12-04-17

De Zandberg

Toen ik nog een ezelachtige peuter was beschikten wij, geliefde kinderen van Nonkel Fons, over een zandbank in onze tuin in Rumbeke, juist voor het terras en naast het kiekekot, de ren en de verscheidene kriek- en andere fruitbomen verspreid in de hof, waar Papa-lief ervoor zorgde dat we nooit een tekort hadden aan tientallen soorten fruiten en groenten. Daar bracht ik dan mijn wellustige verbeelding op volle toeren en meermalen werd ik tot de Kapitein van het schip omgetoverd, terwijl ik een omgekeerde bezemsteel recht in het midden van de zandbank plantte, net zoals de mast van de boot en met een dweil aan de top mezelf een flapperende vlag voorstelde. Mijn oudere broers speelden niet mee, maar mijn jongere wel. Het zijn altijd spelbrekers geweest. De oudste, bedoel ik. Maar dat vergemakkelijkte mijn beslissing om zelf de held te worden van mijn eigen verhaal en de andere twee kleinere broers tot respectievelijk matroos en piraat te bombarderen, iets waar ze niet echt naar smachtten maar uiteindelijk toch mee instemden. Sabels en dolken van hout waren rap gefabrikeerd en aangezien ik de sterkste en de oudste was, werd ik niet toegelaten de verliezer te vertegenwoordigen. Mijn ietwat jongere broer (en ook veel dommere), de piraat, wilde ook wel eens winnen, maar dat kon ik niet toelaten, natuurlijk. En dan brak hij zijn sabel in twee stukken, uit pure kolere, vooraleer dat het stukje toneel volledig klaar was geraakt en ik verplicht werd met mijn hamer en kromme nagels te voorschijn te gaan komen om de boel terug aan elkaar te timmeren.

Maar ik hield ook van een zandberg, naast de vaart van Roeselare, rechts weg van de brug, waar de stroom de "Mandel", tot aan zijn droevig einde loopt(?). Dat herinner ik mij nog omdat hij daar gewoon opeens verdween en kleiner werd dan een vuile gracht. Een verkrachting van de natuur, vanwege de Roeselarenaars. Of heb ik dat verkeerd gezien?

In alle geval, na de school, gedurende de lente en het begin van de zomer, smeet ik daar mijne oude velo regelmatig tegen een kant van die berg en stoomde vooruit, te voet, tot aan de top, waar ik de wereld overzag en mezelf blind keek op de grootste windmolen van RUMBEKE en omstreken en waar tot heden het beste bruin brood van Europa gemaakt wordt: uiterst mals, smakelijk en uitstekend voor wie met een slechte afgang te maken heeft. Een ware lekkernij. Had ik veel geld, ik zou de molen opkopen en het Rumbeeks brood uitvoeren tot in China en Rusland. Amerikanen interesseren mij niet. Het kan me geen barst schelen, krijgen ze er de stront niet uit. 

Toen studeerden wij allemaal nog in de Broederschool van Roeselare, terwijl de slimmere jongeren van de straat, naar het Klein Seminarie van Roeselare gezonden werden om Latijn en Grieks te leren, zodanig dat wij een beetje beschouwd werden als het gespuis van de Spanjestraat. Ik geloof echter niet dat dat hen veel verder in het leven heeft gebracht, want ik heb nooit meer over één van hen horen spreken.

Maar ik vond het dus geweldig avontuurlijk om op die berg te kunnen gaan spelen, wat meestal bestond uit naar boven klauteren en dan meteen terug naar beneden te springen en te rollen, wat mij later in het leven heel wat nut heeft opgebracht en waar ik overvloedig heb van kunnen profiteren, want dat is precies wat er gebeurt, jaar-in, jaar-uit, eens de mannenbroek aan getrokken. Niet dat het eigenlijk een hoge berg was, eerder een heuvel, waarschijnlijk ontstaan vanwege het zand dat uit de kunstmatige vaart gehaald is geweest om hem dieper en breder te maken.

Wanneer het echter donkerder werd was je er beter rap weg, want het geleek me niet precies een veilige plek te zijn voor maagdelijke "gatten" zoals ik. Daar, in de omgeving, verscheen er wel altijd een eenzame ziel die zelfmoord wilde plegen, of zowel iemand anders die zijn gans wilde versmoren in het moeras van zijn lief. Maar daar verstond ik toen nog niets van.

Feit is dat ik nog geregeld blijf dromen van die zandberg, het voetbalpleintje daar dichtbij en ook de lange vrachtboten die heen en weer bleven (blijven?) ploeteren, volgepropt met graan die in de HAAN-fabriek, aan de "kop" van de vaart, op vervoer aan het wachten was.

De eigenaars van die opslagplaatsen moeten het ver gebracht hebben, vermoed ik, want graan zal nooit uit de mode geraken, net zoals de patatten.

Hetzelfde gebeurt met de glasfabrieken van Rumbeke.

Bekend en geprezen tot in Brazilië!

16:57 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.