22-08-16

Schele Otters Zijn Ook Maar Mensen

Heel in het begin van deze blog heb ik er eens op gezinspeeld dat ik, indien ik ietwat eerder goed gekeurd geweest zou zijn, lichamelijk en geestelijk, voor toetreding tot de Officiersschool van de Federale Politie in Brussel, ik waarschijnlijk, op gebied van discipline, later dan als voorbeeld gebruikt zou kunnen geworden zijn. Toen ik echter thuis een telegram ontving dat ik me toch maar mocht aanmelden, stond ik al aan mijn achterdeur (ik vermeld de achterdeur, omdat de voordeur alleen maar bestemd was voor gebruik door ons vake-lief), met mijn derde-hands valieske in mijn handen, gereed om vanuit Rumbeke naar het station van Roeselare te stappen, op reis naar Brazilië. Ik had ervoor gezorgd daar een half uurke vroeger te arriveren dan de vertrektijd van de trein want ik was er niet absoluut zeker van, alias ik hoopte erop, dat iemand, ik weet niet wie dat eventueel gedaan zou kunnen hebben voor mij, mijn toen bijna-ex-lief Doriske verwittigd zou hebben en dat zij er akkoord mee zou gegaan zijn mij vaarwel toe te wuiven, maar dat is helaas niet gebeurd, alhoewel ik mijn hoofd nog door het venster van de laatste wagon gestoken heb, tot voorbij de bocht in Lichtervelde (of was het in Torhout al?), zodat ik haar nog even gezien zou hebben terwijl ze het perron afrende, op zoek naar mij en ik zelfs overwogen zou hebben aan de noodrem te rukken om op mijn voeten terug te kunnen keren. 

Fysisch echter werd ik vooralsnog afgewezen omdat ik over geen dieptegezicht beschikte. De onderzoeker keek niet eens diep in mijn ogen, maar wees mij een microscopisch-aardig systeem aan waarin ik twee pijltjes, elk voor één oog bestemd, op dezelfde hoogte moest weten te brengen en waar ik niet in slaagde, zelfs niet na verscheidene pogingen. In andere woorden, ik was (en ben nog altijd) zo scheel als een otter (als ik een mens recht in de ogen tracht te kijken, dan draait hij zich om, om te zien naar waar ik dan wel aan het kijken ben) en er bestaat geen heil en ook geen toekomst voor een schele mens in de BOB. Stel je wel even voor hoe belachelijk dat wel zou geweest zijn: ik de (mis)dader verwijtend aanstarend en hij zich omdraaiend, om versteld, naar mijn chef te gluren.

Enkele jaren geleden was er een Amerikaanse TV-reeks waarin een schele acteur de hoofdrol speelde. Een onderzoeker van de politie (inspecteur Columbus, geloof ik), maar zelf werd ik hem algauw beu, want lelijk mocht hij wel zijn, vond ik, maar SCHEEL???

Dat als inleiding voor mijn echt waar verslag over wijlen mijne beste vriend.

Ik had een collega op het werk in Recife die nog scheler was dan ik, wat mij uitstekend paste, want zo kreeg hij meer en langer de aandacht dan ik, gedurende onze gezamenlijke reizen al over het noordoosten van het land. Hij was verkoopleider (terwijl ik verantwoordelijk was voor de technische afhandeling) en was absoluut niet beschaamd over zijn eigenaardig gebrek. Integendeel, hij gebruikte het om zijn slachtoffers in de hoek te drummen door zich heel dichtbij, voorover, te buigen en met zijn stinkende adem, de nodige handtekening rapper af te dwingen en op te eisen dan eender welke andere schonere verkoper bekwaam was te doen. De meeste klanten beseften maar echt wat er aan de hand was toen hij al de deur uit was.

Zoals iedereen in de verkoop kon hij uitstekend weg met een glas whisky. Een "glas whisky", is bij manier van spreken natuurlijk, want een halve tot een volledige fles, per avond, is nooit een uitzondering geweest. En met dat kon ik echt meedoen. Zijn naam was Rosalvo P. Oliveira. Ik schrijf "WAS", omdat hij intussen al gestorven is. Mijn oudste dochter beweert dat ze mijn ogen maar ene keer vochtig heeft gezien en dat was op zijn graf. Ik heb haar verzekerd dat het te doen had met de lastige windvlagen, die morgen.

Voor de verandering waren zijn politieke meningen juist de tegenovergestelde van de mijne, wat mij hevig beroerde, maar we maakten geen echte ruzie daarover. Ik had mijn argumenten en hij luisterde er aandachtig naar, terwijl hij ze door slikte, maar ik heb hem nooit kunnen overtuigen.

Feit is dat hij opeens te weten kwam dat hij diabetisch was. Het maakte hem absoluut niet triestiger of opgewekter dan hij altijd al geweest was, maar het verplichtte hem aan reeksen hemodialyse, drie of vier keren per week, te beginnen. Dat nam altijd enkele uren in beslag en hij profiteerde ervan om zijn collega's op te beuren. Dat laatste heb ik zelf nooit gezien of verteld geweest, maar ik ben er zeker van dat hij niet over zichzelf klaagde en dat is al meer dan genoeg. Nog wat later hebben de dokters zijn buik uiteen gesneden en is hij er, zonder snikken of treuren, van naar de horizon vertrokken.

We maakten er een gewoonte van, 's middags, één enkele halve kip voor ons tweeën rustig op te zitten vreten in een dichtbij gelegen café-restaurant, wat de kelner ietwat nors maakte. Van de andere kant, drie of vier dosis whisky erbij, ook voor elk van ons, op de rekening van de firma (werkvergadering) verhielp deze nare situatie, zodat, wat eigenlijk bedoeld was om een half uur in beslag te nemen, uiteindelijk verscheidene uren duurde. Dagelijks. Het moet hier gezegd dat het nooit over voetbal ging en nog minder over vrouwvolk, alhoewel ik, in die zin, nooit een steek heb laten vallen. Zodanig dat, wanneer er één passeerde, hij respectvol zijn zin in het midden afbrak, zodat ik niets van zijn reden zou verliezen.

Op een noen, na zijn eerste happen, haalde hij zijn houten tandenstokertje te voorschijn en begon hij vlijtig tussen zijn gele en onregelmatige tanden te koteren, toen ik juist bezig was aan een mager billetje te knabbelen. Er vloog echter opeens een stukje van de vleugel van de kip, nadat hij de stoker als een hefboom had gebruikt, van tussen zijn tanden en belandde verrassend op mijn bord. Ik had het wel degelijk gezien en hij ook en we keken beiden ingespannen naar mijn bord waar we trachtten de spelbreker te onderscheiden en waar we, ongelukkig (of was het gelukkig?) niet in geslaagd zijn omdat er daar verscheidene andere brokjes vlees overal verspreid lagen.

Ik begreep niet goed waarom, maar ik verloor mijn honger op datzelfde ogenblik. Om niets te laten blijken goot ik meteen mijn glas whisky achterover en vergat ik volledig de overschot van mijn half part van de halve kip. Ongestoord bleef hij verder koteren tot hij besloot terug te beginnen vreten. We hebben er verder nooit nemeer een woord over gerept.

Een andere keer in Teresina, de heetste stad in het noordoosten van het land, kwamen we aan bij een klant die zelf ook erg scheel was. Hij vond dat er iemand met zijn kloten aan het spelen was en hij weigerde ons toe te laten te gaan zitten. Ons gesprek, deze keer, heeft niet langer dan twee minuten geduurd en we wisten heus niet, elk van ons, waar precies naar toe te kijken. Een volledige flop. 

Van je beste vrienden, en klanten, moet je het dus wel hebben.

PS:

Op dit moment is het belangrijk uit te leggen dat Papa-lief (als Meester Van Leuven aangesproken, voor alle vrienden en ook alle vijanden), toen ik al rond de twaalf draaide, het beu was geworden mij somtijds voor te moeten stellen (iets wat hij zo goed als mogelijk trachtte te vermijden) aan de moeders van zijn leerlingen van het vijfde studiejaar van de Broederschool in Roeselare, die hem dan vragend en verbaasd aankeken: is diene schelen werkelijk jouw bloedeigen zoon? Daarom had hij toegestaan aan een vrouwelijke oogarts in het Heilig Hart's Hospitaal zich op mij te oefenen om het scheef oog recht te trachten te zetten. Dat is goed gelukt voor haar, in haar proefperiode, maar voor mij is er niets essentieels veranderd, tenware dat het geopereerd oog wel recht is beginnen te kijken, terwijl mijn toen nog goed oog, scheel is geworden.

In alle geval, 't is beter geweest dan niets en het bevestigde zijn theorie dat de heiligen van thuis nooit wonderen verrichten.

17:57 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.