25-03-16

Mama's Handleiding: Niet Helemaal Faalloos

Pasen: tijd om in vergeten bladzijden te bladeren.

Onlangs vroeg mijn vriendin zich af of ik mijn moeder wel echt goed gekend heb (in de zin van "verstaan", bedoelde ze) en werkelijk, ik beken het, daar geloof ik zelf niet in. Ze was niet eens gecompliceerd, maar ik heb haar (waarschijnlijk?) nooit zien schreien. Op zijn minst, niet dat ik mij herinner (niet meegerekend, diene ene enkele keer dat ze uiterst opgewonden en ontroerd zelfs, vertelde over de pestdaden vanwege haar ex-echtgenoot, een bok in het kubiek). Ze had wel een reeks zakdoeken overal in haar zakken en tasjes gepropt en die voortdurend verloren geraakten, maar ze had ook een lopende neus en ik heb er haar nooit op betrapt deze zakdoeken ter hoogte van haar ogen te hebben gebracht. Ze was een volledig verstrooid mens, bijna altijd in gedachten verwikkeld, maar was ze bekwaam, daarmee, haar droefheid weg te moffelen? Wie weet was ze daar meester in? Oftewel, schreide ze tranen met tuiten, maar alleen maar in haar bed, lichamelijk uitgeput en geestelijk ontwricht?

Ik zou dat niet zo rap kunnen geloven, want anders zou daar tekens en gevolgen van over gebleven zijn.

Want redens om te wenen had ze in overvloed en ik zelf heb haar heel wat verdriet aangedaan. Misschien zelfs, het meest van al. Dirkske, daartegenover, heeft dat ruim gecompenseerd met zijn aandacht en goede wil. En tussen die twee extreme gevallen, bevonden zich de overige vier broers en zuster. Frankske was eigenlijk onzijdig. Geen vis maar ook geen vlees. Hildeke had geen tijd voor die dingen. Ten eerste was ze volledig ingenomen door haar zorg met heur haar. wat uren in beslag nam. En overigens schreide ze altijd, zoveel ze kon en zelfs wanneer er geen tranen meer over gebleven waren, bleef ze maar voort naar lucht snakken, om indruk te maken. Geertje, had meer weg van de joker van de familie. Hij had het meer op mij gemunt, geloof ik stellig. Ik denk dat, er nu over nadenkend, hij op mij gesteld was, maar dat hij dat wilde bewijzen op de verkeerde manier. Jootjen, daar tegenover, kon dat beter. Veel beter. Eindelijk iemand met gezond verstand in de familie. Hij was wel het kakkernestje, maar hij heeft het, het verst gebracht. Vandaag de dag, wil iedereen zijn mening weten. Beter laat dan nooit.

Terug kerend naar Mama: koken, wassen, drogen, afwassen, opruimen, bedden opmaken, vagen, dweilen, patatten schellen, strijken, het stof afdoen, aan de stengel van de pomp van de afwasbak snakken en verstrooid in haar neus peuteren, zijn allemaal werkwoorden die alle dagen, regen of wind, van maandag tot zondag, zonder een enkele keer het woedend te hebben afgetrapt, haar dagelijkse kost betekenden. Gebonden aan een man die nooit thuis was en wanneer hij thuis arriveerde, onmiddellijk terreur teweeg bracht. Een tiran, die nooit een hand heeft uitgestoken om haar te helpen hun kinderen tezamen op te voeden. De enige jaarlijkse uitstappen die ik mij herinner waren die naar (zijn) Nonkel Filemon en Tante Irma, waarover ik nu verdenk dat hij niet vergeten wilde worden vooraleer ze het tijdelijke voor het eeuwige zouden verwisselen. Zijn uitgestoken handen dienden er alleen maar voor om mij ervan langs te geven. Omhelzen, vertroetelen, beschermen, strelen en gerust stellen, zijn, zonder meer, in de vuilbak beland. En dat ook ten opzichte van zijn vrouw, onze moeder, die STAND heeft blijven houden, onafhankelijk van de vernedering.

Was zij hard of had ze zelfs geen tijd om daarover na te denken?

Keerde zij zich gehoorzaam om in hun bed en stootte hij er meteen zijn spermakwakje in (uit?), zonder haar ooit aangeraakt te hebben? Was zij de remise waar hij zijn bucht in bewaarde, of vertelde hij haar over zijn dag, zijn plannen en zijn dromen? Nee, dat geloof ik niet. Hij was van eikenhout gemaakt. Zelfs een nagel plooide in tweeën en werd eerder bot dan een gat te maken.

Zonder pampers, zonder was- en afwas machines, zonder meid en zonder hulp van eender wie, heeft ze zes kinderen uit de grond gestampt en groot gebracht. Den enen schoner, groter, sterker en slimmer dan de andere (niet iedereen heeft zijn part gepakt). Maar zonder enige twijfel, allemaal echte "Van Leuven's". De kastaars van hun neuzen zijn daar het bewijs van en die liegen er niet om.

Veel heeft ze mij echter niet aangeleerd, tenware het programma van de humanisten op de radio luid te zetten, zodat ik er niets van zou missen, maar ik beken het nu, na zestig jaar, ik heb er nooit geen kloten van verstaan. Ik weet niet meer hoe ze ons heeft leren eten met een vork en een mes. Hoe ze ons leerde onze kleren aan te doen, onze versleten schoenen en sokken met verse gaten erin aan te trekken, die ze dan, in haar zetel, 's avonds laat, weer toe naaide. Wie heeft ons leren rijden met de fiets (werkelijke krengen)? Het is zeker vaderke-lief niet geweest. Zou het Mark van de chef van de Statie geweest kunnen zijn, of was het een van de Goetgelucks? Hoe we moesten pissen zonder te morsen op de grond. Hoe we het aan boord moesten leggen om proper te zijn en te blijven? Onze slappe piemel te wassen en te ontbloten om de opgestapelde smegma vanonder het velletje te verwijderen?

Over dat laatste (ik heb het al eens verteld), dat herinnert mij eraan hoe ik op een morgen in de Vakschool van Roeselare, in de rij werd geplaatst om door een oude dokter grondig onderzocht te worden. "Grondig" is eigenlijk overdreven, want hij wilde alleen maar weten van mijn piemel (ik denk dat iemand mij verraden heeft). Gelukkig was ik niet de enige in die rij, maar het waren wel allemaal de grootste snotneuzen van de klas, eruit gepikt, net alsof een snotneus overeen kwam met een slecht gewassen piemel. Toen het mijn beurt was om achter het gordijntje te verdwijnen, gebood hij mij meteen mijn broek af te stropen samen met mijn onderbroek, die ik ongelukkig genoeg al een week lang aan het gebruiken was geweest en vol zat met afgrijselijke bruine "fring"-strepen en eigenaardig vergeelde plekken, zodat ik rood opliep van de schaamte en ik mij afvroeg waarom ze me niet eerder hadden verwittigd van dat onderzoek, zodanig dat ik mijn zondagskostuum zou kunnen aangedaan hebben (een zwart-wit matroos-uniform van de Amerikaanse Zeemacht). De dokter, gewend aan duizenden piemels van elke aard, afmeting, vorm en stank liet er geen haar over groeien en greep meteen mijn slappe piemel tussen zijn wijsvinger en duim met een hand, terwijl met het ander het velletje dat over de eikel vast geroest was, naar beneden trachtte te bewegen, waarbij hij onmiddellijk zijn neusgaten toekneep met diezelfde wijsvinger en duim (waarschijnlijk zijn neus besmettend) en verveeld de verpleegster riep, die ergens dichtbij de procedure aan het volgen was en die mij vervolgens achter een ander gordijntje loodste, waar ook zij het velletje neerwaarts trachtte te trekken, terwijl ze opperde dat dat echt niet mocht en dat ik in de toekomst mezelf zou moeten oefenen om het velletje los te krijgen en over de eikel te doen glijden en dat ze me zou tonen hoe te werk te gaan, zonder me pijn te doen, terwijl ze uit bleef leggen en ook te tonen hoe ik mezelf daarin zou moeten trainen, velletje op, velletje neer, tot ik er zowaar begon van te houden en hopen dat de training op zijn minst nog een paar minuutjes zou blijven duren en ik mij er ineens bewust van werd dat dat de hemel op de aarde was en ik haar liet weten dat hoe rapper ze het deed, hoe rapper ik het zou leren...

Mijn eigen Mama had me dat nooit uitgelegd, laat staan getoond en ik vond, of beter, ik ontdekte dat het daardoor was dat het velletje vast geroest zat.

Ik ben er van overtuigd dat, op het einde van die dag, haar handen helemaal plakkerig en kleverig zijn geworden en dat de dokter definitief had geweigerd haar hand te drukken toen ze afscheid namen. Van de andere kant, zo'n moeder hebben was wel de moeite waard.

Sedertdien heb ik er werk van gemaakt geen enkele training te missen en mag ik met trots beweren dat ik nooit nemeer heb gebrost.

Ik verdenk er mijn Mama van gefaald te zijn geweest op het gebied van vast geroeste velletjes van jonge piemels.

11:09 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.