04-08-17

100 jaar Slag bij Passendale: 500.000 slachtoffers in slijk van de Westhoek

100 jaar Slag bij Passendale: 500.000 slachtoffers in slijk van de Westhoek

Dit weekend en maandag wordt in de Westhoek de Slag bij Passendale herdacht, een extreem bloedige en gruwelijke veldslag uit de Eerste Wereldoorlog. Een half miljoen doden, vermisten en gewonden voor een te verwaarlozen terreinwinst van 10 kilometer. Passendale staat 100 jaar later nog steeds synoniem voor 'militair fiasco' en is voor velen het bewijs van de zinloosheid van oorlog. Al moet dat genuanceerd: Passendale was het begin van het einde voor het Duitse Keizerrijk.
 
Erwin Verhoeven
 

Voorjaar 1917. De eerste 'wereldbrand' is bijna 3 jaar aan de gang. Na een korte bewegingsoorlog in de zomer en de herfst van 1914 zit de situatie aan het westelijk front al tweeënhalf jaar muurvast. Offensieven van de Britten aan de Somme en de Fransen bij Chemin des Dames hebben daar niets aan veranderd. De Britse opperbevelhebber Douglas Haig loopt al veel langer - sinds 1915 - rond met de idee dat deze patstelling alleen in Vlaanderen doorbroken kan worden. Daar hebben de Duitsers hun sterkste verdedigingslinies uitgebouwd. Soms vier na elkaar. Maar net daarom denkt Haig dat het breken ervan hun hele front kan doen instorten.

De Britse opperbevelhebber tekent een plan uit voor de zogenaamde 'derde slag bij Ieper' of - in zijn woorden - het "Flanders Offensive". Eerste objectief is de heuvelrug bij het dorpje Passendale. Eens die in handen is, zal opgerukt worden naar de spoorweg Menen-Roeselare-Torhout. In een derde fase moet ook het Belgisch leger aan de slag, samen met de Britten, in een offensief vanuit Nieuwpoort en Diksmuide. Die aanval zal gepaard gaan met een landing van Britten op de stranden tussen Nieuwpoort en Middelkerke. Haig hoopt van daaruit de U-bootbasissen van Oostende en Zeebrugge uit te schakelen en verder door te stoten door Vlaanderen. Richting eindoverwinning. Die hij en de Britten dan op zijn/hun naam mogen schrijven.

Bijzonder optimistisch

Dat Haig bij het begin van de zomer van 1917 de kans schoon ziet om zijn bijzonder optimistische ideeën door te drijven - zo'n grote aanval heeft sinds het begin van de loopgravenoorlog nog nergens succes opgeleverd - heeft twee redenen. Het Franse voorjaarsoffensief van opperbevelhebber Robert Nivelle bij de Chemin des Dames is uitgedraaid op een catastrofe. De Fransen zijn oorlogsmoe en er breekt muiterij uit. Nivelle wordt vervangen door generaal Philippe Pétain. Die zet de aanvallen stop, herstelt de tucht en verbetert het dagelijkse leven van zijn soldaten. Pétain wil zo het moreel en de kracht van zijn troepen terug op peil krijgen. Maar dat kost tijd. Een groot Brits offensief in een andere sector van het westelijk front kan daarbij helpen. Haig argumenteert in Londen dat met het 'Flanders Offensive' ook het risico verkleint dat de Duitsers doorbreken door de verzwakte Fransen aan te vallen. 

Tweede punt dat voor het idee van Haig pleit, is de ravage die de, door hem geviseerde, Duitse U-boten aanrichten op zee. Sinds de Duitsers op 1 februari 1917 een "onbeperkte duikbootoorlog" hebben afgekondigd, is in drie maanden tijd ruim twee miljoen ton aan schepen tot zinken gebracht. Een Berlijnse bankier heeft berekend dat, indien de U-boten dit tempo kunnen aanhouden, de geallieerden binnen zes maanden zullen capituleren door een gebrek aan bevoorrading. In dat geval komen de Amerikanen - die op 6 april 1917 Duitsland de oorlog verklaard hebben, maar nog geen leger die naam waardig hebben - te laat op het Europese slagveld.
 
Gevaarlijke Duitse bult

Toch aarzelt de Britse premier David Lloyd George lang om groen licht te geven aan zijn opperbevelhebber. Hij is op zijn zachtst gezegd geen grote fan van de in zijn ogen veel te optimistische Haig. En hoe dan ook, diens grote offensief kan pas van start gaan na een noodzakelijke proloog rond Mesen. Daar zit namelijk een gevaarlijke Duitse bult in de Britse frontlijn. Die moet eerst rechtgetrokken worden.

De voorbereidingen zijn al bezig sinds 1915. Ondergronds! Gespecialiseerde 'Tunneling Companies' hebben 30 meter diep in de Ieperse kleilagen mijnschachten gegraven onder de Duitse linies en er op 24 plaatsen springladingen aangebracht, 500 ton. Vanaf eind mei 1917 neemt de Britse artillerie de Duitse stellingen in de sector tien dagen lang onder vuur. Geplande datum voor de actie is 7 juni. Aan de vooravond spreekt een Britse generaal de pers toe: "Gentlemen. We may not write history tomorrow. But we shall certainly change the geography." Even voor vieren 's ochtends stopt het artillerievuur. De Duitsers kruipen uit hun schuilplaatsen om het verwachte offensief af te slaan. Dan ontploffen 19 van de 24 dieptemijnen. Gigantische kolommen van vuur en aarde schieten omhoog en ploffen weer neer. De overlevering wil dat premier Lloyd George de knal hoorde tot in Downing Street.

De Duitsers zijn even compleet van de kaart. De oprukkende Britse infanterie breekt in enkele minuten door het Duitse front. Enkele uren later is de heuvelrug Mesen-Wijtschate in Britse handen. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor de 16de en de 36ste divisie. Allebei samengesteld uit Ieren. De 16de uit katholieken uit het zuiden, de 36ste uit protestanten uit de noordelijke provincie Ulster. Op het thuisfront uitgesproken vijanden in de toenemende spanningen op hun eigen eiland. Bij Wijtschate vechten ze zij aan zij.

Eén groot moeras

Het succes van de aanval bij Mesen en de aanhoudende U-bootterreur - in juni gaat er 687.000 ton scheepsruimte naar de haaien - maken dat het oorlogskabinet Haig uiteindelijk toestemming geeft voor de uitvoering van zijn grote plan. Zij het met tegenzin. Indien de eerste fase niet lukt, wordt het geheel afgeblazen, luidt één van de voorwaarden.

De tweede helft van juli begint een nooit gezien artilleriebombardement. Meer dan 3.000 kanonnen vuren 4,2 miljoen projectielen naar de Duitse stellingen. Meer dan dubbel zoveel als bij de Somme. Het effect is allesverwoestend. Ook het volledige afwateringssysteem in de streek wordt vernietigd. Op 31 juli - nu maandag exact 100 jaar geleden - bij het krieken van de dag zet de infanterie dan de echte aanval in. Ongeveer op hetzelfde moment begint het te regenen.

Op de linkerflank veroveren de Fransen Bikschote en Britse Guards en een divisie uit Wales de heuvelrug van Pilkem. In het centrum breken Engelsen en Schotten door het front en de eerste Duitse verdedigingslijn. Elders is de situatie minder briljant. De 120 tanks - Haig zet ze voor het eerst samen in, sinds hun intrede op het slagveld één jaar eerder - dienen tot niets. Door de combinatie van aanhoudende regen en het kapotgeschoten afwateringssysteem verandert het terrein snel in één groot moeras. Tanks en kanonnen kunnen vooruit noch achteruit. Soldaten ploeteren in de modder. De opmars loopt vast. Niet eens de helft van de objectieven is bereikt. Pas op 16 augustus wordt een echte nieuwe aanval ingezet. Het resultaat is net eender. Wat succes in het noorden: Langemark valt in Britse handen. Maar in het centrum lopen de twee Ierse divisies - enkele weken eerder zo succesvol bij Wijtschate - zich te pletter op Duitse mitrailleurs. Sommige bataljons verliezen tot 60% van hun manschappen.

Haig beseft dat hij zich geen tweede afgang zoals aan de Somme kan veroorloven. Hij verlaat de tactiek van het aanvallen over een breed front en luistert naar de raad van de bedachtzame bevelhebber van het 2de leger, generaal Herbert Plummer: "Step by step" en "bite and hold". Haig en Plummer zetten nieuwe en frisse Australische en Nieuw-Zeelandse divisies in, Schotten ook en zelfs een Zuid-Afrikaanse brigade, onder wie heel wat Afrikaans sprekende Boeren. Samen boeken ze vanaf 20 september succes na succes. Bij de Meenseweg, bij Geluveld, bij het Polygoonbos en Broodseinde.

Op 4 oktober begint het opnieuw te regenen. De voorzichtige Plummer stelt Haig voor om het na deze vrij geslaagde opmars hier voorlopig bij te laten. De Britse opperbevelhebber wil echter koste wat het kost het eerste objectief uit zijn al te ambitieuze aanvalsplan bereiken: de heuvelrug bij Passendale. Hij moet in Londen toch iets kunnen verkopen. Een eerste aanval op 12 oktober - de Eerste Slag bij Passendale - draait op niks uit. Tenzij dat hij geboekstaafd staat als de bloedigste dag uit de Nieuw-Zeelandse geschiedenis. Bij de Ravebeek verliest hun divisie 2.700 man in minder dan 4 uur. Dat is ongeveer één om de 5 seconden.

Gevoel voor realiteit

Het heeft er alle schijn van dat Haig dan elk gevoel voor realiteit begint te verliezen. Hij plant een Tweede Slag bij Passendale. Dit keer niet met Australiërs en Nieuw-Zeelanders, maar met de Canadezen. Hun divisies hebben in de lente met ware heldenmoed de heuvel van Vimy ingenomen. Tol: 3.598 doden en 7.004 gewonden. De slag bij Vimy wordt sindsdien beschouwd als de "geboortedag" van de Canadese natie. De Canadese bevelhebber Arhur Currie overschouwt het waanzinnige slagveld bij Passendale en schat de te verwachten verliezen dit keer in op 16.000 man. In de gevechten op 26 en 30 oktober en van 6 tot 10 november 1917 - de inname van wat ooit de dorpskern was - zullen er uiteindelijk 15.654 vallen.

Die laatste dag blijft Haigs 'Flanders Offensive' voorgoed steken in de modder van Passendale. Nergens is meer dan 10 kilometer terreinwinst geboekt. Bij het Duitse lenteoffensief van april 1918 zullen de Britten het gebied weer moeten prijsgeven. De hele operatie - van 31 juli tot 10 november - krijgt snel de naam van het van de kaart geveegde dorpje. In de hele streek staat trouwens niets meer overeind. Er rest alleen nog modder en met slijkwater en rottende lijken gevulde bomkraters. Wanneer Haigs stafchef generaal Sir Launcelot Kiggell helemaal aan het eind voor het eerst het front bezoekt, barst hij in tranen uit: "Mijn God. Hebben wij echt mannen uitgestuurd om hier te komen vechten?" De Britten hebben 33 miljoen projectielen afgevuurd. Velen boorden zich zonder ontploffen in de zompige moerasgrond. Tot vandaag worden ze door onze ontmijners uit de grond gehaald.

Verdronken in obusput

De officiële Britse geschiedschrijving telt 245.000 doden, gewonden en vermisten. Die laatsten - ongeveer 40.000 - verdronken meestal in één van de talloze obusputten. Aan Duitse zijde vielen 217.000 slachtoffers, onder wie 35.000 doden en 48.000 vermisten. Met nog enkele duizenden Fransen erbij, komt de teller dicht in de buurt van het half miljoen slachtoffers. De helft van het totale aantal militaire slachtoffers op Belgische bodem tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel bij Verdun of aan de Somme nog veel meer verliezen te betreuren vielen, heeft Passendale een grotere symboolwaarde gekregen. "Een naam met zwarte randen in de annalen van het Britse leger", volgens de Britse militaire deskundige en historicus Sir Basil Liddell Hart. Synoniem voor "militair fiasco" ook. En "ultiem bewijs van de zinloosheid van oorlog".

Die laatste twee beweringen moeten genuanceerd worden. Er werden natuurlijk fouten gemaakt en die zijn Haig tot lang na zijn dood aangewreven. Om te beginnen, zat er te veel tijd tussen het eerste Britse succes in Mesen (7 juni) en de start van het eigenlijke offensief (31 juli). De Duitsers kregen zo alle tijd hun defensie nog beter te organiseren. Dat tijdverlies was echter niet alleen zijn schuld, ook de regering in Londen had er een aandeel in. Het kapotschieten van het afwateringssysteem was een cruciale blunder. Het inzetten van tanks in het zompige moeras een andere fout.

Het koppig verderzetten van het offensief na 4 oktober was Haigs meest omstreden besluit. In de periode nadien verloren de Britten 106.000 manschappen voor een dorpje dat niet meer bestond. "Het failliet van het militaire denken", sneerde premier Lloyd George. Niet helemaal. Historici zijn het erover eens dat de Duitsers dankzij Passendale al hun reserves naar het Vlaamse slagveld moesten brengen. Zo kregen de Fransen elders de kans om op adem te komen, in afwachting van de komst van Amerikaanse troepen. Bovendien zijn de Duitsers de bij Passendale geleden verliezen nooit meer te boven gekomen. Het leger van Keizer Wilhelm had daardoor in de lente van 1918 de mensen en de middelen niet om een aanvankelijk succesvol lenteoffensief om te buigen in een eindoverwinning. Vooral daarom was Passendale niet zinloos: het 'Flanders Offensive' van 1917 was "the beginning of the end". Het zorgde er mee voor dat de uitputtingsoorlog een jaar later beëindigd kon worden.

De Britten leerden bij Passendale ook hoe ze tanks beter konden inzetten. In groep en bij verrassing. En niet verspreid opererend en vooraf aangekondigd door een artilleriebombardement. Een aanpak die ze in november 1917 bij Cambrai in de praktijk omzetten en die zou bijdragen tot de eindoverwinning. Maar een les die de geallieerde legerbevelhebbers tijdens het interbellum blijkbaar vergaten. De Duitsers niet. Zij veroverden in 1940 op dezelfde manier in zes weken tijd heel West-Europa. Dat gebeurde onder leiding van een man wiens 16de Beierse Reserve Infanterieregiment in de zomer van 1917 bij het begin van de Slag om Passendale zijn deel van het Britse offensief over zich kreeg: korporaal Adolf Hitler.

  • Waneer de infanterie oprukt, begint het te regenen: tanks kunnen vooruit noch achteruit, soldaten ploeteren in de modder. De opmars loopt vast.
     
  • Wat er overblijft, zijn met modder en lijken gevulde putten.
     
  • Het dorpje Passendale was al getroffen door de oorlog (foto boven), maar was na de slag hélemaal van de kaart geveegd (foto onder).
     
  • Brits opperbevelhebber Douglas Haig bedacht het ambitieuze strijdplan, dat later "een militair fiasco" werd genoemd.
     
  • De gruwelijke slag eist ook het leven van heel wat trekpaarden.
     

15:00 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.