25-11-16

ik voel weleens paniek opkomen...

 

Ik voel wel eens paniek opkomen als ik in een situatie verzeild geraak 
en ik onverwacht moet wachten terwijl ik niets te lezen heb omdat
ik mijn boek, dat ik normaal gezien altijd met me meedraag,
vergeten ben.
Op zo’n moment grijp ik in het wilde weg naar het eerste het beste
dichtstbijzijnde ding dat letters bevat, dat kan een krant zijn van een
week geleden of een groezelig tijdschrift, het opschrift van een pakje
koekjes is ook goed, de openingsuren op het rooster dat aan de muur
hangt, de bijsluiter van vervallen medicatie…
als ik mijn ogen maar over gedrukte woorden kan laten glijden…

Zo stuitte ik een tijd geleden eens, het was in de wachtzaal van de
dokter, op een beduimeld en gekreukt romannetje van een of andere
roemloze schrijfster, de achterflap beloofde een meeslepend
liefdesverhaal vol hartstocht, passie en vuur…

Ik begon te lezen…
De hoofdrolspeelster was, dat wist ik al na het lezen van de eerste
pagina’s, sterk, gevoelig, lief, eigengereid, koppig, hartelijk,
grappig en, niet te vergeten, misschien wel het belangrijkste van al,
ze was beeld en beeldschoon.
Ze bezat maar een héél klein beetje onvolmaaktheden maar dat
maakte haar, voor haar tegenspeler althans, juist zo aantrekkelijk.
Haar tegenspeler, tevens de hoofdrolspeler uit het boekje,
was eveneens sterk maar gevoelig, het type van ruwe bolster met een
zachte kern, grappig, koppig, oprecht, intelligent,
hij had een knap gezicht met nobele trekken, een mooie bos haar,
of een bos mooi haar, een lange, rechte neus die zijn eerzuchtigheid
symboliseerde en sensuele lippen die véél beloofden,
hij was galant en beleefd maar niet verwijfd…
van enige tekortkoming bij hem werd er met geen woord gerept,
geen bochel noch strafblad kwam het perfecte plaatje doorprikken...

Wie schrijft er nu zoiets..., vroeg ik me af na het lezen van enkele
bladzijden met nog meer van zulke ongeloofwaardige onzin,
ik sloeg teleurgesteld het boekje dicht en legde het op het leestafeltje
bovenop de stapel met nog meer van zulke prutsromannetjes.

Mijn gedachten leidden me, hoe kan het anders,
naar mijn vriend, de schrijver.
Moest mijn vriend, de schrijver, in één van zijn brieven,
mezelf zo buitengewoon voortreffelijk beschrijven zoals de heldin
uit het boekje beschreven werd, dan zou ik me afvragen wat hij
te verbergen heeft, als hij zou beginnen over de twinkeling in mijn
ogen dan zit het er dik in, dat ik hem zou uitlachen, ik zou mij
afvragen of het voor hem erg belangrijk is om over te komen als
een man met een bloedmooie, perfecte vriendin met de juiste gevoelens…
ik zou vrezen dat zijn complementjes een verkapte uitnodiging zijn
om hem te bedenken met gelijkaardige superlatieven of
nog betere, grotere en méér…
Voor we het weten zouden we in een circuit belanden van:
wie bedenkt er de meest originele woorden om de andere mee te
complementeren.
Hebben wij het nodig om onze liefde telkens opnieuw te bevestigen
met woorden, vroeg ik mij af… voor we het beseffen zouden we mekaar
opzadelen met een verslaving aan bevestiging.
Stel je voor dat hij in een van zijn autobiografische boeken vertelt
dat we ruzie hebben en dat hij midden in de nacht in de gietende
regen onder mijn raam luidop staat te jammeren dat hij mij haat
maar dat hij toch niet kan stoppen met me lief te hebben…
zou ik dat dan als een supplement van zijn liefde voor mij opvatten
of zou ik hem erop wijzen dat zijn woorden wel erg clichématig zijn...

Gelukkig ben ik gevrijwaard van zulke weinig geïnspireerde nonsens
in zijn brieven en als we samen zijn schreeuwt onze lichaamstaal
gepassioneerde woorden die niet uitgesproken worden en die
nooit of te nimmer in zijn boeken of brieven terecht komen.

Het is menens tussen ons..
hij weet dat en ik weet dat..
en dat is genoeg...

09:24 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.