07-11-16

mijn vriend...de schrijver...(5)

 

IK KOM!
Een envelopje met dit piepkleine tekstje zit in mijn brievenbus.
Twee mini woordjes geschreven in hoofdletters…en… een uitroepteken.
Dat uitroepteken mag ik niet vergeten te vermelden,
het is net zo belangrijk als de woordjes, misschien zelfs nog betekenisvoller.
‘IK KOM!’
Dat staat er, niets méér en ook niets minder…
Geen aanspreektitel zoals: lieve, lieve…
en het is ook niet getekend met bijvoorbeeld: liefs van je …
Die mededeling is natuurlijk van ‘hem’, dat weet ik,
dat kan niet anders.
Die schaarse woordjes die geen ruimte laten voor wat anders zijn
van mijn schrijver, mijn lievelingsschrijver, dat is overduidelijk.
‘IK KOM!’

Dus hij komt, uitroepteken, hij komt, uitroepteken hij komt, hij komt,
hij komt.., jubelt en zingt het in mij, twee zulke fabelachtige woordjes
en dan dat oogverblindend uitroepteken, ja dat is typisch voor hem,
mijn schrijver.
HIJ KOMT, uitroepteken. 
Ik ben direct in alle staten, ik ben zo blij als een kind en zoals je weet,
kinderen kunnen héél erg blij zijn, mijn hart klopt in mijn keel,
zenuwachtig loop ik heen en weer, hij komt, hij komt, hij komt…!!!

Komt hij?
Maar wanneer komt hij, vraag ik mij af?
Vanavond nog?
Of morgen?
Overmorgen?
Volgende week of volgend jaar?
Hoe doseer ik mijn geduld als ik niet weet hoelang ik nog moet
wachten tot hij komt?

Het is nu avond en hij is er nog niet, ik probeer te lezen maar dat
lukt niet, ook schrijven lukt niet dus besluit ik om maar vroeg
naar bed te gaan, wie weet wordt het op die manier ‘vroeg dag’ ...
maar ook dat is geen succes, ik doe de hele nacht natuurlijk
nauwelijks een oog dicht.

Na een onrustige nacht van veel woelen, draaien en keren,
sta ik vroeg op, ik krijg geen hap door mijn keel dus sla ik voor
ene keer het ontbijt over,
ik maak een tas koffie en ga ermee naar buiten,
op de tuinbank koester ik mij in de vroege ochtendzon, het boek
dat ik heb meegenomen blijft ongeopend naast mij liggen.
Ik wacht.
Ik drink koffie en ik wacht…
De zon komt hoger, het wordt wat warmer en ik wacht...

Uiteindelijk hoor ik een wagen op mijn oprit, grint dat knarst
onder draaiende autowielen, een autodeur die haastig dichtgegooid
wordt, ik sta op, mijn hart gaat wild tekeer, het zweet staat in
mijn handen, al mijn zintuigen staan op scherp,
dan hoor ik zijn ongeduldige roffel op de deur,
ik adem diep in en uit en een weldadige kalmte daalt over me neer,
ik maak open en daar staat hij dan, met de gloed van maanden
verlangen op zijn gezicht.
We glimlachen naar elkaar, onwennig en zenuwachtig,
dan doe ik een stap opzij en laat hem binnen.
Hij loopt me voorbij en blijft dan staan met zijn rug tegen de muur,
ik sta tegenover hem en we kijken elkaar diep in de ogen en
zien dat we elkaar al die maanden hebben gemist.
De aantrekkingskracht is tastbaar,
zijn rug laat de muur los om dichter bij mij te zijn,
hij moet zich maar een klein beetje bukken om mij de zoenen,
ik reik en sla mijn handen rond zijn nek om zijn lippen te bereiken.
Opnieuw word ik gewaar hoe zacht zijn wangen aanvoelen en
hoe stevig zijn lippen, ook zijn zenuwachtigheid voel ik en
hoe gretig hij is.
Zijn zoenen zijn eerst nog licht en talrijk maar zodra hij mijn
bereidheid voelt, worden het echte, diepe tongzoenen.

Hoeveel hebben we elkaar gemist…?
Zovééééééééééééééééééél!

Later liggen we bloot en ontspannen naast elkaar,
onze benen nog ineen verstrengeld maar onze lichamen een beetje
uit elkaar. Onze verhitte lijven koelen af en onze hete ademstoten
keren terug naar een normale ademhaling.
Daar liggen we dan, een man en een vrouw die elkaar maar
héél af en toe zien maar die elkaar kennen op de meest
intieme manier.
Na een tijdje krijgen we het koud en ik trek het dekbed over ons heen
en nestel mij tegen zijn schouder.
Ik slaak een diepe zucht en zeg:
‘Ik verlang altijd zovéél naar jou…’ en dan antwoordt hij:
‘Ik verlang evenveel naar jou als jij naar mij…’ en hij legt in
vertrouwen zijn hand op mijn buik…

Véél later, na een verkwikkend slaapje gaan we samen uitgebreid
douchen, we zepen elkaar in en spelen met het schuim, hij plakt
zeepbellen aan mijn borsten en ik maak een mooie witte baard op
zijn gezicht, zijn piemel verpak ik in een gigantische dikke
schuimkraag.
Dan trekt hij mij naar zich toe en gaat op de grond zitten,
hij neemt me bij allebei mijn handen en ik ga schrijlings op zijn
schoot zitten, zijn intussen opgeheven heerlijkheid laat ik diep in mij
glijden, ik neem zijn gezicht tussen mijn handen en bekijk hem lang
en aandachtig terwijl het warme water op onze hoofden neerplenst.
Hij is warm, nat en gewillig en ik wieg zachtjes weg en weer,
zonder haast en zonder de druk te verhogen.
Hij streelt me tussen mijn benen.
Hij weet hoe hij me moet bespelen.
Mijn ademhaling wordt luider en ik begin te hijgen,
ik sluit mijn ogen en kreun en verdwijn naar het plekje waar
alleen ik kan komen, dit moment is van mij en van mij alleen,
ik reis in mijn hoofd naar het plekje waar mijn seksleven
verborgen ligt.
Hij wrijft en kneedt en likt en zoent en fluistert lieve woordjes
en evenveel onzin, ik zie felle kleuren aan de binnenkant van
mijn oogleden, flitsend rood en karmozijn,
ik geef me over aan mijn instinct, mijn lichaam siddert en kronkelt
boven het zijne, hij geniet van de manier waarop hij zijn liefdesspel
dirigeert. Ik buig mijn lichaam achterover, heel even bevind ik mij
in het luchtledige en dan kom ik trillend en sidderend van genot
klaar.
Langzaam open ik mijn ogen en kijk hem aan,
ook hij heeft zijn exquise moment beleefd, hij heeft zich laten
meesleuren in de maalstroom van de onvermijdelijke gelukzaligheid.
Ik buig me naar hem toe om zijn mond te zoenen en zo blijven
we nog even zitten en luisteren we naar elkaars hartslag
die geleidelijk aan weer vertraagt naar normaal.
Dan komen we recht, we houden elkaar stevig vast om te voorkomen
dat een van ons twee valt want rechtkomen van een natte vloer is
op onze leeftijd geen sinecure.

Wanneer we afgedroogd zijn gaan we terug naar bed en
ik leg mijn hoofd op zijn schouder en vertel hem hoe fenomenaal
ik hem vind, hoeveel bewondering ik heb voor zijn mentale kracht….
maar het is niet nodig om nog verder te praten want hij slaapt al.
Is er iets heerlijker dan in slaap vallen terwijl je geprezen wordt…
denk ik?

Ik lig nog lang wakker en denk aan onze relatie,
onze verhouding die niet gewoon of vanzelfsprekend is.
Mijn schrijver komt en gaat, hij gaat en hij komt,
we zien elkaar weken niet, soms maanden niet en plots is hij er,
nooit voor lang echter want hij verblijft voor zijn werk veel en vaak
in het buitenland waar hij, in telkens weer een nieuwe stad,
lezingen houdt of zijn allernieuwste boek voorstelt…

Tijdens zijn afwezigheid is het mijn favoriete tijdverdrijf geworden
om mijn ogen te sluiten en over hem te dagdromen en als ik
in gezelschap verkeer moet ik opletten om niet teveel te glimlachen
terwijl ik over hem mijmer anders vinden ze me een achterlijke
idioot terwijl ik bijna uit elkaar barst van blijdschap.

Ik geniet!
Elke keer als hij komt en gaat.
Het is zoals met zijn brieven…
Ik geniet dubbel,
één keer van de herinnering en één keer van het vooruitzicht.
Ik ben gewenst en geliefd... 

 

 

14:30 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.