16-03-16

mijn dorp...de wereld...(deel 6)

 

Mijn ‘metamorfose’ zoals mijn vriendinnen mijn welbevinden 
noemden, werd ook door andere mensen opgemerkt.

Op een doordeweekse namiddag kreeg ik totaal onverwacht
bezoek,
de deurbel ging en toen ik openmaakte stond ik
oog in oog met Gerard de man van mijn vriendin Antoinette,
ik schrok en vroeg onmiddellijk, zonder hem te begroeten,
of er misschien iets scheelde met mijn vriendin,
neen, alles was goed met Antoinette, het was voor niets nodig
dat ik schrok, er was niets speciaals aan de hand met haar.
Schoorvoetend liet ik hem binnen, vroeg mij in stilte af waarvoor
hij kwam, hij was hier nog nooit eerder geweest dus was ik op
mijn hoede. Ik vroeg hoe hij hier gekomen was want ik had geen
wagen gezien op de oprit en evenmin een fiets tegen het hek of
de muur en de stad waar hij woonde was toch ruim 15 kilometer
van hier en toen hij vertelde dat hij zijn auto wel één kilometer
verder had geparkeerd om mij niet in diskrediet te brengen was
ik pas goed gealarmeerd.
Zonder dat ik hem ertoe uitnodigde ging hij zitten, ik ging ook
zitten, ongemakkelijk op het puntje van mijn stoel en wachtte af.
Hij begon erg vriendelijk en maakte mij enkele complimentjes.
Ik zag er zo goed uit en zo vief en actief, hij vond dat ik mij zo
goed had aangepast aan het leven zonder man,
het huis en de tuin waren zo netjes onderhouden,
hij was blij om te zien dat ik me niet gedroeg als een treurende
weduwe en hij gaf me het grootste gelijk van de wereld omdat ik
niet bij de pakken bleef neerzitten…
en toen veranderde zijn toon en begon hij zachtjes te klagen,
hij beklaagde vooral zichzelf, dat Nette, zoals hij mijn vriendin
noemde, hem niet begreep, ze had hem nooit begrepen en ze had
ook nooit tijd voor hem, ze was altijd in de weer met de kinderen,
ze hadden er samen tien, en de kleinkinderen waar ze er ook
al een heleboel van hadden, ze verwaarloosde hem en hij vond
dat ze al jaren schromelijk tekort schoot in bed,
hij voelde zich al jaren veronachtzaamd en nu dacht hij,
nu ik al bijna een jaar weduwe was dat ik misschien…
Ik geloofde mijn eigen oren niet, keek hem recht in de ogen
en schudde met een blik vol antipathie van neen.
Hij merkte mijn afschuw niet eens en ging gewoon door,
hij ging zó op in zijn eigen gejammer dat hij de weerzin in
mijn ogen niet zag. Ik sprong recht, mijn stoel viel met een klap
achterover op de keukenvloer, ik stotterde, ik kwam bijna niet uit
mijn woorden, zo woedend was ik.
Ik beefde over mijn hele lichaam maar ik wees hem de deur,
met de belofte dat ik alles aan Antoinette zou vertellen als ik hem
hier nog eens in de buurt zag.
Hij stamelde, hij begreep er niets van, had ik dan geen behoefte
aan een man, maar hij ging…
Ik zag hem gelukkig nooit weerom dus heb ik het nooit
verteld aan mijn vriendin Antoinette...

Mijn transformatie bleef ook voor andere mannen,
hier dichter bij huis, niet onopgemerkt.
Eén jaar na de dood van mijn man werd ik op een zomerse zonnige
dag ná de elfurenmis, waar ik nog elke zondag naartoe ging,
bij het buitengaan, in het kerkportaal aangesproken door Marcel,
je kent Marcel waarschijnlijk wel, hij woont in dat grote herenhuis
recht tegenover de bloemenzaak, tegenwoordig komt hij niet zo
vaak meer buiten want hij sukkelt erg met zijn gezondheid maar
toen was hij nog een vitale zestiger en alleen, net als ik.
Zijn vrouw was de vorige winter na een lange en slepende ziekte
overleden. Marcel noch zijn vrouw hadden ooit één woord met mij
of mijn man gewisseld al hadden we elkaar vele jaren elke zondag,
voor of na de mis, gegroet.
Maar die bewuste zondag vroeg Marcel tijdens het verlaten van de
kerk hoe het met mij ging en wachtte niet eens tot ik antwoordde.
De volgende zondag herhaalde hij zijn vraag en maakte hij een
vriendelijk maar erg kort praatje, de zondag erop volgende deed
hij het opnieuw, drie zondagen en evenveel praatjes later stelde
hij voor om me vergezellen op mijn wandeling van de kerk
naar mijn huis.
Ik weigerde want ik wilde die dag alleen zijn maar hij liet zich
niet ontmoedigen door mijn afwijzend antwoord,
hij nodigde zichzelf uit om dan maar de volgende zondag met
mij mee te gaan, hij stond erop om mij thuis te brengen,
misschien kon ik die dag voor hem koken.
Hij keek verwachtingsvol en nogal dwaas, vond ik, in mijn ogen
maar ik knikte van ja en zei dat ik het goed vond..

De volgende zondag liepen we dus na de mis samen naar mijn
huis,
ik had gekookt voor ons tweeën, alles stond klaar voor een
eenvoudige maaltijd, het huis was aan de kant,
de tafel netjes gedekt, het was een mooie warme dag dus dronken
we vóór het eten, buiten op het terras, een glas,
hij een glas bier voor mezelf schonk ik een glas wijn in en
toen begon hij te praten…
Hij vond dat ik, nu ik weduwe was, me alleen en ellendig
moest voelen, misschien wist ik het nog niet maar zijn gezelschap
zou me redden van mijn eenzaamheid, en ik zou me beter voelen
als ik hem regelmatig in mijn huis en in mijn bed toeliet en
nog beter zou het worden als hij bij mij introk…
en nog veel meer van dezelfde strekking en inhoud...
Na een lange monotone monoloog hield hij er plots mee op en
grijnsde in mijn gezicht met een gebit waar geen tandarts een
buitenverblijf aan had verdiend…

En toen begon ik mijn betoog…
Dat ik me beter voelde dan ik me in tijden had gevoeld maar
dat begreep hij niet dus ging ik verder, dat ik het prettig vond
om op mezelf te zijn, ik was verantwoordelijk voor mezelf en kon
mijn uren en dagen vullen op de manier die ikzelf verkoos en
dat vond ik prettig.
Dat ik geen zin meer had om mijn leven te laten draaien om
een man, om te horen wat hij deed, waar hij naartoe ging en
wanneer hij thuis zou komen, wat hij van mij nodig zou hebben…
ik was niet op zoek naar een nieuwe heer en meester…
ik vond het prettiger alleen…

Marcel schrok van mijn uiteenzetting,
ik herinner me nog hoe ontzet hij keek,
hij was zulke uitspraken allerminst gewoon, wij,
vrouwen van mijn generatie, waren opgevoed om in stilte alles
te verdragen, we moesten liever maar geen mening hebben,
we moesten blij zijn met onze status van sloofje en we mochten
vooral onze hersens niet laten werken…

Natuurlijk voelde ik me soms alleen en kwetsbaar maar
meestentijds niet.
Onnodig om het je te vertellen dat Marcel niet gebleven is
om te eten…

En i
k moet lachen wanneer ik de pretlichtjes in de ogen van
Anna zie terwijl ze het vertelt en eraan terugdenkt..


14:15 Gepost door Rudoris | Commentaren (0) |  Print

De commentaren zijn gesloten.