01-10-16

Lof aan Snotneuzen

Iets wat mij levenslang in mijn oren is blijven nazinderen is die ene keer geweest dat mijn moeder beweerde, aan "ik-weet-niet-meer-wie", in mijn bijzijn dan nog, in de keuken, dat ik met mijn gebruikelijke spraakovervloed, later heel zekers een advocaat zou worden. Ik herinner me niet van ander lof, gedurende de daaropvolgende jaren, tenzij dat ik een duivelse koppigaard was. Het is misschien juist daarom dat ik mij dat enig voorval zo goed in mijn geest heb geprent. 

Maar ik ben dus helaas geen advocaat geworden en het zou ook praktisch onmogelijk kunnen gebeurd zijn. Het lijkt er eerder op dat ik een geval ben van "buitengewone domheid", of wetenschappelijk uitgedrukt, een "licht geval van het syndroom van Down".

Mijn vader, bewuste kenner van zijn eigen kroost, was daar vast van overtuigd en lanceerde in alle windrichtingen, voor iedereen's gebruik dat, gezien de omstandigheden, een opleiding als metser mij het best zou passen. Hij heeft er toen niet uitbundig aan toegevoegd of ik een uitstekende of alleen maar een goede metser zou kunnen geworden zijn, maar hij heeft wel de daden bij de woorden gevoegd en mij meteen naar de Vakschool van Roeselare VERWEZEN, waarna ik verwacht werd, in een één-twee-drie, mijn financiële bijdrage te kunnen beginnen leveren voor de opvoeding van zijn overige kinderen, die het uiteraard veel verder zouden brengen en doelmatige investering vereisten.

Beide oordelen hebben mij mijn leven lang achtervolgd en het is vanzelfsprekend geweest dat ik in mijn vaderde-lief, niet uit wraak maar na koelbloedige overweging, een uitermate enorme KEMEL heb ontdekt. Toch ben ik bekwaam mezelf te beroeren iedere keer ik iemand zie schreien omwille van hun strenge, maar JUISTE vader, wanneer deze al enige tijd in zijn graf aan het vertoeven is. Wat ze dan hoogst waarschijnlijk ineens beseffen is dat ze hun eeuwige BESCHERMER definitief hebben verloren....

Maar mijn moeder heeft, van de andere kant, de pijl toch ietwat te ver van het doelwit geschoten. Ik heb niets van een advocaat. Tenzij het VLOEKEN, eigen aan bijna alle advocaten, wat ik gehoord heb van mijn eerste vrouw die niet alleen luidruchtig vloekte maar, zich verontschuldigend, zweerde dat zij dat geleerd had van andere advocaten, in de wachtzalen van het forum, terwijl de rechter, ook een verwaande vloeker, zijn veroordelingen uitbraakte (het schijnt dat dat eveneens het geval is met ervaren en ook onervaren chirurgen die, iedere keer ze er juist "naast" snijden, de nieuwe zuster-verpleegster hevig doen blozen). 

Een snotneus loven, weet ik nu, zal eeuwig in zijn hoofd blijven spoken en hem alles behalve, teisteren. Ze doen geen mirakels maar ze betekenen, elke keer (als dat niet overdreven wordt natuurlijk) een reddingspaal in zijn kronkelig bestaan, terwijl van de andere kant, lof op oudere leeftijd, naar stinkende gaten doet ketsen.

Ik weet van mezelf dat ik, buiten doodgewone vakken zoals wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, Nederlands, Frans en Godsdienst (ik was wel een uitstekende bok-springer) ook in het vak "opvoeding", voortdurend gebuisd ben geweest (zoals bijvoorbeeld onlangs nog bevestigd door mijn broeder-wijsneus), maar als er iets bestaat, buiten discipline, stiptheid, verantwoordelijkheid en ernstigheid (wanneer gepast), dat belangrijk is in het leven, dan is dat het kind, gelijk waar en wanneer, besprenkeld moet worden. Net zoals de bloemen in je hof en het vee in de weide. Is het jouw eigen kind niet, des te beter, want dan zal het nog overtuigender klinken.

Een vader die het hoofd van zijn kind regelmatig in de beerput dompelt, is geen vader, maar een klootzak.

08:43 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.