29-10-16

Onrechtvaardigheid

Als er iets bestond waar mijn moeder, buiten seks, een waarachtige hekel aan had, dan was dat zonder twijfel ONRECHTVAARDIGHEID. Wat Fonske haar heeft aangedaan was in de eerste plaats onrechtvaardig en haar hals vulde zich onveranderlijk met rood opgezwollen slagaders terwijl dat aan het gebeuren was of wanneer ze erover nadacht. Te weten dat ze praktisch alleen zes kinderen, allemaal een hoofd met schouders, groter dan haarzelf gegroeid, heeft opgevoed in gematigde christelijke regels (met nachtelijke kruisjes op ons voorhoofd en een zacht gepreveld gebedje erbij, maar weinig preken), vier keren per dag warm eten heeft voorgeschoteld, waaronder alle dagen koffie met melk, soep, patatten, saus, vlees, groenten, fruit, snoep, boterhammen, confituur, macaroni en zelfs spaghetti met kaas "a la vache que rit" en de klederen van iedereen, acht in totaal, handmatig schuurde en waste, zonder wasmachine, zonder stromend water (regenput met handbediende zwengelpomp), zonder ijskast, zonder pampers, zonder meid en zelfs zonder echtgenoot, is gewoon over onovertrefbare energie gesproken. Dan had ze nog tijd om het haar van iedereen te knippen, de kousen van iedereen te stoppen, de ruiten van buiten en van binnen te wassen, te poetsen, te strijken, te vagen en te dweilen, de was uit te hangen, kolen uit de koolkelder te halen, boodschappen te doen (te voet), brood te bakken, confituur te maken en vijf of zes bedden op te maken, alle dagen, weekeinden en vakantie inbegrepen, terwijl ze onze jongste nog aan de borst voedde. Als dat niet getuigt van moed, wils- en en werkkracht, dan weet ik het niet meer. Het is alleen maar rechtvaardig dat terstond te bekennen en te herkennen. En dat deed Fonske niet. Hij beschuldigde haar er zelfs van, tegenover de vrederechter, dat ze teveel geld "verdeed" en dat ze hem niet genoeg "bediende" in bed. Kun je jezelf wel voorstellen wat voor een uil hij wel was? Een haarkapper bezoeken (voor haar en nagels), waaraan de hedendaagse vrouwen de helft van hun leven verslijten, heb ik haar NOOIT zien doen.

Heel waarschijnlijk is dat gevoel van onrechtvaardigheid op een spits gedreven geweest toen ze mij zovele keren zag afzien in zijn klauwen en waaraan ze niets kon doen, tenware na een eeuwigheid stillekes te murmelen " 't is nu al een beetje genoeg, hé!". Dat streven naar "rechtvaardigheid" heb ik dus, als een van de weinigen, geërfd van haar en zelfs in tweevoudige dosis. Ik kan gewoonweg geen onrechtvaardigheid aanzien, horen of rieken (smaken heb ik nooit gedaan, tenware die ene keer dat ik in mijn bed, mijn eigen tranen, onvrijwillig, heb ingeslikt). Aan mijn haar (met zijn vuist vol ervan) trekken en hevig mijn hoofd heen en weer schudden, in mijn oren en wangen knijpen tot ik op de tippen van mijn tenen moest gaan staan om ze niet te laten afscheuren en er tranen in mijn ogen sprongen van de pijn, op mijn kop en op mijn kneukels slaan met zijn houten regels, die daardoor regelmatig braken (ik geloof dat ze tegenwoordig verboden zijn, maar waarvan hij indertijd, als schoolmeester, over verscheidene dozen beschikte) en vooral op mijn wangen, met platte handen slaand, op een hels ritme van drie keer per minuut, zodat ik bijna omver tuimelde iedere keer ze, de molenwieken, vanuit een andere richting aan kwamen zwaaien (want hij was wel "tweehandsvaardig" op dat gebied), zodanig dat ik er vuurrood van uitsloeg op beide kaken, maar wel doodsbleek bleef van de angst overal elders, deden ook bij mij twijfels oprijzen over zijn ware bedoelingen. Elke keer hij met zijn kapmes te voorschijn kwam (vooraleer de kip een kopje kleiner te maken) en recht in mijn ogen keek, alsof dat mogelijk was, vluchtte ik versteld en verdook mij achter de keukendeur, als ware mijn terechtstelling nabij...

"Hier doet men en hier betaalt men" is een spreuk die veel gehanteerd wordt tegen misdadigers, bandieten en pasters in het algemeen, maar dat ik veel betaald heb en nooit iets (ernstigs) gedaan, dat is evenwel waar. Ik geloof echter dat hij, op het einde, niet meer heeft kunnen blijven ontsnappen van zijn laatste oordeel. 

Ik merk zélf ook wel op dat ik de laatste dagen veel over mijn papa-lief heb geschreven, maar wie schrijft er niet graag over zijn held en zijn voorbeeld? Toen hij, eenmaal buiten gezet door de vrederechter, de minderjarigen van ons had gedwongen hem twee keren per maand te bezoeken in zijn nieuw appartement (dicht bij de Sint Jozef's Kerk) in Roeselare, waaraan ik dus met mijn twee jongere broers aan moesten voldoen, herinner ik me nog uitstekend, was hij de eerste keer niet thuis op die bepaalde afgesproken zondagnamiddag. We bleven daar wachten, op de stoep zittend en rond slenterend, tot het op den duur klaar werd dat hij daar niet meer zou verschijnen en ik overwoog dat ik beter een papiertje zou moeten plakken aan zijn voordeur bewijzend dat wij onze plicht hadden vervuld. De eerste woorden nochtans, stokten in mijn keel. Hoe hem aanspreken? "Dag Papa", of "Beste Vake-lief", of nog "Liefste Papaatje", of gewoonweg "Pa"? Ik kon maar niet tot een bevredigend besluit geraken voor beide partijen en schreef dus maar: "VOADER", op zijn West-Vlaams dus. Kort en gezellig.

De volgende keer was hij wel thuis en verzocht ons onmiddellijk plaats te gaan nemen rond zijn eettafel. Ik herinner me dat het zonnig was die namiddag en toch kil en dat alles goed gearrangeerd was in de woonkamer. De rest hebben we niet mogen zien. Het schijnt dat hij toen al vrijde met een schele madam vanuit Kuurne (God kan soms echt zodanig wreed zijn dat men de indruk krijgt dat hij ook wraakzuchtig is, als men beschouwt dat zij met al zijn eigendommen is gaan lopen nadat hij ze op haar naam had verzet) en dat ze waarschijnlijk aan het wachten was op hem, met open gespreide benen, in zijn neukkamer, maar dat kan ik niet zweren. In alle geval, we zaten alle drie naast elkaar aan één kant van de tafel gedrumd, terwijl hij alleen aan de andere kant plaats had genomen, zoals een rechter zou doen. Hij streek zijn handen door zijn zwart haar (toen allang geverfd, want hij werd vroeger de "rosten" genoemd) en vroeg ons kalm en beheerst, net alsof hij ons aan het ondervragen was: "ewel Jootje" (Johan, de jongste), "bedankt voor het bezoekje. Zou je mij nu graag terug komen bezoeken elke week, of om de twee weken?" Jootje, zachtaardig, nog altijd: "elke week is goed voor mij" (zonder vake of papa). Met dat uitstekend antwoord nog nazinderend in zijn blinkend voorhoofd, wat bewees dat WIJ WEL degelijk van hem hielden, wendde hij zich vervolgens tot Geertje, die toen al bekommerd was over zijn mogelijke erfenis: "wil jij mij bezoeken om de twee weken of elke maand, Geertje?". "Voor mij Papaatje, is om de twee weken perfect", antwoordde hij lief en gezellig. Maar hij had ook nog nooit slagen gekregen en was super aanhankelijk, toen nog. "Goed zo", zei vake, wreed bedankend, "en gij schele otter, wilde gij mij elke maand bezoeken, elk jaar of nooit nemeer?" Grondig aangetast en ontroerd door zijn eigenaardige interesse in mij, besloot ik de aangeboden kans om mijzelf voorgoed van hem te verlossen, niet te verliezen en stortte ik meteen in tranen uit en schreeuwde "hoera, NOOIT NEMEER". Onze lieve vader (die, in de hemel) heeft onze overeenkomst netjes opgeschreven in zijn boekje en tot iedereen's voldoening is dat wel degelijk de laatste keer geweest dat we elkaar gezien hebben. Ik was toen zestien.

Zijn onrechtvaardigheden echter zijn blijven duren en terwijl ik de banden definitief heb verbroken met hem heeft Dirk, mijn ietwat oudere maar wel veel wijzere broer, zichzelf geroepen gevoeld om als onze woord- en volksvertegenwoordiger op te treden en heeft daarvoor het initiatief genomen hem verscheidene lange brieven op te zenden, onder andere ook sprekend in mijn naam(?), die allemaal beantwoord zijn geweest door papaatje, ook in lange epistels, die daarna altijd uitstekend verborgen zijn geweest door Dirk, zodanig dat ik over geen enkel stukje papier beschik waarop ik zijn geschrift eens zou kunnen nagaan, of te doen ontleden door een zigeuner. Bijgevolg ben ik nooit te weten gekomen wat ze beiden over en 't were geschreven hebben over mij, ter verdediging van zijn daden en zijn gedrag in het algemeen. Terloops echter heeft Dirk me wel verwittigd, dat hij zich, wat mij betreft, niets te spijten had.

De vaderlijke onrechtvaardigheid is zo vervangen geweest door broederlijke ignorantie.

08:44 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.