15-07-17

Oneerlijkheid

Of ik zelf ook wel altijd eerlijk ben geweest in mijn leven?

Tuurlijk niet, maar ik moet wel ver gaan zoeken om iets te vinden dat op oneerlijkheid gelijkt. 

In mijn tweede studiejaar in de Vakschool van Roeselare had ik geen tijd gevonden om het vak "Elektrische Motoren" helemaal uit mijn hoofd van buiten te leren en had ik dus besloten de helft ervan op de palm van mijn linkerhand over te schrijven voor het volgende examen. In kleine letterkes, weliswaar. Ik was vooral bang voor de twee belangrijkste formules van Einstein en ze me niet te herinneren op het ogenblik dat ik ze het meest nodig had, zijnde: W = I x U en I = R/U. Deze laatste ingewikkelde formule was eigenlijk zelfs gemakkelijk te herinneren voor mij, want het rechtse part ervan maakt deel uit van mijn voornaam. In het leven echter mag men niets aan het toeval overlaten, want op het meest onverwacht moment ziet men een blank blad in uwen stommekop.

Ik had onze meester, sinds het begin van de test, fel in de ogen gehouden, maar toen hij ineens uit mijn gezicht verdween profiteerde ik van het ogenblik om mijn links hand omver te draaien en in de palm ervan naar een bepaald antwoord te zoeken. Meteen echter voelde ik een ijzige hand op mijn schouder rusten en besefte ik tezelfdertijd hoe zwaar de oneerlijkheid wel weegt.

Hij, de meester (ik geloof, Van Gheluwe?), was eerder klein van gestalte maar nogal breed uitgezet. Het beste wat men van hem wist te vertellen was dat hij bekwaam was de spanning te constateren van een stopcontact door er zijn twee vingers in te steken. Kreeg hij een grote schok, dan was dat een spanning van 220 V. Was de schok kleiner, dan was de spanning slechts 127 volts. Ik vermoed dat hij veel heeft moeten oefenen vooraleer de truck onder zijn knie te hebben kunnen krijgen. 

Maar toen was hij helemaal niet geïnteresseerd in mijn spanning en kon ik amper vermijden dat er zich een druppel pis losbrak vanuit mijn aanhangsel, rechtstreeks in mijn onderbroek. Hij verwees me meteen naar buiten en ik kreeg een ronde NUL op zijn vak. Ter gelegenheid van het volgende examen heb ik mij verplicht gevoeld mezelf te overtreffen en heb ik zelfs beide palmen moeten vol schrijven met ingewikkelde formules. Gelukkig was hij toen druk bezig de krant, hoog op geheven tussen zijn handen, aan zijn bureau, aandachtig voort te lezen en ben ik er uiteindelijk in geslaagd 60,01% van de nodige punten te behalen, goed genoeg dus voor zijn volgende vak: nucleaire motoren voor gebruik in atomisch gedreven duikboten en in straaljagers van de vijfde en laatste generatie..

Ongeveer gedurende datzelfde jaar heb ik, ik begrijp nog altijd niet goed waarom (maar het heeft me altijd op mijn geweten blijven hameren) een klein gekleurd zakboekje (over de zorgen waarmee rekening moest gehouden worden gedurende het onderhoud van vogelkooien, thuis) onder mijn broekriem verborgen omdat ik wist dat de vrouw van Drukker Verduyn in de Roeselaarsche Steenweg) de klanten altijd verscheidene minuten liet wachten vooraleer ze het gordijn tussen haar woonkamer en de winkel open trok. Moest Aurel Verduyn (haar zoon, van ongeveer mijn zelfde leeftijd) dit stukje tekst toevallig te lezen krijgen, dan wil ik hem alvast nog proberen te vergoeden voor het failliet gaan van de winkel.

Heb ik mijn moeder eens echt zalig en langdurig doen lachen, tot de tranen ervan uit haar ogen rolden, dan was dat te wijten aan dit volgend, al eerder vermeld, oneerlijk voorval:

Ik had de opdracht gekregen haar van twee volgepropte bakken vuilnis te ontdoen (ogenblikken nadat de vuilniskar gepasseerd was) die ze, zoals gewoonlijk, tijdig had vergeten buiten te zetten. Ik slaagde erin ze in de koffer van onze auto te wringen en weg was ik, straat in, straat uit, dorp in, dorp uit, traag rijdend om spiedend een geschikte plaats te vinden waar ik mij geniepig onze hevig stinkende afval zou kunnen kwijt geraken, zonder dat iemand daar zou op letten, vooral de commissaris die in onze straat woonde en die voortdurend op de loer lag om er een lid van de familie "Van Leuven" op te kunnen betrappen eender welke overschrijding van de wet aan het begaan te zijn. Daarom trachtte ik er zo onschuldig als mogelijk uit te zien, zelfs onnozel, wat niet erg moeilijk was.

Ineens reed ik een praktisch onbewoond veldbaantje in, met ronde kasseistenen, in Oekene al, grenzend aan Rumbeke en waar ik, ongeveer vijftig meter verder twee lege, ronde bakken wist te onderscheiden, onvoorzichtig scheef neer gesmeten, naast een grachtje, precies gepast in omvang voor het doel in zicht en ik besloot te stoppen, omdat ik die gelegenheid absoluut niet wilde verliezen en zelfs vermeed rond te gluren om na te gaan of er iemand mij aan het bespieden was en ik, blij met het gelukkig toeval, onmiddellijk besloot de inhoud van de eerste bak van eigenaar te doen verwisselen, tot ik opeens uit mijn toestand van "verdachte persoon" wakker werd geschud door een schelle vrouwenstem: "Allez, allez, wazijdegij daaraan 't doene, gijne vuile smeerlap, stopt daarmee, verdimme; en directééé!!", maar ik deed alsof ik niets had gehoord, terwijl ik toch langs mijn neus weg opmerkte dat het zich om een weelderige boerin betrof met een fel vooruit priemende boezem die met grote treden en armzwaaiend, zoals de wieken van een molen, naar mij toe beende, halverwege een aardepad van ongeveer honderd meter lang, dat van de boerderij naar de baan leidde en waar ze zeker al op weg naar was geweest om haar lege vuilnisbakken te gaan ophalen, toen ze mij met argwaan had zien stoppen en haar stappen nerveus had óp gedreven om mij nog juist bij mijn kloten vast te kunnen grijpen, iets waar ik absoluut niet naar verlangde en besloot ongedeerd maar met opwellende haast ook de tweede bak rap te ledigen en plots begreep dat de vuilniswagen daar juist ook gepasseerd moest zijn geweest en ik me beter rap weg moest scheren en daarom blozend van de opwinding terug achter het stuur kroop terwijl ze het zware gietijzeren boerderij hekken, niet zonder moeite, open zwierde, want het liep niet op wielekes natuurlijk en ze nogmaals hevig zwaaiend en tierend beval dat ik moest stoppen en terugkeren, want dat ze de politie zou roepen en toen ik de bocht indraaide, wat verder, haar juist nog zag de zware, overbelaste bakken, die dreigden omver te vallen in de gracht, de richting van het hekken ín, te sleuren, omdat het streng verboden was de vuilnis té vroeg buiten te zetten...

Mijn Mama heeft zich jarenlang dit toneel voorgesteld en heeft er iedere keer hartelijk mee gelachen. Het enige goede wat ik voor haar heb kunnen doen.

Een "deugniet" is mild uitgedrukt.

07:26 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog.