14-11-16

Eenzaamheid - Lize Spit

Elke dag staan er, verspreid over perrons in het hele land, mensen te dringen bij openklappende treindeuren. De knokkels van de hand waarin ze hun tas dragen, kleuren wit. Ze hebben de focus van hongerige dieren. Pas als ze eenmaal een zitplaatsje hebben bemachtigd, wanneer ze zich niet langer hoeven te schamen voor hun eigen gretigheid, durven ze om zich heen te kijken. 

Deze maand, op een van die momenten waarop treinreizigers elkaar verdrongen, werd in een Antwerpse flat het lichaam van een tachtiger gevonden, die minstens zes maanden overleden bleek te zijn. In het gebouw en ook daarbuiten was er niemand die zijn afwezigheid had opgemerkt.

'Weet ik veel', zei de bovenbuurvrouw. 'Hij sprak met niemand.'

In de krant stond dat zij de politie had gebeld, omdat ze geen contact met hem kon maken. Ze wachtte op zijn toestemming om buizen te kunnen leggen voor een nieuwe verwarmingsketel.

Iedereen die op het krantenartikel stuit, reageert ontsteld. Men voelt medelijden. Niet per se met de onbekende bejaarde, nee, hij dient slechts als projectiedoek. Men denkt aan ouders, vrienden, geliefden, aan zichzelf, stervend zonder dat iemand daar getuige van is, en men hoopt dat het nooit zover zal komen, plant in het beste geval nog eens een bezoek aan een grootouder of oudoom.

Voor de mensen die de komende maanden alleen zullen eindigen, verandert er allicht weinig, opnieuw wordt er door niemand aan hen gedacht, niemand neemt zich voor hen te bezoeken.

'We kunnen ons er wel iets bij voorstellen, hoe dood na extreme eenzaamheid ruikt'

Een onuitwisbare vlek worden op je eigen vloerkleed, dat is het lot van ouderen die geen vrienden meer hebben om naartoe te reizen met de trein, die geen familie hebben die zich nog over hen ontfermt, die daarom ook niet meer over koetjes en kalfjes willen spreken met de buren. Ze worden gevonden door een deurwaarder die onbetaalde rekeningen komt vereffenen, door een huisbaas die komt klagen over de opstapelende reclameblaadjes in de gang, door een buurvrouw met prangende renovatieplannen.

'Nadat agenten het appartement betraden en de deurmat verwijderden die de spleet onder de deur bedekte', zo vermeldde het artikel, 'was de geur niet te harden, en bracht de onderbuurvrouw de nacht bij kennissen door.'

We kunnen ons er wel iets bij voorstellen, hoe dood na extreme eenzaamheid ruikt - een rot ei, verzuurd spek dat wekenlang achterin de koelkast lag, een natte handdoek die een hele zomer lang in een zwemzak bleef zitten. Maar hoe het voelt - de wetenschap dat je zult overlijden zonder getuigen, zonder afscheid, zonder dat iemand zal merken dat je weg bent - dat weet niemand, de eenzamen houden het voor zich.

In feite is er niet zo'n groot verschil tussen mensen die samendringen voor de deuren van een trein om niet te moeten rechtstaan in het gangpad, en de buurvrouw die al maanden het plaatsen van een boiler overweegt zonder zich af te vragen waarom de onderbuurman niet reageert. Onverschilligheid is een onvermogen dat we onszelf permitteren.

09:36 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.