02-09-17

Een juf van een concentratieschool: "Waar blijven de kindjes van de bakfietsouders?"

Els Cespedes geeft les op een concentratieschool, en doet dat graag

We zouden Els Cespedes (43) moeten interviewen in plaats van hem, zei MNM-presentator Tom De Cock onlangs in deze krant. Elke dag spoort de juf van zijn dochter van Limburg naar Antwerpen, om les te geven in de moeilijkste buurt van de stad. ‘Je moet de mensen tijd geven. En niet in paniek raken.’

"Ik ben een meisje uit een boerendorp. Opgegroeid in het Limburgse Meldert, tussen de koeien. Ik heb hier nooit iets naars meegemaakt en bang was ik niet, maar ik trok wel grote ogen toen ik hier twaalf jaar geleden aankwam. In de stad is de mentaliteit anders. Als ze hier het huisvuil komen ophalen, dan kun je niet op de stoep wandelen: alsof de mensen de vuilniszakken uit het raam hebben gegooid. Bij ons zijn er meer regels om je aan te houden. En al die vreemde culturen, die Turkse of Afghaanse winkels. Ik stapte hier een andere wereld binnen.”
In hartje Seefhoek, de meest verpauperde wijk van Antwerpen, zitten we met Els Cespedes op piepkleine kinderstoeltjes. MNM-presentator Tom De Cock had over haar verteld, de juf van het instapklasje van basisschool Sint-Aloysius. “Blij dat ik ben uitgenodigd, maar eigenlijk zouden jullie met juf Els moeten praten.”

Hij zei het zo, toen we hem deze zomer spraken voor de interviewreeks Het Huis van Hiele: “Elke dag neemt juf Els vanuit Tessenderlo de trein naar Antwerpen, loopt ze vervolgens naar haar werk – eerst door mijn buurt, waar je tien jaar geleden als vrouw niet door wilde wandelen, daarna over het De Coninckplein, waar vroeger alle drugsverslaafden zaten – om les te gaan geven in een concentratieschool, in een kleuterklas waar de helft van de kinderen nog niet eens droog is. En zij doet dat niet voor het loon dat wij krijgen.” 

Els Cespedes glimlacht lief. “Het is een beslissing die ik nog elke dag moet verantwoorden. Zelfs voor mijn man. Want wat heb ik hier verloren, tussen al die vremden? Ik wilde vroeger heel graag in het onderwijs werken, maar vaak had ik geen werk in september. Soms vond ik pas een plek in januari. Al dat wachten, ik was dat beu. ‘Ga eens in Antwerpen kijken’, zeiden ze. ‘Daar is zoveel werk.’”

Twaalf jaar later stelt ze vast: die andere wereld is oké. Dat wil ze hier vooral vertellen. “Ik werk hier heel graag. Ik sta bij de leeftijd die ik het liefste heb en dit is een fijne school met prima accommodatie. De diversiteit ervaar ik echt niet als een probleem. De kindjes zijn hier zo klein, volgens mij zien die niet eens wie welke huidskleur heeft. En we hebben een goede band met onze ouders. Voor hen is de leerkracht nog een belangrijke persoon, dat respect voel je.

“Natuurlijk zie ik dingen die jammer zijn. Verdoken armoede, kinderen die met hun kleine broertjes of zusjes alleen de tram naar school nemen, ouders die niet begrijpen dat de kleuterklas meer is dan louter opvang.

“En ook: de buurt is een tussenstop. Mensen spoelen hier aan en vinden later elders hun plek. Je kunt immers niet zeggen dat het hier ideaal is om te wonen, met al die kleine krotten. Bij ons in Tessenderlo is het beter: groener, properder, betere huizen. Dus als mensen verhuizen omdat ze werk vinden, dan snap ik dat. Maar dat komen en gaan, dat is jammer voor ons. Je bent met een kind aan de slag en dan is het plots weer weg.”

Taalachterstand 

De Seefhoek is veranderd de afgelopen twaalf jaar. De drugsverslaafden zijn van het De Coninckplein verjaagd, met Park Spoor Noord kreeg de buurt eindelijk een lap groene grond en de gentrificatie zorgt voor een nieuwe wind. “Maar wat ze beloofd hebben, is niet uitgekomen. De huizen zouden hier gekocht worden door de zogenaamde bakfietsmensen en alles zou goed komen, maar zo is het toch niet gelopen.

“Ons publiek is niet veranderd, zelfs niet toen de kleuterschool drie jaar geleden een gloednieuw gebouw kreeg. Elke ochtend zien we die bakfietsmensen met hun kinderen wegfietsen. Dan denk ik: die kunnen toch ook hier naar school? Vorig schooljaar had ik naast de dochter van Tom geen enkel Vlaams kindje in mijn klas. Dat zou nochtans goed zijn voor de school, want dat zijn ook de mensen die de oudervereniging recht houden.

“Ik weet niet waarom die bakfietsouders niet komen. Omdat ze denken dat de kinderen hier niet veel leren? Dat is een misverstand. Zeker als je weet welke kwaliteitsvolle leerkrachten hier werken. Daar heb ik het moeilijk mee: die gezinnen zijn zogezegd open van geest, maar ze proberen het niet eens. Of valt onze schoolpoort niet genoeg op? 

“Ja, taalachterstand is een probleem. Maar elk jaar wordt het beter. Het is ooit anders geweest, maar vorig jaar had ik het gevoel dat de meeste kinderen mij begrepen. En ze leren zo snel. Een normaal begaafd kind is na één schooljaar mee. Kleuters zitten op een heel taalgevoelige leeftijd, dus ze pikken veel op. Ze moeten wel.

“We hebben allemaal een groot hart voor onze kinderen en ouders, en tonen veel begrip en respect voor de verschillen. Op ons schoolfeest is het eten halal. Maar de ouders hebben natuurlijk ook wel gekozen voor een katholieke school, dus mijn kindjes leren wie Jezus is. En dat is geen probleem.

“Er zijn kinderen bij wie je een zekere invloed vaststelt. Jongens die geen hand willen geven aan meisjes. Daar zijn we dan, met veel respect, wel duidelijk in: je geeft een hand, anders vertrekt de rij niet. We praten daar ook met de ouders over, maar ik denk dat die dat wat weglachen.

“Maar een probleem is dat niet, het houdt onze werking niet tegen. We zijn als team sterk genoeg om te zeggen wat we van onze kinderen verwachten, en ouders weten dat ook. Niemand heeft hier trouwens al gevraagd wat die Jezus-pop hier ligt te doen. En als hier een kerststal staat, dan zie ik de mama’s ’s morgens met de poppetjes spelen. (lacht)

Analfabetisme

Wat De Cock vooral nog was opgevallen: “Juf Els kan maar de helft van de tijd met de kinderen bezig zijn, omdat de ouders de andere helft in beslag nemen. Onlangs hoorde ik haar tegen een Aziatische moeder zeggen: ‘Yes, in Belgium, when we meet each other, we give each other the right hand. Like this, let me show you.’ Ik vond dat een hallucinant tafereel. Hoe komt het dat die vrouw nooit geleerd heeft dat je hier een hand moet geven?”

Juf Els kan het zich niet herinneren, dat van die hand. “Maar het zou kunnen hoor. We zijn heel fel bezig met onze ouders. Ze staan hier vaak met brieven van de VDAB of ACV, en dan vertaal ik die: dit is voor de belastingen, of je moet naar die instantie bellen. Je wordt dat gewoon.

“Juf Annemie, onze zorgcoördinator, heeft onlangs een mama aan een sociaal appartement geholpen. Die vrouw werd echt uitgebuit. Ze had via via een slaapplek gevonden, maar moest heel veel werken om daar te mogen slapen, maar overdag moest ze wel haar boeltje pakken. Dan zwierf ze de hele dag op straat met twee kinderen, en ’s avonds mocht ze weer komen kijken of er slaapplaats was. Na een tijd had ik door dat ze haar baby hier in de toiletten waste. Ik zei: ‘Annemie, er klopt hier iets niet.’ Ik vond het wel tof, dat het gelukt was om dat appartement te regelen. Juf Annemie speelt heel kort op de bal, die doet dat perfect. Als kinderen niet naar school komen, dan neemt ze meteen de telefoon. En dat werkt.

©rv

“Misschien is dat inderdaad haar job niet, maar die mensen komen hier soms huilend aankloppen. Dan stuur je ze toch niet weg? En we proberen er zo ook voor te zorgen dat ouders hun kinderen naar school brengen. Dat ze vertrouwen hebben in ons. Ook dat is belangrijk.

“De meeste ouders zijn bang om binnen te komen. Ze geraken moeilijk voorbij de deur. Maar ik blijf dan opzettelijk aan deze kant van de klas staan, zodat ze wel binnen moeten komen. Dat is voor hen een hele stap: ze weten dat ik hen ga aanspreken en ze zijn bang dat ze me niet gaan verstaan. De meeste mama’s zijn ook heel verlegen, dat voel je. Maar als het lukt, dan zijn ze hier heel graag. Dat vind ik enorm plezant. 

“Veel mensen zijn ook analfabeet, al zeggen ze dat niet. ‘Heb je dat briefje niet gelezen?’ Dat is hier een heel gevaarlijke vraag. Dus tegenwoordig gebruiken we pictogrammen: een boterham en een drinkbus als we op uitstap gaan.

“Hier moeten de kinderen boterhammen meenemen voor tijdens de middagpauze, maar een Pakistaans gezin dat hier vandaag aankomt, die kennen dat niet. Dus geef hen op de eerste schooldag dan geen preek, maar geef ze de tijd om te bij te leren.

“Maar leerkrachten zijn niet altijd mee. Onlangs nog op bijscholing in Hasselt, daar durfde iemand zeggen: ‘Wij krijgen volgend jaar één vreemd kindje in onze school.’ En heel die school stond in rep en roer. (lacht luid) Echt waar, er zijn nog altijd scholen die geen idee hebben wat ze daarmee moeten doen. Ze worden daar in de lerarenopleiding ook niet op voorbereid. Mijn buurvrouw geeft les in een chique dorp. Plots opent daar een opvangcentrum voor vluchtelingen en staan al die kinderen daar. En de school zit met de handen in het haar.

“Wat ze moeten doen? Vooral niet in paniek raken. Geef die mensen de tijd. Ze moeten zich wel aanpassen, maar gun ze daar de ruimte voor. En zorg dat die mama’s en papa’s voelen dat ze welkom zijn op school, ook al is hun kindje anders. Hier organiseren we geen avondlijke oudercontacten, maar laten we de ouders meespelen in de klas. Laat ze ervaren wat de kleuterschool is. En dan merk je dat ze vaak wel geïnteresseerd zijn.”

Beetje aanpassen

“Ik kom uit een boerendorp waar veertig jaar geleden alleen maar Belgen woonden. Maar toevallig is mijn mama verliefd geworden op een Spanjaard, dus ik ben half Spaans. Op school was ik het enige vreemde kind, en ik heb me altijd anders gevoeld. 

“Nooit heb ik mijn achternaam willen zeggen en nooit heb ik Spaans willen spreken. Soms wilden kinderen me geen hand geven, en dan wist ik dat hun ouders iets over mij gezegd hadden. Dat hakt er wel in. Zelfs vandaag gebruik ik mijn meisjesnaam niet. Daarom versta ik dat, hoe moeilijk het is als je hier alleen deze klas binnen moet.

“Het grootste vooroordeel is dat die ouders niet mee zouden willen, dat ze zich niet willen integreren. Dan denk ik: verhuis jij morgen eens naar China en begin er maar aan. Misschien ben ik daar soms wat te emotioneel in, maar ik verdedig die mensen altijd. Je moet dat toch niet onderschatten: je wordt hier zomaar gedropt, en trek dan je plan maar. Die mensen komen ook niet zomaar, hè. Hoe is dat daar, in hun land van herkomst? Wij verhuizen ook niet voor het minste naar een ver land, toch? 

“Ik kijk daar heel anders naar dan mijn familie of vrienden. Mensen vragen zich af wat ik hier in godsnaam te zoeken heb, alsof wij hier verschrikkelijke taferelen meemaken. Al bij al is dit een heel gewone school, alleen passen we ons soms een beetje aan. Ik hoor ook vaak: ‘Die mensen zijn lui, ze doen niets.’ Tot je de ellende ziet, op het gezicht van die dakloze mama. Die was niet gelukkig en dan kun je precies ook niet vooruit. Dat zijn situaties waar mensen niet zomaar uit geraken.

“Maar mensen denken ook vaak dat ik het hier gemakkelijk heb. De kinderen verstaan mij toch niet en je kunt er niets mee aanvangen. Echt waar, ze denken dat de kinderen hier de hele dag spelen. Ik vind dat erg, want hier wordt heel hard gewerkt. Constant denken we na: hoe kunnen we conflicten en agressie op de speelplaats aanpakken? Hoe kunnen we de ouders nog meer betrekken? We doen niets anders dan nadenken.

“En in het zesde leerjaar kunnen de kinderen hier evenveel als elders. Dat antwoord ik altijd: wij krijgen ook inspectie. ‘Ja maar, het is toch van een ander niveau bij jullie’, zeggen mensen dan. En: ‘Jullie gaan toch veel spelen in het park.’ Dat klopt, omdat we weten dat de kinderen hier leven in kamers van drie meter op drie. Ga trouwens maar eens kijken in Lummen, daar spelen de kinderen ook.

“Soms zijn we met te veel dingen tegelijk bezig, dat is zo. Maar dan rem ik af: geen themaweek, geen spectaculaire activiteiten. Gewoon rust. Als een kindje weent, neem ik het op mijn schoot en maak ik tijd. Want we moeten aan zoveel denken dat we niet meer doen waarvoor we gekomen zijn: met de kinderen bezig zijn.”

11:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print