15-09-16

Opmerkelijke Zakenlui, die Rumbekenaars

Toen ik nog lang geen volwassen tiener was, maar ook en vooral geen kleuter, heb ik verscheidene Rumbeekse zakenmensen leren kennen die voor mij waarlijke bladwijzers zijn geweest in mijn herinneringen over Rumbeke, locomotief van West-Vlaanderen (op zijn beurt locomotief van België - de rest is WAGON) en mij, zodanig, op de juiste commerciële weg hebben helpen zetten.

Voor zover ik weet bezitten ze nu allemaal luxueuze buitenverblijven in Koksijde, De Haan en ook in Benidorm.

De eerste en belangrijkste was natuurlijk Lowietje, de beenkapper, klein en mollig van gestalte, maar voorzien van een neus die voor de Familie Van Leuven het onderspit niet moest delven en zelfs menige mensen deed twijfelen of de vijfde in onze reeks wel degelijk van dezelfde originele neus-oorsprong was. Wij keken beiden wantrouwig (ik dus en de beenkapper) naar elkaar door het vervormende glas van zijn toonbank, wat zijn gespannen buik nog groter deed lijken. Zijn kapmes hield ik nauwkeurig in de gaten, want het was al eens eerder gebeurd dat de bijl eraf vloog terwijl hij tekeer ging op magere kiekenborstjes en zielige puitenbeentjes en hij met het stokje bezem in zijn hand bleef zoeken naar waar het gietijzer was gevlogen. Gelukkig nooit in mijn richting, maar ik heb zijn hond wel eens horen janken. Het is hier ook belangrijk te vermelden dat Lowietje, toen al, zestig jaar geleden, de smeerkaas "La Vache que Ri" verkocht, waaraan ik tot heden verslaafd ben gebleven. Vandaag is hij en zijn nageslacht, eigenaar van de keten "Mac-Lowietje-que-Ri".

In de gazettenwinkel en drukker (vooral bezocht om stiekem de eerste bladzijde van "Kwik" te kunnen zien, waar blote schouders toen al de plak zwaaiden), die de gemeente ook voorzag van materiaal, zoals naam-geboorte-huwelijks- en overlijding's kaartjes en berichtjes, werd ik meestal bediend door de moeder van Aurel, de jongen die poppentoneelvoorstellen organiseerde in onze garage voor de geburen (o.a. de Van Kerkhove's, de Spincemallie's, de Van Steenkiste's, de Goegeluck's, maar nooit "Cathie van 't Kasteel", die ik altijd halvelings verwachtte maar die niet opdaagde omdat we nog allemaal snotneuzen waren, in haar opinie, natuurlijk), mits betaling van één Frank entree, per persoon en waarvoor we eerst zelf de poppen moesten fabriceren, gemaakt van gazettenpapier (De Bond en De Weekbode), vooraf gedompeld in een kruik water, met lijm gemengd. Hij heeft, gelukkig, nooit met verlies moeten afrekenen. Tegenwoordig is hij CEO van "Dag Allemaal".

Met een ander af-gesmeekt Frankske van ons moederke waren we bekwaam een zakske spekskes voor elk van ons aan te kopen in het winkeltje om de hoek (alleen maar op zondagen, zijnde ene keer wel en de andere keer niet), waar het oud madammeke ons altijd verraste met een nieuwe voorraad zakskes spekskes, waarvan de onderaan en dus verdoken liggende, zwarte, op teer gelijkende ballekes mij meer en meer aan macadam herinnerden, zodat ik er mijn kiezen op kapot heb gekauwd, vooraleer ik begrepen heb dat tanden niet opnieuw terug groeien. Weet jij aan wie de ketting winkels "Tante Jessy" toebehoort?

De vrouw die ons verse soep verkocht (aan diezelfde hoek, met de Roeselaarsche Steenweg), was eveneens bezig de eerste bakstenen van haar bedrijf opeen te stapelen. Een kannetje soep voor 7 frank het stuk, paste echter perfect in ons budget. Tomatensoep met gehaktballetjes was uitstekend. Altijd erom rond het middaguur, op onze velô, heen en terug, was dagelijkse kost voor één van de bereidwillige broers. Het is onder andere zo geweest, op de terugweg, terwijl het kannetje over en 't were bengelde aan mijn stuur, dat ik ontdekt heb dat ik eigenlijk zo scheel als een otter op de stoep reed en iedereen deed nakijken, maar het kon me, toen al, amper schelen. Producten van "Maggy" kan je zelfs nu al, in China, aan de hand slaan.   

Een andere opmerkelijke ondernemer was ons gemeenschappelijk boertje "Fontje met zijn peird, juju djok" (ik heb het eerste stroofje van dit fantastisch gedicht vergeten), die zijn schoon boerenpaard (met dat eigenaardig aanhangsel, daar onder zijn buik) naar de weide begeleidde, op het einde van de Spanjestraat, waar er, juist aan de kant van de daar nog altijd bestaande fabriek, een grondwaterbronnetje en een bijbehorend grachtje al eeuwen overleefde en waar er een kudde salamanders, op hun eentjes, rond zwom, ondanks de aanvallen van de zoon van onze huisdokter, Dr. Spincemaillie (die toen al het verschil wist tussen een valling en een griep en bovendien vast had gesteld dat de verharde klier in mijn borst niet ernstig was en dat ik zomaar verder zou moeten blijven leven tot aan het einde van mijn dagen) die ik eens, van verre, betrapt heb terwijl hij een rietje in het gaatje van één ervan had gestoken en erin bleef blazen tot het kreunend uiteen spatte. De smerige klootzak. Ik heb hem dat nooit vergeven. Fontje en zijn erfgenamen zijn nu dikwijls te zien in het hoofdkantoor van de "Hippodroom" van Oostende. 

De meest angstwekkende figuur echter was de bakker van de Izegemstraat die dagelijks alle straten van Rumbeke afreed op een driewieler, met een grote bak vol met grote ronde super smakelijke Rumbeekse broden erin, voort getrokken door twee uitgemergelde honden, aan beide zijden van zijn trappelende voeten vast gebonden en die hij een schop gaf om te vertrekken en een andere schop, onder hun kloten, om halt te houden. De honden hoestten zelfs niet, laat staan blaften, van de geleverde inspanning. Ze zouden op de Zuidpool geen lelijk figuur hebben geslagen, waren ze daar ooit verzeild geraakt om de afstand tussen Antarctica en Groenland te overbruggen, aan de andere kant van de bol dus. Al horen spreken van "Thomas Cocksucker"?

Dan hadden we nog de uitbuiters van de winkels "Delhaize" en "De Spar", allebei op de belangrijkste straat gevestigd en die dochters hadden die van mijn ouderdom waren. Die van Delhaize heb ik nooit kunnen bekoren, maar die van de Spar, integendeel, was niet bang om mij, vrijwillig, haar smakelijke borsten te laten betasten. Was ik daar echter niet vroegtijdig mee gestopt, ik zou vandaag slechts ongeveer tien winkels per dag hebben kunnen aflopen om mijn zakken niet te doen overlopen van de muntjes.

Andere burgers waren geen onderhandelaars, maar waren wel serieuze blikvangers (Meester Van Leuven er niet bij gerekend), zoals de Chef van de Statie, die ervoor gezorgd heeft dat twee treinen recht op elkaar botsten, juist vóór zijn Statie, rond het middaguur, toen hij in zijn zetel thuis, recht meende te hebben op een zalig dutje en zo definitief het station daar heeft helpen doen sluiten. Zijn zoon, Jozef, mijn beste vriend ooit, keek altijd sip, net zoals zijn moeder, de "Madam van de Chef van de Statie" (ik heb hun eigennamen - van de chef en van de vrouw van de chef dus - nooit horen uitspreken), die voortdurend deden alsof ze een gepelde ajuin hadden ingeslikt en eeuwig zuur toekeken terwijl ik begon, op de tafel van hun voorkamer, aan een reuze-puzzel van duizend stukjes, wat mij een week van sleur en geduld heeft gekost. "De LIJN" is intussen nog altijd aan het groeien.

Nog een andere eigenaardige kerel was Jacques, een tomatenkweker, die uiteindelijk ons huis vanonder ons gat heeft weggekocht met de winst van zijn tomaatjes, om er zijn ongetrouwde zuster in te doen vergaan. Ik ben er nog altijd niet zeker van dat ze alleen maar broer en zuster waren voor elkaar, maar heb je al horen spreken van "Knorr"? 

Had ik nu geld, ik zou "ons huis" terug kopen om er nieuwe verjaardagsfeestjes in te kunnen organiseren...

... en ook om, in wijlen onze weelderige tuin, terug fruit (kersen, aardbeien, stekelbessen, peren, appels, pruimen, jeneverbessen, frambozen, rode bessen, pompelmoezen, aambeien, enzovoort... ) en groenten (aardappelen, sla, erwten, tomaten, wortels, komkommers, enzovoort... ) te kunnen planten, oogsten en plukken.

Hoe rijk is ons verleden wel geweest, onafhankelijk van de klootzak die ons daar gezet heeft?

scannen0003.jpg

In 1961, in mijn beste profiel, ooit. Let op de VURIGE blik en de wapperende oren die uitstekend van pas kwamen gedurende mijn wedstrijden met Jean-Pierre Monserez, wanneer de wind van achteren kwam..

01:53 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.