20-04-17

tussen droom en werkelijkheid...(3)


In een opwelling trok ik hem naar me toe en vleide mijn hoofd
tegen zijn borst. Ik snoof zijn geur op. Een lange zucht ontsnapte
uit mijn keel. Waarom ben je niet veel vroeger gekomen,
ik heb al jarenlang gewacht. Zijn vingertoppen streelden mijn lippen,
hij boog zich voorover en onze lippen raakten elkaar, gulzig, hongerig,
vervuld van jarenlang verlangen.
De hemel was nog nooit zo nabij wist ik en ik hoopte dat de betovering
niet zou breken.
Ik knuffelde hem bijna dood, zo blij was ik met zijn komst.
Ik probeerde mijn tranen van vreugde en ontroering te bedwingen.
Ik was gelukkig als een kind.
Dicht bijeen en met onze armen stevig om elkaar heen geslagen,
bleven we zo zitten, de vertrouwelijkheid tussen ons leek vanzelfsprekend,
we vertelden over vroeger en hoeveel we elkaar hadden gemist en toen,
na lange tijd, zwegen we…

Ik moet in slaap gevallen zijn, ik had het plots koud en was stijf van het
lange zitten. Ik stond recht om de stramheid uit mijn benen te schudden,
keek naar de plaats op de bank naast mij maar die was leeg.
Ik keek, tuurde en luisterde in de duisternis maar zag en hoorde niets
en niemand. Hij was weg. Hij was verdwenen. Ik ging weer zitten en
wachtte tot hij terug zou komen. Terwijl de tijd verstreek dacht ik steeds
weer aan hem. Ik wist niet hoe laat het was, maar de nacht werd steeds
kouder. De behoefte om naar huis terug te keren werd even dwingend
als de behoefte om te blijven zitten en te wachten, uiteindelijk keerde ik
terug, zoekend en turend tussen de bomen en het struikgewas.
Ik zag niets of niemand.

Van zodra ik de achterdeur van mijn huis opende, overviel me de gedachte
dat ik waarschijnlijk toch had gedroomd alhoewel ik zou durven zweren
van niet. En omdat ik daaraan twijfelde trok ik er de volgende nacht weer
op uit, het was die nacht erg bewolkt en het bos was veel donkerder dan
de vorige avond, doelbewust liep ik naar de open plek die ik na het
dwarsen van talloze paadjes en paden met geen mogelijkheid terug vond.
Teleurgesteld keerde ik naar huis terug.
De daaropvolgende dag wachtte ik niet op de invallende duisternis,
wat ik nooit eerder deed, deed ik nu, ik ging midden op de dag het bos in.
De lucht geurde naar rotte bladeren, het pad was afwisselend breed en
dan weer smal, de vogels zongen hun hoogste lied, ik doorkruiste het bos
van oost naar west, van noord naar zuid, maar de open plek in het bos
vond ik niet terug. In het hele bos was geen open plek of bank te vinden.
Met gebogen hoofd liep ik terug naar huis, mijn ogen op het zandpad gericht.

Sindsdien heb ik het bos nog vele malen doorkruist, op zonnige ochtenden
en regenachtige avonden maar de open plek, het oude verweerde en
begroeide bankje en die man, die ik kende van vroeger, héél lang geleden,
heb ik nooit meer terug gezien.

Heb ik die nacht dan toch gedroomd?
Ik zou bijna durven zweren van niet.
Het leek allemaal zo echt…
Hij leek zo echt, zo tastbaar….


12:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.