18-07-17

heimwee...

 

Toen ik nog een kind was, ik was hoop en al dertien jaar oud, 
moest ik opeens tijdens de zomervakantie een hele week lang logeren
bij oom Renaat.
De vrouw van oom, tante Margaretha, had op een keer
tegen mijn mama geopperd dat een logeerpartijtje wel zou prettig zijn
voor beide partijen en daarmee bedoelde ze, prettig voor haar
twee dochters, mijn nichten en prettig voor mij.
Ik was hoogst verbaasd want ik had op geen enkele manier te kennen
gegeven dat ik zin had in vakantie ten huize van oom Renaat.
Ik had evenmin een goede band met mijn beide nichten, ik zag hen
enkel en alleen op nieuwjaarsdag in het huis van mijn grootouders
waar ze allebei in de mooie woonkamer zaten in het gezelschap van
alle ooms en tantes en oudere neven en nichten, ik heb het nooit
anders geweten, terwijl ik elk jaar in de keuken doorbracht in
het gezelschap van de jongere generatie, ik reclameerde niet want
in de keuken bij de kinderen voelde ik me op mijn plaats.

Ik herinnerde mij nog mijn laatste logeerpartijtje, dat dateerde van
exact acht jaar geleden, toen logeerde ik bij mijn pépé en werd mijn
jongste broertje geboren. Ook al mijn andere broertjes waren uit logeren,
wij werden, voor de tijd dat mama en de nieuwkomer in de materniteit
verbleven, allemaal uitbesteed aan ooms en tantes in de wijde omtrek
maar omdat ik een moeilijk kind was dat zich nergens anders dan
thuis goed voelde, mocht ik bij mijn pépé verblijven, omdat ik erg graag
in het gezelschap was van mijn pépé dacht mijn moeder dat een weekje
bij hem mij wel zou bevallen maar na vier dagen werd ik ziek en
wisten pépé en mémé niet wat ze met me moesten aanvangen.
Papa werd erbij geroepen, keek onderzoekend naar mij, vroeg of ik
misschien liever mee naar huis ging?
Het lijkt ondankbaar tegenover mijn grootvader en geloof het of geloof
het niet maar van zodra ik weer thuis kwam, was ik op slag genezen.
Heimwee, zei mama, dat had ik, ik was gewoon een kind met heimwee
naar al het bekende en vertrouwde..

Ik keek niet reikhalzend uit naar die logeerpartij bij mijn nichten
maar het moest, zei mama, het zou mij goed doen, misschien zou
ik zelfs genezen van die geheime ziekte die men heimwee noemde.
Dus ik ging.

Oom was een van de oudere broers van mijn mama, hij was een man
van gemiddelde lengte met blond haar en lichtgrijze ogen en een erg
luidruchtige bulderende stem, ik was een beetje bang voor die man.
Mijn ene nicht was vijftien jaar, de oudste was achttien, ging al uit
werken, ze was winkeljuffrouw in een grote zaak van rook-en
tekengerief in de stad en verloofd, mijn nichten waren allebei erg mooi
met grote poppenogen en hoog, ingewikkeld en opgestapeld haar dat ze
maar een keer in de week losmaakten, om te voorkomen dat hun kapsel
zou kreuken of in de war geraken, sliepen ze rechtop zittend in bed,
ik had zoiets nog nooit eerder gezien.
Mijn tante, die een erg omvangrijk lichaam had, snoerde elke morgen
haar zwaar lijf in een duur en strak korset wat haar belette om,
net zoals mijn eigen mama, soepel en lenig door het leven te dartelen,
zat tijdens de dag meestal aan tafel met een of ander handwerkje,
tijdens de maaltijden was ze voortdurend in de weer om haar man te
bedienen die niet eens zijn eigen boterhammen kon smeren,
hij kon werkelijk niets en ook daar keek ik van op, tante smeerde zijn
boterhammen, iedere morgen vier sneetjes, en sneed ze in vierkante
hapklare stukjes, knipte met een schaar sneetjes spek, iedere morgen acht,
ook in kleine stukjes, ik wachtte in spanning tot het moment dat ze
die stukjes naar zijn mond zou brengen...maar dat gebeurde niet,
dat deed oom nog zelf. Elke morgen keek ik met nieuwsgierige afkeer
naar dat snij- en knipwerk van brood en spek,
naar dat vreemde ontbijtritueel.
Tijdens de maaltijden zat oom aan het hoofd van de tafel en voerde
het hoogste woord, een alleenspraak, hij duldde niet dat er iemand
anders iets luchtigs aan de conversatie zou bijdragen.
Tante knikte en beaamde, na twee dagen wist ik het al, ze accepteerde
werkelijk alles van haar man en zijn twee dochters ook.
Elke avond stipt om acht uur kwam de verloofde van mijn oudste
nicht op bezoek, Roger, zijn familienaam heb ik nooit geweten,
we werden aan elkaar voorgesteld, hij trok zijn wenkbrauwen een beetje
verbaasd op, stak zijn hand uit en zei tegen mij:
wat een aantrekkelijk nichtje!
Verlegen als iemand die is terecht gewezen, legde ik mijn hand in de
zijne, ik kreeg een erg slappe handdruk en wist meteen dat hij
iemand was zonder de minste verbeeldingskracht.
Roger was net afgestuurd als boekhouder.

Het was dat jaar een mooie zomer en omdat mijn jongste nicht,
altijd gekleed in mooie jurkjes en een lint of strik in heur haar,
niet meer wilde meedoen met wilde spelletjes ging ik buiten op straat
spelen met enkele kinderen uit de buurt. We liepen kilometers ver
door de velden in de wijde landelijke wereld en aan het eind van elke
dag van zon en weinig wolken keerde ik 's avonds moegespeeld en
hongerig naar dat stille, nette huis terug.
Je bent net op tijd terug, zei tante en ze deinsde achteruit voor mijn
groezelige handen en mijn bestofte sandalen, wilde ze onmiddellijk
poetsen vooraleer ik aan tafel mocht moest ik mijn handen grondig
wassen met veel zeep en een schuurborsteltje.
Na het eten kwam Roger, één uurtje mocht hij blijven, nooit langer,
tante schonk voor iedereen behalve voor mij, een kopje slappe thee in
en zette een schaaltje op tafel met voor elk één koekje.
Matigheid vond ze een deugd!
Oom Renaat voerde zoals altijd het woord, Roger knikte onderdanig
en ik keek en luisterde naar die omhooggevallen, arrogante, brallerige,
cynische ordinaire man. Hij liet zich laatdunkend uit over iedereen
behalve zichzelf en zijn dochters die hij van het allerhoogste niveau
vond. Roger vond ik toen al een slappeling, later, jaren later,
moest ik mijn mening niet herzien, hij was waarlijk een slappeling
die onder de plak van zijn schoonvader verschrompelde tot een
vroegtijdige oude man.

Tegen het einde van de week koesterde ik een diepe afkeer voor oom
Renaat en voor mijn tante en mijn nichten had ik ook weinig
waardering, blijkbaar was dat wederzijds want na die ene week
vakantie hebben ze me nooit meer gevraagd.
Ik ben er hen nu nog altijd dankbaar voor.

En van mijn heimwee?
Ik ben daar tot op heden nooit van af geraakt...

 

 

 

10:06 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.