09-06-17

Stapeltjes Kleren

Regelmatig verdwijnt mijn vrouw voor soms langer dan een uur.

Wanneer ik uiteindelijk bezorgd op zoek ga, dan zie ik haar, op een stoel (ze is eerder klein van gestalte), vóór de kleerkast, bezig de stapeltjes kleren op de hoogste planken te organiseren. Het woord "stapeltjes" is overigens fel overdreven. En "organiseren", eigenlijk nog veel meer. Ze beginnen hier, maar eindigen, na een kronkelige weg, daar, ergens tussen het midden en de kant van de plank. De stapeltjes kruisen zich dus meerdere keren naargelang ze groter worden en iedere keer men er een hemdje, een bloesje of een broekje uit tracht te vissen, komt het gehele stapeltje dreigend aan het verschuiven en aan wankelen. Het betreft zich meestal om de kleertjes van mijn jongste dochter, amper vijf jaar oud en nu al rijker, op dat gebied, dan ik ooit geweest ben.

Soms ontmoet ik daar vreemde dingen tussenin, zoals mijn eigen zakdoeken, of zowel een versleten onderbroek, met een slappe rekker, verloren geraakt, na vijf jaar gebruik, tussen haar frisse hemdjes en tentjes. Afgrijselijk.

Iedere keer ze van de stoel stapt durf ik er, in overweging genomen de tijd dat het geduurd heeft, op wedden dat de kast eindelijk proper en deftig georganiseerd zal zijn en dat men dan rustig en kalm 't een of 't ander eruit zal kunnen halen, zonder gevaar voor grondverschuivingen en ineenstortingen. Niets is minder waar nochtans, want de stapeltjes blijven onderling verbonden, zij het dan op verschillende hoogten en als men hier iets beweegt, verroert het daar en vooraleer men bijtijds kan ingrijpen om ongelukken te vermijden, vallen er verscheidene stukken in een wirwar op de vloer. De neergestorte stukken er daarna terug tussen te trachten te wringen is een onmenselijke taak en meerdere, op elkaar volgende, vloekwoorden hoort men rond daveren, op dat moment en wordt door niemand gecontesteerd. Teleurstelling en verontwaardiging vieren de overhand.

De volgende dag zet ze zich terug aan het werk en nogmaals stijgt mijn hoop dat ik, wat en waar ik ook zal naar zoeken, hoe dan ook, ik dat RAP zal kunnen vinden, vooraleer ik weeral eens nerveus moet worden. Nochtans, God helpt mij NOOIT daarin en voor ik het besef ligt de gehele boel terug op stelten. Het helpt niets, met twee uiterst getrainde en goed op elkaar afgestemde poten de taak terug te trachten te hernemen, want wanneer men één stapeltje met één hand opheft, valt het andere meteen in duigen.

Ik zou dus zelfs durven beweren dat mijn vrouw, was ze enkele eeuwen geleden geboren, ze daadwerkelijk mee zou kunnen geholpen hebben aan de constructie van de Egyptische piramiden. Net zoals ik eerder al eens opgemerkt heb in de keuken, wanneer ze borden, pannen en potten op elkaar begint te stapelen in perfect dynamisch evenwicht, tot wanneer men ongewild tegen iets ervan stuikt en de gehele boel naar beneden buldert, iedereen versteld wakker doen schrikkend. Ik vraag mij dan ook altijd af waarom ze zoveel afwasmateriaal vergadert en verzameld, tot werkelijk het piramide proces gestart moet worden en er geen andere uitweg meer voorzienbaar is dan gekletter en geklingel.

Een "man" realiseert zich algauw in welke omstandigheden iets onvermijdelijk naar beneden zal donderen, maar "vrouwen", daar tegenover gesteld, dagen de natuurwetten rechtstreeks uit en vinden dat hun instinct van evenwicht nooit zal falen. Hetzelfde gebeurt met glazen en tassen.

Als gebroken brokken werkelijk geluk meebrengen, dan was ik zeker en vast al een van de meest gelukkige mannen in de wereld.

22:50 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.