09-02-17

literaire prijs...

 

Mijn bijna beroemde vriend, de schrijver dus, heeft een schriftelijke 
invitatie gekregen, een prachtige kaart uitgevoerd in dik geschept
papier waarop met fraaie gouden letters felicitaties staan en
die duwde hij triomfantelijk onder mijn neus.
Het goede nieuws is dat hij een literaire prijs heeft gewonnen,
het mindere goede nieuws is dat die prijs niet uit geld bestaat,
mijn vriend, de schrijver zal tevreden moeten zijn met een soort
oorkonde die, of een soort diploma dat hij kan inlijsten en in zijn
werkkamer hangen.
Nu ja, het is een soort erkenning en dat is beslist aangenaam
voor iemand die schrijft.
Het streelde niet alleen zijn ego maar het mijne evenzeer.
Waarom?
Omdat ik al jarenlang zijn muze ben, zijn inspiratiebron.
Dat beweert hij tenminste en ik geloof hem.
Hij werd vriendelijk verzocht om op een bepaalde avond en op een
bepaald uur die ik hier niet wil noemen, aanwezig te zijn in de zaal
van een erg chique zaak in de grote stad een heel eind van hier
die ik ook niet wil noemen en de hem toegekende prijs hoogst
persoonlijk in ontvangst te nemen en een kleine toespraak te houden
voor de prominente aanwezigen en alle anderen, zijn reiskosten
worden vergoed en hij krijgt, samen met alle andere aanwezigen
een uitgebreide receptie aangeboden.
Ga mee, zei hij.
Ik twijfelde.
Ik vroeg bedenktijd, op zijn minst een dag of twee...

Ik zei ja, al was het niet van harte!
Ik hou niet van zulke grote evenementen, ik heb er geen probleem mee
dat een ander in het middelpunt van de belangstelling staat maar
zelf blijf ik liever onopvallend aan de kant…
Maar ik zei dus ja…

En zo komt het dus dat ik vandaag, in mijn allermooiste feestjurk en
met een glas sprankelende wijn in mijn handen, omringd ben door
allemaal onbekende boekenfanaten of liefhebbers van gratis drank,
dat is ook mogelijk, de meeste mannen dragen een donkerblauw of
grijs pak met een saaie das, de kledij van de vrouwen die vrolijker is
van kleur en snit wordt opgesmukt met schitterende juwelen,
echte of valse, dat weet ik niet altijd, ze praten veel te luid over mensen
die ik niet ken en over zaken waarmee ik geen zaken heb.
Ik schud, naar mijn mening, veel te veel bezweette handen van mensen
die ik verdenk van leugens omdat ze welwillend naar mijn welzijn
informeren, terwijl ik denk wat kan hen mijn welzijn schelen,
niets natuurlijk, het zijn van die geijkte zinnetjes  die ik met een
gemaakte glimlach op mijn gezicht en een nietszeggend knikje
beantwoord.
Mijn vriend staat aan de overkant van de zaal in een ander gezelschap
enkele mensen te woord, mensen die ik nog nooit van mijn leven heb
gezien en dus ook niet ken, ik zie licht flitsen en een man met een
camera neemt foto’s want er verschijnt later een artikel over mijn
schrijver en zijn nieuwste boek in een gespecialiseerd literair magazine,
nadat de fotograaf zijn charmante glimlach van alle kanten heeft
belicht, kijkt mijn vriend héél even in mijn richting en knikt me
bemoedigend toe.
Betekent dat dan dat hij vindt dat ik het goed doe?
Want ik wil hem natuurlijk niet blameren op een evenement waar
hij middenin de belangstelling staat, hoe vervelend ik die recepties
ook vind, hij weet als geen ander dat ik niet op mijn best ben in de
massa, mijn verlegenheid verhindert dat ik schitter in een groot
gezelschap.
Hij weet welk een bezoeking zo’n bezoek voor mij betekent.
Maar over alle hoofden heen kijken we elkaar met een blik vol
verstandhouding nog eens aan en, warempel, hij knipoogt,
dus ik lach opgelucht en ga  dapper door met nietszeggende praatjes
tegen volslagen onbekenden...

Obers lopen met volle dienbladen, strak in het pak en met vrolijke
strikjes rond hun nek, af en aan.
Ik krijg een nieuw glas in mijn handen gedrukt en neem een slokje
en dan nog een, deze keer een grote, drank maakt de tongen losser,
ook de mijne, op een reusachtig grote plateau worden er rare,
ingewikkelde hapjes gepresenteerd, iets met geitenkaas en wierook?
Oei, neen, dat heb ik verkeerd verstaan, geitenkaas en zeewier,
dat zijn die groene sliertjes veronderstel ik.
Ik bedank ervoor want dat wil ik niet eten.
Ik doe verwoede pogingen om telkens opnieuw kleine gesprekjes te
voeren met mensen die ik van haar noch pluim ken, natuurlijk zijn
er mensen aanwezig die ik vaag van gezicht ken al weet ik niet
meteen waarvan, laat staan dat ik een naam herinner maar
misschien is dat bij hen ook zo als ze mij aanspreken,
ik maak ze niets wijzer, ik knik of zeg hallo, ik schud handen en
blijf staan of loop door naar het volgende groepje,
het is allemaal zo oppervlakkig en zal de rest van de avond
oppervlakkig blijven terwijl ik snak naar een dieper contact
met een echte vriend.
Mijn glas wordt nog maar eens bijgevuld...

In de verte zie ik mijn vriend druk gesticuleren tegen enkele vrouwen,
fans van het eerste uur veronderstel ik, ook hij krijgt een nieuw glas
drank in zijn handen gedrukt, ook hij bedankt voor nog meer
borrelhapjes.
 
Vooraleer ik de tel kwijt ben en ongewild dronken word, vraag ik,
wanneer een ober mijn glas nog maar eens wil bijschenken met
Taittinger, een glas water, ik word op mijn wenken bediend en
drink de rest van de avond water, ik wil niet ziek worden,
ik bedank voor hoofdpijn en ik wil geen onzin en verkeerde zinnen
uitkramen tegen alweer enkele andere mensen.
Bloed nuchter bekijk ik het gedoe…

Uiteindelijk verstommen de gesprekken en begint het officiële gedeelte,
tenslotte zijn we daarvoor gekomen.
Een olijke frans beklimt een geïmproviseerd podium, hij is een beetje
te dik en een beetje te klein, traag en nadrukkelijk articulerend heet hij
alle aanwezigen, een beetje laat maar niettemin welgemeend,
van harte welkom, hij houdt een langdradige monoloog, prijst aan
het eind van zijn toespraak het boek van mijn vriend de hemel in
en overhandigt mijn vriend, de schrijver ten lengen leste de prijs.
Mijn schrijver bedankt iedereen uitvoerig, ook mij, zijn muze en
leest dan een stuk voor uit zijn nieuwste boek.
Hij ziet er trots en tevreden uit.
Applaus, dank je wel en nog meer applaus.
De glazen worden weer gevuld, het zachte geroezemoes gaat over
in luidruchtig gepraat, drank en praatjes,
nog meer drank en nog meer praatjes...

Het is al lang over middernacht als we naar huis gaan,
het is koud en mistig, ragdunne doorzichtige nevelslierten hangen
laag over het wegdek, de stilte in mijn wagen is weldadig,
ik rijd, mijn vriend ligt met zijn hoofd achterover en gesloten ogen
in de passagierszetel naast mij, neen, hij slaapt niet,
een glimlach doet zijn mondhoeken omhoog krullen.
Hij geniet nog na…
Hij is beroemd, hij is succesvol.
Hij is tevreden.
Ik ook….

 

 

 

12:45 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.