29-01-17

Radeloos

Vooruit, het leven gaat vooruit en indien je jezelf onbekwaam voelt het helse ritme te blijven volgen, scheer je dan maar weg en maak plaats voor iemand anders, jonger, schoner, netter en nog maar pas in de rij gedrumd, terwijl al vele oudere mannen in zijn kielzog doen varend.

Je beseft het maar al te goed, nieuwe kansen zijn niet voor jouw en noch minder voor mij weg gelegd. Je lei staat al helemaal vol geschreven met onzin en ingewikkelde berekeningen en iedereen begint zich te herinneren dat, vóór jou in de rij van het leven en vooral van de dood, er nog weinige andere kandidaten te ontwaren zijn.

De jaren zijn vervlogen en de draad van het breiwerk is op. Nog verder blijven wachten op een mirakel, is wanhoop. Het beste is neer te gaan liggen en te trachten in slaap te geraken. Ik kamp met een verbreedde aorta in de hals en om te barsten ontbreekt er maar een stootje aan. Misschien helpt de Allemachtige mij daarin en geeft hij dat onnozel stootje, zonder rood te worden, midden in de nacht of in mijn slaap, met mijn piemel op halve mast, zodat ze rustig zullen mogen schrijven op het doodprentje: rustig, maar klagend, in zijn slaap overleden..

Het probleem zijn de vele verwachtingen die niet verwezenlijkt zijn geworden. De kans om eigen leven te verwekken, voorbij te hebben laten gaan is GEWOONWEG onvergeeflijk. Van de andere kant, alhoewel ik (nog) geen ernstige ziekte heb, is't alle dagen iets anders. Van verstopte darmen, over botten-en gewrichtspijnen, naar slecht gezicht, fel verminderd gehoor, smaak- en reukloze zintuigen, zodat zelfs het verdovend bier op afvalwater begint te gelijken, verschrikkelijke hoestpartijen en ongekende nerveusheid en ongeduldigheid. Pillen voor mijn hoge bloeddruk heb ik intussen al links laten liggen, want de vogelschrik opfrissen helpt toch niets.

Bovendien komt daar nog bij, mijn overdreven gevoeligheid voor alles wat met vuile politiek te zien heeft, zodanig dat ik mezelf soms, uitgedaagd en verward met de onmogelijk onvoorstelbare laf- en wreedheden, verplicht voel erbij neer te gaan liggen om, nogmaals, de niet verlossende slaap af te wachten...

Nochtans, hoe meer ik pieker, hoe klaarwakker ik terug wordt. Hoe ver is de tijd al geleden dat iemand zich alleen maar zorgen hoefde te maken met zijn eigen familie en werkkring.

Alle dagen moet men een nieuwe, verrassende leeuw overmeesteren en ongedeerd het geraamte over de schouder smijten.

Het enige wat me zou doen kalmeren, denk ik, zou de hoop zijn op mijn eigen (klein)dochter. Een rustige peuter in de nabijheid, terwijl men toeziet hoe snugger en wijs ze wel wordt. Alle dagen wat meer. Ik heb wel een heel jonge dochter, maar ze in ongewoon bruut, ook met haar moeder, die praktisch nooit reageert en haar agressiviteit dus vrijwillig incasseert. Als dat de wens is van de Allemachtige, lieve hemel, dan zijn we allemaal gezien. Ze springt op alles en nog wat, gooit alles over de grond, trekt alle laden met geweld open, breekt alle dagen iets anders, beschikt over een buitengewone kracht en is helemaal niet teder, lief en aanhankelijk. Ze is gewoonweg ongehoorzaam, koppig, smijt zich drie keren per dag nijdig op de grond en verspreidt al haar speelgoed overal rond zodat ik er mezelf over verstuik en verstruikel. Nochtans, in de school, is ze maar ene keer gestraft geweest, omdat ze een grotere vriendin, in de borst had gebeten. Een tijd lang had ik haar vader (een rasechte struise Mongool) bij mij thuis verwacht, om zich te wreken, maar het omgekeerde is gebeurd. Het kind is niet meer terug gekeerd naar de school.

Hoelang ik dat zal blijven uithouden is onbekend, maar er zullen zeker geen mirakels gebeuren. Hou ik wel van haar?? Zielsveel! En iedere keer ze hoest verslik ik mij en kan ik onmogelijk nog terug in slaap geraken.

En dan is daar mijn oudste dochter. Intussen al twintig. We hebben het uitstekend met elkaar gevonden, gedurende zeven jaar, tot wanneer ze twaalf werd. Tot dan: EEN DROOM. Goed in de school en Judokampioen. Opeens is de wind echter omgedraaid en waar er eerder liefde was, werd er wrok, vijandigheid en zelfs duidelijke afkeer. Ik ben twintig jaar verouderd, in enkel een paar jaar tijd, mezelf voortdurend afvragend wat ik wel verkeerd had gedaan. Mijn vrouw, gelukkig, heeft me voortdurend bijgestaan in de gemakkelijkste en ook in de moeilijke momenten. Haar geduld is ONEINDIG. Ik dank haar voor dat. Kibbelen ging nooit verder dan enkele stomme woordjes. En haar redding was en is nog altijd, haar innig gebed.

Voor vele redens die hier niet te pas komen, heb ik mijn dochter alleen, toen nog maar pas met het diploma van secondair onderwijs in haar handen (en toegelaten aan de UNIVERSIDADE FEDERAL DE PERNAMBUCO - richting Fysiotherapie), naar België gezonden, waar ze opgevangen is geweest door mijn jongste broer (een ware engelbewaarder) en een hele hoop begrijpende nichten en tantes, waaronder An en Nara, de kroon spannen. 

Onze verhouding, mag ik nu wel zeggen, is er vele keren op verbeterd. Ze blijft nog altijd een beetje bitsig en ongenaakbaar, maar wanneer ze me tegenwoordig omhelst, voel ik dat het gemeend is. Dus, een blijdere toekomst is terug mogelijk geworden.

Ze leeft op een kot in Gent, helemaal ingericht en zal vanaf februari, met de taal volledig onder haar knie (dankzij Nara), haar hogere studies aanvatten.

De eerste zit, EINDELIJK, op de goede weg.

Laat mij hopen dat ik ook de tweede, op het juiste spoor kan manoeuvreren. 

00:11 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.