25-04-17

De Vader van de Peren

Mijn oudste, maar lang niet de slimste, broer noemde ons geliefd vaderke: "De Peren". Ik heb nooit echt begrepen waarom, tenzij het van het Franse woord "Les Peres" voortvloeit. Spreek me van iemand die ik amper gekend heb en waarvan ik toch een rechtstreekse afstammeling ben!

De vader van "De Peren", dus.

Hij woonde nochtans in onze eigen straat en werkte bijna recht tegenover zijn huis. Hij was de 'Chef van de Post". Ik heb nooit of te nimmer op zijn schoot gezeten. Niet dat ik daar hevig naar verlangde, maar wanneer ik nu een opa zijn kleinkind zie liefkozen, dan word ik meteen nogal een beetje jaloers. Hij heeft mij ook nooit behandeld als zijn kleinzoon. Niemand van ons zessen, tenandere. Ik vermoed dat hij niet van ons wilde weten. Ik geloof dat ik hem in al die jaren maar ne keer of twee, of drie, heb gezien. Ene keer omdat ik postzegels had moeten gaan kopen voor mijn moeder, maar ik had toen duidelijk de indruk dat hij zich verborgen hield achter zijn bureau. De laatste keer gebeurde gedurende een bezoek aan het sterfbed van zijn derde (of vierde?) vrouw. Ik weet het niet zeker. Maar hij moet wel een plichtvolle "fucker" geweest zijn, in overweging genomen het aantal huwelijken. Nochtans moest ik bijna alle dagen voor zijn deur passeren: eerst naar de kinderschool en daarna, op weg naar de zondagsmis en ook naar de drukkerij, waar ik, zoals altijd geil, de eerste bladzijde van "Kwik" wilde nagaan, in de toonbank van hun winkel en waar ik mijn eerste blote billen en borsten aangeboden kreeg. Maar Kwik kopen, volgens de wet, mocht ik toen nog niet. Veel te losbandig voor een deftige jongeman, zoals ik.

Ik loerde schichtig, elke keer ik voor zijn huis passeerde (met een klein tuintje er voren), om te zien of er leven bestond achter het gordijn van zijn woonkamer. 

Als je het mij nu vraagt, dan herinner ik me zelfs zijn naam niet meer. Of zowel heb ik hem ook nooit horen uitspreken. Hij was simpelweg de Chef van de Post.

Van RUMBEKE, wel te verstaan.

Ik veronderstel dat hij misschien wel een felle jarenlange ruzie heeft gevoerd met zijn enige zoon, onze Peren. Hij had ook nog wel twee dochters, Tante Blanche en Tante Irene die we ook maar zelden bezochten en die we later helemaal uit het oog hebben verloren. De laatste was nochtans mijn meter en ze betaalde mij jaarlijks vijftig frank om, plechtig voor haar geplaatst, mijn nieuwjaarsbrief te declameren. Haar verdwijning zal ook wel iets met die vijftig luttele frankskes te zien hebben gehad, vind ik.

Feit is dat hij NOOIT bij ons thuis is binnen gestapt. Opa, bedoel ik. Op de geboorte van elk van ons, zijn zes kleinkinderen, gedurende vijftien jaar, is er nooit een foto van hem te bewonderen geweest. Zelfs niet toen ons kakkernestje geboren werd en ik al mijn eerste beetje verstand begon samen te vergaren. Hij is waarschijnlijk schuimend van de woede thuis gebleven. Weeral een onnozele Van Leuven op de wereld gegooid. Of, wist hij het niet eens?

Nu begrijp ik waarom de Peren zo slecht was. Zelfs zijn eigen vader verkoos een veilige afstand.

Stel je voor in dezelfde gemeente wonend, in dezelfde straat en alle dagen voor zijn huis en werk passerend en hem praktisch niet gekend hebben. Zodanig zelfs dat ik mij zijn aangezicht niet meer herinner. Zelfs niet op zijn sterfbed. Hij is immers ineens gewoonweg verdwenen. Zonder boe, noch bah.

Mogelijks had hij ook een grote neus en bijgevolg, ook een grote piemel. Zoals het bij de Van Leuven's past.

Want 't ene hangt natuurlijk af van 't andere en dat gaat van vader op zoon. Uitgezonderd voor de eerste, de tweede en de vierde, die nogal arm geschapen zijn. Dat heb ik zelf kunnen waarnemen aan het pissertje van de vierde, toen we nog samen een bad kregen in de waskuip en ik zelfs zijn achterwerk nutteloos had gevonden. Van de twee anderen kan ik het mij gewoon niet voorstellen dat ze wisten waarvoor dat aanhangsel diende, tenware om ermee op de vliegen te trachten te mikken.

08:57 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.