18-04-17

tussen droom en werkelijkheid...(1)

 

Omdat mijn avonden zo eindeloos en eenzaam zijn en ook uit een 
zekere onrust trek ik er geregeld ’s nachts op uit, altijd op mijn eentje,
dan ga ik wandelen en blijf ik niet zoals tijdens de dag op de bekende
paden tussen de velden en de akkers maar ga ik, gewapend met een
kleine zaklamp, het bos in op zoek naar iets dat ikzelf niet eens kan
definiëren. Het gebeurt dan ook regelmatig dat ik een tijdlang
verdwaal en met bonzend hart mijn weg terugzoek door dat donkere,
geheimzinnige bos dat er tijdens de dag klein en vriendelijk uitziet
maar zich s’ nachts reusachtig groot uitstrekt in alle windrichtingen.
Ik hou van die nachtelijke omzwervingen.

Op een heldere nacht, enkele weken geleden, verzeilde ik tijdens mijn
zwerftocht plots op een grote open strook in het bos, ik was hier nog
nooit eerder geweest. In het licht van de maan zag ik de schaduwen
van de bomen bewegen. De open plek in het bos werd door de volle
maan helder verlicht, het leek wel een magische plek.
Traag en voorzichtig betrad ik die open cirkelvormige ruimte,
de bladeren ritselden onder mijn voeten, mijn adem stokte in mijn keel,
angst maakte zich van mij meester maar toch liep ik langzaam en
gefascineerd naar het midden van die verlaten open plek waar
een eenvoudige bank stond. Het was een eeuwenoude, meende ik,
stenen bank, overwoekerd met mos en klimop rankte langs de leuning.
Ik ging zitten, betoverd door de sfeer en vroeg me af wie er in het
verleden de bomen gerooid had om een open ruimte te creëren waar
nu niemand zich nog lijkt om te bekommeren en waarvoor dat bankje
ooit had gediend.
Was het een rustplaats voor de houthakkers, de boswachter of verborg
het bankje één of ander geheimzinnig romantisch mysterie?
Ik sloot net even mijn ogen om beter te kunnen nadenken over de
geheimzinnigheden die zich hier in het verleden hadden afgespeeld
toen een geritsel mijn gemijmer onderbrak. Ik spitste mijn oren en
tuurde in het duister tussen de bomen en struiken.
Kleine twijgjes kraakten en ik zag een donkere gestalte aan de
overkant tussen de struiken verschijnen.
Ik wreef in mijn ogen want ik wilde mezelf overtuigen dat ik niet in
een droom vertoefde en keek opnieuw.
Nu wist ik het wel zeker dat deze schim niet in mijn verbeelding bestond.
Een man met een donkere trui sloop op zijn tenen rond de uiterste rand
van de open plek. Was hij mij gevolgd, vroeg ik me af, maar toen hij
naderde leek het alsof hij mij niet zag en besefte ik dat hij zich niet eens
van mijn aanwezigheid bewust was. Zag hij mij werkelijk niet of deed
hij alsof hij mij niet zag?
Met lange, soepele, trage stappen bewoog hij zich voort.
Plots hield hij stil, hij keek eerst naar links, dan naar rechts en kwam
dan zonder mij aan te kijken naar me toe.
Mijn hart klopte in mijn keel maar mijn nieuwsgierigheid was groter
dan mijn angst...
 

12:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.