01-12-16

grootvaders... (1)

 

De liefde voor lezen en het geschreven woord 
heb ik van mijn
grootvader langs mama’s kant die ik,
zoals alle andere kleinkinderen, eerbiedig met ‘grootpapa’ aansprak.
Hij was, toen ik hem als klein meisje leerde kennen, een oude,
strenge, indrukwekkende, en nogal afstandelijke familieman,
ik voelde me in zijn aanwezigheid altijd erg klein en onbeduidend,
ik was, eerlijk gezegd, een beetje bang voor hem.

Ik zag grootpapa eigenlijk niet zo vaak want hij woonde héél ver weg,
maar wanneer ik hem zag, was hij altijd bezig met, of lezen in dikke
boeken of schrijven in een groot opschrijfboek met een kaft in
gemarmerd blauw en grijs.  
Dat wekte, hoe klein en jong ik ook was, meteen mijn
belangstelling, mijn interesse in boeken heb ik van hem of …
misschien is ze wel aangeboren.

Ja, ik houd van lezen, ik houd van bijna alles wat geschreven of
gedrukt staat, ik word nerveus en ongemakkelijk als ik niets te
lezen heb, dan lees ik bijsluiters, opschriften of recepten,
alles, als het maar letters bevat…

Grootpapa zag ik bijna nooit anders dan met omvangrijke,
dikke boeken binnen handbereik, boeken die hij nota bene zelf inbond
want dat kon hij als de beste.
Niemand anders dan grootpapa kon
zo liefdevol met een boek omgaan.
Héél soms, als ik in mijn grootouderlijke huis op visite was,
nodigde hij mij uit om zelf een boek te kiezen uit zijn rijk gevulde
boekenkast, een boek waar we samen in zouden kijken en lezen…
weet je het zeker, is dat het boek van je keuze, vroeg grootpapa nadat
ik geestdriftig een boek met de meest kleurige rug had aangewezen,
een kaft vol beloften, en ik knikte vol overtuiging van ja,
en dan pakte hij voorzichtig het boek uit de rij en dan controleerde
hij eerst of de keukentafel aan de kant was en wel netjes genoeg
geboend want dat was helemaal niet vanzelfsprekend met zo’n
aanzienlijk nageslacht dat véél en vaak bij hem op bezoek kwam
en waar hij de stamvader van was, pas nadat hij vond dat er plaats
genoeg was op de lange keukentafel en geen vlekje te bespeuren,
keek hij tevreden en legde hij het boek van mijn voorkeur
bedachtzaam voor zich uit en sloeg het open, schraapte zijn keel
en na een hm...hm.. of twee declameerde hij dan plechtig enkele
zinnen en wanneer hij de hunkering naar méér, véél méér in mijn
ogen zag, én hij was goedgezind die dag én hij had tijd die dag…
dan las hij soms het complete verhaal,
het hele sprookje lang hing ik geboeid aan zijn lippen,
zo betoverend, wonderlijk en spannend vond ik die verhalen.

Zo’n bezoek aan grootpapa had ook gevolgen, een onfortuinlijke
keerzijde, meestal kon ik ’s nacht niet slapen, héél vaak kreeg ik
enge nachtmerries omdat het verhaal dat grootpapa mij voorgelezen
had tot leven kwam terwijl ik in het donker helemaal alleen
in mijn bed lag …
Ik en niemand anders dan ikzelf liep in mijn droom verdwaald
in dat grote, diepe, donkere bos, bibberend op mijn benen en
klappertandend van angst stond ik oog in oog met een boosaardige,
lelijke heks, een kwaadaardige, vertoornde reus of een gruwelijke
afzichtelijke trol, een hele bende wilde, lelijke dieren loerden
vervaarlijk uit elke hoek…
schreeuwend van angst gilde ik het hele huis bijeen tot mijn mama
mij wakker maakte, suste, kalmeerde en troostte ...
en zei dat het maar een kwaaie droom was.

Ná zo’n nacht werd grootpapa door mijn mama vriendelijk doch
dringend verzocht om in mijn bijzijn geen lugubere verhalen meer
voor te lezen en de volgende keren deed het familiehoofd niet
zoals gewoonlijk wat ik verlangde maar wat zijn dochter,
mijn moeder, hem had verzocht, we waren allebei een beetje
teleurgesteld en er werden een tijd lang geen verhaaltjes meer
voorgelezen maar na een tijdje had grootpapa aan iets anders
gedacht dat hij mij wou tonen, iets dat evenzeer mijn aandacht
waard was en hij toonde mij iets dat ik minstens even fascinerend  
vond, hij liet mij zien hoe hij zelf verhaaltjes schreef…

’t Was wel een héél gedoe en ik moest veel geduld aan de dag leggen
vooraleer ik wat zag, het was een lang en plechtig ritueel vooraleer
hij één letter op papier zette, eerst haalde hij een indrukwekkend
inktstel met twee gelijke potjes uit het kabinet, een merkwaardig
meubelstuk dat groot en voornaam in de voorkamer stond te pronken,
en zette dat in het midden van de tafel dan haalde hij uit diezelfde
kast zijn groot opschrijfboek tevoorschijn en draaide langzaam
de een na de andere volgeschreven pagina  om tot hij uiteindelijk
een leeg blad vond, uit een mysterieus doosje haalde hij na lang
wikken en wegen de gepaste pen tevoorschijn,
het was mij een raadsel hoe hij wist welk een pen de meest geschikte was,
en pas als hij zag dat mijn aandacht ten volle op zijn handen was
gericht, doopte hij zijn schrijfpen plechtig in de inktpot,
wachtte een beetje, haalde de pen er terug uit en maakte dan
met vaste hand sierlijke krullen op het blanco blad en
dat waren letters zei hij en een heleboel letters vormden woordjes
en een heleboel woordjes werden een verhaal.
Verbluft zat ik ernaar te kijken.

Over de inhoud van die verhaaltjes die hij zelf schreef kan ik me
niets meer herinneren maar dat geschrijf van hem zit in
mijn geheugen vast gebeiteld…

Verbaast het je als ik je zeg dat ik na zo’n bezoekje aan grootpapa
zo snel als maar mogelijk was, wilde leren lezen en schrijven?
Verbaast het je als ik je vertel dat ik dan later een verhouding
kreeg met mijn vriend, de schrijver?

Lezen heb ik vroeg en vlot geleerd en van zodra ik dat kon,
lepelde ik de woordjes in als was het goddelijke rijstebrij.
Schrijven heb ik ook geleerd en tot op de dag van vandaag
lees en schrijf ik veel en graag, maar lezen en schrijven is een
eenzame bezigheid, dat doe je uiteindelijk altijd alleen…



10:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.