04-10-16

dinsdag...marktdag...

 

‘Waarom kom je niet eens naar de stad, naar de wekelijkse markt…’ 
vraagt mijn papa op een zonnige doordeweekse namiddag terwijl
we samen op mijn tuinterras in de schaduw van de steeneik in
de gemakkelijke zetels zitten en een tas koffie met elkaar drinken…
‘je mag je niet opsluiten kindje, nu je toch niet meer naar kantoor
gaat, heb je toch tijd om af en toe eens naar de stad te komen
en als je een keertje naar de wekelijkse markt komt,
heb je meteen een doel, je kunt er al je fruit en groenten kopen
net zo goed als in de dorpswinkel en de kans is groot dat alles wat
je op de markt koopt veel verser en heel wat goedkoper is dan in dat
kleine warenhuis in dat afgelegen dorp van jou,
en je eet graag verse vis, welnu op de markt kan je zo veel soorten vis
kopen als je maar wilt en veel verser zal je nergens vinden
tenzij je de zee opvaart en zelf je netten uitgooit….’
Jaja…’ antwoord ik weinig enthousiast…’ misschien doe
ik dat wel eens…’
en ik verander behendig van onderwerp
want het is eeuwig en altijd hetzelfde gekibbel tussen
mijn papa en ik, hij houdt van de stad en de drukte van
veel mensen zien en hij zou willen dat ik dat ook doe maar
ik hou van de rust van mijn dorp, de landelijke stilte
en ik wil liever niet veel mensen om me heen.

Maar kijk, we zijn enkele weken later, en vandaag,
een zonnige najaar 's dinsdag, rijd ik naar de stad,
ik loop over van goede wil en ben vast van plan om vandaag
op de markt mijn wekelijkse boodschappen te doen.

Wanneer hebben ze hier het beperkt parkeren ingevoerd vraag
ik mij af wanneer ik de stad nader.
Ik rij naar een parkeerterrein een héél eind verwijderd van het
stadscentrum, vind een vrije plaats, parkeer, trek de handrem aan,
sluit mijn wagen en ga te voet naar het winkelcentrum, mijn grote
boodschappenmand slaat bij elke stap vervelend tegen mijn benen.

Op de markt is het een drukte van jewelste, een gesjouw, alles gauw,
smijt de pakjes daar maar neer, marktkramers roepen en tieren over
de kwaliteit van hun koopwaren, hun geschreeuw schalt in golven
over de mensenmassa.
De geur van vers fruit vermengd met de geur van brood,
gebraden kippen, vlees, vis, kruiden, groenten, bloemen, kaas en veel
mensen prikkelt onaangenaam mijn reukorgaan.

Ik neem een kijkje bij een gigantisch groot viskraam, ik moet maar
mijn neus volgen, mijn papa heeft niet gelogen, de keuze is enorm,
er liggen meer soorten vis dan ik ooit al op mijn bord heb gezien,
maar wat een teleurstelling, er staan vier dikke rijen wachtenden
vóór mij, ik voeg me bij de menigte en wacht af...
ná één minuutje of zo vraag ik hoopvol aan de man naast mij of
ik misschien een nummertje moet trekken om aan de beurt te komen.
Neen nee, zegt hij laconiek en verbaasd over mijn onwetendheid,
op de markt wordt er niet met nummertjes gewerkt,
en rustig legt hij het mij uit,
- je staat hier in de rij en wacht gewoon je beurt af en dat duurt
gemiddeld zo’n halfuur tot 3 kwartier.
Ik kijk hem ongelovig aan of hij mij niet in de maling neemt,
neen, toch niet, ik bedank hem voor de mededeling en verlaat
teleurgesteld en onverrichter zake het viskraam,
zoveel geduld heb ik niet…nog nooit gehad,
maar ik voel toch iets van bewondering voor heel die rustige,
afwachtende menigte…

Enkele groente- en fruit kramen verder, in stilte vergelijk ik de prijzen
en de kwaliteit van de waren met die van in de dorpswinkel,
mijn dorpswinkel wint, loop ik mijn papa, vaderlijk, beminnelijk
en breed lachend, tegen het lijf.
‘Dag kindje, wat zie je er weer beeldschoon uit deze ochtend en
wat ben ik blij om te zien dat je mijn wijze vaderlijke raad hebt
opgevolgd, nu je de tijd en de kans krijgt om wekelijks naar de markt
te komen moet je dat doen, gewoon doen en
hij zoent mij hartelijk op de wang!’
Ik kijk hem glimlachend aan en hij lacht naar mij en mist,
zoals altijd, dat weet ik, als hij mij ziet,
mijn moeder waar ik zo goed op lijk.

Zonder dralen neemt hij me bij de arm en troont me mee naar
een groot terras van een café met zicht op enkele fraaie
bloemenkramen en doet me zitten, hij is in zijn nopjes,
ik ben tenslotte zijn lievelingsdochter.
Nog vooraleer de ober onze bestelling heeft opgenomen heeft
papa mij al voorgesteld aan enkele mensen die ik nog nooit eerder
in mijn leven heb ontmoet, zijn vriendenkring is groot,
zijn kennissenkring nog groter.
Voortdurend gaat het van:
Ha! Wie we daar hebben? Albert, en kijk eens, dat is nu mijn
dochter, hoe gaat het?
Ha! Wie we daar hebben? Victor, hoe gaat het? En kijk,
dat is nu mijn dochter. Na Albert en Victor volgen nog
Dieudonné, Jules, Charles, Rozanne, Yvonne, André….
en van de vele anderen ben ik intussen de naam vergeten.
Het is steeds hetzelfde liedje, ik bedoel gesprekje, ik hoor nogal wat.
Hoe gaat het, vraagt mijn papa en er is niemand die antwoordt:
‘Alles gaat uitstekend’, neen, de één heeft het aan zijn rug,
een ander een versleten heup of knie, of verstopte aders, cholesterol,
te veel suiker, hoofdpijn, stijve spieren, maagzuur…
alle mogelijke ziektes en ongemakken komen aan bod,
gevolgd door ziekenhuizen en dokters, goeie en slechte,
de behandeling en nabehandeling, de zalfjes en de pillen…
Mijn blik dwaalt af naar een man die mij al een hele tijd
onbeschaamd aangaapt, hij zit twee tafels van ons vandaan,
is breedgeschouderd en trekt zijn buik in.
Om zijn sixpack te showen draagt hij expres een te krap bemeten
getailleerd hemd met opgerolde mouwen die rond zijn biceps
spannen, hij heeft zich rijkelijk besproeid met after shave,
de goedkope geur walmt in onze richting en ik vind ze erg storend,
hij is zonnebank bruin en aan zijn pols draagt hij een opzichtig
groot horloge, ik kijk onbeschaamd en ongeïnteresseerd terug
terwijl hij met mij flirt, niet discreet maar met de zelfingenomenheid
van iemand die elke vrouw in zijn bed krijgt,
de andere man die aan zijn tafel zit is een identiek exemplaar
maar iets minder zelfverzekerd...

Plots sta ik recht, ik heb er genoeg van,
ik heb hier helemaal geen zin in, ik neem afscheid van papa
met een zoen, zwaai naar zijn vrienden en verlaat het terras.
Ik ga regelrecht naar mijn wagen en rijd vooraleer ik huiswaarts
keer naar het bescheiden warenhuis gelegen aan de rand
van mijn dorp en koop er snel alles wat ik wil of nodig heb.

De wekelijkse markt…?
Neen, bedankt, ik ben er geen liefhebber van...


 

17:25 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.