14-04-16

Over Klokkige Stemmen en Zielige Piemels

De eerste keer (daar ben ik niet helemaal zeker van) dat ik op de stem van een mens begon te letten was nadat ik maar enkele dagen eerder in Rio de Janeiro was gearriveerd. In het jaar 1973 dus. De verantwoordelijke bediende van de afdeling "stock" van de firma waarvoor ik werkte, was een eerder mollig ventje, klein van gestalte en bijna zwart van huid. Maar hij beschikte over een wonderbare, bijna "klokkige" stem. Ze bonsde in mijn oren zoals de klok van Rome, diep maar helder. Een ware en absoluut natuurlijke "bariton". Een zalf voor de oren en de eerste (tweede en derde) trede van de trap omhoog in een eventuele poging een meiske te veroveren. Mijn leven lang zal ik me die stem herinneren en ik zou waarschijnlijk bereid zijn geweest de omvang van mijn piemel omgekeerd evenredig te verkleinen met een toenemende gelijkaardigheid van zijn stem, om zo rapper en zeker de aandacht van het ander geslacht te kunnen trekken. Iets waarin ik nooit geslaagd ben en integendeel, onverschillig "af" gewezen.

(tussen haakjes hier en in dit verband: mijn gewezen directeur/overste heeft mij er eens op gewezen dat ik, op het eerste gezicht, geen goede indruk nalaat. Als compensatie, had hij er zorgvuldig aan toegevoegd, met de tijd, verslecht die indruk... Hij noemde mij bovendien een "sim-senhor"- man, ttz iemand die geen eigen mening heeft en altijd akkoord gaat met de "chef". Gelukkig geloofde hij daar zelf niet - helemaal - in)  

Later heb ik dan versteld ontdekt dat de stem en het mannelijk voorkomen absoluut niets met elkaar te maken hebben.

Verscheidene keren is mijn aandacht getrokken geweest door ware KLEERKASTEN van mannen, maar toen ze hun mond open deden om over de rest iets te laten weten, het niet verder wisten te brengen dan wat akelig "gepiep", terwijl, van de andere kant, je voor rakkers waar je gene roste frank voor zou geven, je opeens verrast wordt met een zowaar gebulder, net alsof het zich om een opleiding's sergeant van het leger betreft.

Bereid zijn mijn piemel evenredig te verkleinen met de verbuldering van mijn stem is natuurlijk overdreven uitgedrukt. Ik stel me een meiske voor, oprecht en terstond aangetrokken door de indrukwekkende na-siddering in haar kittelaar, veroorzaakt door een luide en diepe klank en die dan verrukt besluit haar geslachtsdelen ter beschikking te stellen, na een zekere poos, beleefd vraagt waarom hij er geen gebruik van maakt, hij haar mededeelt dat hij haar niet alleen al heeft gevogeld, maar bovendien al besprenkeld met het sap van het leven, terwijl bezig zijn broek toe te knopen.

En dat brengt me naar het verschil tussen stieren en ossen, hanen en kiekens. Een os waarvan de kloten (alleen maar mogelijk te veronderstellen in een barbaarse omgeving) verpletterd zijn geweest door de boer, die daarmee een dikker en smakelijker beest in het vizier heeft, is de moeite eigenlijk niet waard, verder te blijven bestaan. Medelijden, is voorzeker's het juiste woord, in zo'n geval, niet. Eerder ontzetting. Wat doe je met je stem, je voorkomen als een kleerkast en je dreigende houding, als je, wanneer het er werkelijk op aankomt, je piemel en bijbehorende zak, beter weg wenst te rekenen en te foefelen, om de aanbiddende blik van je nieuw lief niet onmiddellijk te verwoesten.

Is het dus beter de verantwoordelijke van het warenhuis te zijn?

Heel waarschijnlijk niet.

En alstublieft, denk er niet aan een stijve piemel om te toveren in een slappe pisser.

Een meer laconisch einde bestaat er niet.

dyn008_original_528_368_gif_2662967_4a6c8c824d647f86a03e91a6f1a11cf0 (1).gif

 

15:07 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.