kwam ze er op het einde van haar leven toch mee in de knel? 
'Nee, ze is mij op hoge leeftijd niet in de armen gevlogen om te zeggen: 'Jongen, ik heb zo'n spijt, ik heb het verkeerd gedaan.' Geen sprake van, not my mother.' 

Ze wist de pijn van het leven tot het eind te omzeilen. 
'Ja, of ze heeft hem stilzwijgend gedragen. Dat weet ik niet. Al die zielenknijpers zouden zeggen dat ze er beter over had kunnen praten, dan had ze haar hart gelucht en had dat haar leven makkelijker gemaakt. Maar mijn moeder heeft kennelijk anders besloten. Ze is altijd stevig blijven drinken, waardoor ze steeds vaker viel en haar heup of been brak. Uiteindelijk moest ze in het verpleeghuis blijven, die botten waren niet meer aan elkaar te krijgen. Lag ze als een zak huid met botjes erin alleen maar in haar bed te rammelen. Lang hebben we nog jenever voor haar meegenomen. Die verdunden we. Dat was het moment dat ik dacht: het gaat niet goed, toen ze die verdunde jenever gewoon opdronk. Ze heeft zich aan het zoete lijntje het graf in laten helpen. Ze heeft zowel mijn vader als stiefvader ruimschoots overleefd, natuurlijk, kerels kunnen nergens tegen. 
'Mijn vader heeft op een bepaald moment een beroerte gekregen. 's Nachts werden we door het ziekenhuis gebeld of we bereid waren zijn karretje te douwen, mocht hij als een plantje uit de operatie komen. Alle kinderen zeiden onafhankelijk van elkaar dat ze daar geen zin in hadden. Dus toen hebben ze hem gewoon ongeopereerd laten gaan. Ze hadden daar wel begrepen dat pa alleen was en niet de aardigste man ter wereld, dus dat was het weinig glorieuze afscheid van pa één. Zo ook dat van pa twee, mijn stiefvader. Die heeft zich net als pa één doodgezopen. Hij belandde in het Onze Lieve Vrouwengasthuis. We kregen ooit een telefoontje: pa was zoek. Ze hebben hem teruggevonden, in de kelder. Daar kroop hij rond, 'bier, bier' roepend. Ze hebben hem een tijdje vastgebonden. Als wij langskwamen, kreeg-ie van ons een blikje bier. Totdat hij het niet meer wegkreeg omdat hij niet meer kon slikken. Toen had het leven voor hem afgedaan en heeft hij zijn ogen gesloten.' 

Drank maakt meer kapot dan je lief is.
'Dat is de filosofie van de AA, ja. Maar ik blijf bij mijn overtuiging dat er meer mensen zijn die dankzij een borreltje aardiger zijn voor zichzelf en hun medemensen, dan dat er mensen zijn die kwaad stichten door te veel zuipen. Je kunt met alcohol gewoon alle kanten uit. Mensen zeggen altijd dat toverdrank niet bestaat. Dat is pas leven in ontkenning. Nou en of er toverdrank bestaat.' 


Midas Dekkers schenkt er nog eentje in.

13:23 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.