17-12-16

ik ben zo eenzaam MET jou...

 

Het was al schemerdonker toen ik die dag weer eens de beste 
koffiezaak van de stad binnenging, het was er erg druk,
ik keek uit naar een zitplaats en vond een kleine vrije tafel dicht
bij het raam, ik ging zitten, haalde mijn boek uit mijn handtas
en legde dat voor me uit in de vaste overtuiging dat ik niet zou
lezen want een uitgeblust echtpaar, dat onmiddellijk mijn
nieuwsgierigheid prikkelde, zat aan een tafel vlak naast mij
vol overgave samen te zwijgen.
Ik bestelde een tas koffie, gebak wilde ik deze keer niet en keek
naar hen en luisterde…al viel er eigenlijk niets te luisteren…

Het kan niet anders of jij ziet ook vaak zulke echtparen…

Hij, de man uiteraard, was, ik twijfelde er niet aan, al een jaar of
zeventig en had het schrale uiterlijk van iemand die héél zijn carrière
belastingaangiften had gecontroleerd in een niet verlucht en veel
te schaars verlicht klein bureelkamertje, terwijl hij hele dagen gebogen
over zijn dossiers leefde was, zonder dat hij het besefte, zijn rug intussen
rond gegroeid, zij, zijn vrouw dus, daar twijfelde ik evenmin aan,
was misschien een beetje jonger dan hij maar niet erg veel, ze was goed
gekleed en had, waarschijnlijk door een chronisch tekort aan slaap,
een vermoeide gezichtsuitdrukking.
Getrouwd! dacht ik.
Waarschijnlijk lang getrouwd, ze hadden elkaar niets meer te vertellen…
maar misschien vonden ze dat niet nodig, misschien kenden ze elkaar
zó dóór en dóór dat ze zich zonder woorden moeiteloos door de rest
van hun dagen konden slepen.
Zwijgend en met kleine, nuffige hapjes at zij van een slagroomgebakje,
hij had een stuk chocoladetaart op zijn bordje, zij vroeg hem niet wat
hij ervan vond want ze weet al jaren dat hij zot is van het
legendarische chocoladegebak van deze gerenommeerde zaak.
Hij, op zijn beurt, weet dat ze geniet van het zoete gebakje, dat moet
hij haar ook niet meer vragen, ze is altijd al een zoetekauw geweest,
ze hebben het woordeloos prima naar hun zin met elkaar…
Of vergis ik me?
Hebben ze elkaar echt niets meer te vertellen, niet met woorden en
niet met hun ogen?
Een huwelijk zonder ondertitels?

Het bestaat, méér dan mensen willen toegeven, eenzaamheid bij
koppels die al lang samen zijn, door gebrek aan intimiteit leven
ze naast in plaats van met elkaar, ze zijn elkaar onderweg uit
het oog verloren. Soms stellen ze nog eens een vraag aan elkaar
maar op het antwoord wordt er niet gewacht dus ook niet geluisterd.
Ze hebben elkaar niets meer te zeggen maar zijn veroordeeld tot een
levenslang niet gelukkig maar ook niet compleet ongelukkig huwelijk.
Dus blijven ze samen...

Plots zwaaide de zware deur open en woei er een frisse wind door de
zaak, zonder spijt staakte ik mijn onbeschaamd gestaar,
ik had genoeg gezien van dat passieloze echtpaar, ik keek op en
richtte mijn aandacht op een jong, erg jong koppel dat met de armen
innig ineengestrengeld, lachend de tearoom binnen buitelde.
Ze namen plaats aan een tafeltje, niet naast mij maar toch dicht
genoeg in de buurt zodat ik er een goed zicht op had.
Het was, na het aanschouwen van dat echtpaar zonder geestdrift
of vuur, een deugddoende afleiding om naar die twee dolverliefde,
jonge mensen te kijken.
Ze deden me, ik weet niet hoe het kwam want de gelijkenis
was absoluut niet fysiek, aan mijn vriend, de schrijver en mezelf
denken tijdens onze jonge woelige jaren …
ach...dát waren nog eens tijden…
maar ik wijk af…
Hij, die jongen dus, was een grote, magere slungel die zich nogal
onhandig met zijn te lange armen en te lange benen bijna dubbel
plooide om zo dicht als maar mogelijk was naast haar te kunnen
zitten, zijn sluik haar dat telkens voor zijn ogen viel,
streek zij keer op keer geduldig en liefdevol uit zijn gezicht.
Zij, dat kwieke meisje, was, vond ik, een knap jong ding met bleke
haren en bleke ogen en nog massa’s argeloosheid in haar blik,
het soort naïviteit dat zo eigen is voor een nog ongerept meisje.
Ze bogen de koppen dicht bijeen en raadpleegden de kaart en dat
ging gepaard met veel geginnegap, luchtige grapjes en veel lichte
zoentjes, zij keek dolverliefd in zijn ogen die zó veel
zó niet alles beloofden…
het was waarlijk een genoegen om hen bezig te zien…maar…
mijn opgetogenheid was maar een kort leven beschoren,
hij had maar pas hun bestelling aan de aardige dienster
bekendgemaakt, zij plukte onderwijl nog even een denkbeeldig
pluisje van zijn schouder of daar haalde hij al zijn mobieltje
uit zijn binnenzak, zij vond de hare in haar handtas,
één seconde later, misschien twee, zaten ze allebei, te samen en
toch apart, te scrollen, te appen, swipen, twitteren of te facebooken …
of weet ik veel wat ze deden…dat het een aard had.
Even later bracht de vriendelijke dienster voor elk een drankje en
een stuk chocoladetaart.
Neen! Ze bedankten haar niet want ze hadden haar, beiden druk
doende met hun levensnoodzakelijke bezigheden, niet eens opgemerkt,
ze kon net zo goed onzichtbaar zijn.
Deze verliefde jonge mensen aten en dronken blindelings wat er
voor hun neus stond ,woordeloos en ongeïnteresseerd in elkaar zaten
ze samen en toch alleen..
Net zoals het té lang getrouwde koppel hadden ze geen oog of verdere
aandacht meer voor elkaar noch voor het overheerlijke gebak.

Ik werd er moe en droevig van…
Ik graaide mijn boeltje bijeen en vertrok...
alleen...
naar mijn eigen huis.
Eenmaal thuis begon ik onmiddellijk aan een lange brief
voor mijn vriend, de schrijver.

Dat wij ná al die jaren niet woordeloos door het leven moeten zwoegen,
daar prijs ik me gelukkig om...
elke dag …

 

09:05 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.