12-08-17

Propere lakens en warm eten: topvakantie

Vakantie 

Even je zorgen vergeten. Voor sommige kinderen in Vlaanderen is dat geen evidentie. Deze zomer kregen 93 kansarme kinderen een weekje tópverlof op kamp in Geraardsbergen. Mét propere lakens, een warme douche en (veel) lekker eten, doodeenvoudige dingen die ze thuis moeten missen.
 
Kurt Wertelaers 
©Kurt Wertelaers
©Kurt Wertelaers

Het was een oude belofte van mij aan Anny De Windt, die met haar project BiJeVa elk jaar kansarme kinderen uit Vlaanderen een zomervakantie aanbiedt. Op een dag besteed ik mijn vakantie aan BiJeVa: tussen de vrijwilligers en de kinderen. En zo vertrok ik naar jeugdherberg 't Schipken in Geraardsbergen, waar Anny, haar man Toon en de vrijwilligers de bedjes hadden gespreid voor 93 kansarme kinderen. Een week lang zag ik wat ze doen. Het heeft diep op me ingehakt: de verhalen die de kinderen en de begeleiders vertelden. Ik zag jongens die een dag of langer niet meer gegeten hadden. Kinderen tussen 6 en 14 jaar voor wie een warme maaltijd een feest is. Warm eten, dat is in sommige gezinnen alleen iets voor Kerstmis of een speciale verjaardag. Ik zag ook jongeren die een weekje konden ontsnappen aan geweld.

Voor een goed begrip: natuurlijk zijn niet alle ouders van alle kinderen slecht. Natuurlijk krijgen de meesten géén klappen, gelukkig maar. De meeste mama's en papa's zouden het eten uit hun mond sparen om hun kind te voeden. Ze zouden hun laatste cent geven om het te helpen, maar vaak hebben ze geen geld meer. En zo missen de kinderen maaltijden, kleren en aangepaste schoolboeken. Vakanties zijn er niet. Behalve dus die éne week tijdens de zomer.

Genoeg voor iedereen

Wanneer de kinderen toekomen, valt in de massa meteen een jongetje van een jaar of zes op. Hij heeft sneeuwlaarsjes aan. Hij heeft geen andere schoenen. Een ander kind draagt een vuile, gescheurde jeans: zijn énige broek. En nog een ander kind heeft geen reistasje: zijn lievelingsteddybeer en een pyjama zitten in een gescheurde, plastic zak. Kansarm Vlaanderen, anno 2017.

Er is een kamerverdeling: jongens en meisjes apart. En ze krijgen allemaal een bedje met propere lakens en gladgestreken kussens. "Dat is hier geen Chiro- of scoutskamp, hé", zegt Toon. "Dit is een vakantie voor kansarme kinderen. Met alle respect, maar een kamp met een jeugdbeweging is 
- doorgaans - voor 'kansrijken'. Die hebben een heel jaar door álles en wensen dan een weekje in de modder te ploeteren en zich het liefst een week niet te wassen. Dát is de dagelijkse realiteit voor de kinderen die hier slapen. Vandaar: we willen hen een hele week eens goed in de watten leggen. En dat begint bij een proper bed."

En - helaas ook - bij een ontluizingsprogramma. "Zeker zes kindjes hebben luizen", fluistert een van de begeleidsters in het oor van Anny, die ganse ladingen koffiekoeken laat aanrukken en voortdurend roept: "Er is genoeg voor iederéén!" Anny knikt: "'t Valt nog mee, dit jaar. We zullen ze straks eens onder handen nemen."

Kamer met lampje

©Kurt Wertelaers

Na de koffiekoeken zet een paar van de jongste kinderen zich aan het tekenen. De tienjarige Kjell valt bijna in slaap boven zijn blad. "Ik heb niet zoveel geslapen", zegt hij. "Ik ben bang in het donker en thuis zijn de lampjes in de kamer en de gang al heel lang stuk. Het is altijd donker." De vuile vingertjes van Kjell vallen op. "Heb je vanochtend al buitengespeeld?", pols ik voorzichtig. Maar Kjell schudt het hoofd. Gewassen is hij al lang niet meer. Hij krijgt straks voor het eerst in vele dagen een douche. En daarna een zacht bed, in een kamer met een lampje.

Leeftijdsgenootje Dave heeft geen zin om te tekenen, maar schrijft in grote letters dat hij dom is. "Want dat zegt iedereen altijd", zegt het kind. Dave groeit op in een tehuis. Zijn papa is overleden en zijn mama is op vakantie vertrokken. "Naar de zee", fluistert de jongen. "Al drie maanden, ik weet niet wanneer ze terugkomt."

Als 's avonds de barbecue aangestoken wordt, weten sommige kleine kinderen niet wat er gebeurt. "Maar we hébben vandaag toch al gegeten?" Bij de jongsten zie je oprechte verbazing: "Is het écht zo? Krijgen we opnieuw eten?" In een hoekje zit Simon. "Papa is drie jaar ziek geweest voor hij stierf", zegt de veertienjarige. "Hij lag zo vaak in het ziekenhuis dat mijn broers en ik daar dan maar studeerden. Soms ging het beter met papa. Maar uiteindelijk, een jaar geleden, is hij toch gestorven. En net voor Pasen is mama dan heengegaan." Over haar dood wil de jongen niet praten. Zijn moeder had lang gevochten tegen die vreselijke ziekte, maar dan op een nacht ging het snel. Dieter (17), de middelste van de drie zonen, probeerde haar nog te reanimeren. Hij had een cursus EHBO gevolgd. Hij had zo zijn best gedaan dat de toegesnelde hulpdiensten tegen de jongen zegden 'doe jij maar door, je doet het goed...' Maar eigenlijk was het al te laat. De mama van de drie jongens was gestorven. 

Maanden zonder nachtzoen

©Kurt Wertelaers

Sindsdien rooien de drie broers het zelf. De oudste, Joost (18), heeft een rijbewijs en voert iedereen rond met de wagen. Dieter kan het beste koken, zorgt dagelijks voor eten en onderhoudt het moestuintje aan het ouderlijke huis. En Simon, die neemt het huishouden op zich. Drie grote, verantwoordelijke jongens. "We hebben wel een voogd", zegt Simon. "Onze meter, maar ze woont niet bij ons. Ze beheert het geld en zorgt dat we genoeg hebben om dingen te kopen. Eten bedoel ik dan. Of kleren."

"We maken het nooit laat, 's avonds. Er is veel werk in huis, als we zouden opblijven, zou zich dat 's anderendaags toch wreken. Dus nee, na het huiswerk en het huishouden liggen we snel in bed. Een nachtzoen heb ik al maanden niet meer gehad. Ik ben 14 jaar, maar ik ben wel snel groot moeten worden." Het verhaal grijpt me heel hard aan en die eerste nacht kan ik moeilijk de slaap vatten. Ik ken weinig kinderen van 14 jaar die zo volwassen moéten zijn als Simon.

's Ochtends zet Krista van de keukenploeg versgeplukte bloemen op de ontbijttafel voor de kinderen. Krista heeft ervaring: ze heeft jaren gewerkt in de zaal van een mooi restaurant. "Opgediend voor ministers en andere hooggeplaatsten", zegt ze. "Maar deze week zijn de kinderen mijn ministers." Op de binnenkoer van 't Schipken stapt het jongetje in die zware en warme sneeuwlaarzen rond. Hij heet Keano en is 6 jaar, zegt hij. "Nee, ik heb geen andere schoenen, maar mijn zusje wel. Ze heeft turnpantoffeltjes aan. Ze is hier ook, maar ze is aan het spelen in een ander groepje. We hebben afgesproken dat we straks wisselen en dat ik dan de pantoffels even mag aandoen, dan kan ik ook spelen. Maar ik wacht wel even."

Slapen op stuk karton

©Kurt Wertelaers

De broers Tim (14) en Leander (12) komen al jaren naar de zomervakantie van BiJeVa. Ze waren nog maar kleuters toen een rechter besliste dat hun mama hen niet meer mocht zien. Er was huiselijk geweld geweest. "Als papa weg was met zijn vrachtwagen, sloot mama ons op in de kelder. Dan kwam er een andere man." Toen dat uitkwam, vertrok de papa met zijn twee kleuters. Een jaar lang leefden ze in de cabine van zijn truck. "Alles wat we hadden, lag in die slaapcabine. Dat was niet zo veel: wat kleertjes. Het was een moeilijk jaar, vooral voor papa. Wij waren nog maar kindjes."

Na dat jaar kon hun vader een bouwvallig huurhuisje op de kop tikken. "Het was er koud en donker, maar beter dan in de vrachtwagen van papa. We sliepen voor het eerst in een bed, papa sliep op een stuk karton. We hadden geen geld voor meubels. Maar we waren samen, dat telde." In de winter vroor het dat het kraakte in dat huurhuisje. "Er was geen verwarming en als we het water op tafel vergaten op te bergen, was het 's morgens een blok ijs."

Jarenlang leefden vader en zijn zonen in absolute armoede. "Er waren dagen dat er geen eten was. Of liever: er waren dagen dat papa niet at. Hij gaf het aan ons. Wil je dat alsjeblieft zo opschrijven? Dat hij altijd heel goed voor ons was en nog steeds is. Hij is onze held." Vandaag klauteren ze langzaam verder uit het financiële dal. "Maar het lukt", zeggen Tim en Leander. "We wonen nu in een huurhuis mét verwarming. Papa werkt er elke dag aan om er iets moois van te maken voor ons drie." Voor mooie vakanties is er helaas nog steeds geen geld. Dankzij BiJeVa kunnen de broers wél even weg. "Volgend jaar komen we terug", zeggen ze. "Later misschien als begeleider."

Ze zouden niet de eersten zijn, die als kind hun vakanties bij Anny en Toon beleefden, uit de miserie geraakten en vandaag de nieuwe generatie met veel liefde en warmte omringen. De zussen Annelies (20) en Lyvia (22) waren kleine meisjes toen Anny voor het eerst bij hen over de vloer kwam. "Of we kansarm waren? We hadden het niet breed. Plots was daar Anny. Af en toe kwam ze met eten langs. Of met kleren. Maar het belangrijkste waren de gesprekken. De babbels die je het gevoel geven dat je niet alleen staat. Anny bood ons een vakantie aan: wat een geschenk!"

"Die allereerste vakantie herinneren we ons nog goed. Al die koffiekoeken en donuts. Thuis konden we dat niet betalen. Die week, dat gaf ons een warm gevoel." De zussen stellen het goed vandaag. "Kansarm zijn we niet meer, maar we willen iets terugdoen. Voor kinderen die het wél moeilijk hebben. Of gepest worden omdat ze als 'kansarm' bestempeld worden. Kan je je voorstellen hoe dat voelt als straks, op 1 september, de juf of meester in de klas vraagt hoe de vakantie was? En álle kindjes in de klas vertellen over het zonnige Spanje of de pretparken die ze bezocht hebben.Wat kan je vertellen, als je kansarm bent? Hoe hard gaan ze lachen?" Annelies en Lyvia wijzen naar de kinderen op de koer. "Straks, op 1 september, kunnen zij vertellen dat ze een topvakantie hebben gehad."

En óf de kinderen iets meegemaakt hebben. Want halverwege de vakantieweek barst het spektakel pas helemaal los. BiJeVa-ambassadrice Slongs Dievanongs zingt, danst en speelt een hele dag met de kinderen. En Anton Cogen, beter bekend als Commissaris Migrain uit Mega Mindy komt met een echte politiepatrouille uit Geraardsbergen het terrein opgereden. "De meeste kinderen hier kennen de politie enkel van het huiselijk geweld of die keren dat ze de deurwaarder moeten vergezellen om thuis de meubelen op te pikken", zegt de acteur. "Voor velen is de politie een boeman. We hopen dat ze zo een positiever beeld krijgen."

Verstopte tranen, verbeten verdriet

©Kurt Wertelaers

Maar ook bekende Vlamingen als Michel Van den Brande en Harry De Visscher van The Sky is The Limit komen langs en geven met hun snelle bolides de kinderen één voor één een droomrit. Ze beleven een topdag. Als ook nog eens bokser Jean-Pierre Junior Bauwens de terreinen van de jeugdherberg opstapt, is het hek helemáál van de dam. Bauwens sleept tientallen bokshandschoenen uit zijn auto en geeft de kinderen een onvergetelijke boksles. "Ik wéét wat ze meemaken", zegt hij. "Ik ben zelf opgegroeid in een gelijkaardig milieu." Het verhaal van Junior Bauwens is genoegzaam bekend. De 26-jarige kampioen bokste zijn familie uit de armoede. "Ik ben hier om de kinderen te tonen dat ze veel kunnen bereiken als ze ergens voor knokken."

Als de laatste avond gevallen is en de kinderen voor de laatste keer in die propere bedjes liggen, kan je een speld horen vallen in het lokaal waar Anny en haar vrijwilligers verzamelen. Tranen worden verstopt, verdriet wordt verbeten. Er zijn hier banden gesmeed. Kinderen die soms geen eten hebben, konden naar hartelust hun buikje vullen. Kinderen die al eens klappen krijgen, werden hier getroost. Kinderen die gepest werden, maakten hier vriendjes.

Beseffen dat sommigen straks terug op de bus richting miserie zitten, doet pijn. Bij Anny en Toon. Bij de leidsters, begeleiders, vrijwilligers en de keukenploeg. Bij mij. Gerard, sponsor en partner van hoofdleidster Isabelle, ziet dat ook ik - een buitenstaander - het moeilijk heb. "Ach, als we konden, we zouden ze allemaal meepakken naar huis", zegt hij. "Maar we hebben ze een mooie week bezorgd. Dat is al veel."

Laatste verrassing

En dan roept Anny: "Kom, nog een allerlaatste inspanning." En plots worden tientallen en tientallen grote dozen snoep en kledij op tafels gezet. Een hele week hadden ze verborgen gestaan in een technische ruimte. Alles wordt geteld en op stapeltjes gelegd. Grote plastic zakken worden tot aan de rand gevuld. Voor élk kind eentje. Het hele tafereel doet denken aan een stukje uit een kerstfilm waar de kabouters en de elfen 's nachts alles klaarmaken voor de kinderen. Tot ver na middernacht werken de vrijwilligers aan de verrassing voor de kinderen.

's Ochtends is alles klaar en een uurtje voor de bussen de kinderen naar huis brengen, vinden Anny en haar echtgenoot Toon, eventjes rust bij mekaar op een bankje in de schaduw. "In een week kunnen we niks veranderen aan de thuissituaties", zeggen ze. "Daarom zijn we er voor die kinderen het hele jaar door. Met huisbezoeken, voedselpakketten en ondersteuning. We hebben thuis 'educacontainers' geplaatst. Het is een mooi ingerichte knutsel- en speelomgeving waar de kinderen tijdens het schooljaar op zaterdagen hun vakantiemaatjes terug kunnen zien. En zo proberen we ze toch langzaam uit die kansarme milieus te trekken."

En ook al is die allerlaatste kampdag dus geen écht afscheid, toch is het heel hard. "Wetende dat sommigen vanavond terug in de ellende zitten", zegt Anny. "Ons doel is om hen eventjes uit de miserie te trekken. Een vakantie te geven. Een weekje een zorgeloos bestaan te geven. Terug kind laten zijn. Want dat verdienen ze."

11:59 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.