07-06-16

Een Tweede Nachtmerrie

Zoals het behoort aan een lustvolle gepensioneerde puber, kort na het middaguur strek ik mij, wanneer mogelijk, neer op de sofa die dicht bij de toegangsdeur naar het balkon staat, zodat ik, plat op mijn rug gelegen, de blauwe hemel kan bewonderen, alleen maar gestoord door het hoogste verdiep van het kantoorgebouw recht voor mijn woning. Dan droom ik met mijn ogen wijd open hoe, jaren geleden, mijn jong en fel liefje schrijlings over mijn borst was gaan zitten, zodat ze haar ontblootte knopje aandachtig over mijn ribbenkast kon wrijven, heen en weer, tot ze er opdringerig genoegen van begon te krijgen en ze haar platte handen op mijn schouders plaatste om zo harder met haar bekken te kunnen blijven drukken, wiegend zoals een bootje in de golven op een woeste zee en ik mij verplicht voelde haar een beetje te verankeren met een omgekeerde vinger, tot ze haar hoofd in haar nek kantelde en luidruchtig begon te hijgen en te kreunen en vervolgens lekker gereed kwam.

Je hebt het goed gelezen, dat was een herinnering, zoniet een droom, hoe ze het gedaan zou kunnen hebben, of gedaan heeft, jaren geleden. Ik hoef niet uit te leggen dat mijn piemel, toen al, maar nu ook, op aandacht aan het rekenen was geweest, maar zich op dat ogenblik koest heeft moeten blijven houden, want er bestaan tijden dat de liefjes het eerste recht veroveren.

Zonder het degelijk te beseffen doezelde ik in en begon ik werkelijk in dromen verzeild te geraken. Eigenaardig genoeg was het niet over het vervolg van deze dagdroom, maar over een helikopter die boven het kantoorgebouw aan het wieken was, waarschijnlijk om iets, oftewel om iets anders, te kunnen onderscheiden, waaronder de mogelijkheid mijn stijve penis onder mijn bruine pantalon onderzoekend gade te kunnen slaan. Ik zag duidelijk hoe de piloot in mijn richting gluurde en opeens, zonder waarschuwing, het toestel naar beneden deed tuimelen. Ik vond dat nogal een uiterst riskant manoeuvre want het platte dak van het gebouw was heel dichtbij. Met afkeer echter zag ik dat hij de helikopter niet meer in bedwang kon houden en vliegensvlug naar de grond stevende. "Vliegensvlug stevende" is bij manier van spreken natuurlijk, want het gebeurde veel rapper dan vliegensvlug. Het was eigenlijk met de snelheid van een vallende baksteen.

Op het ogenblik dat hij op de grond uiteen spatte, werd de gestalte van de piloot oneindig klein, om niet te zeggen, volledig plat vermurwd.

Verbijsterd nam ik dat allemaal in mijn geest op, tot ik mij ineens herinnerde dat die crash op minder dan twintig meter afstand aan het gebeuren was en dat de brokken overal rond zouden vliegen, inclusief in mijn richting. Vooraleer ik bekwaam was mijn armen en handen beschermend over mijn aangezicht te brengen, voelde ik ineens hoe een vlijmscherp voorwerp (ik zag niet of het glas was of een stuk plastiek), mijn keel aan de rechtse kant, binnen drong.

Ik besefte nagenoeg onmiddellijk dat ik aan het sterven was en dat het maar een kwestie van seconden zou zijn vooraleer ik een zwart scherm voor mijn ogen zou zien oprukken.

Terzelfdertijd schoot ik wakker en voelde ik bezorgd aan mijn hals, ervan overtuigd dat ik hevig aan het bloeden was.

Het was echter geen warm bloed dat ik voelde, maar wel de helse vochtigheid van een geprikkelde spleet, van dertig jaar eerder, zo dicht was ze bij mijn hunkerende mond geraakt, in haar opmars tot de volledige bevrediging, handtastelijk eerst, maar daarna de uitnodigende tong opzoekend, waarin ze bijna was geslaagd, was dat ongeluk met die verstorende helikopter er niet bij geweest.

Ik moet eerlijk bekennen dat mijn nieuwsgierige piemel maar even zijn concentratie heeft verloren, maar het moment daarop, terug volop interesse stelde in de vochtige wereld die hem omringde.

Spreek van eigenaardige, bloedige maar toch nog hete, nacht(dag)merries

09:52 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.