04-11-16

De Klemmende Vraag is: Zelf-"moord" of Zelf-"doding"?

Verscheidene keren heb ik artikels gelezen (en erover gemediteerd - jawel) betreffende dit veel omstreden onderwerp. Vroeger werd alles wat daarmee te zien had, kortaf als "zelfmoord" gerangschikt. Maar zoals het tegenwoordig met alle ethische zaken gaat, komen er andere stemmen roet in de woonkamer gooien. Er kan geen sprake zijn van moord als het slachtoffer er zelf mee instemt en er zelfs alle mogelijke maatregelen en middelen voor heeft aangewend, zonder enige blijk van spijt te uiten. Niet voordien en nog minder nadien. Dat is natuurlijk zijn standpunt, over zijn eigen dood. Nochtans, een lijk op de grond of aan de balk, is daar niet zomaar vanzelf komen liggen of hangen. Iemand heeft het besluit genomen een leven stil te doen vallen. Alleen moordenaars kunnen daar verantwoordelijk voor gesteld worden. Als het niet door natuurlijke redens gebeurd is, of omwille van ongevallen/roekeloosheid, dan is het opzettelijk gebeurd. En opzettelijk doden is VERMOORDEN. Onafhankelijk van wie het gedaan heeft, op wie.

Vele keren heb ik er zelf zitten over piekeren. Moord of doding? Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik tot het besef kom dat het werkelijk alleen maar moord kan zijn, vooral als de dader (en tezelfdertijd slachtoffer) GEZOND is. Fysisch EN Mentaal. Dat besluit is er alleen maar op vergroot toen ik daarover heb gesproken met een vriend, in een duister cafeetje in het centrum en nadat we al ons vierde pintje hadden besteld, ons gat plat hadden gewreven op de stoel en bewust het niveau van het gesprek opgevoerd naar "vertrouwelijk".

Hij was er zelf over begonnen, zonder enige aanleiding en had waarschijnlijk vastgesteld dat ik er open voor zou staan en in geen enkel geval terug zou krabbelen. Zoals werkelijk ook het geval niet is geweest.

't Ene verschilt eigenlijk niet veel van het andere, aangezien de daad op precies dezelfde manier gebeurt en ook met hetzelfde resultaat eindigt. De veroorzaakte pijn wordt er ook niet groter of kleiner van (ik heb nooit kunnen verstaan waarom zekere mensen zichzelf in brand steken, want dat ja, dat moet verschrikkelijk zijn, tenzij misschien voor uiterst gekwelde geesten). Ook tegenover de wereldse Goden maakt het geen enkel verschil uit, want ze hebben wel iets anders te doen op dat ogenblik en zullen nooit nazien wie er ontbreekt aan de tafel. De discussie is dus louter theoretisch en de daad zal alleszins en in beide gevallen een reden zijn waarom de verzekeringsmaatschappijen niets zullen uitkeren aan de erfgenamen.

Mijn vriend dus zweert dat hij regelmatig, of beter uitgedrukt, met de regelmaat van de uur-aanwijzer van een klok, de drang voelt toenemen, zonder veel gedrum en ook zonder dat er nieuwe factoren opdoemen die die gedachten eventueel zouden kunnen doen veranderen van richting, maar gewoon, zoals een punt in een spiraal dichter en dichter bij het centrum van de kwestie draait, hoe langer, hoe rapper en waaraan er praktisch geen krachten bekwaam zijn te weerstaan, tenzij het uurwerk terug gedraaid zou kunnen worden. Iets wat natuurlijk onmogelijk is en niet betwist, zelfs niet door de wetenschappers. Het schijnt dat dat alleen maar in een ZWART GAT, misschien, zou kunnen gebeuren, wanneer we ook een geheel nieuwe wereld zouden ontdekken, bewoond door volledig kale mannekes en vrouwkes, zonder geslachtsorganen, zintuigen en klemmende gevoelens zoals liefde en haat en dus ook zonder bloed. Net zoals rechtstaande blote kakkerlakken. Aangezien echter de temperatuur in zo'n zwart gat en de aantrekkingskracht ervan en bijgevolg de druk daar, oneindig groot zijn, kan een teder lichaampje afkomstig vanuit een gematigd aardje, daar nooit levend van onderuit geraken, zonder eerst te boeren.

Waarom dus moord en geen zelfdoding? Hij vertelt dat hij eens speciaal op stap daarvoor is geweest om te voelen wat (en hoe) er zou kunnen gebeuren indien hij besliste de knoop door te hakken gedurende de uitstap. Eerst en vooral, beweerde hij, begonnen zijn voeten onmiddellijk als loden blokken aan zijn benen te wegen. Zijn bewegingen werden aanzienlijk trager, wankelend en twijfelachtig zelfs. Hij stapte niet meer, hij sleepte zich voort. Voor een winkel stopte hij en keek aandachtig in de ruit: wat hij zag was meteen alles wat hij niet verwacht en gehoopt had in zijn leven: een verslagen mens, getergd tot op de graat en uitgeput van de jarenlange inspanning. Niets wat hij voor zichzelf gewild en gewenst had, is werkelijkheid geworden. De strijd is razend gestreden geweest, maar hij heeft het onderspit moeten delven. De tegenovergestelde krachten hadden het te fel en te hevig op hem gemunt. De uitgeleefde blik, de rimpels rond de ogen en de vertrokken mond, getuigden van uitdovend vuur. Een implosie. Een ineengestorte mens. Een puinhoop. 

Op datzelfde moment, mompelde hij, besefte hij met alle ZEKERHEID dat de juiste naam "MOORD" zou moeten gebruikt worden voor de daad van zelfvernietiging en niet "doding". Doding gebeurt wanneer er sprake is van dieren en niet van mensen. Dieren zelfmoorden zich nooit en in geen enkel geval. Dat zal, voor hem, beweerde hij mij, wel de beste verklaring voor het verschil zijn tussen mensen en dieren. Kwesties zoals intelligentie, uiting van gevoelens en geestelijke ontwikkeling zijn betwijfelbaar.

Goed dus, deze twijfel leek hem volledig opgelost.

Maar hij wilde wel mijn opinie eens horen.

Mijn mening heb ik, nog een beetje meer overtuigd van de zin en de betekenis van zijn woorden, niet geweigerd. Ik, Rudo, op de eerste plaats, verafschuw het woord "zelfmoord" helemaal niet. Maar er bestaan wel enkele hordes die overbrugd moeten worden vooraleer deze laatste held-daad, na grondige overweging, koelbloedig mag en kan uitgevoerd worden. De eerste is dat geen enkel schandaal daarover mag verwekt worden. Niet ervoor en ook niet daarna. Daarom mag het bij de kandidaat/dader thuis niet gebeuren en ook niet in de dichtste omstreken. Ten tweede mag het geen bloedbad, of andere afschuwelijke beelden, veroorzaken. Ten derde mogen er geen problemen, van eender welke aard, achter gelaten worden. Zijn lij moet volledig opgekuist staan, zodanig dat diegenen die achter blijven geen extra last geschapen door hem, moeten oplossen. Ten vierde is dan alle verdere uitleg overbodig. Hoe beter hij het tracht uit te leggen, hoe meer dat dat de indruk zal verwekken dat hij kunstmatige redens aan het verzinnen is en hoe meer dat onnodig verdriet zal veroorzaken. Wie hij kent zal het begrijpen en wie hij niet kent, moet het niet begrijpen. Ten vijfden, probeer een saaie begrafenis-situatie te vermijden.

Hij had met gebogen hoofd (en zonder er ene keer iets tussen te trachten te wringen) zitten luisteren naar mijn, bijna luidop gesproken gedachten, van aardse aard weliswaar, maar keek toen ineens op en vroeg me verder uit te wijden over dat spiegelbeeld daar, dat hij gezien had in de ruit van de etalage van die winkel en dat meer getuigde van de geestelijke aard, veel belangrijker voor hem.

En daar, vond ik, sloeg hij met de hamer op mijn kop, alhoewel meteen ook bekennend dat men de ziel beter kan doorgronden als men daar lichamelijk een spiegel voor aanwendt.

Zelden of nooit kijkt een (alledaagse) man doelbewust naar zijn eigen beeld. Zelfs niet wanneer hij zich aan het scheren is. Wanneer hij dan toch eens ECHT kijkt, met de ware bedoeling iets te onderscheiden, dan verschiet hij zichzelf een bult. Ik ben natuurlijk geen ziel-lezer of een ziel-ontleder, maar ik heb hem daarover mijn eigen ervaring verteld:

Het leven is zoals een puzzel met duizend stukjes die ineen moeten geschoven worden door elke mens, gedurende zijn bestaan. Een mens die deze wereld voor een andere verlaat en die bekwaam is geweest de puzzel helemaal te voltooien, mag men een geslaagde mens noemen. Heel waarschijnlijk zullen zelfs zijn nabestaanden niet eens erg onder de indruk zijn van zijn afwezigheid, perfect door hemzelf, eerst voorbereid.

Ieder stukje dat in zijn plaatsje terecht komt, verstrekt een heel klein beetje vreugde aan de mens. Het duurt nochtans jaren vooraleer er vorm komt in de puzzel en dan is hij al twintig. Maar dan beginnen de tegenslagen. Na eerst het kader gevormd te hebben, wat het gemakkelijkste geweest was, begint de taak moeilijker te worden en duurt het lang vooraleer men een stukje vindt dat in de binnenkant van het kader past. Om het werk te vergemakkelijken besluit hij de stukjes in vakjes te verdelen. Gelijkaardige kleuren, is een manier. Gelijkaardige stukjes, een andere. En het voorbereidend werk levert resultaat. Maar dan is hij al bijna dertig. Opeens steekt er een felle wind op of passeert zijn vrouw of een kennis en zonder het goed te beseffen of te begrijpen hoeveel uren hij daar al heeft in gestoken, botst hij (of zij) tegen de tafel en verwoest praktisch helemaal het reeds verrichte werk. Hij begint opnieuw met knarsende tanden en het duurt nu werkelijk wel veel minder tijd om hetzelfde resultaat te bekomen, maar belangrijke tijd is verloren geweest. Nu begint hij de puzzel beter te verdedigen tegen zulke soort incidenten. Zet verscheidene waarschuwborden overal rond en laat slechts een beperkt aantal mensen rond de tafel toe. Hij is nu al veertig. Iedere keer hij de juiste plaats ontdekt van een nieuw stukje, springt hij heel even op. Geluk gehad! Maar de helft ligt nog te wachten. Bovendien komt er een nakomertje en die heeft helemaal geen respect voor de tafel en nog minder voor de puzzel. Vooraleer hij kan ingrijpen ligt de helft weeral op de grond. Hij kan het doelbewust maar laat nakomertje zelfs niet straffen of verdere toegang weigeren. Het is een ongeluk geweest. Nog eens herbeginnen, is een noodzaak. Met verhoogd ritme en nog grotere onrust, maar goed geconcentreerd, probeert hij opnieuw. Hij is al vijftig. De puzzel wordt op den duur zijn enige en werkelijke taak in zijn leven. Van de puzzel hangt de rest af. Hij beschermt hem niet alleen met al zijn ondervinding en zijn kracht, maar ook de bezorgdheid om zijn familie neemt toe. Ze passen eigenlijk niet goed bij elkaar, de geestelijke puzzel en de lichamelijke familie, maar daar is niets aan te doen. Alle dagen is het strijd. Hij begint de notie te verliezen over wat er het belangrijkste is. De orde van de puzzel of het meer oppervlakkig welzijn van de familie. Hij wordt zestig en voelt duidelijk dat er, in de grond, nog niets opgelost is. Alle dagen herbeginnen. Het pensioen komt eraan en meteen ook het krap bestaan. De puzzel is intussen zestig percent gereed, maar de stukjes zijn oud geworden en de sleet zit erop. Ze vallen gemakkelijk uiteen juist wanneer hij bezig is een nieuw stukje, ook al oud, er tussen te trachten te foefelen. Diene verdoemde puzzel geraakt nooit klaar. En hij begint zijn geduld te verliezen. Zijn grootste wens, somtijds, is de tafel omver te gooien en al het geld te verdoen dat hij gedurende al die jaren heeft vergaard, om toch nog even van het leven te kunnen profiteren zonder altijd bezig te hoeven te zijn met die smerige puzzel. Maar dat doet men niet. Hij beheerst zichzelf en gaat vroeger gaan slapen dan gewoonlijk om er niet meer op te hoeven te peinzen. Maar hij geraakt niet in slaap. En hij blijft maar woelen. Hij staat op om middernacht speciaal om een stukje te vinden waar hij allang op zoek naar is geweest. Hij draait alle overblijvende stukjes een voor een om (er zijn er nog tweehonderd, op zijn minst) en nietenmedalle. Het ligt niet op de tafel. Verloren geraakt? Iemand heeft het expres weg gesmeten? Zonder aandacht weg geveegd? Voor alle zekerheid gaat hij in de vuilnisbak gaan snuisteren. Maar niets, nietenmedalle, nog ne keer. Het is weg. Allemaal voor niets geweest. Hij besluit, met een bonzend hoofd, toch maar terug te gaan slapen. De volgende morgen vindt hij het stukje toevallig, helemaal kapot verwrongen, tussen de bucht en de brol van het nakomertje. Hij verliest bijna helemaal zijn geduld. En hij kan het zich bovendien niet permitteren enkele pintjes te gaan drinken om af te koelen. Het geld van zijn pensioen is op voor hij het beseft. Een familie onderhouden met een krap pensioen is ongedaan werk. Het spaarboekje gaat eraan. En hij wordt al zeventig.

Wat heeft hij nu allemaal wel verkeerd gedaan in zijn leven? Is het werkelijk wel al die moeite waard geweest? En elke keer dat hij de plaats van een stukje ontdekt (wat hem nog altijd een kleine rilling van geluk over zijn rug veroorzaakt) compenseert voor de honderden tegenvallers, overal en gedurende zijn gehele leven, in zijn eigen leven, in het nieuws, in de familie, in de straat, in de café....????

Nee, het compenseert niet en hij stelt zich voor hoe het zou zijn moest er juist nu iemand van de dichtste familie ernstig ziek worden. Heeft hij nog de nodige krachten? Is hij daar zeker van? Zal hij nog dieper moeten gaan bukken??

En hij besluit in de spiegel te gaan kijken om de waarheid te ontdekken. En hij merkt versteld op dat hij er nog ouder uitziet dan hij in werkelijkheid al is. Hij is afgeleefd, versleten en vergaan en hij weet voorzeker dat het tijd is om een kist te gaan bestellen.

Dat is het, wat ik hem verteld heb.

We hebben onszelf niet dronken gedronken deze avond, iets wat we nooit doen, want we weten dat dat morgen niets zal oplossen. Maar we zijn wel de hele avond blijven plakken en in plaats van vier pintjes in een uur te drinken hebben we er drie uur over gedaan om het vijfde leeg te krijgen. Prettig was het niet, maar we beseften dat we in dezelfde boot zaten.

Wat de ene zou doen, zou de andere beamen.

10:09 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.