08-06-17

"Onze eerlijkheid heeft ons gered".... Geloof je dat werkelijk?

Corine Koole

"Volslagen achterlijk natuurlijk om verliefd te worden op de echtgenoot van je vriendin. Maar niemand had er last van", vertelt Ellen (51). Kortom, de twee geliefden konden alles stilhouden, tot Ellens man plots vroeg wat er aan de hand was.

"We waren met zijn allen op de ijspiste in ons dorp. Het ging er vrolijk aan toe en niemand die merkte dat de man van mijn vriendin net iets te dicht tegen me aanstond. Mijn man zou vermoedelijk ook niks hebben gemerkt, als hij zich niet pas later bij ons had gevoegd en volkomen nuchter, met een blik van een buitenstaander, naar ons had kunnen kijken. Ik zat een beetje overmoedig op een tafel bij zo’n houten kerststal, mijn benen uit elkaar en daartussen hing die man." 

"Eenentwintig jaar getrouwd was ik, onze drie kinderen waren bijna volwassen. Volslagen achterlijk natuurlijk om dan verliefd te worden op de echtgenoot van je vriendin, maar niemand had er last van en we waren bedreven in het geheimhouden, ook al werden we steeds een beetje onvoorzichtiger. We zagen elkaar op feestjes waar we ons dan even terugtrokken en stuurden elkaar vrijpostige berichten."

“Die avond op de ijspiste zei mijn man niks. De volgende ochtend stond hij vroeg op om te gaan sporten en later trof ik hem aan, starend in de tuin, met een kop thee in zijn hand. De zon scheen, het was de winter van 2015 en opmerkelijk zacht. ‘Ik wil even alleen zijn’, zei hij toen ik naast hem kwam staan. ‘Het doet me zo’n pijn, jij en Mark, wat is er toch tussen jullie?’ Zijn woorden klonken somber maar de blik waarmee hij naar me keek, was hoopvol. Zeg me dat ik het verkeerd heb gezien, smeekten zijn ogen en ik had maar hoeven te ontkennen en we konden weer verder met onze parallelle levens. Het betekent natuurlijk niks, ging hij verder. Toen onderbrak ik hem. ‘Het betekent wel iets, wat je gezien hebt, klopt. Hij en ik hebben al vijf jaar een affaire.’"

“Met een klap gooide hij zijn theekop tegen de muur. Toen herpakte hij zich en liet me weten dat hij blij was dat ik het hem had verteld. Maar dat was natuurlijk vernis. Want eigenlijk kwamen de twijfel, de wroeging en de wanhoop toen pas echt naar boven. Met een pijnlijke nauwkeurigheid wilde hij alles weten. Wat ik dan precies zo leuk vond aan deze man, wat we deden, of we ook zoenden, of we met elkaar naar bed gingen, hoe we elkaar aanraakten en waar. En ik gaf overal antwoord op, en liet hem op zijn verzoek zelfs mijn dagboeken lezen."

“We begonnen dagelijks na het eten lange wandelingen te maken, langs de weilanden buiten het dorp. Op een of andere manier begrepen we allebei dat alleen concentratie kon helpen. Soms ging het beter maar dan ineens stond hij tijdens zo’n wandeling weer hard te schreeuwen en leek hij in duizend splinters uit elkaar te vallen."

“Na twee maanden dacht ik, misschien moeten we toch uit elkaar, we gaan dit niet redden. Met zijn honger naar details probeerde hij oorzaken te vinden die buiten mijn wil lagen. Zodat hij kon begrijpen waardoor het zo ver was kunnen komen. Hij dichtte mij ineens een buitengewone behoefte aan aandacht toe die nog uit mijn jeugd moest stammen. Als hij nu maar doorgrond had wat mij scheelde, dan had hij de angel te pakken en konden we verder. Dat je ook zomaar verliefd kunt worden op een ander, en daarvoor niet per se een slecht huwelijk nodig hebt of een jeugdtrauma, kon er bij hem niet in. Dan zou het immers ieder moment weer opnieuw kunnen gebeuren. ‘Maar dat kan ook,’ zei ik, ‘ik acht die kans nihil, want ik ga je niet opnieuw zo verdrietig maken, maar zekerheden heb je nooit. Ook al beloof je elkaar van alles, ook al ben je 40 jaar getrouwd.’"

“Mijn man had moeite dat te accepteren. Hij wilde juist alle onzekerheid indammen. Als we vreeën, zei hij, ben je wel bij me, of denk je aan hem. Het was of wat stuk was alleen te helen viel als we alles om ons heen vergaten en ons alleen richtten op elkaar. Nu kwam het erop aan, niet later, nu. En hup, daar gingen we weer wandelen. Onze kinderen raakten er na een tijdje al helemaal aan gewend. Ha, daar gaan ze weer. Steeds dezelfde route, eerst de weilanden, dan de sloot, dan de uiterwaarden. En maar praten, praten, praten. Herhalingen, bezweringen, allemaal pogingen de duivel te temmen." 

"Dan zei mijn man bijvoorbeeld: ‘Die keer in de vakantie, toen we romantisch met een wijntje aan de beek zaten, dacht jij natuurlijk alleen maar aan hem.’ En ik kon niet ontkennen dat, hoe gezellig ik het ook met mijn man had gevonden, ik inderdaad ook aan die ander had gedacht. ‘We gaan nooit meer je verjaardag vieren’, zei mijn man gekwetst toen hij hoorde dat ik zelfs op dat mooie feest van mijn vijftigste verjaardag, waarvoor hij de schuur tot feestzaal had omgetoverd, kans had gezien in het donker te zoenen met die man."

“Maar naarmate we doorzetten en het jaar vorderde, drong één ding tot me door: de basis van ons huwelijk was dik in orde, we hadden die alleen nogal verwaarloosd. Beetje bij beetje, maand na maand, ontdekten we ­tijdens die wandelingen opnieuw wat we leuk vonden aan elkaar. Mijn man veranderde, hij werd aandachtiger, en dat zit hem in kleine dingen. Hij stuurde bijvoorbeeld uitgebreidere berichten waar hij het vroeger hield bij ‘ok’. En hij is vaker thuis. Vroeger was hij chagrijnig als iets hem dwarszat, en als ik somber was, trok ik me terug. Nu slaan we een arm om elkaar heen, die haalt de pijn niet weg, maar verzacht wel."

“Afgelopen kerstvakantie was ik er weer toen de ijspiste werd opgebouwd. 2016 was een jaar waarin ik veel risico’s heb genomen. Met die andere man en meer nog met mijn openhartigheid. Maar onze gezamenlijke eerlijkheid heeft ons gered. Ik ben zielsblij met mijn eigen man. En die verliefdheid was een wolk: in een oogwenk verdreven.”

Geloof je dat werkelijk?

09:21 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.