19-10-16

De Kunst om Mensen om Zich Heen te Weten te Scharen

Een persoon hier, in Brazilië, wordt maar pas het centrum van de aandacht en werkelijk als intellectueel beschouwd, in een bestaande groep of vereniging van mensen, wanneer hij in staat is drie of vier gedichtjes op een rijtje uit zijn hoofd af te tateren, na zijn vierde of zijn vijfde portie whisky, op zijn Cow-Boy's en zonder blikken noch blozen, naar binnen gegoten te hebben. Dan sluit iedereen geduldig zijn bakkes en beamen ze positief knikkend de wijze woorden van de leider, alhoewel ze daar niet altijd precies verlekkerd op zijn.

Rond twee samen geschoven tafels, in eerder gereserveerde hoeken en plaatsen van sobere café's, vooral laat in de namiddag of 's avonds, wordt er nagegaan of er zich iemand kandidaat stelt om de heersende koning van de tafel te drummen. Dat is echter niet gemakkelijk, want het betreft zich meestal om oudere mannen, getaand door de ondervinding en er gewend aan geraakt om de jongere kandidaten, zonder veel ophef, onder de tafel te drinken in de loop van enkele weinige uren, zonder dat ze het zelf beseffen.

Op een zeker ogenblik werd ik ook aanvaard als effectieve deelnemer van zo een type van "kring" waarin vrouwen praktisch uitgesloten waren. Het zal waarschijnlijk niet om principiële redens zijn, maar wel omdat weinig vrouwen zich inkaderen in zo'n eigenaardige klak van mannen, waaronder bankdirecteurs, ingenieurs, kader personeel van publieke instellingen, algemene managers van private firma's, architecten en dergelijke meer, maar waarin echter medische dokters een uitzondering vormen, waarschijnlijk omdat ze meer dan de anderen, rechtstreeks en bijna alle dagen met de dood te maken hebben en daardoor minder als lanterfanter's wensen beschouwd te worden, of zowel omdat ze niet zo erg en rap door de boemie beroerd en aangetast worden. Uitermate koele gasten dus, maar niet zeldzaam in een eenzame hoek te onderscheiden, diep over hun glas gebogen.  

Éen van die cafés droeg de naam van "Para Você", of vertaald: "Voor U".

Aan de wanden van deze bekende café, ontwaart men onmiddellijk een reeks van loden of bronzen/messing platen, waarin de namen gegraveerd staan van hun niet alleen eerste, maar ook belangrijkste, klanten, zoals bijvoorbeeld: Grote Markt Perman, of Avenue Landsberg, of Stadhuis Marinho, enzovoort. Hoe jonger de klant, hoe minder indrukwekkend de beschrijving, zoals Straat Van Leuven of Veldweg Da Silva. Hoe langer men klant blijft dus, hoe rapper men kan stijgen in de rangschikking van de belangrijkheid van de stadsstraten, rivieren, stations, stedelijke zwem-kommen, postkantoren, hoerenkoten en andere openbare gebouwen en plaatsen, etc...

Ik kreeg algauw in de gaten dat de stemming perfect was voor mijn eigen goesting, maar dat echt toebehoren aan deze pan mensen die, net zoals ik, over veel onderwerpen weten mee te zwansen, moeilijk zou worden. Rechts gezind natuurlijk en duidelijk het verschil makend tussen wie het bevel hanteert en wie eraan gehoorzaamt, alhoewel ik toen al aan beide zijden mijn weg wist te slaan. Ook het feit dat ik een afgestudeerde buitenlander was, hielp me in hun vellend oordeel.

De kunst om gedichtjes, van al dan niet beroemde schrijvers of zelfs van eigen maak, deftig en medelevend te kunnen declameren, is niet aan iedereen gegeven, net zoals moppen vertellen, maar beïnvloedt zeker en vast het respect van de overige schapen van de kudde, die hen als hun werkelijke leiders beschouwen en vereren en die daarom ook, voor hun platen, over de meest opvallende plaatsen aan de wanden beschikken. Men moest al veel lef en overtuigingskracht bezitten om etappen over te kunnen slaan en rapper aan de wand voort te schuiven dan andere, oudere klanten.

Over het algemeen mag men beweren dat ik goed kan luisteren, terwijl ik aandachtig de mensen gade sla, hun persoonlijke tic's en woordgebruik, hun houding en hun al dan niet verregaande moed en aantrekkingsvermogen, in overweging neem. Ik lach me ook graag een bult met uitstekende moppen, tot ik er zeer van krijg in mijn maag en in mijn kaken en ik somtijds zelfs een druppeltje pis, geheimzinnig, laat ontsnappen in mijn onderbroek.

Van de andere kant, "uitgedaagd worden" laat ik niet goedkoop passeren. Zoals ze het hier zeggen: ik geef een koe om niet in een ruzie verwikkeld te geraken, maar ik geef een kudde koeien om, eens erin, er niet meer uit te hoeven te vluchten. Ik laat mij nooit overtuigen en haal er tientallen voorbeelden bij om mijn standpunten te verdedigen, zodanig dat mijn ondervragers rap blijven stokken in hun antwoorden terwijl ze in mijn kobbe-web verloren geraken en op den duur niet meer weten waarover het precies gaat en waar de bal zich juist bevindt. Ik ondersteun mijn woorden met veel hand en armgebaren en recht mezelf stijf op. Vooral als het over politiek gaat. Vele keren vallen mijn woorden in vruchtbare aarde, maar dan komt altijd die muur terug opdagen: "wij zijn genoodzaakt traditioneel, orthodox, ouderwets en onwrikbaar te zijn. Wij zijn van het herenhuis en de anderen zijn van het kot". Niets aan te doen. Uit dat (in het felle zonlicht blakend) veld komt er zelden een haas te voorschijn. Familie, Traditie en Eigendom, is hun fundamentele waarde en leuze. Meestal stoeien ze met de eerste twee bepalingen een beetje rond en onderhouden ze gemakkelijk, bedekt door het publiek geheim, een bijzit en doen ze soms vreemde pierewieten die niets te maken hebben met traditie, eer en moreel, maar over EIGENDOM, is er geen sprake van mogelijke twijfel of onenigheid.

Zolang één percent van de bevolking over negenennegentig percent van de rijkdom in het land beschikt, zal daar geen verandering in komen.

En dus voelde ik mij daar niet echt thuis en heb ik uiteindelijk vrijwillig gestaakt aan de samenkomsten. Toch voelde ik me daar hartelijk welkom, ook al en vooral omdat ze die negenennegentig procent wel eens wilden uithoren, uiterst democratisch zoals ze zijn. In diezelfde zin moet niemand verbaasd opkijken wanneer ze bereid zijn, langs de Rotary en de Lion's Clubs om, lievelingsdaden te plegen en de kruimeltjes van hun tafel als aalmoes naar de armen te werpen. Maar niet alle dagen natuurlijk.

Onderdanig buigen, nochtans, wil, kan en mag ik niet (meer).

Mijn geweten is niet alleen mijn strenge rechter, hij is bovendien mijn wrede beul.

05:55 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.