01-06-17

Moeder, waarom strijken wij niet meer?

Vrouwen laten de boel steeds vaker de boel

"Vrouwen strijken steeds minder." Het was zo’n berichtje op nieuwssites vorige week waarbij je denkt: "Oké, leuk." Maar achter dat berichtje gaat een revolutie schuil die zich in alle stilte heeft voltrokken: vrouwen kunnen het huishouden steeds vaker loslaten.

Cathy Galle

Het was traditie, elke donderdag. Mijn moeder achter haar strijkplank en ik ernaast met ministrijkplank en strijkijzertje. Zakdoekjes en kleine handdoeken, die waren voor mij. Dat warme ijzer over dat stukje stof laten glijden tot het vlak en vooral glanzend werd: net als veel kleine meisjes vond ik strijken ge-wél-dig.

Groot was dan ook de ontgoocheling toen mijn mama merkte dat haar dochter, eenmaal het huis uit, niet zo’n strijkwonder bleek te zijn. Zodra ik doorhad dat na een uur werkelijk niemand nog ziet of een T-shirt al dan niet gestreken is, hing ik het ijzer aan de haak. Af en toe wordt er nog eens gestreken. Maar dat probeer ik tot een minimum te beperken.

En ik ben lang niet de enige, blijkt uit het tijdsbestedingsonderzoek van onderzoeksgroep TOR aan de Vrije Universiteit Brussel. De onderzoekers vragen al jaren aan een representatieve groep Vlamingen om alle doordeweekse activiteiten te noteren in dagboekjes. Uit de meest recente analyse blijkt dat het aantal vrouwen dat strijkt fameus gedaald is. Zeker in de leeftijdsgroep 25 tot 39 jaar. “Dat aantal gaat in die groep van goed 65 procent in 1999 naar 42 procent in 2013”, legt socioloog Theun Pieter van Tienoven van de onderzoeksgroep TOR uit. 

Ook andere huishoudelijke taken blijken aan populariteit te hebben ingeboet. Voor poetsen gaat dat van ongeveer 60 procent naar 20 procent. En voor bedden opmaken van 45 procent naar 10 procent.

Hoe dat zo komt? Tijdsdruk wordt vaak als reden opgegeven. Een vrouw die fulltime werkt, eventueel een paar kinderen heeft rondlopen en ook nog een beetje een sociaal leven wil, stelt nu eenmaal prioriteiten. Huishoudelijke taken horen daar niet bij. En neen, de mannen nemen het niet over. Ook dat blijkt uit het TOR-onderzoek. Mannen streken in 1999 al niet en doen dat nog altijd niet. Ook poetsen en bedden opmaken of verschonen doen ze nauwelijks.

Uitbesteden dan maar, zou u denken. Heel wat gezinnen hebben een poetsvrouw of strijkster, meestal via dienstencheques. Er zijn bovendien ook bedrijven die hun werknemers de mogelijkheid bieden om hun was af te geven. Enkele dagen later krijgen ze die dan proper gestreken terug.

Maar, zo merken ze bij TOR, dat uitbesteden staat niet in verhouding met de forse daling in het zelf strijken. Niet alles kan worden uitbesteed, en bovendien hangt er aan dat uitbesteden ook een prijskaartje.

‘Noodpoetsen’

Vrouwen doen het dus minder, mannen compenseren het niet en we besteden ook niet alles uit. Wat dus wil zeggen dat het in veel gevallen gewoon niet meer wordt gedaan. Of, in het geval van poetsen, niet zo systematisch en grondig.

Kan kloppen. Ik zie het in mijn omgeving ook. Strijkplanken worden nauwelijks bovengehaald. En veel mensen die op regelmatige basis enkele uren uittrekken om het hele huis te poetsen, ken ik ook niet.

Wie geen poetsvrouw heeft, poetst niet zelf maar doet eerder aan ‘noodkuisen’. Wat inhoudt dat een onderdeel pas schoongemaakt wordt wanneer het echt té vuil blijkt. Maar dan ook alleen dat onderdeel.

MAGDA MICHIELSENS

Een gebrek aan tijd speelt uiteraard mee. Maar er is meer aan de hand, meent professor Ignace Glorieux, hoofd van de onderzoeksgroep TOR. “We zijn bepaalde zaken die vroeger heel evident waren gewoon minder belangrijk gaan vinden. Ik herinner me uit mijn kindertijd dat bij ons thuis elke week alle ramen gelapt werden. Nu is dat bij mij misschien drie keer per jaar. En we hebben daar geen last van. Mijn dochter ging voor vier maanden naar het buitenland en verkondigde nadien dat ze daar al die tijd niets gestreken had. Dat is nu de realiteit.”

1958, toen je voor 495 frank een onberispelijke strijk had. ©rv Collectie Huis Van Alijn

En die is toch behoorlijk nieuw, denkt Magda Michielsens, professor emeritus in de moraal­wetenschap, die jarenlang Vrouwenstudies doceerde aan de universiteiten van Nijmegen en Antwerpen. Want uit de vorige tijdsbestedings­onderzoeken bleek altijd dat vrouwen wel klaagden over hoeveel tijd huishoudelijk werk vergt maar het allemaal wél bleven doen. “Het was in veel gevallen meer een gewoonte dan een echte noodzaak”, zegt professor Michielsens. “Dus is dit een goeie evolutie: vrouwen beginnen eindelijk dat huishouden meer uit hun hoofd te zetten. Dat is waar de vrouwenbeweging al sinds de jaren 60 voor ijvert.

“Een goeie huisvrouw moeten zijn, werd altijd opgelegd. Veel vrouwen doen al die taken omdat ze het gevoel hebben dat ze dat moeten doen. Als dat gevoel wegvalt, dan komt er tijd en energie vrij voor vrouwen. Wat we alleen maar kunnen toejuichen.”

Mannenaangelegenheid

Het gevoel hebben dat we dat moeten doen. Dat zit er bij mijn mama stevig ingebakken. Als ik haar vraag waarom er per se elke dag gestofzuigd moet worden, elke week het volledige huis gepoetst en alle lakens en onderbroeken moeten worden gestreken, krijg ik een verontwaardigde “omdat dat zo hoort” te horen. Of ook: “voor de vuwe van de menschen”, wat West-Vlaams is voor ‘schone schijn’. Wat moeten andere mensen niet van ons denken als we dat niet doen? 

Waar komt die druk toch vandaan? En waarom zijn het de vrouwen die zo geïndoctrineerd zijn? Want strijken, dat was oorspronkelijk een mannenaangelegenheid, zo staat te lezen op de website van het Nederlandse Strijkijzer­museum.

Eigenlijk hebben we altijd al gestreken. In de oertijd streken de mensen hun kleding glad door erover te wrijven met een kei. Maar het waren de Noormannen die er pas echt mee begonnen. Blijkbaar vonden die woeste krijgers het belangrijk dat hun wollen kleding glad en waterafstotend was. Met strijkglazen, een soort glazen kei met handvat, wreven ze hun lange tunieken glad. Soms gebruikten ze daarbij ook was.

De Chinezen waren dan weer de eersten die rond het jaar 1000 gebruikmaakten van ijzers. Gietijzeren exemplaren waarin gloeiende kolen gebracht werden of ijzeren bakjes die op de kachel werden geplaatst. In West-Europa duiken de eerste van die strijkijzers op in de late middeleeuwen. En in 1882 kwam een zekere Henry W. Seeley met het eerste elektrische strijkijzer.

Hoe word ik een goeie huisvrouw?

Van die eerste strijkijzers zijn er nog enkele te zien in het Gentse Huis van Alijn. Daar kun je ook in huishoudboekjes bladeren – boekjes met tips om een goeie huisvrouw te worden. “Die werden van in de jaren 20 tot ver in de jaren 60 gegeven aan vrouwen die huwden”, legt Sarah Eloy, onderzoeker bij het Huis van Alijn, uit. “Daarin kon een huisvrouw bijvoorbeeld week- en dagplanningen vinden, waarin bijna van minuut tot minuut beschreven stond hoe haar dag er moest uitzien.

SARAH ELOY

“Voor het ontbijt moest een huisvrouw al op z’n minst de bedden gelucht en nadien weer opgemaakt hebben. Tenzij ze kinderen had die konden helpen. Elke dag moest het huis een ‘kleine beurt’ krijgen. Even stof afdoen en stofzuigen dus. Elke kamer moest één keer per week een grote beurt krijgen. En grappig: ook de voorzijde van het huis moest elke week worden onderhouden. Wat aantoont hoe belangrijk die schone schijn wel was.”

Eén lichtpuntje voor de huisvrouw van toen: in het huishoudboekje staat dat ze tussen 10.30 en 10.45 uur even mocht gaan zitten en een kopje koffie drinken. Wat omschreven wordt als een groot genot.

In die huishoudboekjes werden ook ‘hulpmiddelen voor het huishouden’ aangeprezen. Het elektrische strijkijzer stond met stip bovenaan op de lijst. Eloy: “Het is opvallend dat het lange tijd het enige elektrische apparaat was dat niet ge­wan­trouwd werd. De andere toestellen die in de loop van de jaren 50 volop in opmars waren, werden eerder scheef bekeken. Wasgoed kwam al eens gescheurd uit de eerste machines en je had als vrouw ook geen controle op wat er met de vlek op je wasgoed gebeurde. Maar vrouwen zagen het ook gewoon zelf als een zekere vorm van luiheid om voor elke handeling een toestel te hebben.”

Dat er voor het huishouden vooral gezwoegd moest worden, zit er dus al heel lang ingebakken, weet ook professor Glorieux. “Onlangs liep hier aan onze universiteit een doctoraatsonderzoek naar het gemaksvoedsel dat opkwam in de jaren 60. Poeder bijvoorbeeld waar je alleen water bij moest doen en in de oven plaatsen om een cake te krijgen – bedoeld om het vrouwen makkelijker te maken. Maar vrouwen vonden dat maar niets. Iets waar je geen of weinig werk aan hebt, kon geen volwaardig voedsel zijn. De producent veranderde daarop zijn product zodat vrouwen bij het poeder nog wat melk en twee eieren moesten voegen. Toen lukte het wel. Vrouwen moesten nog ergens het gevoel hebben dat het koken was. Want koken is een geschenk voor het gezin. Dat zit er nu ook nog voor een groot stuk in.”

Hoge druk

► Eind jaren 1920, toen huisvrouwen nog strijkles volgden. ©rv Collectie Huis Van Alijn

Vrouwen doen het dus voor een groot stuk zichzelf aan. Daar komt het wat kort door de bocht toch op neer. Dat komt door de jarenlange indoctrinatie op dat vlak, vindt mijn mama. Tijdens de lessen huishoudkunde op school, waar haar ingeprent werd dat je maar een goeie vrouw was als je huis proper was, je eten smaakte en je gezins­leden en jezelf er netjes bijliepen. Strijken was dan ook een belangrijk onderdeel van die huishoudlessen. Wat er ook gebeurde, je diende te strijken. Dat kregen vrouwen vroeger niet alleen in de les te horen, ze lazen het ook in magazines als Rijk der vrouw of Margriet bijvoorbeeld. Want als vrouw was je ook verantwoordelijk voor hoe je gezin eruitzag.

IGNACE GLORIEUX

Precies dat zit er nog altijd sterk in, weet professor Glorieux. “Vrouwen hebben nog altijd het gevoel dat ze meer aangesproken worden op de netheid van huis en gezin dan de mannen. Als een kind niet proper gewassen op school komt, dan wordt meestal gedacht: wat een moeder is dat. Een man voelt zich daardoor niet aangesproken. Als er bezoek komt, is het nog altijd meestal de vrouw die het huis op orde wil hebben. Een man let daar veel minder op. Maar het zijn zulke dingen die ervoor zorgen dat vrouwen zichzelf een grote druk opleggen.”

Al wordt die hoge druk bij vrouwen ook mee veroorzaakt door het soort huis­houdelijk werk dat vrouwen doen. Vrouwen doen het soort taken dat niet uitgesteld kan worden en waar ze vaak weinig complimentjes voor krijgen, weet Glorieux. “Je kunt niet zeggen: vandaag eten we even niet. En niemand zal zeggen: nu heb je mijn hemd tof gestreken zeg. Integendeel, vrouwen krijgen meestal maar iets te horen als het niet goed is.”

Nog zoiets: vrouwelijk huishoudelijk werk heeft ook een hoog neverending story-gehalte. Is de berg strijk weggewerkt, ligt er alweer een nieuwe. Dat zorgt voor veel frustratie en druk, een gevoel van moedeloosheid ook.

Mannen daarentegen doen meestal huishoudelijk werk dat niet per se meteen hoeft. Het gras afrijden bijvoorbeeld. Dat hoeft niet per se vandaag, kan ook morgen. Glorieux: “Ik heb zelf onlangs mijn haag geschoren en kreeg prompt van de buren te horen dat die nu wel erg proper staat. Ik bedoel maar, het ligt ook aan het soort ‘voornamelijk vrouwelijke’ en ‘voornamelijk mannelijke’ taken.”

Shitty Dinner

Al broeit er hier en daar duidelijk protest. Blogsters Zita en Sara Theunynck lanceerden vorige week op het webmagazine Charlie enthousiast hun ‘Shitty Dinner’, een etentje met restjes uit de koelkast in een niet-opgeruimd en zeker niet-gestofzuigd huis. Bedoeling? Ingaan tegen de natuurlijke drang die veel vrouwen hebben om het huis op te ruimen en enorm veel moeite te doen wanneer er bezoek komt. “We komen zelf uit een gezin waar huishouden belangrijk is en waar ons mama veel moeite doet als er bezoek komt”, vertelt Zita Theunynck. “Voor onszelf hadden we wel al beslist om niet te strijken en maar af en toe te poetsen, maar die opvoeding draag je wel ergens mee. We merkten dat we het toch moeilijk hadden om mensen uit te nodigen voor een etentje als ons huis rommelig lag.”

ZITA THEUNYNCK

Dus gingen ze nog snel wat opruimen, stofzuigen of het toilet schoonmaken vooraleer de mensen kwamen. Het was een drang, waaraan heel moeilijk te weerstaan was. De enige oplossing die ze zagen, was een concept in het leven roepen, met duidelijke regeltjes: het Shitty Dinner. Naast niet opruimen, mag je bij een Shitty Dinner vooral niet naar de winkel hollen, je als gastvrouw ook niet opkleden en vooral geen desserts zelf maken. “Dankzij die regels is het een statement geworden, we kunnen er ons achter verschuilen”, zegt Sara. “En we merken dat anderen in onze omgeving dat ook als excuus gebruiken. Veel gewone etentjes worden nu gewoon Shitty genoemd en niemand heeft er nog een probleem mee.”

Nu zijn de regels en het concept nog noodzakelijk, maar de zussen hopen wel dat de Shitty Dinners op termijn het nieuwe normaal worden. “Het is een evolutie die we moeten uitzitten. We beginnen meer voor onszelf te leven en minder voor wat de buitenwereld van ons denkt. Over tien jaar is een niet-opgeruimd huis wellicht geen issue meer. Al zal het toilet ongekuist laten bij bezoek wellicht de laatste horde zijn die we zullen moeten nemen”, lacht Zita.

Etiquette

IGNACE GLORIEUX

Vrouwen willen minder moeten voldoen aan opgelegde regeltjes. Mannen waren al wel langer in die fase. En beide seksen zijn tegenwoordig minder bezig met wat de buitenwereld van hen denkt. Dat merken ook etiquette-experts. “Ongeveer 90 procent van de etiquetteregels de dag van vandaag komt voort uit gezond verstand”, stelt Kevin Strubbe, die ooit als butler voor de toenmalige prins –nu koning – Filip heeft gewerkt én auteur van het boek Etiquette is hip. “De andere 10 procent heeft wel te maken met imago en uitstraling en hoe we overkomen. Maar ook hier is de drijfveer niet meteen wat de buitenwereld van je verwacht. Het is net cool en bewonderenswaardig als je het omgekeerde doet. Zolang je het maar op een goeie manier doet.”

Mensen zijn vooral met hoffelijkheid bezig en met ‘liever zijn tegen elkaar’, stelt Strubbe. “We zien bijvoorbeeld dat meer en meer jonge koppels op hun huwelijksuitnodiging schrijven dat er een dresscode is. Niet omdat ze vinden dat dat nu eenmaal moet, zoals vroeger wel het geval was. Maar omdat ze dat zelf mooi vinden. Op hun mooiste dag hebben ze graag dat de anderen ook op hun mooist zijn. Genodigden doen dat dan ook. Niet omdat dat de norm is, maar uit respect voor diegene die het hen vraagt. Dat heeft dus niets te maken met de vrees wat de buitenwereld wel niet zou kunnen denken.”

Het gaat de goeie kant op. Dat mogen we wel stellen. Vrouwen lijken hun eigen identiteit minder te verbinden met hun huishouden. Ze worden wat nonchalanter en hebben minder schuldgevoelens. En we gaan allemaal meer leven voor onszelf en zijn minder bezig met wat anderen van ons verwachten. Maar we zijn er nog lang niet, meent professor Glorieux. “Er is een duidelijke verschuiving, maar het is nog geen aardverschuiving. Veel dingen zitten nog diep geworteld en we mogen niet vergeten dat een vrouw gemiddeld nog altijd 6 uur per week minder vrije tijd heeft dan een man. We zien wel positieve signalen. Maar de druk bij vrouwen is nog altijd bijzonder groot. Het zijn de mannen die wat meer zouden mogen doen.”

21:55 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.