20-11-17

Godverdomde Smeerlappen MOETEN voor Eens en voor Altijd Uitgeroeid WORDEN (3)

Wat gebeurde er in de kazerne in Schaarsbergen?

In de kazerne in Schaarsbergen wordt commando in opleiding Allan stelselmatig slachtoffer van vernedering, aanranding, mishandeling en bedreiging. En hij is niet de enige.
 
Willem Feenstra , Maud Effting

Soldaat Allan drukt zijn vingers tegen zijn slapen, knijpt zijn ogen dicht en beweegt zijn hoofd snel heen en weer. De kleine, gespierde militair wil de herinneringen van zich af schudden. Maar ze komen telkens naar boven, hier in de bossen in midden-Nederland: de beelden uit 2011, 2012, 2013 en 2014. Als gewelddadige inbrekers die telkens opnieuw zijn hersenen kort en klein slaan.

Dat hij vandaag hier loopt en zijn verhaal vertelt - het is een van de moeilijkste dingen die hij het afgelopen jaar moest doen. Soms krijgt hij de woorden bijna niet uit zijn mond. Maar hij wil dit. Zijn verhaal moet de wereld in.

Allan was een van de militairen die hielpen na de vliegramp met de MH17. In de Oudheusdenkazerne in Hilversum was hij betrokken bij de identificatie van lichamen. Hij zag er verschrikkelijke dingen, maar daar kon hij mee omgaan. Het hoorde bij zijn werk. De beelden die zijn hoofd onveilig maken zijn die van zijn eigen collega's. De korporaals en sergeanten van de mortiergroep uit Schaarsbergen.

Een vriend had hem nog gewaarschuwd voor de harde wereld van de krijgsmacht, maar hij had hem niet geloofd. Hij wilde Nederlanders beschermen, anderen helpen, de wereld iets beter achterlaten dan hij haar aantrof, zoals zijn moeder hem had geleerd. En nu staat hij hier tussen de herfstbladeren en schudt hij verwoed met zijn hoofd.

Allan is nooit op missie geweest, maar toch is het alsof hij jaren in een oor­logs­ge­bied heeft verkeerd

Hij is vernederd, gekleineerd, kapotgemaakt. En hij niet alleen. Hij is nooit op missie geweest, maar toch is het alsof hij jaren in een oorlogsgebied heeft verkeerd. Gewoon, hier in Nederland. De posttraumatische stressstoornis (ptss) is een luguber aandenken.

Het verhaal van Allan, dat grotendeels wordt bevestigd door twee andere soldaten die de mortiergroep psychisch beschadigd verlieten, laat een kant van defensie zien die al tientallen jaren bestaat, maar die de krijgsmacht angstvallig uit het zicht probeert te houden. Een cultuur van vernederingen en ontgroeningen die in de 'burgermaatschappij' zouden leiden tot strafrechtelijke veroordelingen. En waarin mensen die in opstand komen door leidinggevenden worden afgescheept. 

Met twee korporaals op pad, de eerste vernedering

Het is laat op de avond als Allan in de auto zit bij twee korporaals. De mannen lachen. 'We gaan een stukje rijden', hebben ze gezegd. Ze zijn hoger in rang dan hij. Allan, die net is begonnen bij de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen, realiseert zich dat het gebruikelijk is om nieuwelingen te ontgroenen. Hij weet dat de korporaals vanavond een opdracht voor hem hebben. Maar hij weet nog niet welke.

Allan is een jongen van begin twintig. Klein van stuk, maar ijzersterk. Atletisch. Een militair die bij het speedmarsen de hele groep versloeg, vertelt een medesoldaat. Als de rest in ademnood kwam, rende Allan door. Stop roepen - dat deed hij niet snel. 'Ik wilde een jongen zijn op wie je altijd kon rekenen', zegt Allan. 'Als ik tijdens oefeningen zag dat iemand viel, pakte ik zijn spullen op. Want in het leger bescherm je elkaar met alles wat je hebt.'

Als de korporaals de auto parkeren, ziet Allan een metershoog hek. Ze zijn vlak bij dierentuin Burgers' Zoo in Arnhem. De mannen kijken hem aan. 'We hebben een theedoek in de leeuwenkuil gegooid', zeggen ze. 'En die moet jij gaan halen. Dat is jouw opdracht.'

Allan zegt niet veel. 'What the fuck is dit?', denkt hij. Maar meteen neemt hij zijn besluit. Hij doet het. Want hij wil nergens voor terugdeinzen.

Hij grijpt zijn zakmes, stapt uit de auto en begint te klimmen in het metershoge hek. Hij is al bijna bij de top als de korporaals hem roepen. 'Kom maar weer terug', schreeuwen ze. 'Dat doen we later nog wel.'

Ze rijden naar een coffeeshop in Arnhem. De korporaals halen wiet en beginnen te blowen in de auto. 'Hier', zeggen ze, 'Jij gaat dit ook doen.'

Allan denkt aan de eed die hij heeft afgelegd toen hij bij defensie ging en waarin hij heeft hij beloofd om geen drugs te gebruiken. Hij heeft in zijn hele leven nog nooit gerookt of gedronken. Al zijn vrije tijd heeft hij besteed aan sporten, aan trainen. Maar dit is een bevel van zijn meerderen.

Hij neemt een paar trekken van de joint. Even later is hij zo stoned dat hij op het gras gaat liggen. Hij, een jongen die met gemak honderd kilo tilt, kan niet meer overeind komen. De korporaals filmen hem en lachen hem uit. De filmpjes bewaren ze, die komen later mogelijk nog van pas.

Bij de commando's een mooie toekomst

Meer dan een half jaar daarvoor heeft Allan gesolliciteerd bij de commando's, een elitegroep binnen het Nederlandse leger die wordt ingezet voor speciale operaties. Na een zware screening met psychologische en fysieke testen wordt hij in oktober 2010 als een van de weinige sollicitanten toegelaten tot het korps commandotroepen. De tas van de commando's draagt hij met trots.

Dit is hij wat hij altijd heeft gewild. Vijfenhalve maand leert en traint hij bij de commando's - een van de zwaarste militaire opleidingen. Fysiek doet hij het goed. Maar zijn opleiders vinden dat hij meer ervaring nodig heeft in specifieke legervaardigheden, zoals complexe kaartberekeningen en radioprocedures. Zo komt hij terecht bij de Luchtmobiele Brigade, in Schaarsbergen.

Bij de opleiding had de geestelijk verzorger ons al ge­waar­schuwd dat de ervaren jongens vaak uit de bocht konden vliegen.

Allan

Op de kazerne zijn honderden militairen gelegerd. Allans mortiergroep bestaat uit veertien man: twee sergeanten, drie korporaals en negen soldaten.

Al na een paar dagen is het hem duidelijk dat het er hier anders aan toegaat dan bij de commando's. De korporaals, die in rang boven hem staan, zeggen Allan dat ze hem gaan 'vormen'. Ze geven hem bevel na bevel. Hij moet schoonmaken, wapens poetsen, boodschappen doen voor iedereen, geld afgeven. Er wordt op hem gescholden, naar hem geschreeuwd. Maar hij laat alles over zich heenkomen. Hij kent de verhalen over ontgroeningen en denkt dat het wel overwaait.

'Bij de opleiding had de geestelijk verzorger ons al gewaarschuwd dat de ervaren jongens vaak uit de bocht konden vliegen', zegt hij.

©Marcel van den Bergh

Het sterkt hem in zijn doel: hij wil terug naar de commando's. Om dat te bereiken mag hij niet uit de pas lopen. 'Bevelen van meerderen weigeren is strafbaar. Het kon leiden tot sancties of aantekeningen in mijn personeelsdossier', zegt hij. 'Daardoor zou het lastig worden nog bij de commando's te komen. Ik moest me gewoon bewijzen.'

Maar gaandeweg worden de bevelen steeds extremer en de sfeer vijandiger.

Eén van de soldaten die pas later bij hem in de groep komt, beschrijft hoe hij Allan ontmoet. 'De eerste keer dat ik hem zag, was na een oefening. Hij was als enige aan het uitruimen en hij was als een speer aan het rennen voor iedereen.' Dat blijkt niet eenmalig. 'Ze gebruikten hem als een soort slaaf.'

Ze zeiden dat zijn moeder een hoer was, dat ze haar zouden ver­krach­ten, dat ze zijn strot zouden doorsnijden.

Anonieme soldaat

Hij ziet hoe de korporaals Allan tot diep in de nacht laten werken, rotte eieren en vissen in zijn bed gooien, rotzooi in zijn schoenen doen, zijn veters doorsnijden als hij onder de douche staat. Dat ze verkeerde tijden aan hem doorgeven voor oefeningen, zodat hij te laat komt. En hoe ze verbaal tekeergaan. 'Ze zeiden dat hij stonk, dat hij een misbaksel was. Ze noemden hem kankerdebiel, kankermongool, kankersukkel, of kanker-verse. Er is geen woord dat ze niet hebben gebruikt. Ze zeiden dat zijn moeder een hoer was, dat ze haar zouden verkrachten, dat ze zijn strot zouden doorsnijden en dat ze wisten waar hij woonde.'

'Hij werd op een inhumane manier vernederd', zegt een tweede soldaat. 'Ze zeiden tegen hem: als je ons verlinkt bij de kapitein, dan wachten we je op bij de poort en douwen een mes in je flikker.'

Er werd gesnoven tijdens oefeningen en op de schietbaan.

Allan

De soldaten zien het vele drugsgebruik op de kazerne als een van de oorzaken van het grensoverschrijdende gedrag van de korporaals. 'Er werd veel geblowd en cocaïne gebruikt', zegt Allan. 'Een van de korporaals handelde in cocaïne. Het zat in van die kleine, papieren pakjes.'

Tijdens de vele pokeravonden ligt de coke gewoon op tafel. Allan: 'Ze maakten lijntjes met hun pinpas en snoven ze op met briefgeld. Er werd gesnoven tijdens oefeningen en op de schietbaan. Het blowen deden ze in de badkamer, met de douche aan, zodat de rook door de afzuiger naar buiten ging.'

Als ze voor een oefening naar Engeland varen, met de veerboot van IJmuiden naar Newcastle, gebeurt het ook. 'Mensen uit onze groep wisten daar gewoon hoe ze aan drugs moesten komen. Na het avondeten moesten we naar een kamer. Ik zag de cocaïne liggen. Ze zeiden dat het opnieuw een ontgroening was, een opdracht om te snuiven. Ik wilde niet. Maar ik moest opnieuw over een grens heen. En ik deed het.'

Totale onmacht: mishandelingen nemen toe

In 2010, vlak voordat hij naar de commando's ging, solliciteert Allan bij de politie. Onderdeel van die procedure is een psychologisch onderzoek. Daarin staat: 'Hij komt naar voren als een zelfverzekerd, eerlijk en sociaal persoon die streeft naar het hoogst haalbare. Hij is leergierig en wil zich graag verbeteren'. En: 'Afspraken komt hij na en hij investeert in de relatie met anderen'.

Maar die zelfverzekerdheid verdwijnt snel bij de mortiergroep.

De korporaals worden gaandeweg handtastelijker. 'Soms kreeg ik gewoon een klap of een schop. Zomaar, uit het niets', zegt hij. 'Het gebeurde bijna elke dag. Met de vlakke hand of met de vuist. Ik heb vaak gezegd dat ze moesten kappen, maar daar werd om gelachen. Ik deed nooit wat terug. Ik was bang om alles kwijt te raken, als ik een meerdere zou slaan: mijn baan, mijn huis, mijn familie. Ze wisten waar ik woonde. Het adres van mijn ouders moest ik doorgeven voor het geval er iets zou misgaan bij oefeningen.'

In de douches omsingelen ze hem en plassen ze over hem heen. 'Als er een hele groep over je heen staat te pissen en een sergeant moet daarom lachen', zegt hij, 'dan weet je het gewoon niet meer. Ik was een 'verse' die even een golden shower kreeg.' Op een gegeven moment gebeurde dit vrijwel elke dag, zegt hij. In zijn hoofd hoort hij ze nog altijd lachen.

De andere soldaat bevestigt dit. 'Een korporaal vertelde me dat ze Allan niet moesten. Dat ze hem weg wilden hebben. En dat ze daarom over hem heen pisten.' Het gebeurt niet alleen onder de douche, maar ook als Allan ligt te slapen. Een keer gebeurt dat onder toeziend oog van de twee soldaten: na een avond stappen urineren twee korporaals over hem heen.

Hoe langer de vernederingen doorgaan, hoe banger Allan wordt dat het niet meer gaat stoppen. Steeds vaker denkt hij eraan in opstand te komen. Maar hij vreest voor zijn leven. 'De korporaals hebben meerdere keren een doorgeladen wapen op me gericht op de schietbaan.'

Eén van de hogere militairen noemt hem consequent chai boy, een term uit Afghanistan voor minderjarige jongens die door oudere mannen seksueel worden misbruikt.

Tijdens een oefening vragen de korporaals aan Allan of hij drie man kan optillen. 'Dat kan ik wel', zegt hij. De korporaals sommeren hem om tussen twee anderen in op de grond te gaan liggen zodat hij zijn kracht kan demonstreren. Maar zodra Allan ligt, pakken de mannen naast hem zijn armen en benen vast. Een derde militair komt op hem af met zijn broek naar beneden. Hij duwt zijn blote kont in Allans gezicht en beweegt heen en weer over zijn hoofd. 'Lik mijn reet', roept hij. De sergeanten en korporaals staan eromheen en lachen.

'Ik schaam me hier zo voor', zegt Allan.

In de loop van de tijd raakt hij steeds meer in zichzelf gekeerd. Hij voelt zich machteloos en minderwaardig.

Ook andere soldaten worden vernederd

Dat de vernederingen en aanrandingen van Allan niet op zich staan, blijkt uit gesprekken met twee andere soldaten uit zijn eenheid. Ook zij vertellen hoe ze door de korporaals werden uitgescholden, getrapt, achterna gezeten, gepest, bestolen, vernederd en aangerand.

Ook zij werden door hun meerderen vastgehouden terwijl iemand met zijn blote kont op hun gezicht ging zitten. Dat blijkt een hardnekkig ritueel binnen defensie dat slechts af en toe naar buiten komt. Zo werden in 2012 vier militairen veroordeeld tot voorwaardelijke werkstraffen vanwege het zogenoemde 'drie man tillen', dat door de rechter als aanranding werd gekwalificeerd.

Ze zeiden dat ze een vinger in onze kont zouden stoppen. Ik begon te lachen. Ik dacht: dat kún je niet menen

Maar bij de mortiergroep in Schaarsbergen blijft het niet bij 'drie man tillen'. De twee soldaten, die maanden later dan Allan bij de groep komen, zijn op oefening op de hei bij 't Harde als de korporaals roepen dat ze aan 'groepsbinding' gaan doen.

'Twee man trokken een blauwe, latex handschoen aan', zegt een van de soldaten. 'Ze zeiden dat ze een vinger in onze kont zouden stoppen. Ik begon te lachen. Ik dacht: dat kún je niet menen. We zeiden: flikker op, dat gaan we niet doen.' Vervolgens worden ze tegen een jeep aangezet. 'Iedereen stond om ons heen. Ze zeiden dat we onze broek naar beneden moesten doen. Ze begonnen te pushen en te pushen. Net zolang tot één van ons knapte. Hij liet zijn broek helemaal op zijn enkels zakken en schreeuwde: dóé het dan. Toen heb ik ook mijn broek laten zakken.'

'Ik voelde hoe een korporaal met zijn vinger tegen mijn kont aanzat', zegt een van de soldaten. Van het incident wordt een filmpje gemaakt. 'Ik heb hier heel lang heel slecht van geslapen', zegt de soldaat.

Toch vinden ze dat hun vernederingen in het niet vallen bij die van Allan. Ze hebben ontzag voor de manier waarop hij ermee omgaat. 'Hij reageerde relatief rustig, bijna laconiek', aldus zijn medesoldaat. 'Daardoor hadden we lange tijd niet in de gaten dat hij er zo mee zat.' Toch merken ze steeds vaker dat het niet goed met hem gaat. Zo meldt hij zich opvallend vaak ziek. 'Op het laatst sliep hij met een mes onder zijn kussen.'

Allan houdt alles verborgen voor zijn familie. Tegen hen zegt hij dat het goed gaat bij defensie en dat hij snel terug kan naar de commando's. Pas als een van de soldaten hem thuis opzoekt en erachter komt dat hij al dagen niet heeft gegeten, horen zijn ouders hoe slecht het met hun zoon gaat.

Terwijl Allan op zijn buik ligt, wordt hij meermaals anaal verkracht. Terwijl meerdere mannen hem vasthouden

Maar er is één ding waar Allan nog langer over zwijgt, zelfs nadat alles is uitgekomen. Het lukt hem nauwelijks om erover te praten. Hij verwijst meermaals naar zijn medisch dossier, in bezit van de Volkskrant. Daarin zitten gespreksverslagen met psychologen waarin beetje bij beetje naar voren komt wat hij allemaal heeft meegemaakt. In een van die verslagen vertelt Allan hoe drie hogere militairen hem dwingen om drugs te gebruiken. Als hij onder invloed op de grond ligt, hoort hij gelach en wordt hij geschopt en tegen zijn hoofd getrapt. De mannen tillen hem op, zetten hem in een auto en dragen hem in de kazerne naar zijn slaapkamer. Ze leggen hem op bed. Terwijl hij op zijn buik ligt, wordt hij meermaals anaal verkracht. Terwijl meerdere mannen hem vasthouden.

Hij maakt de verkrachting grotendeels bewust mee. Als dader noemt hij in elk geval een korporaal uit zijn groep.

Over zijn zwijgen zegt hij: 'Ik wilde niet dat mijn familie ook zo veel pijn zou hebben. Ik wilde dit zelf oplossen. Ik wilde gewoon dat mijn ouders gelukkig waren. Ik schaamde me verschrikkelijk. Dit was niet het beeld dat zij van mij hadden.'

Sergeant-majoor laat zaak lopen

Er was een discussie en ineens zie ik een soldaat een wapen pakken en het van achteren op Allan richten. Die militair lachte

Op zijn kamer houdt Allan een lijst bij met incidenten bij de mortiergroep. In steekwoorden schrijft hij het op. 'Drugs', is het eerste woord. Met de lijst stapt hij op een dag naar de sergeant-majoor. Hij wil aan de kaak stellen wat er mis is bij de mortiergroep en hoopt dat de anderen tot de orde worden geroepen. Allan: 'De sergeant-majoor ontmoedigde me. Hij heeft het uit mijn hoofd gepraat.'

Op een dag breekt Allan. 's Avonds krijgt hij de opdracht om alle wapens van de hele groep te poetsen - een klus waarmee hij tot diep in de nacht bezig zal zijn. Hij weigert. In de wapenkamer gaat iedereen dreigend in een halve cirkel om hem heen staan.

'Het zal me mijn hele leven bijblijven', zegt zijn medesoldaat. 'Allan stond daar in het midden, en hij zei: ik doe het niet, flikker maar op. Er was een discussie en ineens zie ik een soldaat een wapen pakken en het van achteren op hem richten. Omdat ik aan de andere kant stond, was het indirect ook op mij gericht. Die militair lachte. Iedereen lachte. Ik ook, maar niet van harte.'

Allan loopt weg. Even later vinden de twee medesoldaten hem huilend op zijn bed. En dan komt alles eruit. Allan vertelt dat de korporaals hem al jaren vernederen.

Bij de twee collega's, die veel van Allans verhalen herkennen, knapt er dan ook iets. 'Dit is niet normaal', zeggen ze tegen elkaar. 'Dit kan niet meer. Dit gaat niet vanzelf voorbij.'

Na lang overleg besluiten ze naar de sergeant-majoor te stappen. Ze vertellen hem over het machtsmisbruik, de aanrandingen en de drugs. De man, die in rang boven de korporaals en sergeanten staat, belooft een vervolggesprek.

Maar nog dezelfde avond vertelt de sergeant-majoor in de bar aan de korporaals over hun getuigenissen, weten ze. 'De volgende dag werden we uitgescholden voor snitches (verraders, red.)', zegt een van de soldaten.

Weken gaan voorbij zonder dat er iets gebeurt. De soldaten vrezen voor represailles door de korporaals. Als laatste strohalm kaarten ze de zaak aan bij een geestelijk verzorger. En dan komt er eindelijk beweging. De man is geschokt over de getuigenissen en stapt naar de kapitein, die gedwongen is alsnog actie te ondernemen.

Een week later wordt de hele mortiergroep op non-actief gezet: er komt een intern onderzoek.

Intern onderzoek: 'we waren niet veilig'

Tijdens de hoorzitting moeten de soldaten verklaren wat hen is overkomen. Maar er is een probleem: in de vierkoppige commissie is de notulist een sergeant uit hun eigen compagnie. En dat voelt bedreigend.

Allan: 'Ik zag die vier daar zitten en ik dacht: hoe ga ik alles vertellen bij iemand van dezelfde compagnie waar alles heeft gespeeld? Een compagnie waar ik ben bedreigd vanwege een eerdere melding. Ik voelde me niet veilig, ik heb niet alles genoemd.'

De twee andere soldaten ervaren de hoorzitting net zo. 'De notulist was iemand die op oefeningen gewoon aan het snuiven was met de korporaals. We waren daar niet veilig.'

Uiteindelijk komen in de hoorzitting vier klachten aan de orde, zo blijkt uit het verslag van de 'commissie huishoudelijk onderzoek (CvHO)'.

In het rapport stelt de commissie dat structureel pestgedrag de groepsleden niet wordt aangerekend. 'De verklaringen van de soldaten [...] en [...] staan lijnrecht tegenover de verklaringen van de overige groepsleden. Derhalve is het voor de CvHO niet aannemelijk dat er sprake is van structureel pestgedrag jegens de soldaten', aldus het rapport.

Alleen het 'vinger in de kont'-incident, zoals de commissie het noemt, wordt bewezen geacht. Het filmpje dat daarvan is gemaakt, is in bezit van de commissie. 'Op de achtergrond is korporaal [...] te horen terwijl hij zegt dat in het kader van groepsbinding, doorzettingsvermogen, mannelijkheid en vormingsdoelen de soldaten [...] en [...] dit moeten ondergaan', aldus de commissie.

De commissie bestempelt het 'vinger in de kont'-incident als een ernstige vorm van wangedrag. Maar, zo wordt gesteld, 'het komt de CvHO als aannemelijk voor dat meerdere militairen van de mortiergroep op enig moment in het verleden dergelijk grappen zelf hebben ondervonden. Dit stelt de handelwijze van de soldaten in een ander (en wellicht minder kwaad) daglicht.'

De commissie adviseert om de vier betrokken militairen bij het 'vinger in de kont'-incident niet te ontslaan, maar om hen uit hun functie te zetten. De andere militairen gaan vrijuit.

Het 'drie man tillen' wordt doorverwezen naar het Openbaar Ministerie. Maar omdat de militairen geen aangifte willen doen, uit angst voor represailles van de korporaals, stelt het OM geen verder onderzoek in.

Toch aangifte bij de marechaussee

In oktober 2017 doet Allan alsnog aangifte bij de marechaussee. In een uitgebreide verklaring spreekt hij over ontucht, aanranding, mishandeling, afpersing, bedreiging, drugsgebruik en drugshandel, discriminatie, diefstal van munitie en verboden wapenbezit van militairen op de kazerne in Schaarsbergen. De aangifte van verkrachting loopt nog, daarvoor voerde hij een informatief gesprek. Als betrokkenen bij een aantal van de incidenten noemt hij vijf korporaals, twee sergeanten en een sergeant-majoor.

Bij Allan is door zijn behandelaars een complexe vorm van posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Hij is onder behandeling bij een psycholoog en een psychiater. De twee andere soldaten zijn eveneens behandeld voor de psychische schade die ze hebben overgehouden aan hun tijd bij defensie.

Heeft u informatie over misbruik, ontgroeningen of vernederingen bij defensie, of wilt u uw verhaal kwijt, dan kunt u contact opnemen via onderzoek@volkskrant.nl of 06-1500 3958. Wij publiceren niets zonder uw toestemming.

Allan deed een zelfmoordpoging. Hij nam een overdosis pillen om aan de pijn in zijn hoofd te ontkomen. Zijn medesoldaat trof hem op tijd aan en redde zijn leven. De derde soldaat liet zich voor een aantal maanden salaris uitkopen door defensie en werkt nu elders. Alle drie hebben ze nog altijd herbelevenissen en veel last van wat ze hebben meegemaakt.

Allan heeft het gevoel dat hij niet verder kan met zijn leven totdat de zaak grondig is onderzocht. Bovendien vreest hij voor andere jonge mannen die aan de zorg van defensie worden toevertrouwd. 'Ik wil gerechtigheid. En ik hoop dat ik met mijn verhaal anderen kan beschermen.'

De naam van Allan is gefingeerd uit privacyoverwegingen

 

Verantwoording

Voor dit verhaal sprak de Volkskrant met Allan, zijn advocaat en twee andere soldaten van de mortiergroep in Schaarsbergen. Daarnaast baseert de krant zich op het verslag van de Commissie van Huishoudelijk Onderzoek (CvHO) die onderzoek deed naar een aantal incidenten bij de mortiergroep. Ook beschikt de krant over de aangifte van Allan en over zijn medisch dossier.

Reacties van defensie en justitie

Algemeen

'Eenieder binnen de krijgsmacht moet kunnen rekenen op een veilige werkomgeving. Helaas heeft ook de krijgsmacht te maken met ontoelaatbaar gedrag en integriteitsschendingen. Personeel dat zich daaraan schuldig maakt, moet de rechtspositionele en strafrechtelijk consequenties daarvan onder ogen zien. Slachtoffers moet hulp worden geboden vanuit het zorgnetwerk van defensie. Ook het personeel van de betrokken eenheid moet aandacht krijgen vanwege de grote invloed van dergelijke incidenten op de eenheid.'

Over de klachten van de drie soldaten die door leidinggevenden werden weggewuifd:

'Defensie wil dat het personeel melding maakt van ontoelaatbaar gedrag en integriteitsschendingen. Bij eerdere gesprekken van de soldaten met de sergeant-majoor zijn de gedragingen die zijn onderzocht in de Commissie van Huishoudelijk Onderzoek (CvHO), voor zover bekend, niet expliciet naar voren gekomen. De compagnies commandant heeft in juni 2013, direct na het bekend worden van de gedragingen, een huishoudelijk onderzoek ingesteld.'

Over de hoorzitting van de 'onafhankelijke' commissie, waarbij de notulist iemand was die banden onderhield met de vermoedelijke daders:

'Om elke schijn van niet objectief zijn te vermijden, was het achteraf gezien verstandiger geweest een notulist te kiezen uit een geheel andere compagnie.'

Over de straffen naar aanleiding van het huishoudelijk onderzoek:

'De incidenten die zijn onderzocht door de CvHO druisen in tegen de gedragscode en zijn niet acceptabel. Bovendien was er in twee gevallen sprake van mogelijk strafbaar gedrag, waarvan aangifte is gedaan. Tegen vier personen zijn er rechtspositionele maatregelen genomen. Zij zijn ontheven uit hun functie, overgeplaatst en hebben een negatief ambtsbericht voor de maximale duur van 6 jaren gekregen.'

Over de cultuur op de kazerne in Schaarsbergen:

'De incidenten bij de betreffende mortiergroep en het daarop volgende waren aanleiding voor het nemen van een aantal maatregelen. De commandant van de brigade heeft de Centrale Organisatie Integriteit Defensie een risicoanalyse laten doen. Deze analyse was specifiek gericht op de risico's die zich na diensttijd op de legering konden manifesteren. In de analyse is ook onderzoek gedaan naar cultuuraspecten.

'De commandanten van de brigade en het bataljon hebben op basis hiervan een aantal maatregelen getroffen. Zo is de gehele eenheid bijeengeroepen en is aangegeven dat dergelijk gedrag volstrekt ontoelaatbaar is. Ook is toen en bij andere gelegenheden de cruciale rol van leidinggevenden bij het voorkomen hiervan benadrukt. Tevens is dagelijks toezicht op de legeringskamers buiten de diensturen ingevoerd. Bovendien is de betreffende mortiergroep uit elkaar gehaald. Verder is in het bataljon een integriteitsmonitor aangesteld. Onder leiding van de bataljonsadjudant heeft een permanente werkgroep (o.a. de dominee, personeelsdienst en vertegenwoordigers van de eenheid) allerlei thema's onderzocht en bespreekbaar gemaakt binnen de eenheid. De werkgroep heeft kwetsbare groepen, zoals nieuwe lichtingen, geïdentificeerd en gesproken.'

Over de reden dat het 'vinger in de kont'-incident niet door het Openbaar Ministerie is onderzocht:

'De officier van justitie heeft destijds geoordeeld dat het incident mogelijk gekwalificeerd kan worden als bedreiging met verkrachting (voor ons staat niet vast dat de verkrachting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden) dan wel feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Daarbij heeft de officier gesteld dat de gebeurtenis symptomen zijn van een negatieve groepscultuur. Zij heeft daarom toestemming gegeven tot het starten van een huishoudelijk onderzoek binnen de kazerne, en in dat kader alle betrokkenen te horen. Het doorbreken van de negatieve groepscultuur stond op dat moment voorop.'

Over het niet doen van een strafrechtelijk onderzoek nadat defensie aangifte had gedaan van twee incidenten:

'De marechaussee heeft toen onder leiding van ons onderzoek gedaan. De betrokken militairen wilden alle drie geen aangifte doen, maar ook geen enkele verklaring afleggen. Daarop heeft de officier van justitie besloten verder geen strafrechtelijk onderzoek te doen, omdat er dan te weinig informatie is om onderzoek naar te doen.'

De reactie van twee betrokken soldaten op verklaring OM:

'Een hoge militair heeft ons beloofd de zaak zelf op te lossen en de korporaals te bestraffen. We hebben ervoor moeten tekenen dat we niet over de zaak zouden spreken met derden. Daarom konden we niet met de marechaussee praten en konden we geen aangifte doen.'

10:12 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.