06-04-16

mijn vriend...de schrijver...(2)

 

Mijn vriend de schrijver heeft de hele wereld rondgereisd. 
Hij trok van wereldstad naar wereldstad.
Tegenwoordig woont hij in een miljoenenstad,
op een plek waar hij nooit vogels hoort zingen.

Maar vandaag zit hij bij mij.
Dit is de meest vredige plek op aarde, zegt hij,
het licht valt juist goed,
de rust bij jou is weldadig.
We eten elk een stuk van mijn zelfgebakken appeltaart
met slagroom en drinken allebei onze koffie zwart.
En dan vertelt hij dat hij niet kan blijven,
ik zal je nog bellen, zegt hij en vertrekt.
Ik vertrek ook, op mijn dagelijkse wandeling,
ontgoocheld, verdrietig ook omdat hij niet wil blijven.
In mezelf gekeerd stap ik door, ik weet wat ik allang weet,
dat de weersomstandigheden mij geen barst kunnen schelen
en ik spetter door een grote plas.
Het regent, het waait maar ik heb een warme jas aan
en steek mijn handen diep in mijn zakken.
Mijn hart blijft koud.
Ik wil huilen maar mijn wangen zijn al nat.

Enkele dagen later bel je naar mij.
Ik bel naar jou.
Ik kom, zeg je enkele maanden later.
Kom je, vraag ik.
Je komt.
Het is begin april.
Ik wil huilen, ik wil lachen, zo blij ben ik.
Ik neem je mee op mijn wandeling door de velden,
de lucht riekt naar lente,
hand in hand lopen we tussen de nog onbewerkte akkers.
Hoor je het gekwetter, vraag ik, je knikt en kijkt verbaasd omhoog
naar de honderden vogels hoog op de kale takken van de populieren,
zwarte silhouetten steken schril af tegen de felblauwe lucht.
We zijn goedgezind, we lachen en praten…
over boeken, ons werk, onze kinderen en
onze oorlog met de hele wereld.
Ik kijk je stiekem aan,
je charismatische zwierigheid bewonder ik nog steeds,
nu misschien nog meer dan vroeger.
Waarom schrijf je geen boek, vraag je, je schrijft goed en
het betaalt goed.
Ik vind het een fenomenaal slecht plan.
Jij bent de schrijver van boeken, zeg ik, niet ik,
in mijn hoofd voer ik gesprekjes en die schrijf ik op en dat is alles.

Terug thuis, in mijn huis duiken we de slaapkamer in en
laten ons vallen op mijn bed,
je neemt mijn hand en drukt er een zoen op.
Wat doen we, wat zullen we doen, vraag je.
En waarom lig je zo ver?
Kom dicht bij me.
Ik kom dicht bij je liggen en
je houdt me in je armen tot ik niet meer beef.
Mijn hart klopt te snel alsof ik een marathon heb gelopen.
De geur van jou brengt me in een roes,
het dierlijke ervan prikkelt al mijn zinnen.
Er gebeurt niets wat we niet willen, zeg je.
Maar ik wil dat je beloften doet.
Ik wil dat je belooft dat je bij mij komt, telkens weer opnieuw,
wat er ook gebeurt.
Mijn verzoek schokt je en ik zie niet in waarom.
Dus blijf ik stilletjes naast je liggen en vlei mijn hoofd in je nek.
Zo blijven we een hele tijd liggen.
Met zachte bewegingen, achteloos bijna, beroer je mijn borsten,
onmiddellijk reageren mijn tepels, ik kan het ook niet helpen.
Ben je moe, vraag je.
Neen, ik ben nooit te moe voor seks,
ik maak me los uit je armen en ik ga op je liggen.
Ik leg mijn hoofd op je borst en luister naar je hart en
besef dat dit ooit zal stoppen.
Na de seks begin ik te praten over vroeger.
Vroeger, weet je nog, toen ik je leerde kennen,
droeg je een bril die je al bijna je hele leven had en
je droeg een baard die je een vervaarlijk uiterlijk gaf,
ik kan me nog herinneren hoe je daar stond in je coltrui,
ik vond het prachtig en stond mezelf toe om verliefd op je te worden,
mijn hele lichaam tintelt als ik eraan terugdenk…
je knikt en snoert me de mond met een zoen en dan val je in slaap,
ik lig nog een hele tijd wakker en
luister naar het geluid van je ademhaling.

De volgende ochtend maak je ontbijt voor mij en
vertelt dat je niet kan blijven.
Ik moet je verlaten, mijn liefste.
Wat heeft zij dat ik niet heb, vraag ik.
Is ze jonger?
Is ze mooier?
Is ze slanker?
Is ze zwijgzamer?
Is ze slimmer?
Gemakkelijker!
Bellen we nog?
Schrijven we nog?
Ja!
Stuur je me nog muziek?
Stuur je me nog foto’s?
Ja, natuurlijk!
Ik zal je nog bellen en schrijven en muziek en foto’s sturen,
zeg je en vertrekt,
je
bent al onderweg.

Ik herinner mij het gevoel van jouw hand op mijn hand,
van jouw lippen op mijn lippen…
Tot ziens, mijn lief.



15:01 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.