19-04-17

tussen droom en werkeliijkheid...(2)

 

Ik bleef stokstijf zitten en wachtte af, ik kreeg het plots koud en rilde 
over mijn hele lichaam. Omzichtig kwam de man naast me zitten
blijkbaar nog altijd zonder me te zien en ik vroeg me af hoe dit in
godsnaam mogelijk was. Ik liet mijn ogen over zijn gezicht glijden,
op het eerste zicht kende ik hem niet en toch deed hij me vaag aan
iemand denken…

Zou ik dan toch dromen vroeg ik me af en zal ik straks ontwaken en
niet meer weten wat ik heb gedroomd? Beelden die ik nu zo helder zie,
zullen bij het ontwaken vervagen en geen betekenis meer hebben.

Ik zat een hele tijd stilletjes naar die man te kijken en wist niet wat
ik moest doen. Moest ik hem aanspreken, moest ik hem er attent op
maken dat hij hier niet alleen zat? Dat ik hier ook was?
Ik zuchtte want ik wist het niet.

Een wolk schoof over de maan, de duisternis nam toe en ik zag niets
meer en durfde geen vin meer verroeren. Voelde ik daar een hete adem
in mijn nek? Ik wilde vluchten zonder zijn voetstappen achter mij aan
te horen. Het angstzweet brak me uit en toen voelde ik plots hoe mijn
nekharen zachtjes bewogen in een lauw briesje.
Oef! Het was de wind.
Ik bleef zitten en hoorde geen gehijg noch gekreun, alles leek stil en
bevrijdend. Ik herademde.
Plots hoorde ik hem stilletjes voor zich uit een wijsje neuriën,
het geneurie veranderde na een tijdje in gezang, hij zong heel
zachtjes een kleuterliedje, ik herkende het meteen. Ik was oprecht
verbaasd en niet meer bang. Ik sloot mijn ogen, haalde opgelucht
adem en luisterde naar het gezongen liedje uit mijn kinderjaren
en de geluiden van de nacht.

Opnieuw speelde een lauw briesje met mijn haar, het woei in mijn
gezicht, ik zat nog steeds met gesloten ogen toen ik een arm om mijn
nek voelde, een hand rustte op mijn schouder, ik keek opzij,
verbaasd maar nu zonder angst, fronste mijn wenkbrauwen en wist
eindelijk wie die vreemde bezoeker was, zijn nabijheid verheugde
en verwarde me. Hij liet mijn schouder los en greep mijn hand,
bijna trok ik die instinctief terug, zijn hand voelde warm en veilig.
Toen hij ook opzij keek ontmoette ik zijn blik, zijn ogen glansden,
hij glimlachte en bracht mijn hand naar zijn lippen.
Ik bloosde, net als toen, lang geleden, en was blij dat hij in het donker
mijn verwarring en verbazing niet kon zien
Is dit niet heerlijk… en hij fluisterde mijn naam.
Ik antwoordde niet, vertrouwde mijn stem niet en toch had ik behoefte
om te praten, veel te praten.
In gedachten had ik al zo veel en zo vaak ellenlange gesprekken
met hem gevoerd en nu weigerde mijn tong elke medewerking.
Van zodra ik hem met een schok had herkend, voelde ik,
net als vroeger, een warme opwinding die door mijn onderbuik trok,
de sensualiteit die hij uitstraalde was onweerstaanbaar,
zijn charisma, die ik mij nog herinnerde van lang geleden,
was nog steeds van een ongeëvenaard niveau...




12:10 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.